KamerkringInloggen
Thierry Aartsen

Officieel Kamerprofiel

Thierry Aartsen

92debatten
2.666bijdragen
830interrupties
395.777woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2025-11-12–2026-02-22) · VVD (2018-09-13–2025-06-18) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
18 mei 2026 · Kamerstuk

Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Ik begin met het kopje proactieve dienstverlening. Daarna zal ik iets zeggen over het kindgebonden budget en de vragen die daarover zijn gesteld. Dan kom ik op inburgering en de taaleis. Dan heb ik ook nog een kopje overig. Dit was de administratie. Voorzitter. Ik begin bij het kopje proactieve dienstverlening. Daar zijn veel vragen over gesteld. Ik ga zo halverwege dit blokje ook een klein beetje ministertje van Financiën spelen. Als ik dat met een glimlach doe, gaat u mij dat vast toestaan, voorzitter. Ik denk dat het goed is om te weten dat al in week twee van beide ministers op het departement de Voorjaarsnota moest worden gemaakt. U kent dat: dan worden er tal van mee- en tegenvallers op een rijtje gezet. Een nadeel van ons departement is dat er al een tijdje meer tegenvallers zijn dan meevallers. Er zijn zelfs fors meer tegenvallers dan meevallers. Die miljarden zijn inmiddels ook gedeeld in de Voorjaarsnota. Je probeert dan met elkaar te bekijken hoe je dat netjes doet. In het debat werd daarover een paar keer gezegd dat het zware politieke keuzes zijn. Er werd gesproken over "het ene boven het andere". Het is natuurlijk niet zo dat dit kabinet heeft bedacht om die tegenvallers op te vangen binnen onze eigen begroting; dat is al sinds Kok I — ik heb het net nog even nagevraagd — de systematiek die we met elkaar hanteren. Tegenvallers moeten zo veel als mogelijk binnen het departement worden opgelost. Waarom doen we dat? Anders zeggen de SZW-ministers natuurlijk: dat lukt niet binnen SZW. Dan zeggen de VWS-ministers weer: dat lukt niet binnen VWS. Die worden daarin dan overigens ook gesteund door de SZW-Kamercommissie en de VWS-Kamercommissie. Dan heb je vervolgens als kabinet, maar ook als samenleving, als overheid, een breed probleem, omdat de tekorten oplopen en niemand die problemen netjes wil oplossen. Daarom hebben we de afspraak gemaakt om dat binnen onze begroting te houden. Daar staan we ook voor. Dat is niks bijzonders; dat gebeurt al sinds jaar en dag. Wij werden geconfronteerd met een aantal tegenvallers. Wij hebben als bewindspersonen gezegd: laten we eens beginnen door te kijken naar bezuinigingen op geld dat we in de toekomst zouden gaan uitgeven; laten we dat tijdelijk niet meer uitgeven. Dat is namelijk een stuk eenvoudiger dan geld dat al wordt uitgegeven … Je kunt ook een aantal subsidies schrappen, maar als je de subsidie van een bepaalde organisatie schrapt, dan betekent dat simpelweg dat mensen hun baan verliezen. We hebben dus bedacht om te kijken naar wat er aan toekomstige reeksen op de agenda staat. Proactieve dienstverlening was er daar één van. Wij hebben daarover gezegd: wij steunen het concept van proactieve dienstverlening. We hebben de bezuinigingen destijds dan ook als volgt ingericht: we gebruiken de middelen voor de toekomst om op een nette manier de tegenvallers op dit moment op te lossen, maar we zouden het wetsvoorstel wel graag door laten gaan. We willen ook de AMvB die voor de algemene bijstand beschikbaar was, graag door laten gaan; dat hebben we in de Kamerbrief ook uitgelegd. Maar het formeel in werking laten treden … Het koninklijk besluit kan pas worden genomen op het moment dat hier nieuwe middelen voor zijn. Het kabinet weegt iedere augustus en ieder voorjaar weer waar zij middelen voor uittrekt. Dat was de hele rationale achter het geld voor de toekomst op dit moment even voor iets anders gebruiken dan voor die proactieve dienstverlening. Tot zover de besluitvorming op dit onderdeel. Dan kom ik bij het ongemak dat de heer Ceulemans schetst. Het kabinet heeft dit keurig netjes in de Voorjaarsnota verwerkt. Ik heb daar ook een Kamerbrief over gestuurd. Dat was het moment waarop de maatschappij zich roerde. Ik heb gesprekken gevoerd met de VNG, die zich hierover roerde en dit geen goed idee vond, ook niet op de manier zoals wij het hebben gedaan. Maar dat speelde ook hier in de Kamer natuurlijk: inmiddels heeft een meerderheid van de partijen aangegeven dat wij dit niet zouden moeten doen. Dan kom ik op het ongemak rond het proces. De heer Ceulemans vroeg mij: kunt u daar nou eens op reflecteren? Je zit met de volgende situatie. Als je een traditioneel meerderheidskabinet bent, kun je zeggen: we gaan gewoon door, en we zien het in de Kamer wel; dan hebben we vervolgens, in het Kamerdebat, de discussie hierover. Maar in de nieuwe situatie hebben we te maken met een minderheidskabinet. Dan moet je — dat vind ik, in ieder geval — luisteren naar de signalen die je krijgt vanuit de Kamer. We hadden net kunnen doen alsof we dit allemaal niet gehoord hebben, en kunnen denken: we zien het wel bij de wetsbehandeling. Dat debat zou dan ook ergens deze week zijn; ik hoop dat ergens deze maand alsnog te hebben. Dat heeft natuurlijk als nadeel dat je als kabinet gaat spelen met een meerderheid voor een belangrijk wetsvoorstel ten aanzien van de proactieve dienstverlening. Vandaar dat een aantal fracties heeft gezegd: we willen alternatieve dekkingen. Een aantal fracties, waaronder de CDA-fractie, heeft ons ten aanzien van de Voorjaarsnota gevraagd om mee te denken over een aantal opties. Dat hebben we ook gedaan. Er werd ook gevraagd of het kindgebonden budget dan een goede optie zou zijn. Ik zal zo wat meer zeggen over waarom ik dat een verstandig idee vond. Zo zijn we uiteindelijk gekomen tot een alternatieve dekking, waardoor je in ieder geval vaart kunt maken met beide wetsvoorstellen. Dat is uiteindelijk de balans die we proberen te zoeken, als minderheidskabinet. Nogmaals, ik snap het punt van de heer Ceulemans, die vraagt of we hier niet eerst het debat over moeten hebben et cetera. Het nadeel daarvan is natuurlijk wel het volgende. Nieuwsuur maakt ongeveer elke week een uitzending over de onderwerpen waarop dit kabinet allemaal geen meerderheid heeft. Dat is logisch, want we zijn een minderheidskabinet. Daarom zoeken we continu naar hoe dat kan. Dat heb ik ook op dit onderdeel proberen te doen door echt te luisteren naar de Kamer, die zegt: dit willen wij niet. Dan zeg ik: oké, dan gaan we op zoek naar een alternatief voor die dekking. Ik heb toegezegd dat ik bereid ben om mee te denken over alternatieve dekkingen, maar de alternatieven zijn natuurlijk: de begroting. Dat is het hele speelveld. U heeft die begroting ook. Er zijn ombuigingslijsten. Wij hebben geen geldboom of een geheime dekking ergens, geen potje dat we hiervoor nog kunnen inzetten. Dat hebben we dus proberen te doen. Ik denk dat dat belangrijk is, want daarmee kunnen we door met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening. Ik zal zo nog uitleggen waarom ik denk dat het zoeken binnen het kinddomein verstandig is. Een aantal kindgebondenbudgetsalarissen lopen zonder dit wetsvoorstel op tot bijna €152.000 per jaar. Nou gun ik iedereen geld, maar je kunt je natuurlijk afvragen of een regeling die bedoeld is om mensen met een kleine portemonnee te steunen met een bijdrage voor het onderhouden van hun kinderen tot zo'n hoog bedrag, zo'n hoog inkomen zou moeten doorlopen. Ik ga zo iets zeggen over de hervormingen die we daar graag willen doorvoeren. Daar past dit bij. Dat is de reden waarom we dus hiervoor hebben gekozen. Ik denk dat dat verstandig is, omdat we daarmee ook rust hebben gecreëerd ten aanzien van Proactieve dienstverlening. Dan was er de vraag: waarom dan niet voor de overige onderdelen, de studietoeslag en de bijzondere bijstand? Ook dit is een kwestie van: waar vinden we het geld? Op dit moment is er geen budget beschikbaar op de SZW-begroting. Dat is wel het speelveld waarop we het moeten doen met elkaar. Daarom moet ik de amendementen van mevrouw Lahlah op stukken nrs. 9 en 10 ook ontraden. Dat is om twee redenen. Eén is dat het geld waaraan wordt gerefereerd in het amendement op dit moment niet meer beschikbaar is, omdat het is verwerkt in de Voorjaarsnota om tegenvallers op te lossen. Twee is dat het simpelweg geen deugdelijke dekking is. Er worden namelijk incidentele gelden gebruikt om een structurele reeks te dekken. U kunt het kabinet niet zomaar oproepen om ergens structureel geld te vinden. We hebben geen geldboom. We moeten het wel op een nette manier met elkaar doen. Dat probeert het kabinet ook en daarom moet ik beide amendementen ontraden.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Twee punten. Ik heb in het debat toegezegd om mee te denken met Kamerfracties op zoek naar een alternatief dat ook past binnen de reeks om dit op een goede manier op te lossen. Dat heb ik gedaan. Ik blijf erbij dat de alternatieve dekking de volledige begroting is. U kunt daar zelf in aangeven, door te zeggen: bezuinigen op de bijstand, bezuinigen op de Participatiewet, bezuinigen op de AOW. Ik bedoel, het budgetrecht is natuurlijk niet alleen een verantwoordelijkheid richting het kabinet. Het kabinet regeert. Wij doen voorstellen. Wij proberen ook zo goed als mogelijk te luisteren naar wat de Kamer zegt en passen daar ook op bij. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat u keer op keer zegt: wij vinden deze dekking niet leuk, doe maar iets anders. U moet op een gegeven moment toch ook enige vorm van richting geven waar dat zou moeten zijn. Ik ben altijd bereid om formeel of informeel met u mee te denken. Maar als u mij formeel vraagt wat alternatieve dekkingen zijn, verwijs ik naar de volledige begroting. Het kan alle kanten op. Het is niet zo dat wij ergens nog een potje geld hebben dat we nergens voor inzetten en verstopt houden voor de Kamer.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Ik heb aan de leden Biekman en Hamstra toegezegd om met hen mee te denken over alternatieven. Ik heb daarbij ook gezegd: dit is het voorstel van het kabinet. Zij hebben gevraagd of ik met hen wil meedenken over alternatieven. Dat doe ik altijd heel graag. Dan hoor ik graag op welk domein dat moet en waar die aan moeten voldoen. Maar als u mij nu vraagt naar alternatieven, dan moet ik echt naar de volledige begroting verwijzen. Uiteindelijk kan alles. Het budgetrecht is een recht van de Kamer, maar u moet dan wel richting geven.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dat is een mooi bruggetje naar het tweede blokje. Nee, dat ben ik niet helemaal met de heer Ceulemans eens. Het kabinet heeft de ambitie — ik hoop voor de zomer met een grote brief daarover te komen — om de kindregelingen die we in Nederland hebben, namelijk de kinderbijslag en het kindgebonden budget, samen te voegen tot één regeling. Het kabinet heeft de ambitie om die fors te hervormen naar een regeling waarbij er één inkomensonafhankelijk hoger, maar vooral ook een zeker, vast bedrag komt, en een veel kleinere variabele inkomensafhankelijke regeling. Waarom? Heel simpel: omdat het kindgebonden budget flink gegroeid is. Ik gaf net al aan dat je op dit moment als alleenstaande met twee kinderen onder de 12 jaar met een verzamelinkomen tot €152.000 per jaar gebruik kan maken van het kindgebonden budget. Dat is echt een fors bedrag. Nogmaals, ik gun iedereen het allerbeste, maar ik vind ook dat we een verantwoordelijkheid hebben in hoe we overheidsgeld besteden. Je wilt volgens mij een regeling die erop gericht is om mensen een stabiele ondersteuning te geven en om alleen de mensen die het echt nodig hebben een steuntje in de rug te geven. Dat is volgens mij hoe je het wil organiseren. Daarom komen wij met een grote hervorming. De beweging die wij nu maken, is overigens door het vorige kabinet al aangekondigd. Dat betreft het tweede knikpunt. Daarmee richten we het veel meer op de groep die het echt nodig heeft en brengen we het aantal mensen dat recht heeft op het kindgebonden budget terug. Daar hebben we een kleine verhoging op gedaan. In plaats van 300 miljoen is dat 330 miljoen. Ik vind dat schappelijk. Dat past ook binnen het geheel der dingen. Dat heeft ook een aantal voordelen. Uiteindelijk proberen we namelijk om het kindgebonden budget een stuk zekerder te maken. Alleen vorig jaar al waren er bijna 200.000 gezinnen die geld moesten terugbetalen, vanwege het feit dat we zo'n enorm inkomensafhankelijk kindgebonden budget hebben. Ik ben blij met het betoog van de heer Ceulemans aan het begin van zijn interruptie. Hij erkent dat alles ergens een beetje pijn doet en dat gratis keuzes niet bestaan. Ik heb gezocht waar dat kan op een manier die evenwichtig is en die ook past bij de hervorming die we gaan doen. Dit vond ik het meest schappelijk.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dat is een terechte vraag van de heer Ceulemans. De reden daarvoor heb ik ook al een beetje proberen te schetsen aan het begin van mijn betoog. We hebben als kabinet proberen te kijken waar nou toekomstige uitgaven zitten die je alternatief kunt invullen, zodat je die wet niet weg hoeft te gooien maar dat op een later moment nog kan aanvullen. We hebben gekeken naar toekomstige reeksen van geld dat nog niet was uitgegeven. Dat was onze redenering bij de Voorjaarsnota. Op aandringen van uw Kamer hebben we nu als minderheidskabinet gezegd dat we zoeken naar een alternatieve invulling. Deze is niet pijnloos, maar past wel in de beweging die we willen gaan maken. Dit was al een wetsvoorstel bij de vorige Voorjaarsnota — toen was het overigens ook bedoeld om een WIA-tegenvaller van 300 miljoen op te lossen — waarin we gezegd hebben dat we het een klein beetje kunnen verhogen. Het verschil tussen het wetsvoorstel dat er lag en wat wij hier als alternatieve dekking bovenop doen, is ongeveer €7 per maand. Dat vond ik schappelijk en billijk, maar ik zal te allen tijde erkennen dat dat natuurlijk nooit fijne maatregelen zijn. Dat is altijd zo als je ergens moet bezuinigen.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Voorzitter. Ik ben eigenlijk al halverwege het blokje kindgebonden budget. Ik heb eigenlijk alle vragen daarover beantwoord, behalve die van mevrouw Patijn. Die ging over een andere maatregel, namelijk het afschaffen van het kindgebonden budget en de algemene kinderbijslag bij studiefinanciering. Ik kan haar toezeggen om een aantal voorbeelden van inkomenseffecten toe te voegen wanneer die maatregel in een wetsvoorstel zit. Wij hebben geprobeerd terug te gaan naar de situatie van voor de invoering van het sociale leenstelstel. Ik schets het even om de verschillen aan te geven. Op dit moment ontvangen ouders van 16- en 17-jarigen kinderbijslag en kindgebonden budget. Vervolgens worden de kinderbijslag en het kindgebonden budget vereffend met het bedrag per maand als basisbeurs, dus €130 in de maand, en ook de aanvullende inkomensafhankelijke studiefinanciering — daar zit de vergelijking met het kindgebonden budget — van maximaal €491. Dat heft elkaar ongeveer op. Er zullen ongetwijfeld op een aantal plekken pieken en dalen zijn — daarom zeg ik mevrouw Patijn toe dat we die inkomenseffecten even in kaart brengen en die netjes meesturen met het wetsvoorstel — maar vanuit de beleidstheorie is het zo dat dit elkaar ongeveer opheft. Overigens gebeurt dit ook al als de kinderen 18 worden, alleen vervroegen we dat naar 16 of 17 jaar voor mensen die gaan studeren. Vandaar dat we het op deze manier hebben ingevoerd, om ook aan te sluiten bij de situatie zoals die was voor de invoering van het inmiddels oude stelsel. Voorzitter. Dat was het kopje kindgebonden budget en kinderbijslag.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Ja, dat kunnen we meenemen in de memorie van toelichting. Het wetsvoorstel moet nog gemaakt worden. Ik zie mevrouw Patijn bedenkelijk kijken. Ik probeer haar tegemoet te komen.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Ik ga naar inburgering, voorzitter. Daar zijn een paar vragen over gesteld. Mevrouw Lahlah vroeg "wanneer dit kabinet stopt met praten en iets gaat doen". Ik waardeer haar amibitielevel. Collega Vijlbrief had afgelopen week een debat met de Kamer, die dacht dat wij al een halfjaar zaten. Ik kan u melden dat we nu twaalf weken zitten. We hebben inderdaad veel gesproken. We zijn ook heel hard bezig om de dingen die we zeggen ook echt om te zetten in beleid. We zitten bijna aan de 100 dagen, zeg ik met een knipoog richting mevrouw Lahlah. Na 100 dagen gaan we uiteraard stoppen met praten en gaan we gewoon dingen doen. U kunt van mij voor de zomer nog een groot plan verwachten om ervoor te zorgen dat we mensen die hier mogen blijven, als statushouder, maar ook als ze een kansrijke asielzoeker zijn, zo snel mogelijk aan het werk helpen. Dat is goed voor de mensen zelf, dat is goed voor de Nederlandse samenleving en dat is uiteindelijk goed voor iedereen. Die kan ik u dus toezeggen. Daarin neem ik ook het gesprek met de VNG over de middelen ten aanzien van de inburgering mee. Vanwege onze slechts twaalf weken dat wij hier zitten, vraag ik dus dat ik nog heel even mag gaan praten. Ik hoop dat u mij dat toestaat. Met de VNG hebben we ook de taaleis besproken; dat was een vraag van de heer Ceulemans. We hebben daarover gesproken met de VNG. Daarvoor doen we twee dingen. Ten aanzien van de taaleis komt zo snel als mogelijk nog een brief uw kant op waarin we een aantal knelpunten wegnemen die gemeenten ervaren in de uitvoering. Ook de monitoring waar de heer Ceulemans naar vroeg, nemen we daarin mee. We gaan kijken hoe we dat een plek kunnen geven in de cijfers van gemeenten over de trajecten die zij aanbieden voor re-integratie. Ook heb ik al aan uw Kamer laten weten dat ik richting de gemeenten gezegd heb dat ik ervan uitga dat zij de wet ten aanzien van de taaleis gewoon netjes uitvoeren. Als er gemeenten zijn die principieel gaan zeggen dat zij de taaleis niet gaan uitvoeren, dan gaan we netjes de escalatieladder, inclusief de bijbehorende stappen, daarvoor opstarten. Voorzitter. Dat ten aanzien van inburgering en de taaleis.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dat kan ik toezeggen. Naar die cijfers gaan we gewoon kijken. Die moeten daar gewoon in mee gaan lopen.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Ja, voorzitter. Mevrouw Patijn vroeg nog of de begeleiding van mensen in de WW, de ZW en de WGA in de toekomst wordt vormgegeven in combinatie met de bezuiniging van 100 miljoen. Wij gaan die 100 miljoen vormgeven in 2028, dus we komen daar nog even op een later moment op terug. Ook hierbij is het natuurlijk belangrijk om aan te geven dat dit een politieke keuze is vanuit het coalitieakkoord, waarin we gezegd hebben dat we eigenlijk veel meer naar preventie toe willen; vandaar dat het geld niet van onze begroting verdwijnt, maar dat er breed wordt gekeken hoe we dat vanuit de re-integratiemiddelen kunnen verschuiven naar het Leven Lang Ontwikkelen-budget om daar ook serieus werk van te maken. Dit past dus wel in de aanpak die we breed willen. Hoe kunnen we nou werkloosheid voorkomen? Kunnen we voorkomen dat mensen werkloos raken? Ik kom daar na de zomer, verwacht ik, met een wat bredere aanpak voor. Dat is een apart project, dat ik daar als minister op ben gestart, om te bekijken hoe we kunnen voorkomen dat mensen werkloos worden en hoe we de belemmeringen kunnen weghalen. Mensen moeten in Nederland te vaak nog eerst werkloos worden voordat ze überhaupt geholpen worden. Ik denk dat daar echt nog heel veel winst te halen is. Dat is dus de beweging daarin. Daar gaan we ook de financiële middelen in verwerken. Ik verwacht dit najaar in ieder geval te komen met een mooie, nieuwe aanpak ten aanzien van NLWerkt. We hopen dat overigens natuurlijk samen met de sociale partners te kunnen gaan vormgeven. Mevrouw Biekman vroeg mij of het klopt dat de Kamer in de Voorjaarsnota niet is geïnformeerd over de verhoging van de vergoeding voor de kinderopvangorganisaties in Caribisch Nederland voor baby's. Dat klopt. In de eerste suppletoire begroting is wel 0,1 miljoen per jaar gereserveerd voor de verhoging van de babytoeslag voor kinderopvangorganisaties in Nederland. We hebben u daar in april netjes een aparte Kamerbrief over gestuurd. Alleen, omdat dit een geringe mutatie is, die onder de ondergrens valt van wat er financieel gemeld dient te worden in de voorjaarsnota, is die op die manier niet afzonderlijk toegelicht in de Voorjaarsnota. Maar het gaat dus om een bedrag van 0,1 miljoen euro per jaar. De heer Ceulemans vroeg mij naar de loondoorbetaling bij ziekte. Ik herken de knelpunten die hij daarbij noemde. Hij noemde ondernemers die huiverig zijn om mensen aan te nemen. We hebben inderdaad zorgen over hoe je de WIA-instroom goed kan vormgeven. Inderdaad zitten arbeidsconflicten nog te vaak in de loondoorbetaling bij ziekte. Het kabinet heeft aangegeven dat het graag bekijkt hoe het werk kan maken van loondoorbetaling bij ziekte voor met name kleine ondernemers. Je kunt dan denken aan de hoogte of de duur daarvan, maar er zijn ook andere vormen. Daarom hebben we een paar dingen gedaan. Ik heb aangekondigd dat we nog voor Prinsjesdag komen met een aantal scenario's voor het hervormen van loondoorbetaling bij ziekte. Ik zou het fijn vinden om dat samen met de sociale partners te doen. Ik heb de heer Ceulemans in het begrotingsdebat al toegezegd dat ik kom met die scenario's. Een tweede scenario is dat we samen met ondernemers een inhoudelijke knelpuntenanalyse voor de Wet verbetering poortwachter gaan starten. Waar lopen ondernemers bijvoorbeeld inhoudelijk tegenaan als het gaat om re-integratieverplichtingen en rapportageverplichtingen? We hebben natuurlijk al een aantal wetsvoorstellen, die we hopelijk snel bij u in de Kamer kunnen neerleggen. Ik noem bijvoorbeeld een wetsvoorstel voor kleine en middelgrote werkgevers, afkomstig uit het arbeidsmarktpakket. Denk ook aan een wetsvoorstel dat ervoor zorgt dat het advies van de bedrijfsarts, de zogeheten RIV-toets, leidend wordt, zodat ondernemers niet meer achteraf met een boete kunnen worden geconfronteerd terwijl zij gewoon netjes het advies van de arboarts hebben gevolgd. Voorzitter. Dan ga ik naar …

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Ik heb toegezegd om brede scenario's met uw Kamer te delen. Dat zal ik dus netjes doen. Daarbij merk ik overigens wel op dat het kabinet dan nog niet zelf met een voorkeur of een voorstel komt, omdat er dan ook een dekking dient te worden toegevoegd, conform de begrotingsregels die ik net noemde. Deze maatregel kost potentieel veel geld.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Voorzitter. Mevrouw Van Brenk had mij een vraag gesteld over de banenafspraak. Er zijn nu 90.000 extra banen gerealiseerd. Daarmee is de doelstelling nog niet bereikt. We gaan die banenafspraak verbeteren. Dat doen we op drie manieren. Ten eerste willen we het loonkostenvoordeel in de banenafspraak structureel maken, om ervoor te zorgen dat die makkelijker is aan te vragen, en de doelgroep iets uitbreiden. Het tweede is het wetsvoorstel dat we in de maak hebben over een verdere uitbreiding van de doelgroep, onder andere met de mensen die in de WIA en de WW zitten en niet zelfstandig het wml kunnen verdienen. Een derde is überhaupt kijken naar de verbetering van de banenafspraak. Ik krijg veel signalen over hoe we die kunnen verbeteren, zowel vanuit de doelgroep zelf als vanuit de ondernemers. De vraag is dus of we het een slag kunnen verbeteren. Ik verwacht u rond de zomer een brief hierover te kunnen sturen. Mevrouw Van Brenk vroeg mij ook nog iets over de werkende Wajongers en haar aangenomen motie om ervoor te zorgen dat Wajongers ieder uur dat zij werken, minimaal het minimumloon krijgen. Mensen met arbeidsvermogen in de Wajong die op dit moment werken met loondispensatie, krijgen al het wml per gewerkt uur, maar niet via het loon. Mevrouw Van Brenk weet dat. Zij ontvangen gedispenseerd loon en worden via de uitkering gecompenseerd voor dit gedispenseerde loon. Ik ben op dit moment vooral aan het bekijken of je dat op een andere manier kunt doen, bijvoorbeeld via de loonkostensubsidie. Dan kun je de loonkostensubsidie ook toepassen op de Wajong. Ik hoop daar op relatief korte termijn iets over te kunnen schrijven. Ik moet nog met het UWV bespreken hoe we dat op een goede manier kunnen doen. Dit heeft namelijk echt een aantal voordelen. Dat is volgens mij de manier waarop wij proberen om de motie die mevrouw Van Brenk heeft ingediend, vorm te geven. Dat waren de vragen, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Mevrouw Van Brenk heeft het dan over mensen die op dit moment geen arbeidsvermogen hebben. Voordat ik daar ja op zeg, moet ik dat even dubbelchecken. Er komt in ieder geval vrij snel een brief uw kant op. Laat me dat nog heel even checken, en dan kom ik daar in de tweede termijn op terug.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Beide vragen gaat de minister van Sociale Zaken beantwoorden in de tweede termijn. Ik had nog één amendement, formeel. Dat is het amendement-Lahlah op stuk nr. 3. Dat moet ik ontraden, omdat we inmiddels alternatieve dekking hebben gevonden voor proactieve dienstverlening.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dan moet ik even het nieuwe amendement krijgen. Ik heb hier nummer 3.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Aha! Die heb ik beide al geapprecieerd. Dan is het amendement op stuk nr. 6 nog steeds ontraden, omdat er inmiddels al in alternatieve dekking voorzien is in de proactieve dienstverlening.

Bron, video en gesprek →
18 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Ik heb nog één vraag te beantwoorden. Dat is de vraag van mevrouw Van Brenk over mensen in de Wajong zonder arbeidsvermogen die werken. Vanuit mijn filosofie dat iedereen iets kan doen, maak ik wel bezwaar tegen "mensen zonder arbeidsvermogen die werken". Dan hebben ze dus arbeidsvermogen, maar dat is een andere discussie die we een keer moeten voeren. De punten over het potentieel van mensen in de Wajong, waar mevrouw Van Brenk en ik het mee eens zijn, en over mensen zonder arbeidsvermogen gaan we meenemen in de brief ten aanzien van de loonkostensubsidie. We gaan kijken hoe we dat kunnen verbeteren, want juist op dit punt zien we gewoon positieve verhalen en positieve signalen. Mensen kunnen echt wel werken als je ze op de juiste manier en positief begeleidt en helpt.

Bron, video en gesprek →