Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 298Parlementair onderzoek Breed welvaartsbegripNr. 41 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 mei 2025Graag bied ik, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, dejaarlijkse Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2025(hierna: de Monitor) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ende Negende Nationale SDG-rapportage Nederland op weg naar bredewelvaart aan.Om goed te kunnen sturen op de prioriteiten uit het regeerprogramma, isbetrouwbare informatie nodig over hoe het gaat in Nederland. De Monitorgeeft met cijfers inzicht in de stand van zaken op thema’s zoals welzijn engezondheid, en toont hoe welvaart is verdeeld over verschillendebevolkingsgroepen. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (de SustainableDevelopment Goals, kortweg SDG’s) hangen nauw samen met de thema’svan brede welvaart. In de Monitor wordt dan ook inzicht gegeven in deindicatoren die gelden voor zowel Brede Welvaart als de SDGs.In de Negende Nationale SDG-rapportage leest u over de bijdrage van deRijksoverheid, lokale overheden, bedrijven en maatschappelijke organi-saties aan de voortgang op de SDG’s. De rapportage is in lijn met dekabinetsreactie op het AIV-advies over de SDG’s van september 2024. Dathoudt in dat het kabinet de internationale verplichtingen gerelateerd aande SDG’s niet uit het oog verliest maar het kabinet evenwel niet van planis om over te gaan tot een specifieke versnelling of intensivering van deSDG-inzet van Nederland. Aangezien de SDG’s een breed spectrum aandoelen bestrijken, sluit het beleid van dit kabinet vanzelfsprekend aan oponderdelen van de SDG’s. Echter, bij het maken van beleid en het stellenvan prioriteiten zijn de doelstellingen van dit kabinet leidend.Deze Kamerbrief bevat een overzicht van de belangrijkste trends enuitdagingen zoals gemeten door het CBS. Daarnaast zet het kabinet uiteenhoe zijn beleid bijdraagt aan de brede welvaart. kst-34298-41ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 411 Brede Welvaart: Algemeen beeldIn deze kabinetsreactie volgen wij de drie dimensies van brede welvaartdie het CBS hanteert: Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier ennu (1) en de mate waarin die ten koste gaat van brede welvaart van lateregeneraties (2) of van die van mensen elders in de wereld (3).1 Hierbijwordt met Nederland enkel het Europese deel van het Koninkrijk bedoeld.Voor Caribisch Nederland stelt het CBS jaarlijks een aparte Monitor BredeWelvaart en SDG’s Caribisch Nederland op. De resultaten daarvan komenkort aan bod in het hoofdstuk namens de Rijksoverheid van de bijgaandeSDG-rapportage.Brede welvaart hier en nuNederland behoort tot de meest welvarende landen van de EU. Zobeoordeelt 85% van de Nederlanders het leven over het algemeen meteen 7 of hoger (1e van Europa) en is 79% van de werknemers tevredenmet hun werk. Daarnaast behoort het Nederlandse mediane inkomen in2023 tot de top vijf van Europa. Ten slotte scoort Nederland gemiddeldgenomen hoog op sociale indicatoren zoals vertrouwen in instituties,vertrouwen in anderen en sociale contacten met familie, vrienden ofcollega’s in vergelijking met andere Europese landen.De cijfers gerelateerd aan armoede (SDG 1) tonen echter ook dat een deelvan de bevolking financieel kwetsbaar is en zich zorgen maakt over zijnbestaanszekerheid. Zo verdiende in 2024 12% van de bevolking minderdan 60% van het mediaan inkomen2, is het reële uurloon van werknemerssinds 2009 niet gestegen en maakte 26% van de bevolking zich veelzorgen over de eigen financiële toekomst. Meer dan de helft van deNederlanders ervaart niet in hoge mate regie over het eigen leven, en deNederlandse woonquote van 21% van het besteedbaar inkomen behoorttot de hoogste van de EU. Gemiddeldes en medianen gelden ten slotteniet voor iedereen: uit de Monitor blijkt dat kenmerken zoals leeftijd,hoogst behaald onderwijsniveau en herkomst invloed hebben op zowel defeitelijke als de ervaren brede welvaart.Brede welvaart laterOok op deze dimensie scoort Nederland gemiddeld genomen opverschillende indicatoren goed. Op het gebied van sociaal kapitaal staatNederland op de tweede plek in Europa in het kader van vertrouwen inandere mensen: 66% van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of oudervindt de meeste mensen te vertrouwen, en dit percentage stijgt. Verge-leken met andere EU-landen scoort Nederland tevens hoog als het gaatom leven lang ontwikkelen (SDG 4: Kwaliteitsonderwijs).Op het gebied van onderwijs, economie, defensie en infrastructuur zijn eruitdagingen voor de welvaart later. Zo laat een recent PIAAC-rapport ziendat Nederlandse volwassenen tussen de 16–75 jaar vergeleken metandere landen goed presteren op kernvaardigheden: Nederland behoorttot de top-5 van best presterende landen als het gaat om taal- enrekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen. Er bestaat inabsolute zin echter nog een grote groep Nederlanders met lage basisvaar-1Zie https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals2Dit wordt ook wel de Europese armoedegrens genoemd. Deze uitkomst wordt vooral bepaalddoor de scheefheid van de inkomensverdeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 412 digheden.3 Tevens laat de Monitor zien dat de vacaturegraad in hetonderwijs vergeleken met andere EU-landen groot blijft met 17 vacaturesper duizend onderwijsbanen, en dat Nederland daalt op de PISA-ranglijst4met gemeten leesvaardigheid onder 15-jarige VO-scholieren, zowel tenopzichte van eerdere metingen als in vergelijking met andere Europeselanden.Ten tweede is de groei van het economische kapitaal de laatste jarenachtergebleven, wat kan duiden op lagere investeringen in bijvoorbeeldR&D, ICT en vaste activa. Ten derde meet het CBS dit jaar per saldo(–4,9%) meer bedrijven die negatief gestemd zijn over de Nederlandseeconomie dan positief gestemde bedrijven. De verschillende onderwijs-en economietrends zijn zorgelijk, ook gelet op het feit dat de arbeidspro-ductiviteit in Nederland inmiddels twee jaar op rij is gedaald, waardoor dewelvaart later afneemt. Tevens nemen de investeringen in grond-, weg- enwaterbouw als percentage van het bbp trendmatig af (2% van het bbp in2024). Veiligheid en weerbaarheid (SDG 16.1: Veiligheid en Vrede) is ookeen grote zorg van het kabinet in het licht van de huidige geopolitiekeontwikkelingen. In 2023 gaf Nederland 1,3% van het bbp uit aan landsver-dediging. In het Hoofdlijnenakkoord is overeengekomen de uitgaven aanDefensie in lijn te brengen met de NAVO-norm van tenminste 2% bbp endeze ook wettelijk vast te leggen.Ten slotte scoort Nederland relatief laag op een aantal indicatorengerelateerd aan natuurlijk kapitaal en Betaalbare en duurzame energie(SDG 7). Zo bestaat slechts 17% van het totale energieverbruik uithernieuwbare energie. Daarnaast blijft Nederland het grootste stikstof-overschot hebben van de EU, hoewel deze wel trendmatig daalt, en is hetfosforoverschot in Nederland relatief hoog. Deze overschotten zorgenzowel in het heden als in de toekomst voor uitdagingen op meerderethema’s zoals Leven op het land (SDG 15) en Goede gezondheid enwelzijn (SDG 3). Er zijn ook positieve trends te vermelden op het gebiedvan energie. Zo is de trend in relatie tot de afhankelijkheid van energie-invoer met 69% van het totale energieverbruik dat wordt geïmporteerdstabiel geworden in 2024. Verder stijgt het percentage elektrische auto’s(17,5% van het totaal aantal auto’s) en het opgesteld vermogenhernieuwbare elektriciteit uit wind, water en zonne-energie trendmatig.Brede welvaart eldersVolgens de Monitor groeide de bijdrage van Nederland aan welvaartelders in de wereld over de afgelopen jaren. Nederland draagt met deinvoer van goederen en ontwikkelingshulp bij aan groei en welvaartwereldwijd, maar Nederlandse handel kan tegelijkertijd negatieve effectenveroorzaken in andere landen als dit gepaard gaat met druk op water,land, milieu en klimaat.In 2024 stond Nederland op het gebied van ontwikkelingshulp op de zesdeplaats binnen de EU. Nederland heeft vorderingen geboekt in hetterugdringen van de hoeveelheid land die nodig is om in de Nederlandseconsumptie te voorzien (landvoetafdruk). Verder heeft Nederland inEuropees perspectief een relatief lage grondstofvoetafdruk per inwonervan ongeveer 31 ton. Wel blijft onze uitstoot hoog. Nederland blijft bij degrootste Europese importeurs behoren met betrekking tot invoer vanfossiele energiedragers, metalen en biomassa. Mede hierdoor blijft de3Zie het PIAAC-rapport via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/12/10/piaac-nationaal-rapport4PISA (Programme for International Student Assessment) is een grootschalig internationaalvergelijkend onderzoek, dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de OESO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 413 uitstoot van broeikasgassen die wordt veroorzaakt door de Nederlandseconsumptie (broeikasgasvoetafdruk) relatief hoog, wat een negatief effectheeft op de brede welvaart elders in de wereld.Brede Welvaart: Keuzes en overwegingenHet kabinet vindt het belangrijk dat de overheid op basis van eenbredewelvaartsperspectief handelt. Een bredewelvaartsbenadering zorgtervoor dat beoogde beleidseffecten en mogelijke afruilen in samenhangkunnen worden geëvalueerd bij het maken, uitvoeren en beoordelen vanbeleid. Het kabinet is van mening dat het de brede welvaart stimuleertlangs de lijnen zoals die zijn vastgelegd in het hoofdlijnenakkoord en hetregeerprogramma. Voor meer informatie omtrent de inspanningen vanhet kabinet om brede welvaart te integreren in de beleids- en besluitvor-mingsprocessen verwijst het kabinet naar de kabinetsreactie op hetRli-adviesrapport «Waardevol regeren: sturen op brede welvaart».5Het kabinet is zich ervan bewust dat op sommige vlakken doelstellingenvan verschillende dimensies met elkaar in conflict zijn. Gegeven deschaarste aan financiële middelen en arbeidskrachten is het onvermijdelijkdat het verbeteren van bepaalde dimensies van brede welvaart ten kostezal gaan van andere dimensies.6 De verantwoordelijkheid ligt bij hetkabinet en bij de Kamer om deze verschillende dimensies zorgvuldigtegen elkaar af te wegen, met de belangen van de samenleving inoverweging. Het kabinet hecht hierbij veel waarde aan het behoud en hetversterken van brede welvaart van Nederlanders in het hier en nu en lateren prioriteert beleidsdoelen die hieraan bijdragen. Het kabinet constateertdat veel mensen nu problemen hebben en zij niet kunnen wachten. Hetkabinet lost daarom op korte termijn de grootste knelpunten en schrij-nende situaties op.7 Daarbij houdt het kabinet zo veel mogelijk rekeningmet de beschikbare middelen die, zowel financieel als in termen van tijden capaciteit, beperkt zijn. Gezonde en voorspelbare overheidsfinanciënzijn namelijk nu en in de toekomst van belang voor onze brede welvaart.8Bestaanszekerheid en verdienvermogen als prioriteiten voor de bredewelvaart in het hier en nuAllereerst ziet het kabinet dat een deel van de bevolking financieel moeilijkkan rondkomen en zich hier zorgen om maakt. Daarom hecht het kabinetveel waarde aan het versterken van de bestaanszekerheid (SDG 1 geenarmoede). In het hoofdlijnenakkoord (HLA) stelde het kabinet als doel omde (kinder)armoede niet te laten oplopen ten opzichte van 2024, definanciële situatie voor werkende middeninkomens te bevorderen en demarginale druk te verlagen. Daarom heeft het kabinet in 2025 onder meerhet kindgebonden budget en de huurtoeslag verhoogd en een extra schijfin de inkomstenbelasting geïntroduceerd. Mede door deze maatregelendaalt zowel het algemene armoedecijfer als het kinderarmoedecijfer van3,2% in 2025 naar 2,7% in 2028.9 In juni zal de Staatssecretaris vanParticipatie en Integratie het Nationaal Programma Armoede en Schuldenaan uw Kamer aanbieden.Ten tweede baart de teruglopende arbeidsproductiviteit en het lageondernemersvertrouwen in de Nederlandse economie het kabinet zorgen.Het kabinet acht het belangrijk om het economische kapitaal in Nederland5Kamerstukken II, 2024–2025, 36 630, nr. 26https://esb.nu/het-eeuwige-tekort-vraagt-om-keuzes/7https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerprogramma/inleiding8https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerprogramma/inleiding9Zie Cep 2025 – VerantwoordingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 414 te versterken door ondernemers en bedrijven ruimte te bieden omwelvaart te creëren in het hier en nu en voor de toekomst. Hiermee poogthet kabinet niet alleen de financiële toekomst van Nederland, maar ookhet gemiddelde mediane inkomen en de tevredenheid van Nederlandersmet hun werk te verbeteren. Door dit mee te wegen voert het kabinet demotie Thijssen uit, die het kabinet verzoekt om bij maatregelen voor deverbetering van het vestigingsklimaat ook te kijken naar de bredewelvaart.10Het kabinet neemt hiertoe maatregelen die de regeldruk en lasten voorondernemers en bedrijven verminderen. Zo is eind maart de aangepasteBedrijfseffectentoets (BET) vastgesteld als onderdeel van het aanpakkenvan onnodige regeldruk binnen het Actieprogramma Minder Druk MetRegels.11, 12 Verder werkt het kabinet aan een productiviteitsagenda13 enworden ondernemers en bedrijven ondersteund door het creëren vanrandvoorwaarden die innovatie en groei stimuleren. Ten slotte voert hetkabinet lastenverlichtingen voor bedrijven door en stelt het kabinet extramiddelen beschikbaar aan Invest-NL en Invest International ten behoevevan ons verdienvermogen.Versterken van kapitalen ter bevordering van de brede welvaart in detoekomstIn het licht van de recente geopolitieke ontwikkelingen beschouwt hetkabinet het als essentieel om minimaal 2% van het bruto binnenlandsproduct (bbp) uit te geven aan de landsverdediging. Het kabinet bouwtdaarom aan een inzetbare en schaalbare krijgsmacht die kan meebe-wegen met de dreiging, kan afschrikken en zo nodig het territorium en debelangen van Nederland en de NAVO-bondgenoten kan verdedigen.14 Denoodzaak om hierover snel te kunnen beschikken was reeds duidelijk nade Russische inval in Oekraïne, maar wordt wezenlijk urgenter nu degeopolitieke realiteit ertoe leidt dat Europa meer en meer eigen verant-woordelijkheid te dragen heeft voor de veiligheid op het continent.Het kabinet wil mede door de geopolitieke ontwikkelingen ook deafhankelijkheid van energie-invoer uit het buitenland verminderen enmeer inzetten op hernieuwbare energie en (kritieke) grondstoffen uit eigenland.15 Dit zal positief bijdragen aan de circulaire economie en hetverminderen van de grondstofvoetafdruk en broeikasgasvoetafdruk vanNederland. Het aanpakken van netcongestie acht het kabinet als eencruciale stap: ook in het licht van Betaalbare en duurzame energie (SDG 7)en het natuurlijk kapitaal. Dit doet het kabinet door middel van hetLandelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN). In de tweede voortgangs-rapportage deelt het kabinet de laatste ontwikkelingen over het LAN langsde drie actielijnen: Sneller Bouwen, Beter Benutten en Slimmer Inzicht.16Over de bekostiging van de elektriciteitsinfrastructuur heeft het kabinetrecentelijk het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) «Schakelennaar de toekomst» aan de Kamer aangeboden.17 Het kabinet kondigt in dekabinetsreactie een beleidsagenda aan langs drie categorieën: het beterbenutten van het elektriciteitsnetwerk en de kostenstijging dempen, de10Kamerstukken II, 2023–2024, 32 637, nr. 61411Kamerstukken II, 2024–2025, 32 637, nr. 66012Kamerstukken II, 2024–2025, 32 637, nr. 66713Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5514Kamerstukken II, 2024–2025, 33 763, nr. 16115Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/02/12/nederland-gaat-leveringsrisicos-kritieke-grondstoffen-beter-in-de-gaten-houden16Kamerstukken II, 2024–2025, 29 023, nr. 55917Kamerstukken II, 2024–2025, 29 023, nr. 553Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 415 kosten anders verdelen en het inzichtelijker maken van de besluitvormingrond uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuur.18Het kabinet is zich tevens ervan bewust dat het stikstofoverschot eenbelangrijk knelpunt vormt voor het behouden en versterken van hetnatuurlijk en economisch kapitaal. Om het stikstofoverschot te reducerenheeft het kabinet begin 2025 de Ministeriële Commissie Economie &Natuurherstel (MCE&N) ingesteld.19 De MCE&N heeft als doel om devergunningverlening weer op gang te helpen en perspectief te bieden aanondernemers en andere betrokkenen in de sectoren die gevolgenondervinden van de rechterlijke uitspraken. Het is hierbij de inzet van hetkabinet om te komen tot een aanpak op hoofdlijnen voor geborgdeemissiereductie en herstel van natuur. Met het startpakket20 zet hetkabinet een eerste stap om de vergunningverlening mogelijk te maken,Nederland van het slot te halen en perspectief te bieden aan de sectorendie zijn geraakt.Verder vindt het kabinet het belangrijk om tijdig te blijven investeren in demobiliteit en bereikbaarheid van ons land, en het tijdverlies door files envertraging te verminderen en de beschikbaarheid van auto’s te vergroten.Hiertoe stelt het kabinet, zoals aangekondigd in het regeerprogramma,€ 2,5 miljard extra beschikbaar voor infrastructuur ten behoeve van debereikbaarheid van (nieuwe) woningbouwlocaties. In 2025 wordt verdergewerkt aan de onderhoudsopgave, het verbeteren van de bereikbaarheidin de regio’s en het verduurzamen van het wagenpark. Daardoor zullennaar verwachting de investeringen in wegen, water en spoor in 2025toenemen, met nadruk op onderhoud en verbetering van bestaandeinfrastructuur.21Ten slotte ziet het kabinet een belangrijke rol voor onderwijs en kennisont-wikkeling in het versterken van het menselijk kapitaal. Onderwijs enwetenschap zijn onmisbaar voor een goed functionerende arbeidsmarkten zijn de katalysator voor verhoging van de arbeidsproductiviteit en hetinnovatievermogen. Zeker in het licht van de grote maatschappelijkeuitdagingen, zoals de energietransitie, veiligheid, cybersecurity,vergrijzing en arbeidsmarktkrapte. Hiervoor is het noodzakelijk in te zettenop onder meer het behoud van een kwalitatief goed en toegankelijkonderwijsstelsel, het gerichter opleiden voor specifieke sectoren op dearbeidsmarkt, leven lang ontwikkelen (LLO) gedurende de loopbaan enkwalitatief hoogstaande wetenschap. Bij- en omscholing speelt eenbelangrijke rol bij LLO: dit behelst het aanleren van zowel goede basis-vaardigheden als hoogwaardige kennis en vaardigheden voor nieuwetechnologieën en kansen voor de economie. Daarnaast zet het kabinet inop het beter verbinden van wetenschap en maatschappij (zoals bij deBiotech Booster). Voor de specifieke maatregelen die het kabinet op ditterrein neemt, verwijs het kabinet naar de beleidsbrief «vervolgonderwijs,onderzoek en wetenschap».22Zoals toegelicht in de financiële paragraaf aan het begin van het regeer-programma maakt het kabinet scherpe financiële keuzes omdat debeschikbare middelen, zowel financieel als in termen van tijd encapaciteit, niet oneindig zijn. Dit kabinet zet een eerste stap in debeheersing van overheidsuitgaven door het uitgavenniveau structureel tebeperken. In de daaropvolgende jaren is nog meer nodig om de staats-18Kamerstukken II, 2024–2025, 29 023, nr. 56719Kamerstukken II, 2024–2025, 35 334, nr. 33220Kamerstukken II, 2024–2025, 35 334, nr. 36221Zie bijvoorbeeld Bescheiden groei bouwsector volgt op krimpjaar 2024 – ABN AMRO22Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 416 schuld te stabiliseren. Ook zetten ontwikkelingen zoals de oplopendegrijze druk de duurzame financiering van de welvaartstaat onder druk.Brede welvaart elders in verbinding met de Nederlandse belangenHet kabinet voert buitenlands beleid gericht op sociaaleconomischeontwikkeling in lage en lage-middeninkomenslanden dat ontwikke-lingshulp koppelt aan de belangen van Nederland en relevant is voor alleNederlanders.23 Een bezuiniging op ontwikkelingshulp is hier onderdeelvan: het percentage van het bruto nationaal inkomen dat Nederlanduitgeeft aan ontwikkelingshulp daalt van 0,62% in 2024 tot 0,44% in2029.24 De inzet van het kabinet richt zich voortaan op drie Nederlandsebelangen: handel en economie, veiligheid en stabiliteit, en migratie. Dit isin het belang van die landen en hun bevolking én in het belang vanNederland, omdat het ook ten goede komt aan onze economie enbedrijven, irreguliere migratie helpt voorkomen en onze veiligheidbevordert. Binnen de ontwikkelingshulp zet het kabinet in op thema’swaarbij Nederland aanzien en belang heeft, zoals watermanagement,voedselzekerheid en gezondheid. Het kabinet blijft humanitaire hulpbieden aan mensen in nood in conflictregio’s door onder andere samen tewerken met lokale hulporganisaties die snel en effectief kunnen reagerenbij crises. Humanitaire hulp blijft een belangrijk onderdeel van hetNederlands buitenlandbeleid, met een substantieel budget dat daarvoorbeschikbaar is.25 Dit doet het kabinet niet uit eigen belang, maar om deergste humanitaire noden elders te verlichten.Het kabinet onderkent het Nederlandse belang om als betrouwbarepartner te worden gezien door opkomende (ontwikkelings)landen. Hetreduceren van mogelijk negatieve effecten van Nederlands beleid op dekwaliteit van leven in die landen, is daar een belangrijk onderdeel van. Inhet kader van de uitvoering van het Herziene Actieplan Beleidscoherentievoor Ontwikkeling wordt jaarlijks aan uw Kamer gerapporteerd over devoortgang bij het reduceren van mogelijke grensoverschrijdendenegatieve effecten van Nederlands beleid in opkomende landen. Geziende nauwe verbinding met brede welvaart en SDG’s is besloten dezevoortgangsrapportage voortaan in de nationale SDG-rapportage op tenemen. Hiermee onderstreept het kabinet het belang van de samenhangtussen de voortgang op de SDG’s in Nederland en wereldwijd. Het kabinetblijft zich ten slotte inzetten op beleidscoherentie voor ontwikkeling,omdat dit de effectiviteit en efficiëntie van beleid in brede zin bevordert.Tot slotHet kabinet ziet het als zijn verantwoordelijkheid om prioriteiten te stellenom evenwichtig beleid te voeren dat de brede welvaart en duurzameontwikkeling in Nederland bevordert. De Nederlandse samenleving isdaarbij gebaat bij betrouwbare informatievoorziening over de kwaliteitvan leven in Nederland. Het kabinet bedankt het CBS daarom voor hetopstellen van de Monitor Brede Welvaart & Sustainable DevelopmentGoals 2025. Tevens waardeert het kabinet de bijdrage vanuit de decentraleoverheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen, maatschappelijke organi-23Kamerstukken II, 2024–2025, 36 180, nr. 13324Zie HGIS-nota 2025 en begroting Rijksoverheid 2025.25Kamerstukken II, 2024–2025, 36 180, nr. 136Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 417 saties en jongeren aan de Nationale SDG-rapportage. Het kabinet hooptdat de Monitor en de nationale SDG-rapportage van waarde zijn bij hetmaken van beslissingen door uw Kamer.De Minister van Economische Zaken,D.S. BeljaartsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nr. 418
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
f95b6b27-a2af-4b44-b4bd-06578faf3b06
45debatten
1.236bijdragen
9interrupties
185.853woorden in uitspraken
Commissies
Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.
Contact
Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.
Loopbaan
Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.
Opleiding
Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.
Nevenfuncties
Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.
Geschenken en reizen
Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.
Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.
Stemgedrag
Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.
Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.