KamerkringInloggen
Fatihya Abdi

Officieel Kamerprofiel

Fatihya Abdi

PRO →
34debatten
285bijdragen
154interrupties
36.398woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2025-11-12–2026-06-09) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
23 jun 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 731Wijziging van het Wetboek van BurgerlijkeRechtsvordering ter implementatie van Richtlijn(EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bijpublieke participatie betrokken personen tegenkennelijk ongegronde vorderingen of misbruikvan procesrecht («strategische rechtszakentegen publieke participatie»)Nr. 10 AMENDEMENT VAN DE LEDEN SNELLER EN ABDIOntvangen 23 juni 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:In artikel I, onderdeel A, komt het voorgestelde artikel 224a, eerste lid, teluiden:1. In een geding dat aanhangig wordt gemaakt tegen natuurlijkepersonen of rechtspersonen vanwege hun betrokkenheid bij publiekeparticipatie kan de rechter degene die de vordering instelt en degene diezich aan diens zijde voegt, op vordering van de wederpartij verplichtenzekerheid te stellen voor proceskosten, andere kosten en schadever-goeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden.Toelichting De Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatiebetrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruikvan procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»(anti-SLAPP richtlijn) schrijft voor dat rechters in grensoverschrijdendezaken de mogelijkheid moeten krijgen om van eisers zekerheidstelling teverlangen voor proceskosten en schadevergoeding. Zekerheidsstelling iseen cruciale waarborg: het voorkomt dat financieel sterke partijenmisbruik maken van de rechtsgang om kritische stemmen langdurig inprocedures te betrekken. In veel zaken gaat de dreiging al uit van dekosten die zo’n procedure met zich meebrengt.Voorts betreffen verreweg de meeste SLAPP-procedures of dreige-menten die nu al spelen in Nederland, nationale kwesties. Dit is in heelEuropa het geval (volgens data van CASE is slechts 8.5% van de zakengrensoverschrijdend)1. De Europese Commissie en de Raad van Europamoedigen, zoals het kabinet onderschrijft in de memorie van toelichting,lidstaten daarom aan om SLAPP-waarborgen ook op puur nationalecasussen van toepassing te laten zijn. In navolging daarvan hebben onder1Coalition Against SLAPPs in Europe (CASE), 2025 Report «Democracy in the Dock», p. 20, viahttps://www.the-case.eu/wp-content/uploads/2026/01/CASE-2025-Report-layoutted-vf.pdf kst-36731-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 731, nr. 101 andere Frankrijk, België, en Polen in de implementatiewetten gekozenvoor nationale toepassing van SLAPP-waarborgen. Zonder nationaletoepassing dreigen de nieuwe waarborgen niet alleen doel te missen,maar kan er ook een ongelijke rechtspositie ontstaan bij gelijke gevallen(waarbij het enige verschil het grensoverschrijdende karakter is). Dat staatop gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel. Bovendien ontstaat, numeerdere Europese (buur)landen wél voor nationale toepassing kiezen,het risico dat Nederland een extra aantrekkelijke jurisdictie wordt voorpartijen die SLAPP-zaken initiëren. Tot slot duidt recente rechtspraak erniet op dat, zoals het kabinet veronderstelt, het geldende recht ook innationale gevallen tot toepassing van de waarborgen uit de richtlijn kanleiden. Zo stelde de rechter recent in een zaak waarin beroep werd gedaanop richtlijnconforme interpretatie2: De richtlijn is nog niet (voldoende)omgezet in Nederlandse wetgeving en is bovendien alleen van toepassingop burgerlijke of handelszaken met grensoverschrijdende gevolgen. Nietgesteld of gebleken is dat deze zaak grensoverschrijdende gevolgen heeft.Ook blijkt uit recente jurisprudentie3 dat rechters in de richtlijn de lezingvan de regering, uiteengezet in de memorie van toelichting, alsmede dievan de adviescommissie burgerlijk procesrecht, niet delen wat betreft hetal volstaan van het geldend recht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Greenpeacevs. Energy Transfer, uitspraak op datum 03-06-2026. In de uitspraakconcludeert de rechtbank: «de SLAPP Richtlijn in deze zaak geentoepassing kan vinden en ook niet via richtlijnconforme interpretatie eenrol kan spelen, terwijl evenmin kan worden aangenomen dat artikel 17 vande SLAPP Richtlijn al geldend recht is in Nederland». De uitspraak is, alseen van de eerste procedures waarin expliciet een beroep gedaan is opeen artikel uit de richtlijn, een duidelijk signaal dat de lezing dat hetgeldende recht volstaat, niet klopt. Het is, gezien de analoge redeneringmet betrekking tot de andere onderdelen (zoals vroegtijdige afwijzing) uitde memorie van toelichting, aannemelijk dat een vergelijkbare redeneringzal volgen met betrekking tot de andere onderdelen van de richtlijn,hetgeen zorgen oproept over toekomstige procedures en een eventueletoekomstige beoordeling in Luxemburg.Dit amendement neemt het risico op rechtsongelijkheid bij implemen-tatie weg, en verzekert de brede effectiviteit en toepasbaarheid van hetwetsvoorstel. Het «verbod op nationale kop» staat hierbij niet in de wegvoor implementatie voor niet-grensoverschrijdende gevallen, wanneeranders een ongelijke rechtspositie ontstaat voor gelijke gevallen. Met hetamendement zorgen indieners ervoor dat deze gelijke rechtspositieongeacht (niet-)grensoverschrijdend karakter gelijk met de implementatievan richtlijn is geregeld. Dit is in lijn met een eerdere omzetting van eenEuropese richtlijn naar Europees recht, zoals aangehaald in deHandleiding Wetgeving en Europa van het Kenniscentrum voor beleid enregelgeving. De handleiding haalt het voorbeeld van het Europese verbodop tabaksreclame bij evenementen aan: het is in de praktijk lastig om perevenement na te gaan of er sprake is van een evenement met grensover-schrijdend karakter, en daarom voor de goede uitvoering van Europeseregels, niet wenselijk om het bereik van het wetsvoorstel te beperken totgrensoverschrijdende gevallen.SnellerAbdi2Rb. Gelderland 1 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7700.3Rb. Amsterdam 3 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5461.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 731, nr. 102

Bron, video en gesprek →