Politie
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Straatman (CDA): Mevrouw Van der Plas stelt terecht het punt aan de orde dat er veel te weinig aandacht is voor die geprioriteerde aspecten van de opsporing en noemt die Crime Harm Index. De minister heeft inderdaad eerder aangegeven dat die te eendimensionaal is. Ik heb die vragen eerder ook gesteld, maar toen ging ik het rapport nog eens lezen en toen las ik dat bijvoorbeeld gedigitaliseerde criminaliteit en ondermijning heel laag scoren op de Crime Harm Index. Daar schrok ik van, want ik dacht: maar dat zijn nu juist misdrijven die wat mij betreft wel prioriteit zouden moeten hebben. Toen begreep ik die opmerking van de minister dat die te eendimensionaal is ook beter. Hoe ziet mevrouw Van der Plas dat? Is zij het niet met ons eens dat ondermijning en gedigitaliseerde criminaliteit ook wel echt prioriteit zouden moeten hebben?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb nog een vraag aan mevrouw Coenradie. Gisteren nam zij het heel terecht op voor de diender bij het Bollendak. Wat mij zorgen baart, is het volgende. Het Openbaar Ministerie zegt, heel terecht, niet te gaan vervolgen. We spreken allemaal onze steun uit. Tegelijkertijd zien we dat de filmpjes op internet blijven rondgaan. Ik wil graag aan de minister vragen of we niet met een socialmedia-aanpak moeten komen. Moet de politie er bijvoorbeeld niet veel actiever op toezien dat op het moment dat blijkt dat gedrag goed is, we dit soort video's offline halen? Omdat mevrouw Coenradie zich daar zo vaak over uitspreekt, ben ik benieuwd of zij daar ideeën voor heeft. Het is van belang dat we niet alleen steun uitspreken voor de agent bij het Bollendak, maar ook dat de video's zo snel mogelijk van het internet verwijderd worden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik namens het CDA onze steun uitspreken voor al onze agenten, voor de mensen die iedere dag voor onze veiligheid opkomen. Dat krijgt alleen maar meer gewicht na de vreselijke gebeurtenissen in Overasselt. Ik wens de gewonde agenten en hun families heel veel sterkte toe. Juist tegen die achtergrond vind ik het heel zorgwekkend dat agenten niet alleen fysiek, maar ook online steeds vaker onder vuur komen te liggen. De politiechef van Midden-Nederland, mevrouw Hondema, deed deze zomer in de Volkskrant een terechte oproep: ga als samenleving niet af op drie seconden beeld uit een filmpje. Maar wat als dat toch gebeurt? Welke bescherming is er dan voor een agent, ook wanneer achteraf blijkt dat het gebruikte geweld rechtmatig was? Die filmpjes blijven immers zonder context circuleren. Wat ons betreft vraagt dat om een aanvullende socialmedia-aanpak vanuit de politie, om agenten die hierdoor in de knel komen, te ondersteunen en beschermen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Voorzitter. Dan de flexibiliteit van de politieorganisatie. Ik blijf het herhalen: geef binnen de begroting meer ruimte voor maatwerk in de politieformatie, zodat een basiseenheid daadwerkelijk kan inspelen op de criminaliteit die daar, op dat moment, speelt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat een wijkagent op een bepaalde plek plaatsmaakt voor een forensisch expert, omdat daarmee effectievere opsporing mogelijk is. Eerder hebben wij daarover een motie ingediend. Wat is daarvan de stand van zaken? Voorzitter. Flexibiliteit veronderstelt ook transparantie en financiële verantwoording. Die randvoorwaarden zijn niet op orde. Deze zomer was ik op werkbezoek bij de districtsrecherche. Daar zag ik van dichtbij hoeveel goed werk daar wordt verricht, maar ik zag ook hoeveel informatie niet wordt vastgelegd, zoals ook de Algemene Rekenkamer vaststelt, bijvoorbeeld hoeveel uur een bepaalde opsporingshandeling kost of hoelang een onderzoek uiteindelijk duurt. Kennis is de basis van sturing, dus welke concrete stappen zetten de minister en de politieorganisatie op dit gebied? Wanneer zijn de ICT-systemen van de politie zover dat meer inzicht mogelijk is? Kan de minister een tijdlijn geven? Hoe gedetailleerd wordt die informatie straks beschikbaar? Is de minister bereid om in bepaalde basisteams of eenheden nu al meer te sturen op tijd, middelen en mensen? Voorzitter. Dan privacy en veiligheid. Daarin moeten we steeds een balans zoeken, maar ons bekruipt het gevoel dat privacy in Nederland te vaak absoluut wordt beleefd. Daarom is de CDA-fractie positief over de reactie van de minister gisteren op de breed ingediende motie om een wettelijke grondslag te creëren om bewaartermijnen van politiegegevens te verlengen. Want laat duidelijk zijn: de gevolgen van vernietiging van politiegegevens zijn zeer vergaand, niet alleen voor cold cases maar ook voor de aanpak van huiselijk geweld, femicide en georganiseerde criminaliteit. Het is goed dat de minister het zoekproces vervolgt en kijkt naar een gefaseerd plan, want openbareordedata en gegevens rond noodmeldingen zijn immers van een totaal andere orde dan meldingen van huiselijk geweld of tapgegevens uit onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit. Ook gisteren gaf de minister weer aan dat het juridisch ingewikkeld is, omdat niet vaststaat dat algemene politiegegevens cruciaal zijn voor het oplossen van cold cases. Maar past de term "cruciaal" eigenlijk wel bij de praktijk van het opsporingsonderzoek? Want bepaald bewijs is misschien niet de smoking gun, maar wel het laatste puzzelstukje om een zaak rond te krijgen of om vervolgstappen te zetten. Helpt het de minister dan niet om met een ander criterium, met een andere bril, naar dit dossier te kijken, zo vraag ik hem. Dan het TOOI. De kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens leidt nu tot een aangepaste werkwijze bij de politie, terwijl de minister aangeeft nog niet te kunnen overzien wat de gevolgen zijn voor de informatiepositie van politie en gezag. Maar voor het CDA is één ding duidelijk: het TOOI moet effectief blijven. Waarom wordt het wettelijke kader van artikel 3 Politiewet niet op voorhand nu al uitgebreid, zoals dat ook ophanden is voor online informatievergaring? Voorzitter. Tot slot voetbal en veiligheid. Te vaak gaat het mis in onze voetbalstadions. En ja, clubs moeten meer doen om de veiligheid in hun stadions te bewaken, maar kunnen die clubs dat altijd alleen? Nee, is het antwoord van het CDA, want ook uit het rapport over vuurwerk blijkt dat achter de ultra's in de harde kern georganiseerde netwerken schuilgaan. Wat zichtbaar wordt in het stadion kan het topje van de ijsberg zijn van een veel groter crimineel netwerk. En daarbij past wat het CDA betreft niet langer alleen een lokale aanpak. De KNVB vraagt daarom al langer om landelijke opschaling, bijvoorbeeld via een landelijke taskforce voor ondermijnende voetbalcriminaliteit. Het CDA ziet daar de meerwaarde van in. Dus mijn slotvraag is: hoe kijkt de minister hiernaar? Ziet hij ook dat juist zo'n landelijke aanpak uiteindelijk politiecapaciteit bij individuele wedstrijden kan besparen? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dank aan mevrouw Bikker voor deze hele duidelijke vraag. Ik maak me inderdaad veel zorgen over het TOOI-traject. We zien nu dat er een ingewikkeld rapport ligt van de Autoriteit Persoonsgegevens. Die zegt eigenlijk: "Kamer, kies. Wilt u doorgaan met het TOOI, regel dan een wettelijke grondslag. Of wilt u niet doorgaan met het TOOI?" Nou, het antwoord van het CDA is duidelijk: die TOOI-informatie is dermate cruciaal dat we daarmee door moeten gaan. Dat zeggen ook alle burgemeesters: geef ons alsjeblieft die informatie. Dat kan ook heel veel politiecapaciteit besparen. Maar tegelijkertijd zie ik dus nu de reactie van de minister. Die zegt: "We gaan de werkwijze aanpassen en we weten eigenlijk niet helemaal wat dit betekent voor de informatiepositie. We gaan daarna pas verkennen of we met een wettelijk traject moeten komen." We hebben een Wetboek van Strafvordering met inmiddels tien boeken, met volgens mij duizenden artikelen. Tegelijkertijd hebben we voor de handhaving van de openbare orde één artikel. Ik denk dat iedereen kan begrijpen dat dat niet werkt. Daarom mijn oproep aan de minister. Er loopt een traject met het wetsvoorstel over online informatievergaring. Kunnen we niet nu al dat traject in gang zetten zodat we niet over een jaar tot de conclusie komen dat de informatiepositie is verslechterd? Want dat zou ik echt koste wat kost willen voorkomen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Ik heb één vraag aan de heer El Abassi. Ik deel zijn zorgen over de wettelijke grondslag van het TOOI, maar ik deel denk ik niet — maar ik hoop daar meer duidelijkheid over te krijgen — zijn mening over de noodzaak van het TOOI. Ik denk dat alle burgemeesters in Nederland zeggen dat de TOOI-informatie cruciaal is om de openbare orde te handhaven. De brief van de burgemeesters zegt letterlijk: "Voor burgemeesters kan TOOI-informatie het verschil maken tussen grootschalige rellen, met alle gevolgen voor mensen, en een rustig verlopen demonstratie." We spreken hier denk ik met z'n allen de zorg uit …
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): … over de capaciteit van de politie. Onderkent de heer El Abassi wel dat het TOOI cruciaal is om onze straten, betogingen en evenementen veilig te houden?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): De minister sprak hele terechte woorden over de situatie in Bollendak. Ik probeerde dat punt net ook te maken: hoe kunnen we agenten beter beschermen? De minister zei ook dat er nog nazorg zal moeten plaatsvinden. Onderdeel van die nazorg zal ook het volgende zijn. We moeten die onlinefilmpjes, zeker als blijkt dat er gewoon rechtmatig is gehandeld, van het internet af krijgen. Ik ben niet naïef: ik weet ook dat dat ontzettend ingewikkeld is. Welke rol ziet de minister voor de politieorganisatie? Kan die filmpjes van context voorzien of actief bij platforms verzoeken om deze filmpjes offline te houden? Anders blijft het gesprek continu op gang en wordt het in een verkeerde context behandeld.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dank aan de minister voor dit antwoord. In aanloop naar het WGO Politie zou ik wel graag nog een iets concreter antwoord willen op de vraag welke informatie uit die VCM-systemen komt. In het rapport van de Algemene Rekenkamer staat dat we van de 11.500 opsporingsonderzoeken eigenlijk praktisch niets hebben. Welke gedetailleerde informatie is straks wel beschikbaar? Is die dan per direct beschikbaar of wordt dit gefaseerd ingevoerd? Zou de minister willen toezeggen dat hij daar voor dat debat in een separate brief wat uitgebreider op ingaat?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Straatman (CDA): Dank aan de minister, want ik zie wel dat hij echt het maximale doet om dit op te lossen en creatief zoekt naar wettelijke grondslagen en juridische constructies die werken. Om het goed te begrijpen stel ik twee heel concrete vragen. Ik begrijp goed dat het proportioneel moet zijn, maar is al juridisch uitgezocht in hoeverre het proportioneel is om die hooiberg aan informatie op te splitsen? In die hooiberg zitten natuurlijk noodmeldingen en informatie over openbare orde, maar die zijn van een heel andere orde dan meldingen in het kader van huiselijk geweld of georganiseerde misdaad. In hoeverre is die juridische analyse al gedaan? Of valt dat onder het kader van de sorteringsplannen die de politie nu maakt? Mijn tweede vraag. In de brief lees ik de koppeling met de vraag of de informatie "cruciaal" is voor bijvoorbeeld een coldcaseonderzoek, maar het is natuurlijk altijd heel erg lastig om te bepalen of die cruciaal is als het gewoon een vervolgstap is naar een eindtraject. Zou de minister op die twee juridische punten nog kunnen ingaan? In hoeverre bieden die nog aanknopingspunten voor verdere creatieve zoektochten?
Bron, video en gesprek →