Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202426 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 763 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIEEN PENSIOENEN EN VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-GENHEID EN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2024In de brief van 18 december jl.1 is uw Kamer geïnformeerd over devoortgang van de oplossing voor de groep alleenverdienendehuishoudens die door een samenloop van sociale zekerheid, toeslagen, enfiscaliteit een lager besteedbaar inkomen heeft dan een vergelijkbaarhuishouden in de bijstand. Samen met gemeenten en uitvoeringsorgani-saties werken de Ministeries van Financiën en SZW aan de uitvoering vandeze oplossing, waarbij we drie stappen onderscheiden: individuelebijzondere bijstand en de motie Warmerdam c.s.2 (2023–2024), de tijdelijkeregeling alleenverdienersproblematiek (2025–2027) en de fundamenteleoplossing via de fiscaliteit (2028 en verder). Hierbij betrekken we ook deLandelijke Cliëntenraad (LCR) en de Landelijke Organisatie SociaalRaadslieden (LOSR). Aan uw Kamer is toegezegd periodiek een voort-gangsbrief te sturen3. Met de voorliggende brief komen wij tegemoet aandeze toezegging. Hieronder volgt per stap een stand van zaken.Individuele bijzondere bijstand en de motie Warmerdam c.s. (2023–2024)In 2023 en 2024 kunnen gemeenten huishoudens die geraakt worden doorde problematiek en zich melden, compenseren via de individuelebijzondere bijstand.4 De VNG heeft via de gemeentelijke netwerken zoalsde G4 en G40 geïnventariseerd in hoeverre huishoudens bereikt wordenmet deze aanpak en waar gemeenten tegenaan lopen. Daaruit blijkt datlang niet alle gemeenten actief op zoek zijn naar alleenverdieners. Degemeenten die dit wel doen ervaren dat het moeilijk is om deze groep te1Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 7402Kamerstukken II, 2022/23, 26 448, nr. 7193Kamerstukken II, 2022/23, 26 448, nr. 697, Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 7464Bij gemeenten staat dit ook bekend als het «huidig handelingsperspectief» uit het Gemeente-nieuws van SZW 2023-1. kst-26448-763ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7631 vinden. Daarnaast is de werkwijze arbeidsintensief en vraagt deze omspecifieke kennis en expertise die niet in elke gemeente voorhanden is.Desondanks willen we ons best doen om deze mensen te benaderen. Wehebben de VNG in het bestuurlijk overleg op 23 mei jl. opgeroepengemeenten te blijven stimuleren alleenverdienende huishoudens proactiefte benaderen en te compenseren via de kaders van de individuelebijzondere bijstand.Gemeenten krijgen hiervoor financiering van het Rijk bij de septembercir-culaire 2024 van het gemeentefonds. In december 2023 is een handreikinggedeeld met gemeenten.5Om op grote schaal uitvoering te kunnen geven aan de proactievebenadering van huishoudens waartoe de motie Warmerdam c.s. oproept,is aan VNG en UWV gevraagd een uitvoeringstoets uit te voeren.Gevraagd is in kaart te brengen wat nodig is om huishoudens op grotereschaal actief te kunnen benaderen en welke bijdrage UWV en gemeentendaaraan kunnen leveren. Beide uitvoeringstoetsen zijn aan uw Kamertoegestuurd op 28 maart jl.6 De VNG merkt in de uitvoeringstoets ondermeer op dat alleenverdieners zich zelden spontaan melden, omdat hetvoor mensen moeilijk is om zelf vast te stellen dat zij geraakt worden doorde problematiek. Om die reden heeft de VNG aangegeven dat een lijst vanalleenverdieners voor gemeenten een noodzakelijke randvoorwaarde isvoor zowel de huidige ondersteuning via de individuele bijzonderebijstand als voor de aankomende tijdelijke regeling.Lijst van alleenverdienersInmiddels is bewerkstelligd dat gemeenten via het Inlichtingenbureau eenverzoek bij de Belastingdienst kunnen indienen om begin juli een lijst teontvangen met burgerservicenummers van hun inwoners die vermoe-delijk onder het bestaansminimum leven als gevolg van de alleenverdie-nersproblematiek. Deze lijst kunnen gemeenten gebruiken om dehuishoudens proactief te benaderen. Gemeenten kunnen de lijst tot30 juni aanvragen en zijn hierop geattendeerd in het gemeentenieuws vanSZW van 27 mei jl.7Het Rijk, de VNG, de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, UWV en hetInlichtingenbureau hebben nauw samengewerkt om tot een methodiek enwerkwijze te komen voor het kunnen samenstellen en verstrekken vandeze lijst aan gemeenten. Uit een vooronderzoek bleek dat de Belasting-dienst de meest nauwkeurige lijst kon samenstellen op basis vangegevens van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Daarom is aande Belastingdienst opdracht verstrekt om de lijst voor gemeenten samente stellen. Deze lijst krijgen gemeenten via het Inlichtingenbureau.Voor deze werkwijze, een vorm van proactieve dienstverlening, kent deParticipatiewet geen expliciete wettelijke grondslag. Wel bestaat er eentoereikende grondslag voor de gegevensverstrekking door de Belasting-dienst aan de gemeente voor de uitvoering van de Participatiewet, metinbegrip van de individuele bijzondere bijstand. Dit volgt uit deartikelen 35 en 64 van de Participatiewet. Onze opvatting is dat hetvervolgens proactief benaderen van de doelgroep een verenigbareverdere verwerking is van deze ontvangen gegevens. Daarmee is dezeproactieve benadering toegestaan op grond van artikel 6, vierde lid, van5Handreiking helpt gemeenten bij ondersteunen alleenverdieners | Nieuwsbericht | Rijksover-heid.nl6Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 7197Gemeentenieuws van SZW 2024-3 | Actueel | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7632 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Idealiter zou hetwetsvoorstel waaraan door SZW wordt gewerkt om proactieve dienstver-lening mogelijk te maken hiervoor de wettelijke grondslag zijn. Helaas isdeze wettelijke grondslag nog niet beschikbaar. De alleenverdienerspro-blematiek is te ingewikkeld om van inwoners te verwachten dat zij zelfkunnen toetsen of zij alleenverdiener zijn en vervolgens op eigen initiatiefeen aanvraag indienen bij de gemeente.Voor een goede uitvoering van artikel 35 van de Participatiewet achten wijhet noodzakelijk dat de gemeente alleenverdieners proactief benadert enhen wijst op de individuele bijzondere bijstand. Hierbij speelt ook detijdelijke aard van de maatregel een rol: naar verwachting volgt op kortetermijn de wetswijziging in verband met de tijdelijke regeling dieambtshalve toekenning mogelijk maakt. Deze wetswijziging zal eenspecifieke grondslag bieden om inwoners niet alleen proactief tebenaderen, maar ook ambtshalve een tegemoetkoming toe te kennen.Complicerend in deze afweging is dat uit nadere analyse is gebleken datwaarschijnlijk meer huishoudens dan verwacht op basis van de lijst tenonrechte zullen worden benaderd. De omvang van de groep betrokkenhuishoudens is naar verwachting de komende jaren redelijk gelijk(ongeveer 6.000), maar de samenstelling van de groep blijkt na naderonderzoek dit voorjaar minder stabiel dan eerder gedacht. Uitgaande vande lijst van de Belastingdienst op basis van de inkomensgegevens vantwee jaar geleden, zullen in de actualiteit vermoedelijk nog 3.000 tot 4.000van deze huishoudens in deze situatie zitten. Circa 2.000 tot 3.000 van de6.000 huishoudens zitten dus minder lang in deze situatie dan eerder wasingeschat. Voor de uitvoering van de motie Warmerdam c.s. betekent ditdat de gemeente ook inwoners benadert die in de actualiteit geenalleenverdiener meer zijn. Deze inwoners krijgen een bericht met desuggestie dat zij mogelijk recht hebben op bijzondere bijstand en eenaanvraag kunnen doen bij de gemeente. Hun aanvraag zal wordenafgewezen, als blijkt dat ze niet aan de voorwaarden voldoen. Desondanksweegt volgens het kabinet het belang van de groep alleenverdienerszwaarder, want zij leven nu onder het bestaansminimum. Daarom is, allesoverwegende, besloten deze werkwijze door te zetten. Doorslaggevenddaarbij is dat het gaat om een eenmalige verwerking van persoonsge-gevens van een beperkt aantal mensen dat mogelijk onterecht wordtbenaderd.In de proactieve benadering proberen we zoveel mogelijk te voorkomendat mensen een aanvraag indienen die zou worden afgewezen. Wanneerde gemeente contact opneemt met een inwoner die op hun lijst staat, kande gemeente daarom enkele vragen stellen. Dit zijn vragen waarmeeuitgesloten kan worden dat de inwoner in de actualiteit nog tot dedoelgroep behoort. Zo kunnen gemeenten vragen of de inwoner eentoeslagpartner heeft en of een van beide partners nog een relevanteuitkering ontvangt (een uitkering van het UWV of een vergelijkbareuitkering van een private verzekeraar). Inwoners die niet voldoen aan dezekenmerken kunnen op basis hiervan beslissen geen aanvraag in te dienen.De handreiking voor gemeenten zal hiervoor de komende maand wordenbijgewerkt.Het kabinet realiseert zich dat deze werkwijze voor gemeenten verre vanideaal is en is hen dan ook zeer erkentelijk dat zij bereid zijn om zoveelmogelijk mensen die te maken hebben met deze problematiek te helpen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7633 Tijdelijke regeling via gemeenten (2025–2027)Om de ondersteuning eenvoudiger en uitvoerbaarder te maken, kiest hetkabinet ervoor om – in afwachting van de fiscale oplossing per 2028 – debetrokken huishoudens een vaste tegemoetkoming te geven voor de jaren2025, 2026 en 2027, zoveel mogelijk ambtshalve. Het kabinet geefthiermee invulling aan de randvoorwaarden die door gemeenten gesteldzijn om voor deze periode de betrokken huishoudens te helpen.8Voor deze vereenvoudiging is een wijziging van de Participatiewet nodig.Het wetsvoorstel9 is dit voorjaar in internetconsultatie geweest. Tegelij-kertijd is het voorgelegd aan de VNG, Divosa, de Belastingdienst, DienstToeslagen, het Adviescollege toetsing regeldruk, LCR, LOSR met SociaalWerk Nederland en de Autoriteit Persoonsgegevens. De adviezen enreacties zijn verwerkt. De uitvoeringstoetsen en reactiebrieven doen wijuw Kamer toekomen met de voorliggende brief.Het kabinet heeft op 14 juni besloten om het wetsvoorstel ter adviseringaanhangig te maken bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Debeoogde datum voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari2025. Uw Kamer heeft onlangs met de motie Maatoug c.s. uitgesprokenhet wetsvoorstel met voorrang te zullen behandelen.10 Het kabinet zal hetmogelijke doen voor een snelle indiening bij uw Kamer.Het wetsvoorstel kent nu de volgende uitgangspunten:•De betrokken huishoudens kunnen een vaste tegemoetkoming via degemeente ontvangen. Alle huishoudens ontvangen hetzelfde bedrag.•De hoogte van deze tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriëleregeling vastgesteld op basis van een gegevensanalyse. Het bedragvoor 2025 wordt nog vastgesteld. Hierbij is het uitgangspunt dat detegemoetkoming voor vrijwel alle huishoudens toereikend is. Voorveruit de meeste huishoudens zal daarom sprake zijn van overcompen-satie. In uitzonderlijke gevallen waarbij de tegemoetkoming niettoereikend is, kunnen huishoudens hiervoor individuele bijzonderebijstand aanvragen.•De tegemoetkoming telt niet mee voor de hoogte van toeslagen of hetrecht op bijstand. Dit voorkomt een nieuwe inkomensdaling.•De tegemoetkoming kan niet later worden teruggevorderd. Zo wil hetkabinet mensen zekerheid bieden.•Gemeenten ontvangen jaarlijks via het Inlichtingenbureau een lijst methuishoudens aan wie zij de tegemoetkoming ambtshalve – dus zonderaanvraag – kunnen uitkeren. Dit ontlast de gemeenten in de uitvoering,omdat zij hiervoor geen aanvragen hoeven te beoordelen. De lijstwordt opgesteld door de Belastingdienst, in samenwerking met deDienst Toeslagen. Voor de benodigde gegevensverwerking wordt eenspecifieke grondslag geregeld in dit wetsvoorstel.•Huishoudens die niet op deze lijst staan kunnen zelf een aanvraag bijde gemeente doen voor de vaste tegemoetkoming. Er wordt verderverkend wat er nog mogelijk is om deze groep te bereiken.•Gemeenten ontvangen jaarlijks financiering via een decentralisatie-uitkering. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de uitvoeringskos-ten.8Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 7289Wijziging van de Participatiewet inzake een tijdelijke regeling voor een tegemoetkoming inverband met de alleenverdienersproblematiek (Wetsvoorstel tijdelijke regeling alleenverdiener-sproblematiek)10Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 757Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7634 De keuze voor twee van deze uitgangspunten lichten wij hieronder nadertoe.Tegemoetkoming als wettelijk kaderOp basis van ontvangen adviezen en reacties op het wetsvoorstel isgekozen voor een tegemoetkoming binnen de Participatiewet. Daarmee isafgestapt van het kader van de bijzondere bijstand. Bij de keuze voor eenvaste tegemoetkoming is het volgende overwogen.De bijzondere bijstand is bedoeld als een vergoeding voor onvoorzienekosten die noodzakelijk zijn voor het bestaan, waarover de ontvangerverantwoording moet afleggen. Alleenverdieners zouden de bijzonderebijstand echter hebben ontvangen als een aanvulling op het inkomenwaarover geen verantwoording verschuldigd is en die zij naar eigeninzicht mogen besteden aan hun levensonderhoud. Bijzondere bijstandpast daarom als instrument niet goed bij het doel van de tegemoet-koming. Daarbij komt de overweging dat het kader van de bijstand nietgeschikt lijkt voor de specifieke doelgroep van de alleenverdieners. Zo zouhet bijvoorbeeld in de praktijk onwenselijk zijn om de inlichtingenplicht tehandhaven voor een maatregel ten behoeve van een doelgroep die nujuist te maken heeft met zeer complexe samenloop van regels metbetrekking tot sociale zekerheid, inkomen en fiscaliteit. Om deze redenenstelt het kabinet voor om gemeenten op grond van de Participatiewet debevoegdheid te geven een tegemoetkoming in verband met de alleenver-dienersproblematiek toe te kennen. Deze tegemoetkoming zal niet tennadele van het huishouden worden herzien.Gebruik van de lijst voor ambtshalve uitkeringZoals hierboven vermeld, is de lijst die de Belastingdienst kan leveren nietactueel. Door de hoge mate van in- en uitstroom in de groep alleenver-dieners zijn inkomensgegevens uit een voorgaand jaar niet een goedevoorspeller van huishoudens die in de actualiteit alleenverdiener zijn enrecht hebben op de tegemoetkoming. Dit kan pas met zekerheid na afloopvan een jaar worden vastgesteld, wanneer definitieve inkomensgegevensbeschikbaar zijn voor een betrouwbare analyse. Naar aanleiding van dezebevinding zijn vier varianten voor het gebruik van de lijst verkend:1.De huishoudens op de lijst in de actualiteit ambtshalve de vastetegemoetkoming uitkeren. Dit was al het voornemen in de consultatie-versie van het wetsvoorstel. Circa de helft van de huishoudens dat ineen jaar de tegemoetkoming ontvangt, behoort dat jaar niet meer totde doelgroep.2.De huishoudens op de lijst in de actualiteit benaderen en vervolgenshun aanvraag beoordelen. Dit voorkomt dat huishoudens onterechteen tegemoetkoming ontvangen, maar belast de gemeenten en allebetrokken inwoners met een aanvraag.3.De huishoudens op de lijst voor het jaar van de inkomensgegevens(twee jaar geleden) de tegemoetkoming ambtshalve uitkeren. Circa dehelft van de huishoudens die nu geraakt worden door de problematiekontvangt pas twee jaar later een tegemoetkoming. Er ontstaat ook eennieuw dilemma: tegemoetkomingen bieden voor de jaren 2025–2027zou betekenen dat wordt uitbetaald in 2027–2029 en een samenloopmet de fiscale oplossing kan het gevolg zijn. Of een uitbetaling vantegemoetkomingen in de jaren 2025–2027 betekent in sommigegevallen een dubbele compensatie voor 2023 en 2024.4.De lijst niet gebruiken. Slechts het deel van de doelgroep dat bekend isbij de gemeente vanwege een bijstandsuitkering of lokaal minimabe-leid kan worden bereikt, mits gemeenten hen kunnen vinden en zij eenaanvraag doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7635 In samenspraak met de VNG heeft het kabinet besloten om vast te houdenaan de ingezette lijn (variant 1). Kabinet en gemeenten willen debetrokken huishoudens een tegemoetkoming in de actualiteit bieden endit zoveel mogelijk ambtshalve doen. De meeste betrokken huishoudenshebben een laag inkomen; zij hebben de tegemoetkoming daarom hardnodig in het jaar waarin zij het bedrag aan toeslagen mislopen om rond tekomen. Het belang van deze mensen weegt voor ons het zwaarst. En doorniet te kiezen voor een beoordeling (variant 2) voorkomen we zowel eengrote uitvoeringslast voor gemeenten als het risico dat deze huishoudensgeen aanvraag doen. Onze keuze om door te gaan met variant 1 betekentovercompensatie voor een groep huishoudens die in de actualiteit niet,maar in eerdere jaren wel geraakt werd door de problematiek. Ook geziende lange duur van de problematiek en het verwachte onvolledige bereikover de jaren 2023–2027 vindt het kabinet dit te verantwoorden.Als gevolg van de beperkte actualiteit van de lijst zijn er 2.000 tot 3.000van de 6.000 huishoudens die geen tegemoetkoming krijgen, tenzij ze diezelf aanvragen. De kans is groot dat zij dit niet zullen doen. Wij vinden datonwenselijk. Maar dit aandachtspunt geldt ook voor de drie anderevarianten. Daarom wordt verder verkend wat er nog mogelijk is om degroep te bereiken die niet in de actualiteit op de lijst staat. Tegelijkertijdmoet de regeling uitvoerbaar blijven voor gemeenten.Fundamentele fiscale oplossing (2028 en verder)Op dit moment worden de voorgestelde wetswijziging voor de fiscaleoplossing voor de alleenverdieners en de bijbehorende uitvoeringstoetsvoorbereid. Op basis van de uitvoeringstoets wordt deze oplossing zo snelals mogelijk ingepland in het IV-portfolio van de Belastingdienst. Beoogdis 2028. De voorgestelde vormgeving sluit aan bij de huidige vormgevingvan de uitbetaling van de algemene heffingskorting (AHK) aan deminstverdienende partner, zoals die al bestaat voor belastingplichtigen diegeboren zijn voor 1 januari 1963. In het wetsvoorstel Belastingplan 2025zal uitgebreid aandacht worden besteed aan de invulling van dit voorstel.De uitvoeringstoets zal inzicht geven in de uitvoeringsgevolgen van dezeregeling, waarbij tevens de effecten op de inkomens van mensen wordenmeegenomen.Verandering voor huishoudensDe fiscale oplossing voorkomt dat huishoudens netto (verder) ondersociaal minimum komen als gevolg van de versobering van de uitbetalingvan de AHK.Betrokken huishoudens kunnen na implementatie van de fiscale oplossingeen voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen om lopende hetkalenderjaar de uitbetaling van de AHK te ontvangen. Het is van belangdat huishoudens bij de aanvraag van de voorlopige aanslag een goedeschatting van het inkomen maken en inkomenswijzigingen gedurende hetjaar direct doorgeven aan de Belastingdienst om onnodige terugvorde-ringen te voorkomen. In samenwerking met betrokken partijen wordtnader onderzocht wat de overgang van de tijdelijke regeling naar defiscale oplossing precies betekent voor huishoudens, hoe dat proces goedkan verlopen en of aanvullende informatie of hulp nodig is.VervolgHet was en is pijnlijk om te constateren dat een aanzienlijke groephuishoudens in Nederland te weinig geld heeft om rond te komen doordatverschillende regelingen voor inkomenssteun tegen elkaar inwerken. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7636 heeft bovendien te lang voortgeduurd. We zijn blij dat we deze kabinets-periode samen met uw Kamer een oplossing voor deze mensen hebbengevonden en in deze voortgangsbrief wederom enkele betekenisvollestappen richting volledige invoering hiervan aan uw Kamer hebbenkunnen meedelen. Tegelijkertijd moet er nog veel gebeuren om debetrokken huishoudens te helpen met de tijdelijke regeling en deuiteindelijke fiscale oplossing.Om vaart te blijven houden in de aanpak is van belang dat de nauwebetrokkenheid van beide Kamers ook de komende tijd wordt voortgezet.Wij hebben deze betrokkenheid als bemoedigend en behulpzaam ervaren.Het kabinet blijft uw Kamer periodiek informeren over de voortgang op deoplossing. De eerstvolgende voortgangsbrief ontvangt uw Kamer na dezomer, ten tijde van de indiening van het wetsvoorstel voor de tijdelijkeregeling en het pakket Belastingplan 2025.De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,C.J. SchoutenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipDe Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijDe Staatssecretaris van Financiën,A. de VriesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7637
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
a2f221ee-93de-4a4f-98ce-068d2f35a1e0
83debatten
2.873bijdragen
23interrupties
361.995woorden in uitspraken