KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

a2f221ee-93de-4a4f-98ce-068d2f35a1e0

83debatten
2.873bijdragen
23interrupties
361.995woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
21 jun 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1406 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 juni 2024In het Klimaatakkoord (bijlage bij Kamerstuk 32 813, nr. 342) isafgesproken dat jaarlijks een toets van het stimuleringsinstrumentariumvoor emissievrije personenauto’s (EV’s) plaatsvindt, om de «hand aan dekraan» te houden en over- of onderstimulering te voorkomen. In deze brieflicht ik, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, destand van zaken voor 2024 toe.Dit is in principe de laatste keer dat u de «hand aan de kraan»-analyseontvangt. De «hand aan de kraan»-systematiek is namelijk alleen voor deperiode tot en met 2024 vastgelegd1. Per 1 januari 2026 loopt hetstimuleringspakket voor emissievrije personenauto’s uit het Klimaatak-koord af. Conform afspraak in het Klimaatakkoord zal dit jaar (in 2024) eenintegrale evaluatie van het stimuleringspakket plaatsvinden. Op basishiervan kan worden bezien welk beleid na 2025 nodig en wenselijk is.Ik zal eerst ingaan op de «hand aan de kraan»-systematiek en het huidigestimuleringsbeleid. Daarna zal ik de ontwikkelingen tot en met april 2024en de «hand aan de kraan»-analyse voor 2024 toelichten. Zoals gebrui-kelijk is het Formule E-team geconsulteerd. Zie hiervoor bijlage 1.«Hand aan de kraan»-systematiekDe «hand aan de kraan»-systematiek borgt het afgesproken ingroeipad uithet Klimaatakkoord van emissievrije personenauto’s. Het doel van dezesystematiek is tweeledig. Ten eerste wordt onder- en overstimuleringvoorkomen door het ingroeipad van emissievrije personenauto’s tewaarborgen. Ten tweede voorkomt de systematiek structurele budgettaireoverschrijdingen door het stimuleringsbeleid te begrenzen tot hetafgesproken niveau in het Klimaatakkoord. De budgettaire dekking van hetakkoord is immers op dit afgesproken ingroeipad gebaseerd. Indien deingroei van emissievrije personenauto’s harder gaat, treedt budgettairederving op ten laste van het EMU-saldo. De begrotingsregels bieden dan1Kamerstukken II 2019/20, 32 813, nr. 398 kst-32813-1406ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14061 ruimte om in te grijpen, en met voornoemde systematiek is dit explicietgemaakt.In de Kamerbrief «Stimuleringspakket elektrisch rijden: «hand aan dekraan»-systematiek» is uitgewerkt hoe invulling wordt gegeven aan deafspraken uit het Klimaatakkoord om de «hand aan de kraan» te houden.2Samengevat komt het erop neer dat ieder jaar op basis van de eerste 4maanden in jaar t (nu 2024) en de realisatie van jaar t-1 (nu 2023) eenraming wordt gemaakt voor het aantal emissievrije nieuwverkopen in jaart (nu 2024). De stimulering is specifiek gericht op volledig emissievrijepersonenauto’s. De «hand aan de kraan» heeft daarom ook alleenbetrekking op de volledig emissievrije personenauto’s.Voor de «hand aan de kraan»-systematiek hanteert het kabinet tot en met2024 een symmetrische bandbreedte van 30.000 emissievrije nieuwver-kopen. De ondergrens ligt daardoor 15.000 personenauto’s onder hetverwachte ingroeipad en de bovengrens is vastgesteld op 15.000personenauto’s boven het verwachte ingroeipad. Dit ingroeipad is in 2021eenmalig bijgesteld, omdat in de Miljoenennota 2022 vanwege deklimaatopgave per saldo € 600 miljoen extra werd gereserveerd voor destimulering van emissievrije personenauto’s en – bestelauto’s. Ditingroeipad is vastgesteld tot en met 2024.Indien de raming in het jaar t (nu 2024) buiten de vastgesteldebandbreedte valt waarbinnen het ingroeipad mag fluctueren en er – nanadere analyse – sprake is van een structurele afwijking, dan kan dataanleiding zijn om het beleid aan te passen. Met deze beleidsaanpassingzal de feitelijke ontwikkeling van de ingroei van emissievrije personen-auto’s zoveel mogelijk naar het in het Klimaatakkoord verankerdeingroeipad gestuurd worden. De systematiek van «hand aan de kraan»kan dus beschouwd worden als een «verzekeringspolis» voor hetingroeipad en biedt om die reden ook de, door uw Kamer gewenste,stabiele budgettaire kaders voor het stimuleringsbeleid.Huidige stimuleringsmaatregelen emissievrije personenauto’sHet huidig pakket aan stimuleringsmaatregelen voor emissievrijepersonenauto’s in de periode 2020 – 2025 volgt grotendeels uit hetKlimaatakkoord. De stimuleringsmaatregelen zijn voornamelijk fiscaal enbestaan uit een korting in de motorrijtuigenbelasting, een vrijstelling vande vaste voet in de bpm en een korting in de bijtelling. Daarnaast is voorparticulieren een aanschafsubsidie beschikbaar. Naast het stimulerings-pakket uit het Klimaatakkoord, wordt binnen de autobelastingen ookgestuurd op CO2-reductie via de brandstofaccijnzen en de CO2-grondslagin de bpm.Naar aanleiding van de «hand aan de kraan»-analyse in 2021 is beslotenom vanaf 2022 de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover demaximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s vantoepassing is) te verlagen en het budget voor de subsidie voor particu-lieren (SEPP) te verhogen. Hiermee is het pakket ten opzichte van hetKlimaatakkoord sinds 2022 nog meer gericht op de stimulering van departiculiere markt.De komende twee jaar lopen de huidige stimuleringsmaatregelen af. Per1 januari 2025 vervalt de subsidie voor particulieren voor aanschaf vaneen nieuwe of tweedehands personenauto (SEPP subsidie). Daarnaastvervalt dan ook de vrijstelling van de vaste voet in de bpm. Per 1 januari2026 vervalt tot slot de korting in de bijtelling voor emissievrije personen-2Kamerstukken II 2019/20, 32 813, nr. 398Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14062 auto’s. Op dit moment betalen bezitters van een emissievrij voertuig geenmotorrijtuigenbelasting (mrb) en per 1 januari 2025 een kwarttarief.Zonder beleidsaanpassing zou tevens per 1 januari 2026 de huidigetariefkorting in de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije auto’seindigen. Emissievrije auto’s zouden vanwege het technisch meergewichtvan het accupakket en de grondslag van gewicht in de mrb, hierdoorvanaf 1 januari 2026 meer mrb gaan betalen dan een vergelijkbare fossielebrandstofauto. Om stagnatie van ingroei van emissievrije personenauto’sin het wagenpark te voorkomen en ervoor te zorgen dat de duurzamekeuze blijft lonen, heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2024 een nieuwetariefkorting (mrb gewichtscorrectie) aangekondigd, zodat elektrischepersonenauto’s en benzine personenauto’s vanaf 2026 vergelijkbaarworden belast in de mrb. De nieuwe tariefkorting voor emissievrijepersonenauto’s bedraagt 40% tussen 2026 en 2028, 35% in 2029 en 30% in2030. De tariefkorting geldt zowel voor het rijksdeel van de mrb, als voorde provinciale opcenten en loopt na 2030 af. In 2028 evalueert het kabinetde hoogte van de tariefkorting. Hierbij betrekt het kabinet ook hoe detariefkorting uitwerkt voor de verschillende autosegmenten op basis vanhun afmeting. De nieuwe tariefkorting geldt alleen voor emissievrijepersonenauto’s. Voor de andere voertuigcategorieën en voor plug-inauto’s vervalt de huidige korting na 2025. Om de nieuwe tariefkortingmogelijk te maken heeft het kabinet onder andere de middelen voor desubsidie van tweedehands emissievrije personenauto’s (zogenoemdeSEPP-regeling) na 2024 benut. De SEPP-regeling voor tweedehandsemissievrije personenauto’s was oorspronkelijk met de Voorjaarsnota2023 verlengd. In het Belastingplan 2024 was de dekking daarvoorgeregeld via een verhoging van de vaste voet in de bpm met € 200(prijspeil 2023) vanaf 2025. Met het voorstel van de Voorjaarsnota 2024vindt de verlenging van de SEPP-regeling na 2024 geen doorgang meer,zoals hierboven beschreven.Tabel 1 – overzicht stimuleringsbeleid emissievrije personenauto’sStimuleringsbeleid202020212022202320242025202620272028202920302031BPM vaste voet elektrisch100000659659659659659659659MRB (FC)EV20%0%0%0%0%25%60%60%60%65%70%100%MRB PHEV50%50%50%50%50%75%100%100%100%100%100%100%Bijtelling percentage38%12%16%16%16%17%22%22%22%22%22%22%Bijtelling cap €45.00040.00035.00030.00030.00030.000n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.SEPP (nieuw) (bedrag in €)4.0004.0003.2502.9502.550–––––––SEPP (tweedehands) (bedrag in €)2.0002.0002.0002.0002.000–––––––1 In prijzen 2024, inclusief de verhoging van de vaste voet die in het Belastingplan 2024 is opgenomen (€ 200 in prijzen 2023).2 In de Voorjaarsnota 2024 is afgesproken dat de EV mrb-korting wordt verlengd met aflopende kortingspercentages voor de periode 2026–2030.3 Tot de cap, en uitgaande van een standaard bijtellingspercentage van 22% Hand aan de kraan analyse 2024Realisatie tot en met 2023 en raming richting 2030Het kabinet heeft dit voorjaar een nieuwe «hand aan de kraan»-analysevoor 2024 uitgevoerd. Figuur 1 laat de realisatie van EV-nieuwverkopenvan personenauto’s tot en met 2023 en de geraamde EV-nieuwverkopen inhet basispad tot en met 2030 zien. Daarnaast is de «hand aan de kraan»-bandbreedte weergegeven voor de jaren 2022–2024, conform de looptijdvan het afgesproken ingroeipad tot en met 2024.De realisatie in 2023 is hoger uitgekomen dan de raming voor 2023 in deKEV22 en valt buiten de bandbreedte van «hand aan de kraan». De totaleverkoop van emissievrije personenauto’s bedroeg in 2023 afgerond111.000 voertuigen (aandeel 30,7%), waar de bovenkant van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14063 bandbreedte 98.000 voertuigen betreft. De totale verkoop bedroegafgerond 361.500 nieuwe personenauto’s in 20233.Voor de raming tot en met 2030 is het basispad uit de Klimaat- enEnergieverkenning van 2022 (PBL) het meest recente inzicht. In de KEV22heeft PBL geraamd dat het aandeel van emissievrije personenauto’s in denieuwverkoop uitkomt op 49% tot 67% in 2030 (60% middenwaarde).Hiermee is de ambitie van 100% nieuwverkoop in 2030 nog niet in zicht. Inoktober van dit jaar zal PBL een nieuwe Klimaat- en Energieverkenningpubliceren met een actualisatie van het basispad.Analyse omvang nieuwverkoop en aandeel EV in 2024Er is een separate analyse gemaakt voor de verwachte EV-nieuwverkopenin 2024 op basis van gerealiseerde verkoopcijfers tot en met april 2024.Net als vorig jaar is hierbij gekeken naar scenario’s om te komen tot eeninschatting van een bandbreedte voor de marktomvang nieuwverkopenen een bandbreedte voor het marktaandeel EV in de nieuwverkopen. Decombinatie van deze twee factoren resulteert in een inschatting van eenwaarschijnlijke bandbreedte voor het aantal EV-nieuwverkopen 2024. Ditwil niet zeggen dat de realisatie van het aantal EV-nieuwverkopen 2024met zekerheid binnen de bandbreedte van de verschillende scenario’s zalgaan uitkomen. De realisatie zou zowel lager als hoger uit kunnen komen.Voor de totale verkoop van personenauto’s in 2024 wordt gewerkt metdrie scenario’s. Startpunt van ieder scenario is de realisatie van denieuwverkoop in het eerste kwartaal van 2024 (99.748 nieuw verkochtepersonenauto’s). Vervolgens is op basis van de verkoopcijfers in deafgelopen jaren, een aanname gemaakt over welk aandeel de nieuw-verkoop uit het eerste kwartaal heeft in de totale jaarverkoop. In het lagescenario wordt uitgegaan van het gemiddelde in 2017 – 2019 (pre-corona).In deze jaren bedroeg de nieuwverkoop in het eerste kwartaal circa 28,5%van de uiteindelijke totale jaarverkoop. Voor 2024 zou dit een totalenieuwverkoop van 349.852 personenauto’s betekenen. In het hogescenario wordt gekeken naar de jaren 2021 – 2023, waarin de nieuw-verkoop in het eerste kwartaal slechts circa 25,5% van de uiteindelijkejaarverkoop bedroeg. Voor 2024 zou dit betekenen dat de nieuwverkoop inde volgende kwartalen stijgt en in totaal uitkomt op 390.686 nieuwverkochte personenauto’s. Tot slot is in het middenscenario gekeken naarde jaren 2018 – 2023. In deze jaren ligt het aandeel van het eerste kwartaalin de totale nieuwverkoop op 27,1%, wat een totale nieuwverkoop van3Bron: RVO. https://duurzamemobiliteit.databank.nl/Figuur 1: «Hand aan de kraan»-bandbreedte en raming basispad KEV22Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14064 368.550 personenauto’s in 2024 zou betekenen. Deze scenario’s resulterenin een bandbreedte voor de totale nieuwverkoop van afgerond 350.000 tot390.000 personenauto’s in 2024. De prognoses van de RAI vereniging(360.000) en de ING (370.000) vallen binnen deze bandbreedte.Naast de totale nieuwverkoop is relevant welk aandeel hiervan bestaat uitvolledig emissievrije personenauto’s. Hiervoor zijn twee scenario’sopgesteld. In het lage scenario wordt aangenomen dat de ingroei vannieuwe emissievrije personenauto’s stagneert en op hetzelfde aandeel alsin heel 2023 uitkomt (30,7%). Dit lage scenario komt ongeveer overeenmet de prognose van ING (30%). Het hoge scenario gaat ervan uit dat, netals alle voorgaande jaren, het aandeel EV in de nieuwverkoop gestaagblijft groeien. Hierbij wordt aangenomen dat het aandeel over dekwartalen heen groeit: dit komt overeen met het verloop historisch gezien,waarin het aandeel met name in de laatste kwartalen hoger lag dan in deeerste kwartalen (zie ook figuur 2). De aflopende korting in de bijtellingverklaart voor een (groot) deel de eindejaarspieken: met name in de jarenwaarin de korting in de bijtelling het jaar erop omlaag gaat zijn groteeindejaarspieken te zien. Net als in 2022 en 2023 vindt volgend jaar geengrote wijziging in de bijtellingskorting plaats (de korting wordt voor EV’smet 1 procentpunt versoberd). In het hoge scenario wordt daarom derealisatie tot en met april 2024 als startpunt gebruikt en dit aandeel voorde rest van het jaar vervolgens verhoogd met het aandeel van derealisaties mei-december ten opzichte van de realisaties januari-april zoalsdie zich in 2023 hebben voorgedaan (zie figuur 3). Het aandeel EVnieuwverkopen komt daarmee in dit scenario uit op 35,9%.Zes samenvattende scenario’sDe scenario’s zijn samengevat in tabel 2 en figuur 3. In 2024 ligt debandbreedte voor hand aan de kraan op 87.000 tot 117.000 emissievrijepersonenauto’s. Figuur 3 laat zien dat de nieuwverkoop van emissievrijepersonenauto’s in alle scenario’s hoger ligt dan de onderkant van debandbreedte en in drie scenario’s de bovenkant van de bandbreedteruimschoots overschrijdt. Dit sluit aan bij de trend van de afgelopen jarendat de verkoopcijfers van nieuwe emissievrije personenauto’s rond debovenkant van de hand aan de kraan bandbreedte zit. Scenario 2 sluit hetbeste aan bij de prognose van ING (totale nieuwverkoop circa 370.000 enaandeel EV circa 30%). Gezien het feit dat het aandeel in van deEV-nieuwverkopen in het eerste kwartaal van 2024 (29,7%) al weer hogerligt dan in het eerste kwartaal 2023 (25,6%) en al bijna 30% bedraagt, lijktde raming van ING met 30% aan de lage kant te zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14065 Tabel 2: Scenario’s «hand aan de kraan»-analyse 2024Aandeel EV laag:30,7%Aandeel EV hoog:35,9%Totale verkoop – laag: 349.852 nieuwepersonenauto’sScenario 1Scenario 4Totale verkoop – midden: 368.550 nieuwepersonenauto’sScenario 2Scenario 5Totale verkoop – hoog: 390.686 nieuwepersonenauto’sScenario 3Scenario 6 Conclusie en tot slotDe realisatie van de EV-ingroei is in 2023 hoger uitgekomen dan oorspron-kelijk verwacht en heeft bovendien de bovengrens van de bandbreedtevan «hand aan de kraan» overschreden. Voor 2024 laat de «hand aan dekraan»-analyse zien dat de EV-nieuwverkoop in alle scenario’s in hetbovenste deel van de bandbreedte zit en dat in een aantal scenario’s debovengrens van de bandbreedte (ruim) overschreden wordt. Het is danook denkbaar dat in 2024 de EV-ingroei uiteindelijk hoger uitkomt dan de«hand aan de kraan»-bandbreedte. Voor de jaren na 2024 is geeningroeipad afgesproken. Daardoor is geen toetsing mogelijk in hoeverremogelijk structureel – in de jaren na 2024 – wordt afgeweken van hetafgesproken «hand aan de kraan»-pad.Tegelijkertijd ligt de mobiliteitssector nog niet op koers om de klimaat-doelen voor 2030 te halen. Hiervoor is naar verwachting, naast de nieuwetariefkorting in de motorrijtuigenbelasting in de periode 2026–2030,aanvullend beleid nodig.Gegeven de demissionaire status is besluitvorming over een eventueleaanpassing van het huidige stimuleringspakket en over aanvullendebeleidsmaatregelen om de klimaatdoelen voor de mobiliteitssector terealiseren aan het volgende kabinet.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 14066

Bron, video en gesprek →