Leefomgeving en externe veiligheid (CD d.d. 30/09)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Thierry Aartsen
Partijen door de tijd: VVD (2025-11-12–2026-02-22) · VVD (2018-09-13–2025-06-18) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Aartsen: Dank, voorzitter. Dank aan bekende gezichten en nieuwe gezichten in deze Kamer. We hebben het commissiedebat met de oude Kamer gevoerd. Leuk om hier iedereen te zien vandaag. Ik begin even met vragen, voorzitter, met uw goedkeuren. Er waren vragen van de heer Schutz over de staalslakkenproblematiek. Een drietal punten. Ik heb de toezegging gedaan dat er een totaalbrief over staalslakken zou komen voor het einde van het jaar. Voordat de heer Schutz en ik vanmorgen met elkaar in debat gingen in het commissiedebat Spoor, heb ik de postzegel op die brief geplakt. Toen is die in elk geval door ons verzonden. Dan duurt het meestal nog even voordat die hier daadwerkelijk door alle systemen is, maar die is dus verstuurd. Ik denk dat die ergens vandaag is aangekomen en anders krijgt u die vanavond of morgenochtend in de bus. Hij is in elk geval vanmorgen om 10.00 uur verstuurd. Ik zal er wel even op ingaan, want dat vind ik wel zo netjes. Ik heb zelf ook aan die kant mogen staan en niks is vervelender dan dat er een paar uur voor het debat nog een brief komt. De situatie in Spijk. Ik heb een aantal keer bestuurlijk overleg gehad met de provincie, de gemeente en het waterschap. We hebben ook een paar weken geleden nog een-op-een gesproken met de burgemeester over de situatie. Inmiddels verlenen wij ambtelijke ondersteuning in de situatie in Spijk. Het is een kleine gemeente en het gaat om 650.000 kilo staalslakken. Dat zijn 13.000 vrachtwagens, om er even een beeld bij te krijgen. Wij hebben gezegd dat het belangrijk is dat we die gemeente helpen en dat dit probleem zo snel als mogelijk wordt opgelost. Wij hebben ambtelijke ondersteuning geleverd. We zijn nu samen aan het kijken hoe we het in gezamenlijkheid tot een oplossing kunnen brengen. Wij verwachten in januari adviesuitspraak van de bodemkamer. Dan zal er een bestuurlijk overleg plaatsvinden en zal er ook een ei worden gelegd over wat de beste manier is om de situatie daar op te lossen. In de brief staat ook dat wij bezig zijn met het beleidskader secundaire bouwstoffen. Daar zetten we goede stappen in. Omdat we in een circulaire economie zitten, zal het vaker voorkomen dat bepaalde stoffen die we hergebruiken, toch op een of andere manier een risico zouden kunnen vormen voor de leefomgeving. Dat wil je aan de voorkant goed ondervangen, bijvoorbeeld door een onafhankelijk stempel dat iets schoon is of dat het aan de voorkant is getoetst, of door voldoende monitoring en vergunningssystematiek in te bouwen. Als iets dan onverwachts toch niet goed voor de leefomgeving blijkt te zijn, kun je ingrijpen. Een van de grootste problemen die wij nu bijvoorbeeld met staalslakken ervaren, is dat je onvoldoende grip hebt om in te grijpen. Dat zijn dus elementen daarin. Ik hoop dat beleidskader echt z.s.m. naar u te sturen, omdat er echt nog wel een aantal parallellen zijn met andere bouwstoffen. Ik denk dat het goed is dat we met elkaar nadenken over hoe we dit probleem in de circulaire economie goed oplossen. Voorzitter. De derde vraag van de heer Schutz ging over de Europese Commissie. Die heeft op dit moment nog geen oordeel geveld over de noodregeling die Nederland heeft getroffen. Dat heeft ermee te maken dat zij inhoudelijke vragen heeft gesteld aan Nederland. Die hebben wij netjes beantwoord, maar pas op het moment dat zij die beantwoording akkoord hebben bevonden, gaat de beoordelingstermijn lopen. Tussentijds is de noodregeling wel gewoon van kracht. Dat is uiteindelijk mijn belangrijkste doelstelling. Parallel daaraan hebben we nog een hele hoop onderzoeken lopen, die hopelijk ook wat meer informatie voor en antwoorden op de vragen van de Europese Commissie geven. De heer Huidekooper vroeg mij wat Nederland heeft gedaan ten aanzien van REACH. Daarin zijn wij heel actief geweest. Wij hebben als Nederland een non-paper geschreven om te deponeren in Brussel. Ik heb zelf ook in Luxemburg wat wij een "REACH-updiner" noemen georganiseerd, juist rondom de REACH-herziening. Dat hebben we gedaan met Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Finland, Zweden, Luxemburg en België, en Noorwegen, want hoewel dat niet tot de Unie behoort, is het wel belangrijk hen erbij te betrekken. En het is heel bijzonder dat het gelukt is om de Eurocommissaris daarbij uit te nodigen, die erg content was dat Nederland zo actief is op het gebied van de herziening van REACH. Het is belangrijk dat we dat ook doen. We laten met het organiseren van zo'n diner ook echt zien in Europa dat wij koploper zijn. Ik heb het ook besproken met mijn Cypriotische en mijn Ierse collega, die komend jaar het voorzitterschap van de Europese Unie op zich nemen. Het is belangrijk dat we daarover gaan spreken, waarschijnlijk in de eerste week van februari, in de Milieuraad. Voorzitter, dan ben ik bij de moties. De motie op stuk nr. 342 van GroenLinks-PvdA, over het onderdeel fijnstof binnen de maatwerkafspraken, kan ik oordeel Kamer geven. Dit punt is al een aantal keer als inzicht meegenomen om die doelen te actualiseren, omdat het inderdaad zo lijkt te zijn dat de gerapporteerde emissies in 2014 anders zijn dan het doel in 2030. Vandaar dat het verstandig is om dat verschil terug te laten komen. We weten inmiddels ook waar dat verschil vandaan komt. Dat heeft met de staalproductie te maken, en met de reeds uitgevoerde milieumaatregelen, die toch vrij goed blijken te werken. Dat betreft onder andere de stoffilter in de palletfabriek. Het is dus verstandig om die mee te nemen. De motie op stuk nr. 342 krijgt oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Aartsen: De motie op stuk nr. 343 is ook van GroenLinks-PvdA en ook deze wil ik graag oordeel Kamer geven. Zoals ik al eerder in het debat heb gezegd, staat het zowel het kabinet als het parlement vrij om beleid te maken en wetten aan te passen, los van welke privaatrechtelijke afspraak dan ook.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Aartsen: De motie op stuk nr. 344 van het lid Kostić moet ik helaas ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we met elkaar aan de voorkant een proces hebben afgesproken met de expertgroep, die ook in dit kader belangrijk werk doet. Zij hebben de concept-JLoI beoordeeld. Die adviezen hebben wij ook meegenomen. Dat is de werkwijze die wij hebben afgesproken over dit traject. Ik wil daar nog twee dingen over zeggen. Eén. Het staat de adviescommissie vrij om ook ongevraagd het advies te delen. Twee. Het staat natuurlijk ook de Kamer vrij om zelf met de adviesgroep te praten.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Aartsen: Dat is zo omdat wij een afspraak hebben gemaakt over hoe we het proces hebben ingericht. De adviescommissie heeft gekeken naar de concept-JLoI. Het voordeel daarvan was nou juist dat we die adviezen niet alleen ter kennisgeving konden aannemen, maar dat we die vervolgens ook daadwerkelijk hebben kunnen verwerken in de afspraken die we hebben gemaakt met Tata ten aanzien van de JLoI. Dat is ook de functie geweest: niet alleen de adviezen krijgen, maar deze ook kunnen gebruiken. Dat is hoe wij dat proces hebben ingericht. Nogmaals, het staat de Kamer vrij om zelf te spreken met de adviescommissie.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Aartsen: Voorzitter. De motie op stuk nr. 345 van de heer Vermeer kan ik oordeel Kamer geven. Het is een taak van de Nederlandse regering om er zorg voor te dragen dat er in Nederland geen nadelige effecten zullen plaatsvinden. Het is daarbij wel primair de verantwoordelijkheid van de lokale overheden, de medeoverheden, om dat te doen voor de fysieke leefomgeving. Op dit onderwerp zijn al een aantal keren Kamervragen beantwoord door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daar verwijs ik gemakshalve ook naar.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Aartsen: Waarvan akte.
Bron, video en gesprek →