KamerkringInloggen
Tijs Tijs van den Brink

Officieel Kamerprofiel

Tijs Tijs van den Brink

CDA →
49debatten
362bijdragen
144interrupties
45.152woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
10 sep 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik zit een beetje te zoeken op wie u nu precies doelt. Blijft de vrijheid van godsdienst overeind? Blijven alle godsdiensten wat u betreft gelijk behandeld worden?

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Maar dan nogmaals mijn vraag. Op welke manifestaties ... Op wie richt u zich dan?

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Dank u wel, voorzitter. Het demonstratierecht is een van de pijlers van onze rechtsstaat. Het is een van de basisvoorwaarden voor een vrije, democratische samenleving, maar net als alle grondrechten is het niet onbegrensd. Grondrechten kunnen worden misbruikt en dan worden ze kwetsbaar. Daarom hebben we het vandaag over de grenzen van het demonstratierecht. Waar stopt het? Uiteraard als de grens van geweld en vernieling wordt overschreden, maar wat het CDA betreft ook als een niet-toegestane demonstratie toch plaatsvindt. Burgemeesters in dit land doen vaak hun uiterste best om demonstraties door te laten gaan. Als ze dan toch tot een verbod komen, doen ze dat niet zonder reden en dat dient gerespecteerd te worden. Voorzitter. Wat het CDA betreft zitten er fatsoensgrenzen — zo noem ik dat vandaag maar even — aan het demonstratierecht. Wees niet bang, wij gaan niet uitmaken wat fatsoenlijk is. Dat is aan burgemeesters. Wij vinden het bijvoorbeeld onfatsoenlijk om op 4 mei tijdens de Dodenherdenking te demonstreren. Een ander voorbeeld: een Gazademonstratie tijdens de opening van het Holocaustmuseum getuigt ook niet van veel invoelendheid. Als zo'n demonstratie op dat moment binnen gehoorafstand moet plaatsvinden, wordt dat des te pijnlijker. Aan de minister van Justitie stel ik de vraag of een burgemeester op zo'n pijnlijk moment echt niets anders kan doen dan de demonstratie door te laten gaan. Is er in zo'n geval ruimte om de demonstratie bijvoorbeeld te verplaatsen? Behalve ongepaste momenten om te demonstreren zijn er ook plekken waar dat niet mag, bijvoorbeeld op de snelweg of op het spoor. Voor het CDA maakt het niet uit of dat Extinction Rebellion is of een boerenprotest. Demonstreer niet op de snelweg, daar is het gevaarlijk. Er wordt gewerkt aan een aparte strafbaarstelling hiervoor. Hoe staat het hiermee en wat verwacht de regering daarvan? Wat het CDA betreft valt er ook nog winst te behalen met nieuwe technologie. Als verwacht wordt dat een demonstratie uit de hand loopt, kunnen mobiele camera's met gezichtsherkenning ingezet worden. Demonstraties die uit de hand lopen, escaleren vaak door notoire relschoppers die al bekend zijn bij de politie. Mijn vraag daarover is: maakt de politie hier inmiddels gebruik van bij ordeverstorende acties? Is de politie inmiddels gestart met de pilot om kleurstoffen, in België ook wel "smurfenverf" genoemd, toe te voegen aan de waterwerper? Zoals u weet, ziet het CDA ook kansen in het civielrechtelijk aansprakelijk stellen van relschoppers. Bij civielrechtelijke afhandeling kan bijvoorbeeld gewerkt worden met groepsaansprakelijkheid, zodat de camerabeelden genoeg zijn om aanwezige relschoppers te beboeten en de schade op hen te verhalen. Op dit moment is het mogelijk, maar er wordt niet veel gebruik van gemaakt. Mijn vraag aan de minister is: hoe verklaart u dat er zo weinig gebruik van wordt gemaakt? Dat gebrek aan urgentie zie ik ook terug in het feit dat mijn CDA-voorganger, meneer Boswijk, in november 2020 een motie heeft ingediend over het makkelijk maken van het civielrechtelijk aansprakelijk stellen van relschoppers. In de reactie op de motie lees ik "dat dit voor zover dit het inventariseren van knelpunten bij registratie en gegevensdeling betreft, betrokken wordt bij de kabinetsreactie op het WODC-rapport". Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en ik zie de gegevensdeling niet terug in de kabinetsreactie en ik mis ook aandacht voor civielrechtelijke afhandeling. Dat is teleurstellend. Ik zou graag van de ministers een toezegging krijgen dat er alsnog een brief komt waarin uitgebreid ingegaan wordt op de knelpunten bij registratie en gegevensdeling van relschoppers, en daarnaast een brief met maatregelen om civielrechtelijke afhandeling van de schade te stimuleren. Ik ben ook benieuwd naar de uitwerking van de in de kabinetsbrief genoemde gedachte om een noodbevoegdheid voor de burgemeesters in het leven te roepen. Wat levert die bevoegdheid concreet op wat nu nog niet kan? Een ander prangender probleem is het capaciteitsprobleem bij demonstraties. Er is vaak geen capaciteit om demonstranten die de wet overtreden individueel te identificeren en te beboeten. Demonstranten kunnen hun gang gaan op de A12 omdat er simpelweg niet genoeg capaciteit beschikbaar is om ze daar weg te halen. Demonstranten die te ver gaan, die de wet overtreden, die bij verboden demonstraties aanwezig zijn, moeten we niet vrijuit laten gaan. Het CDA vindt dat problematisch. In het coalitieakkoord wordt 600 miljoen vrijgemaakt voor veiligheid, waaronder een groot deel voor de politie. Is de minister van Justitie en Veiligheid van plan om dit geld ook te gebruiken om juist dit capaciteitsprobleem op te pakken? Tot slot, voorzitter. Het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Mijn fractie heeft in het verleden moties gesteund die de regering opriepen om te komen tot een verbod op gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties. Het debat daarover is stevig, valt mij op. Nu is gezichtsbedekking toegestaan, tenzij de burgemeester dat verbiedt. We hebben de afgelopen tijd diverse demonstraties gezien waarbij gezichtsbedekking werd gebruikt om te rellen, om te voorkomen dat men werd opgepakt. Mijn fractie zou daarom graag zien dat gezichtsbedekking in principe niet is toegestaan. Demonstreren is een vorm van communicatie en bij communicatie is het goed en prettig om elkaar te zien. Er kunnen natuurlijk redenen zijn om daarvan af te wijken, bijvoorbeeld veiligheid, als je demonstreert voor een ambassade van een onvrij land. Wat mij betreft mag een burgemeester daar dan ook redelijk ruimhartig mee omgaan. Wat het CDA betreft is de norm: wij kijken elkaar aan, ook tijdens demonstraties. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik vond het juist wel verfrissend dat het kabinet zei: we gaan het gesprek met de Kamer hierover aan. We zitten met een minderheidscoalitie. Er moet gezocht worden naar meerderheden. Dus als het kabinet dan een keer zegt "jongens, we openen het gesprek en laten we dat met elkaar voeren" dan vind ik dat helemaal niet zo gek. Vandaag is volgens mij het moment om ons uit te spreken en dat doe ik dan ook. In antwoord op de tweede vraag van mevrouw Bikker: ik denk dat het allebei kan. Ik denk dat burgemeesters en ook het OM en rechters soms explicieter kunnen zijn. Daar is het gesprek over gevoerd, heeft het kabinet in allerlei brieven laten weten. Dat lijkt me een gezonde ontwikkeling. Daarnaast is het aan ons om af en toe te zeggen: nou, misschien moet hier een tandje bij of een tandje minder. Dat is wat we vandaag doen.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik denk dat mijn vraag over de civielrechtelijke aansprakelijkheid, de knelpuntenregistratie en de gegevensdeling van relschoppers niet is beantwoord, of zit die bij de brief die u net beloofde? Oké, dan is het goed.

Bron, video en gesprek →