de staat van de rechtsstaat
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Tijs van den Brink (CDA): Dank u wel, meneer de voorzitter. Tijdens mijn maidenspeech, alweer een klein halfjaar geleden, heb ik hier de lof gezongen van de Grondwet, onze vrijheden en onze rechtsstaat. Het is fantastisch om in een land te leven met de vrijheden en rechten die wij kennen. Wat ons christendemocraten betreft is die vrijheid er vooral om verantwoordelijkheid te nemen voor anderen en voor de samenleving als geheel. Vandaag bespreken we de vraag: hoe staat het ervoor met de rechtsstaat? Tijdens het schrijven van mijn inbreng kwam ik tot de conclusie dat ik er weer niet aan ontkom: dit wordt een genuanceerde inbreng. Dat is communicatief en voor de filmpjes misschien niet zo slim, want zowel bagatelliseren als moord en brand schreeuwen levert meer aandacht op, maar de waarheid ligt waarschijnlijk ook vandaag ergens in het midden. Mijn partijgenoot Ernst Hirsch Ballin schrijft dat de rechtsstaat naast formele kenmerken, zoals de rule of law, de scheiding der machten en onafhankelijke rechtspraak, vooral de vertrouwensbasis van het samenleven moet garanderen en dat juist de rechten van de mens tot die kern behoren. Die vertrouwensbasis is, afhankelijk van hoe je meet, broos. Werkt de rechtsstaat ook voor mij? Houdt die stand als die van binnen of van buiten wordt aangevallen? Dat zijn spannende vragen. Daarom hebben we samen met D66 en VVD in het coalitieakkoord afgesproken om de rechtsstaat weerbaarder te maken, door de onafhankelijkheid van instituties te versterken, gehoor te geven aan vernieuwingsvoorstellen van de commissie-Remkes en het democratisch ethos te versterken. Het is goed dat we daar werk van maken. Voorzitter. Toch gaat onze rechtsstaat hier bijna wekelijks kopje-onder, als we bepaalde stemmen mogen geloven. Er wordt soms wel heel snel geroepen dat onze rechtsstaat ernstig bedreigd wordt door politieke voorstellen, bijvoorbeeld bij voorstellen om het demonstratierecht aan te passen of om Ye West te weren. Als dan meteen wordt geroepen dat de rechtsstaat wordt bedreigd, denk ik: doe eens rustig. Ik krijg daar een "the boy who cried wolf"-gevoel van. Je zou het "rechtsstaatbedreigingsinflatie" kunnen noemen. Als je bij ieder ophefje het woord "rechtsstaat" gebruikt, verliest het zijn waarde. Als je het dan roept bij een echt problematisch voorstel, hoort men het niet meer. Legitieme politieke wensen zullen soms schuren met de rechtsstaat. Ik zei het al: we spreken dit najaar over het aanpassen van het demonstratierecht om relschoppers aan te pakken. Wat mij betreft kun je daar prima over debatteren zonder meteen te doen alsof de rechtsstaat wankelt. Daarbij heb ik een vraag aan de minister. Wil hij reflecteren op welke ruimte de politiek volgens hem heeft om voorstellen te doen die afwijken van de huidige staat van de rechtsstaat? Herkent hij het beeld van rechtsstaatbedreigingsinflatie? Voorzitter. Dan het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland 2026 van vorige maand.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Het is niet mijn bedoeling om daar een karikatuur van te maken. We hebben een aantal hoorzittingen gehad met elkaar. Daarin werd regelmatig gezegd dat het heel gevaarlijk is voor de rechtsstaat als je bijvoorbeeld het demonstratierecht ter discussie stelt. Ik snap dat het problematisch is als je dat helemaal ter discussie stelt, maar als je daar een beetje een andere balans in zoekt, is dat wat mij betreft niet meteen problematisch. Ik vind het ook de taak van de politiek om het gesprek met elkaar te voeren over die balans en waar de grenzen precies liggen.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Zeker.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Dat is allerminst de bedoeling, noch om er een show van te maken, noch om er een karikatuur van te maken. Volgens mij ben ik begonnen door de lof te zingen van de Grondwet, onze vrijheden en onze rechtsstaat. Dat zal ik blijven doen. Tegelijkertijd vind ik wel dat we met elkaar het politieke debat moeten voeren over hoe die vrijheden precies uitwerken. Als je daar een beetje in verschuift, zou ik denken dat je daar niet meteen moord en brand over hoeft te roepen.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Eerlijk gezegd kan ik mij daar wel wat bij voorstellen. Ik geloof dat ook meneer Ellian daar net iets over zei. Ik lees zo'n rapport altijd met belangstelling. Er staan goede dingen in. Er staan ook minder goede dingen in wat mij betreft. Het is niet het laatste woord. Je zou zeggen dat het een onderdeel is van de tegenmacht. Het is heel goed als we dat tot ons nemen, maar dat wil niet zeggen dat al die rode kaarten ook meteen tot onrechtsstatelijke toestanden leiden wat mij betreft.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Laat ik beginnen met wat u zei over Kanye West. U bent er kennelijk geweest.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Sorry. Meneer Van Meijeren is er kennelijk geweest. Ik niet. Ik had er ook niet willen zijn. De antisemitische uitspraken die hij in het verleden heeft gedaan, zijn wat mij betreft walgelijk. Ik vind het heel zorgelijk dat zo iemand zo'n podium krijgt. Maar goed, de rechtsstaat heeft daar zijn werk gedaan. Dit mag volgens onze wet, dus is het gegaan zoals het gegaan is. Dan uw vraag over vertrouwen en wantrouwen. Ik begrijp 'm niet helemaal, geloof ik. In een rechtsstaat mag wantrouwen bestaan. Natuurlijk. U heeft het recht om de AIVD te wantrouwen, om mij te wantrouwen of andere democratische instituties te wantrouwen. Maar dat wil niet zeggen dat we het heel lang volhouden met elkaar als we elkaar voortdurend alleen maar wantrouwen. Ik denk dat een samenleving gedijt als mensen samenwerken, vertrouwen in elkaar hebben, samen stappen zetten en samen de rechtsstaat proberen te beschermen.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): We wisten inderdaad niet van tevoren wat Kanye West ging zeggen en ging zingen tijdens zijn concert. We weten wel wat hij in het verleden heeft gezegd en heeft gezongen. Daar werd ik onpasselijk van, om heel eerlijk te zijn. Ik ga die woorden hier ook niet herhalen. Dat daarover. Ten tweede: ja, u mag wantrouwend zijn en u mag alle vragen stellen die u wilt. De vraag is of je daar uiteindelijk de samenleving mee opbouwt. Wat ik zei, was: ik denk dat wij als samenleving wel degelijk behoefte hebben aan mensen die elkaar een beetje kunnen vertrouwen, die elkaar aankijken en denken: met jou kan ik het leven door op een of andere manier. Met voortdurend alleen maar twijfel zaaien, over de geheime diensten, over de regering, over allerlei instituties, sloop je volgens mij veel meer dan je ermee in stand houdt. Tegelijkertijd heeft u het volste recht om alle vragen die u wilt stellen, hier ook te stellen. Daar moeten we ook aan vasthouden. Ik kies ervoor om instituties te vertrouwen totdat het tegendeel blijkt.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik weet niet precies op welke stemmingen u doelt met uw uitspraak dat wij de vrijheid van meningsuiting hebben stilgelegd. Doelt u op Kanye West? O, ik mag geen vraag stellen, hè?
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Het blijft even wennen voor mij.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Mag ik nog één zin zeggen in antwoord op de interruptie?
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Ja, dat is mij bekend. De uitlatingen van meneer West zijn volgens mij van een volstrekt andere orde dan de uitlatingen die wij elkaar hier in dit huis met enige regelmaat toevoegen.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland 2026 van vorige maand liegt er niet om. Het schetst de dreiging van georganiseerde criminaliteit voor de rechtsstaat. Die ondermijnt als sluipmoordenaar onze rechtsstaat. Steeds vaker zien we de onderwereld zichtbaar in de bovenwereld: bedreigde bestuurders, liquidaties van advocaten en recent explosies in wijken. Het dreigingsbeeld beschrijft dat georganiseerde criminaliteit door structurele manipulatie de nationale veiligheid aantast. Het kabinet neemt de Italiaanse antimaffia-aanpak als voorbeeld. Dat is broodnodig, maar ook de samenleving kan bijdragen — over democratisch ethos gesproken — bijvoorbeeld door drugsgebruik te ontmoedigen: je weet niet half wat voor schade je aanricht. De vraag houdt criminaliteit in stand. Een lijntje snuiven tijdens het stappen of een pilletje slikken op een festival is niet onschuldig. Graag een reflectie van de minister daarop. Een andere zorg is de normalisatie van intimidatie. Daarbij gaat het niet alleen om fysiek geweld, maar ook om het thuis opzoeken van bestuurders, livestreams bij woningen, het verspreiden van namen en rugnummers en onlinehaatcampagnes. Zulke praktijken jagen angst aan en beïnvloeden het politieke debat. Dat raakt niet alleen de betrokkenen, maar ondermijnt ook de rechtsstaat zelf. Hoe wil de minister dit effectiever tegengaan? Voorzitter. Ik sluit af. De rechtsstaat is van ons allemaal en die moeten we samen in stand houden. We moeten niet te panisch zijn — rechtsstaatbedreigingsinflatie — maar ook niet laks. De rechtsstaat vergt onderhoud en dat is wat we hier voortdurend doen: bijsturen waar nodig en beschermen waar we bedreigd worden. Ik dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik ben het helemaal met meneer Sneller eens dat het goed is om allerlei regels waar organisaties en verenigingen aan moeten voldoen, bijvoorbeeld als ze een bankrekening willen afsluiten en meer van dat soort dingen … Dat is een enorm woud geworden. Wat mij betreft mag daar fors in gekapt worden, zodat het veel minder ingewikkeld wordt gemaakt om daaraan te voldoen. Het CDA staat inderdaad pal voor het maatschappelijk middenveld. Dat is superbelangrijk. We moeten alles doen om dat in stand te houden.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Heel veel.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Hier wreekt zich dat ik woordvoerder Binnenlandse Zaken ben en niet voor Justitie. Mijn collega Straatman voert hierover het woord. Dus ik moet helaas het antwoord schuldig blijven.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Ja, ik kan herhalen …
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Dat voelt ongemakkelijk en ik denk dat het niet zo zou moeten zijn, maar ik weet niet precies in welk rechtsveld ik me dan begeef. Dus meer dan dit kan ik er niet van maken op dit moment. Excuus.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Dat is een goede vraag. Ik heb het regeerakkoord niet gegoogeld op het woord kerk. Wij staan voor het maatschappelijk middenveld. U heeft volledig gelijk: kerken, verenigingen en voetbalclubs horen daar allemaal bij. Die zijn ontzettend belangrijk voor de cohesie in de samenleving. Dus het had er prima in gekund.
Bron, video en gesprek →De heer Tijs van den Brink (CDA): Ik kan het alleen maar ontzettend met meneer Flach eens zijn.
Bron, video en gesprek →