KamerkringInloggen
Tijs Tijs van den Brink

Officieel Kamerprofiel

Tijs Tijs van den Brink

CDA →
49debatten
362bijdragen
144interrupties
45.152woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
10 jun 2026 · Kamerstuk

Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje (36863)

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Dank u wel, voorzitter. De CDA-fractie onderschrijft het doel van dit wetsvoorstel: het stemproces toegankelijker maken, ook voor mensen met een beperking. Iedereen moet in staat zijn zijn of haar stem uit te brengen. Dit wetsvoorstel sluit aan bij de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Daar is het CDA blij mee. Er mag ook gezegd worden dat het goed is dat daar een wetsvoorstel voor is gemaakt, want het wil nog niet zo vlotten met de uitvoering van dat verdrag. Voorzitter. Ons verkiezingsproces is op vertrouwen gestoeld. In het wetsvoorstel is ervoor gekozen om het voor iedereen mogelijk te maken bijstand van een stembureaulid in het stemhokje te vragen. Dit gaat uit van vertrouwen in de stembureauleden. Wat het CDA betreft mogen we dat ook hebben, maar mijn fractie ziet bij dit wetsvoorstel ook een dilemma. De bijstand in het stemhokje schuurt namelijk met het stemgeheim. In de toelichting bij dit wetsvoorstel heeft de regering deze spanning tussen het stemgeheim en de bijstand in het stemhokje goed beschreven, maar voor het CDA zijn daarmee de zorgen niet weggenomen. Wij denken dat het beter kan en daarom hebben wij twee amendementen ingediend. Ik begin met de voornaamste bezwaren. Eerst het risico op oneigenlijke beïnvloeding. In de memorie van toelichting lezen we dat een kiezer ondubbelzinnig duidelijk moet maken wie zijn of haar stemvoorkeur heeft. Hoe dit in zijn werk zou moeten gaan, is mijn fractie niet helemaal duidelijk. We lezen dat "het essentieel is dat de kiezer ondubbelzinnig duidelijk kan maken hoe hij van zijn kiesrecht gebruik wil maken. Dit doet de kiezer door de naam van de partij en de kandidaat duidelijk tot uitdrukking te brengen of door duidelijk te maken dat hij een blanco stem wil uitbrengen; bijvoorbeeld mondeling, door dit op te schrijven, in gebarentaal of door de foto en de kandidaat aan te wijzen, zoals op het stembiljet, op een foto, een folder of in de krant." Voorzitter. Dit wetsvoorstel maakt het dus mogelijk dat iedere kiezer, met of zonder beperking, met een briefje met daarop de stemvoorkeur het stembureau kan inlopen en aan een stembureaulid kan vragen om te helpen daar een stem op uit te brengen. Dat vinden we spannend. Is het stemgeheim daarmee wel genoeg beschermd? Als je kwaad wil, kan je dus iemand een briefje meegeven en tegen hem of haar zeggen dat hij dat briefje moet overhandigen aan een stembureaulid. Dat lijkt ons niet de bedoeling. Stel dat er iemand staat te kijken of de persoon met een briefje met een naam erop dat wel echt overhandigt aan dat stembureaulid. Dat lijkt ons een vorm van stemdrang die we niet moeten willen. Tot nu toe bestaat in het stemhokje altijd het echte stemgeheim. Niemand ziet daar hoe jij je stembiljet invult. Die waarborg valt weg als kiezers een briefje zouden overhandigen met daarop de naam van de persoon waarop wordt gestemd. Wij maken ons hier zorgen over; vandaar dat wij een amendement hebben ingediend om dit onmogelijk te maken. Wat we met het amendement regelen, is dat een kiezer die gebruikmaakt van de mogelijkheid tot bijstand in het stemhokje op drie manieren kan aangeven hoe hij of zij wil stemmen: door het in het stemhokje mondeling aan het stembureaulid te zeggen, door het in het stemhokje op te schrijven of door het in het stemhokje aan te wijzen op het stembiljet. Op deze manier valt buiten het stemhokje niet meer te controleren of de stem wordt uitgebracht zoals was afgesproken. Ik ben benieuwd naar de appreciatie van de minister. Voorzitter. Ik heb nog een andere vraag. Deze wet maakt het dus mogelijk dat een kiezer die gebruikmaakt van bijstand in het stemhokje ter plekke opschrijft wat zijn of haar stemvoorkeur is. Met het oog op het stemgeheim is het belangrijk dat er duidelijkheid is over wat er met dat briefje gebeurt. In ons amendement stellen we daarover nadere regels voor, namelijk dat wordt aangesloten bij het bestaande proces van een teruggegeven stembiljet. Mijn vraag aan de minister hierover is wat er met het briefje dient te gebeuren zodra de kiezer het stembureau verlaat. Hoe is dat in de voorgestelde wet geregeld? Deze vraag stel ik wederom met het oog op het stemgeheim. Graag een reactie van de minister. Een ander element in het wetsvoorstel bepaalt dat een kiezer zelf een lid van het stembureau mag uitkiezen dat hem of haar helpt. Ook dat vinden we spannend. Het opent de mogelijkheid om op zondag na de kerkdienst of op vrijdag na de bijeenkomst in de moskee tegen de bezoekers van die diensten of op zaterdagmiddag na afloop van de voetbal te zeggen: in het stembureau zit Wim of Achmed of Janneke, vraag maar of hij of zij je wil helpen bij het stemmen. Ook dat moeten we niet willen, naar onze mening. Daarom hebben we een amendement gemaakt om de mogelijkheid te schrappen om zelf een stembureaulid te vragen om te helpen. We zijn benieuwd wat de minister daarvan vindt.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): We zijn begonnen met het wetsvoorstel zoals dat er lag. Dat vonden we echt te ruim geformuleerd, dus dat moet je smaller maken. Daarna hebben we nagedacht hoe je dat op een goede manier doet. Dat is door de mogelijkheden te omschrijven zoals het in een stemhokje zou kunnen. Van mij mag je ook fluisteren als dat veiliger voelt. Dat vind ik prima. Dat is nog steeds mondeling en dan past het nog steeds binnen het voorstel zoals wij het hebben geformuleerd. Mij lijkt dat stembureauleden wel altijd naar bevind van zaken moeten handelen. Tegelijkertijd moet het wel zo zijn dat degene die wil kiezen, volgens de wet echt tot uitdrukking brengt op wie hij of zij wil stemmen.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Volgens mij gaat het om een balans. Wij vinden dat in het wetsvoorstel zoals dat er ligt, die balans te veel doorslaat naar alleen maar helpen, zonder dat dat goed is omschreven. Daarom hebben we een poging gewaagd om het wel goed te omschrijven. Wij denken dat je met deze voorwaarden, dus mondeling, opschrijven in het stemhokje of aanwijzen op het stembiljet, wel heel veel kan ondervangen.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik deel die zorgen ook wel. Ik heb Kamervragen gesteld aan de minister naar aanleiding van de gebeurtenissen in Gorinchem. Dat vond ik op zich een adequate beantwoording. Tegelijkertijd moeten we de verkiezingen van — wat was het? — dit voorjaar nog evalueren. Dat gaan we in september doen. Dat leek mij dus eigenlijk het geëigende moment om het daar goed over te hebben. Ik heb daar nu geen afgewogen oordeel over.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik heb net gezegd dat wij de stembureauleden in principe vertrouwen. Daar moeten we van uitgaan, want daar moeten we het mee doen in het stemlokaal. Dat geldt zeker voor de voorzitter, die daar nog een extra verantwoordelijkheid in heeft. Wij vertrouwen erop dat hij op dat moment in wijsheid beslist wie dat moet doen, om te voorkomen dat je daar onwenselijke situaties in krijgt. Ik gaf de voorbeelden al.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Volgens mij staat het nu zo in het wetsvoorstel dat als je binnenkomt, zelf zou mogen kiezen welk lid van het stembureau jij zou willen dat jou helpt. Daarvan denken wij dat dat kwetsbaar is. Door het bij de voorzitter neer te leggen, proberen we die kwetsbaarheid dicht te regelen.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Dank u wel. Ik ga verder met het onderwerp van de stemvoorkeur kenbaar maken. Uit het wetsvoorstel maken wij op dat wanneer een kiezer alleen duidelijk kan maken of hij of zij op een partij wil stemmen, dat niet voldoende is. In Nederland stemmen we immers op een kandidaat. Dat moet een stembureaulid in een dergelijk geval dus uitleggen. Wanneer een kiezer toch alleen een partij kan noemen, moet het stembureaulid de hulpverlening stopzetten. Het is maar de vraag of ze dat gaan doen als een kiezer duidelijk weet op welke partij hij of zij wil stemmen. Is dit niet een recept voor discussie met de kiezer, vraag ik aan de minister. Herkent de minister deze inschatting en heeft hij daar een oplossing voor? Ik heb nog een praktische vraag over het beëindigen van bijstand als een kiezer zijn of haar wil niet ondubbelzinnig duidelijk kan maken. Op het moment dat bijstand wordt stopgezet, kan de kiezer desgewenst de stempas terugkrijgen, zodat de kiezer op een later moment een nieuwe poging kan wagen of iemand anders kan machtigen. Voor iemand die al moeite heeft met het stemproces, kan het beëindigen van bijstand een grote drempel zijn om later terug te komen. Ik zou daarom aan de minister willen vragen of hij zou kunnen reflecteren op wat het voor een persoon met bijvoorbeeld een licht verstandelijke beperking betekent om onverrichterzake naar huis te gaan. Dan nog een aantal vragen over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Wij lezen dat de regering geen problemen in de uitvoering verwacht. Ik heb er vertrouwen in dat dat uiteindelijk gaat werken, maar gaat dat al werken richting de waterschaps- en Statenverkiezingen van volgend jaar? Wat verwacht de minister dat er nog moet gebeuren om het teruggeven van de stempas mogelijk te maken? Er zijn gemeenten die werken met apps waarmee stempassen gescand worden. Kunnen die op tijd zijn aangepast voor de Statenverkiezingen van volgend jaar? Stembureauleden zullen ook getraind moeten worden om bijstand te verlenen. Dat is geen sinecure. Verwacht de regering dat daar genoeg tijd voor is? Dan nog een paar vragen over de bekendheid met de mogelijkheid tot bijstand. Hoe verwacht de regering dat kiezers kennis krijgen van het bestaan van deze mogelijkheid? Wordt hierover gecommuniceerd bij het opsturen van de stempas? Welke plannen heeft de regering hiervoor? Het proces wordt immers niet toegankelijker als kiezers niet van de mogelijkheid afweten. Daarnaast zou de CDA-fractie willen weten of het de bedoeling is dat stembureauleden in het geval dat ze vermoeden dat een kiezer bijstand zou willen hebben, die actief mogen aanbieden. Of mag dat niet? Dat is ons nog onduidelijk. Ook hier de vraag: kan het allemaal voor volgend jaar geregeld zijn? Voorzitter. Tot slot heb ik nog een vraag over de evaluatie van het wetsvoorstel. De regering voert na elke verkiezing een evaluatie uit. Dat is staand beleid. Onze vraag hierbij is of de regering al weet welke gegevens zij in deze evaluatie bij zou willen houden over de effecten van dit wetsvoorstel. Afrondend. Het CDA steunt het streven om het verkiezingsproces toegankelijker en inclusiever te maken. We hebben tegelijkertijd wel zorgen over met name de waarborgen rond het stemgeheim. Daarover hebben we twee amendementen ingediend. We hopen dat die op steun kunnen rekenen van een meerderheid van de collega's. Voorzitter. Het is een groot goed dat we in Nederland vrije verkiezingen hebben. Het zou fantastisch zijn wanneer als gevolg van deze wet meer mensen hun democratisch recht kunnen uitoefenen. Tegelijkertijd moeten we de verkiezingen beschermen. We denken dat beide kunnen. Ik dank u wel.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik snap uw zorg daarover. Ik denk dat een goed toegerust stembureaulid dat in principe zou moeten kunnen. Het voorstel in deze wet is wel om het helemaal open te gooien en dus moet je het strak regelen, denk ik. In uw voorstel loop je het risico dat straks iedereen hulp kan krijgen van iemand die hij of zij kent of aardig vindt. Dat vind ik spannender dan dit, eerlijk gezegd.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Spreekbeurt

De heer Tijs van den Brink (CDA): Dat heb ik gehoord. Ik heb de redenering van het kabinet daarover gelezen. Die vond ik vrij overtuigend. Maar ik heb uw vragen gehoord, dus we gaan afwachten hoe het kabinet daarop reageert.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik heb een verduidelijkende vraag. U zegt: in principe willen wij dat ook mensen die een lichamelijke beperking hebben zich in eerste instantie richten tot iemand van het stembureau. Begrijp ik dat goed? Moeten zij zich als dat dan niet lukt alsnog laten helpen door iemand die ze kennen?

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Mijn vraag is of u het wetsvoorstel zou willen aanpassen op dat punt. Zou u willen vastleggen dat in principe eerst iemand van het stembureau moet helpen en pas als dat niet lukt iemand die men kent?

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik zie dat meneer Bosma aan het afronden is.

Bron, video en gesprek →
10 jun 2026 · Interruptie

De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik ben heel benieuwd of u inderdaad het voorstel van het kabinet steunt zoals het er nu ligt.

Bron, video en gesprek →