Pakket Belastingplan 2027
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Grinwis (ChristenUnie): Het verhaal is helder. Het verweer van het kabinet en de coalitie zou interessant zijn geweest als ze zich aan de spelregels zouden hebben gehouden, maar bij de laatste capriolen over het eigen risico, namelijk het niet door laten gaan van de verhoging van €60, hebben ze ook geen compenserende lastenverlichting toegepast. Ze breken dus zelf ook de spelregels. Mijn vraag aan de heer Stultiens is: waar zet hij precies op in? Hij kan namelijk het eigen risico halveren. Dan heb je structureel 5 miljard lastenverlichting via arbeid mogelijk gemaakt. Tegelijkertijd heb je dan de zorgkosten verhoogd. Hij kan zeggen: we willen geld ophalen met de erf- en schenkbelasting en het eigenwoningforfait. Alleen, daarmee zul je niet zomaar 7,8 miljard ophalen. Wat is precies zijn inzet in het debat?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik begrijp het antwoord. Natuurlijk ga je je eigen onderhandelingspositie niet helemaal vrijgeven. Het is heel erg technisch en altijd lastig uit te leggen waarom een hoger eigen risico leidt tot een compenserende lastenstijging in de ib, omdat inkomsten en uitgaven nou eenmaal gescheiden zijn en zorgpremies en het eigen risico in het inkomstenkader zijn gekoppeld aan de belastingtarieven en de Aof-premie. Dat weten de meeste mensen niet. Meneer Stultiens maakt een beetje gebruik van die systematiek om de lastenverzwaring extra groot te maken. Die is een feit. Tegelijkertijd is mijn vraag nogmaals: richt het zich primair op een verschuiving van kapitaal naar arbeid? Dan kun je zeggen: "een miljard erbij voor de erf- en schenkbelasting is al een significante uitbreiding van 4,5 naar 5,5 miljard aan opbrengsten", of "een miljard erbij vanuit eigen woningen is ook significant". Maar dan heb je nog maar een kwart van de totale lastenstijging op arbeid. Of zegt de heer Stultiens: nee, wij willen ook via het eigen risico het grootste deel van die lastenstijging weer tenietdoen? Dan heb je onder de streep een negatieve som.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik denk dat we het op een aantal punten echt wel eens kunnen worden. Alleen, ik zal die totale lastenstijging van 7,8 miljard iets minder benadrukken, omdat we allemaal weten wat de spelregels zijn. Als het vorige kabinet een enorme verlaging van het eigen risico aankondigt en dat alvast, logischerwijs, verwerkt in de belastingtarieven, dan is een volgend kabinet de pineut, zou je kunnen zeggen, van een optisch vervelende presentatie. Ik hoef het kabinet niet te verdedigen, maar laat ik het toch een beetje voor ze opnemen: dit is gewoon hoe het systematisch werkt. De echte lastenverzwaring op arbeid zit natuurlijk in de vrijheidsbijdrage, wat echt een besluit is van dit kabinet. Ik zou zeggen: laten we dat inderdaad anders doen. We zijn inderdaad bondgenoten. Ik denk dat de heer Stultiens gelijk heeft over die 7,8 miljard, maar dat ik ook gelijk heb over hoe dat nou komt en dat dat niet allemaal toe te rekenen is aan beleidsbeslissingen van deze coalitie. De halvering van het eigen risico was namelijk eigenlijk al in aanloop naar deze coalitie gesneuveld.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik ben natuurlijk blij met deze geloofsbelijdenis van collega Oosterhuis dat het belastingstelsel veel eenvoudiger moet en dat we niet iedere keer aan knoppen moeten draaien vanwege de koopkracht. De heer Oosterhuis is onderdeel van de coalitie, naar het schijnt. Het kabinet heeft een technische invulling van een koopkrachtpakket gepresenteerd. Bij "technisch" denk ik altijd: o, dat is dan een beetje neutraal. Dat is dus gewoon netjes indexeren, netjes tabelcorrectie toepassen en verder geen grappen en grollen uithalen. Maar wat schetst mijn verbazing? Er wordt aan de arbeidskorting getweakt. Er wordt ook aan de ouderenkorting gedraaid, zodat optisch volgend jaar een deel van de gepensioneerden erop vooruit zou gaan. Dat heeft toch niks te maken met een technische invulling en is toch juist het tegendeel van wat de heer Oosterhuis hier bepleit? Kan hij daar verantwoordelijkheid voor dragen?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Dat is een wat zuinig antwoord, maar daar kan ik uit opmaken dat collega Oosterhuis welwillend naar aanpassingsvoorstellen zal kijken, om deze niet geheel technische invulling op z'n minst technisch te verbeteren.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): In derde instantie, afrondend, toch nog even op een wat hoger schaalniveau. De heer Oosterhuis kijkt in dit antwoord ook weer enorm naar het kabinet, maar wat is zijn taakopvatting over de coalitie, in tijden van een minderheidskabinet, waarbij de Kamer uiteindelijk in meerderheid tot een fatsoenlijk gedragen Belastingplan moet gaan komen? Welke taak- en rolopvatting ziet de heer Oosterhuis de komende weken voor zichzelf, zijn eigen fractie en de coalitie hier in de Kamer? Dat is eigenlijk best wel een fundamenteel punt. Nu wordt alles over de schutting gekieperd naar het kabinet. Het kabinet heeft al een paar keer zijn neus gestoten. Wanneer is de coalitie aan zet?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Volgens mij willen we inderdaad hetzelfde. We hebben deze zomer in de gesprekken die we mochten voeren herhaaldelijk benadrukt: voer nou die uitzondering in op ATAD voor woningcorporaties, dus op die renteaftrekbeperkingsmaatregel, die inderdaad nooit voor woningcorporaties bedoeld was. De Europese Commissie biedt daar ruimte voor. Is collega Oosterhuis het niet met mevrouw Beckerman en mij eens dat de nota van wijziging, en vooral de toelichting daarop, te terughoudend is over de mogelijkheden die de Europese Commissie nota bene zelf biedt? Zowel collega Beckerman als ik zijn ook volkshuisvestingwoordvoerder.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Wij hebben de indruk dat bij VRO dit risico toch anders wordt gewogen dan bij Financiën.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Dat was inderdaad mijn volgende vraag: zullen we niet gewoon dat koninklijk besluit uit de wet halen? Dat roept namelijk allerlei vragen en onzekerheden op. Het is ook de belofte van het kabinet aan de woningcorporaties geweest. Waarom zetten we het nu in het Belastingplan? Zodat de 14 miljard extra investeringsruimte die deze maatregel biedt nu ook benut kan gaan worden. Als je dan een onzekerheid inbouwt met zo'n koninklijk besluit, terwijl dat echt veel te voorzichtig is, dan kun je dat toch beter gewoon weghalen uit de wet? Wat mij betreft amenderen we dat eruit of haalt de staatssecretaris dat eruit, want dit is echt niet nodig. Mijn checkvraag: zit collega Oosterhuis er ook zo in?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Afrondend. Ik denk dat ik met collega Beckerman hier maar een voorstel voor ga indienen. Ten tweede: is het onderscheid dat tussen DAEB en niet-DAEB wordt gemaakt wel een juiste interpretatie van de vrijstelling die de Europese Commissie biedt? De Europese Commissie zegt namelijk: het gaat niet alleen over sociale woningen, maar het gaat ook over betaalbare woningen. De middenhuur hoort gewoon in het betaalbare segment. Is dat dus niet ook weer te voorzichtig geïnterpreteerd door het kabinet?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik heb al een interruptie geplaatst over de taakopvatting en de rol van de coalitie. Toch nog even voor de zekerheid. Er werden ook wat vragen gesteld over een totaaldeal. Wij zijn hier met z'n honderdvijftigen ook medewetgever. Dat zijn wij als leden van deze financiële commissie ook. Toch even voor alle helderheid. Wat het nou ook wordt, een totaaldeal of gewoon een brede meerderheid langs de weg van amendementen: heeft het zin voor de coalitie als wij gewoon netjes ons medewetgevende werk doen en amendementen indienen? Of worden die bij een totaaldeal eventueel allemaal van tafel geveegd? Want dan kan ik net zo goed stoppen met medewetgevend werk.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Echt hele goede amendementen worden zo meteen natuurlijk randvoorwaardelijk; daar kan meneer Oosterhuis van op aan. Hij begrijpt mijn vraag natuurlijk ook. Soms wordt er aan de ene kant bijna een soort exclusiviteit geëist, terwijl er aan de andere kant gewoon fatsoenlijke voorstellen worden gedaan die het waard zijn om op hun merites beoordeeld te worden. Dan gaat het niet zozeer om onze voorstellen, maar ook om die van collega's. Nu we met een uitgebreide wetgevingsbehandeling beginnen, wil ik wel dat we ons werk ook op die manier blijven doen, welke afspraken er ook volgen. Ik wil ook dat ze als zodanig worden beoordeeld. Het zou heel vervelend zijn als er op 11 november ineens uit de hoge hoed …
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ja, dit is mijn laatste zin, voorzitter. Ik snap uw punt. Het is ook mijn laatste interruptie op dit punt, dus ik hoef geen derde. Het zou heel vervelend zijn als er op 11 november een soort totaaldeal uit de hoge hoed wordt getoverd en er vervolgens op 12 november om die reden van alles wordt weggestemd, terwijl het aanvankelijk met een "oordeel Kamer" en een positieve houding is bejegend.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik heb even een korte vraag over de branche-eigen producten. Ik snap de vraag namelijk heel goed. Het vloeit natuurlijk voort uit een motie, maar het is wel heel wrang. Precies de branches die het raakt, hebben we natuurlijk veel gehoord. Wat is de inzet precies van collega Van Eijk? Wil ze de regeling behouden? Wil ze die versoberen? Nu is de max bijvoorbeeld €500; wil ze 'm terug naar €250? Of gaat ze in principe mee met het voorstel van het kabinet? Waar wil ze landen?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik wil hierop doorgaan. Hoe gaat mevrouw Van Eijk wegen of het wel of niet verantwoord is om het door te zetten op 2028? Als het niet verantwoord is, moeten we dan niet gewoon accepteren dat het 2029 wordt?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): De kans is natuurlijk heel groot dat alle uitvoeringstoetsen rode vlaggen bij de Belastingdienst opleveren. Dan wordt het heel erg een politieke verantwoordelijkheid en ga je die politieke verantwoordelijkheid dan nemen, ja of nee? De politieke wens is inderdaad evident en dat er een meerderheid voor die wens is, is ook evident. Maar nochtans, als medewetgever zijn we ook verantwoordelijk voor de uitvoerbaarheid. We mogen zaken niet nodeloos in de soep laten lopen, want daarmee nemen we ook nog eens een gokje met de belastinginkomsten en met de belastingheffing als zodanig. Hoe ziet mevrouw Van Eijk dat? Gaan we al die rode vlaggen dan inderdaad een-voor-een proberen te arresteren? Of zeggen we dan op een gegeven moment "dit is eigenlijk onbegonnen werk en we moeten hier een jaar extra de tijd voor nemen"?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik snap heel goed dat mevrouw Van Eijk zegt: als we de opbrengsten iedere keer gebruiken om een gat te vullen, is het een ordinaire lastenverzwaring voor de mensen die het betreft. Hoe zou ze dit willen voorkomen? Heeft ze zelf ook regelingen op het oog die we zouden kunnen afschaffen en waarmee we tegelijkertijd de opbrengsten zouden kunnen toevoegen aan andere regelingen? Ik noem één concrete suggestie. Vorige week heb ik er al even op gehint dat we de zelfstandigenaftrek hebben teruggebracht van meer dan €7.000 naar volgend jaar €900. Als we die nou afschaffen, maar toevoegen aan de mkb-winstvrijstelling, heb je een ingewikkeld urencriterium uit je stelsel weggewerkt, maar houd je wel de opbrengst voor ondernemers beschikbaar. Hoe kijkt mevrouw Van Eijk tegen dat soort ideeën aan?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Heel kort. Dat deel ik. Het risico van het invoegen in die toekomstige discussie over een toekomstig ideaal belasting- en toeslagenstelsel is dat alles op de lange baan gaat. Wat is de ambitie van mevrouw Van Eijk om dan begin volgend jaar alles met elkaar te hernemen, zo van: deze en deze regeling zouden we heel goed kunnen samenvoegen tot één ondernemersregeling, zonder dat we iedere keer als een soort tactiek van de verschroeide aarde kleine regelingen afschaffen en steeds meer geld uit ondernemers halen?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik ga nog even door over die pseudo-eindheffing. Is het niet raar dat die pseudo-eindheffing na 25 jaar eigenlijk vervalt en dat dan de waarde in het economisch verkeer gaat gelden, terwijl we de youngtimerregeling nu net met veel vijven en zessen hebben aangepast naar twintig jaar?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik zal uitermate voorzichtig zijn! Mijn vraag ging over de pseudo-eindheffing, die volgens mij eindigt na 25 jaar. Is dat niet een discrepantie? Maar ik ben ook wel benieuwd naar wat de staatssecretaris hiervan gaat zeggen.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Deze woorden van collega Van Dijk klinken mij natuurlijk als muziek in de oren. Nou vraagt collega Van Dijk vooral aan de staatssecretaris naar de lange termijn en deze kabinetsperiode, maar ik heb een vraag over de korte termijn. Wij kunnen die arbeidskorting ook gewoon zelf terugdraaien. Ik zal er zo in mijn eigen termijn nog iets over toelichten. Het kabinet heeft eigenlijk verzuimd de verhoging van het eigen risico te laten doortikken in lagere tarieven in de eerste en tweede schijf. Als we dat nou eens netjes zouden doen, houden we ons daar aan de gebruikelijke afspraak en maken we de arbeidskorting minder hoog. Dan kunnen we en passant ook nog de bezuinigingen op de ouderenkorting terugdraaien. Dan ben je ook veel dichter bij de technische invulling die het kabinet eigenlijk voor ogen had en ben je veel minder de arbeidskorting eindeloos aan het oppompen. Wat vindt mevrouw Van Dijk van deze beweging op korte termijn? Want daar moeten we het natuurlijk ook over hebben.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Mijn vraag aan collega Van Dijk — zij was erbij als medeonderhandelaar — is wat het idee was van de invulling van de alternatieve regeling voor chronisch zieken van 350 miljoen. Daar moet toch een idee over zijn geweest? Anders was het een beetje een platte bezuiniging of lastenverzwaring, zo van: niet doelmatig, weg ermee.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Vanwege die zorg heeft collega Bikker een motie ingediend. Die is gelukkig breed gesteund. De motie verzocht om een brief voor de Belastingplanbehandeling. Eigenlijk hebben we die niet. Het zijn puur kwalitatief wat zinnen. Blijkbaar is VWS het nog aan het bestuderen. We moeten afwachten hoe concreet het alternatief is uitgewerkt over twee weken. Stel je voor dat het niet voldoende vertrouwen geeft. Wat is dan het alternatief? Is dat dat we de staatssecretaris over twee weken vragen om een nota van wijziging en zeggen "haal het eruit"? Amenderen we het er zelf uit? Of zetten we het op koninklijk besluit, zodat je nog een soort van tussenstap inbouwt? Wat is het idee?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik ben het hier helemaal eens met collega Van Dijk. Volgens mij hebben wij hier vorig jaar al gezamenlijk een motie over ingediend, maar nog steeds is het niet opgelost, hoewel er gelukkig wel overleg plaatsvindt. Hoe verklaart collega Van Dijk het dat er, terwijl we het al jaren hebben over het belang van vruchtwisseling en over samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders en terwijl er geen wettelijke aanpassing is geweest, in de praktijk toch zulke verstrekkende wijzigingen worden doorgevoerd? Ik kan daar eigenlijk met mijn hoofd niet bij, want dit gaat precies de verkeerde kant op ten opzichte van wat we eigenlijk aan samenwerking en vruchtwisseling willen.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Het is helder dat het bij BBB om grote gebaren en grote bedragen gaat, maar wat betekent die randvoorwaarde ten aanzien van stikstof nou precies? Betekent die dat, als de veldemissies voortaan worden toegerekend aan de ammoniaknorm onder de fosfaatrechten, het verschuiven van een miljard voldoende is? Betekent dit dat als de rekenkundige ondergrens dit najaar wordt verhoogd, het nog weer met een paar honderd miljoen minder kan? Betekent dit dat als de zonering naar gezonde proporties wordt teruggedraaid, het weer met een paar honderd miljoen minder kan? Hoe zit het precies?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Dat snap ik natuurlijk. De heer Vermeer heeft er ook verstand van. In reactie op wat hij buiten de microfoon zegt: dit is niet ridicuul. Ik noemde precies drie enorme pijnpunten in het stikstofbeleid: veldemissies, rekenkundige ondergrens en zonering. Dat zijn ook pijnpunten voor de BBB. Omdat de BBB het niet clausuleert en het alleen heeft over de stikstofbrief, maar niet helder maakt wat precies randvoorwaardelijk is aan een wijziging om wel of niet positief het Belastingplan tegemoet te kunnen treden, is het voor de collega's heel ingewikkeld om te weten welk amendement voor de BBB zo meteen randvoorwaardelijk is bij het Belastingplan en welke stikstofbeleidsverandering randvoorwaardelijk is om op de BBB te kunnen rekenen of om samen een deal te kunnen sluiten. Daarmee zit ik een beetje te puzzelen. Ik probeer dus vat te krijgen op wat de heer Vermeer zegt en ridiculiseer het helemaal niet, want ik vind al deze drie de punten die ik noemde bij stikstof, heel relevant.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Wij hebben dit natuurlijk allemaal besproken in het verleden, ook bij de hersteloperatie. Dit is juist de reden dat we vorig jaar als Kamer in meerderheid hebben voorkomen dat de belasting in box 3 zou stijgen. We hebben vorig jaar voorkomen dat het forfait bij overige bezittingen zou stijgen en we hebben ook voorkomen dat het heffingsvrij vermogen toen omlaag zou gaan. In die zin hebben we de verhoging in box 3 tegen kunnen gaan. Dat hebben wij natuurlijk wel moeten dekken. Daar heeft soms dezelfde groep mensen ook last van, met de versnelde afbouw van de wet-Hillen. Maar onder de streep is dus de belasting in box 3, als gevolg van de hersteloperatie en de tegenbewijsregeling, bij mijn weten niet verder verhoogd. Dat het nog steeds een hele hoge belasting is, die geen rekening houdt met inflatie, is waar. Daarom is het ook zo erg dat minister Heinen nu het amendement op stuk nr. 27 om het forfait alsnog te gaan verhogen, wilde terugdraaien. Deelt de heer Vermeer dat wij uiteindelijk die verhoging van box 3 hebben kunnen verijdelen, omwille van tegenbewijs en hersteloperatie?
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Dat deed ik ook met nadruk niet, maar het beeld moet niet ontstaan dat we box 3 extra hebben verhoogd. Dat hebben we uiteindelijk verijdeld. Daarmee hebben we geen cadeautje of geste aan iemand uitgedeeld, helemaal niet, maar daarmee is het grootste deel van de dekking van de hersteloperatie wel nog steeds in de algemene middelen gevloeid. Die hersteloperatie gaat overigens veel goedkoper worden dan de exorbitante ramingen, maar ook dat debat hebben we natuurlijk gevoerd.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, dank u wel. We staan aan het begin van de meest ongewisse belastingplanmarathon die ik ooit heb meegemaakt. Politiek, want het is vandaag, tijdens het eerste debat over het Belastingplan 2027, volstrekt onduidelijk of er een meerderheid voor dit pakket komt in deze Kamer, laat staan in de Eerste Kamer. Maar ook procedureel, want wij beginnen met de behandeling, terwijl een belangrijk deel van het Belastingplan nog niet af is, doordat de novelle op de Wet werkelijk rendement en de financiële dekking daarvan nog niet rond is. En inhoudelijk, omdat de kloof tussen wat veel partijen zeggen te willen en wat vandaag voorligt, groot is, heel groot. Voorzitter. Aan de ChristenUniefractie zal het niet liggen om over een maand te komen tot een Belastingplan met een meerderheid. Daarvoor moeten dingen anders en beter, zeker als het gaat om de vormgeving van het koopkrachtpakket van het kabinet, maar ook breder. Daartoe zal mijn fractie, zoals u ons kent, met behulp van amendementen wijzigingsvoorstellen indienen, waarvan een enkele randvoorwaardelijk zal zijn om het Belastingplan te kunnen steunen. De ChristenUniefractie zal daarbij de besluitvorming niet nodeloos ingewikkeld maken door ook nog allerlei zaken buiten het Belastingplan als randvoorwaardelijk toe te voegen. Dat zou namelijk het werken voor een minderheidskabinet onmogelijk maken, terwijl ik als parlementair democraat juist gecharmeerd ben van het fenomeen minderheidskabinet. Al moet wel gezegd dat dit minderheidskabinet met twee in plaats van drie partijen waarschijnlijk daadkrachtiger en stabieler was geweest dan het vandaag is. Maar ja, we zullen het ermee moeten doen. Voorzitter. Het kabinet mag in ieder geval rekenen op een kritisch-constructieve benadering van de ChristenUnie. Dan steek ik nu inhoudelijk van wal, met voor mijn fractie bijna gelijk het meest aangelegen punt: een eenvoudige inkomstenbelasting met brede grondslagen, lage heffingskortingen, lage tarieven en zo min mogelijk toeslagen. Daar komt het namelijk maar niet van; integendeel. De augustusmaand bleek weer een ramp voor een belastingstelsel met brede grondslagen, lage heffingskortingen en lage tarieven, hoewel ik deze augustusmaand onder anderen de minister van Financiën op het hart heb gedrukt: draai niet omwille van modelmatige koopkrachtcijfers en het uitdiepen van de kloof tussen uitkering en werk aan de arbeidskorting; doe het niet! Of ik nu een averechtse uitwerking heb op de minister en het kabinet: je zou het bijna gaan denken, want in plaats van deze knop te mijden, werd deze met €173 extra opgepompt. En nu moet ik zeker blij zijn dat deze verhoging is getemperd naar €133. Op zich waardering voor het feit dat de verhoging is getemperd en dat het aangrijpingspunt waar het toptarief begint, alsnog is geïndexeerd, van ruim €78.000 naar ruim €80.000 of €80.500, zoals het hoort. Maar wat is een technische invulling waard, terwijl er aan allerlei knoppen wordt gedraaid die het belastingleven minder overzichtelijk maken en die bovendien zo in het verkeerde keelgat schieten bij fracties waarvan het kabinet hoopt dat deze voor het Belastingplan zullen stemmen? Bij een technische invulling had ik verwacht dat het kabinet eenvoudig zo beleidsarm mogelijk had geopereerd, dus gewoon de inflatiecorrectie toepassen, de tabelcorrectiefactor volledig toepassen en de tariefschijven indexeren conform het basispad. Dat zou toch een technische invulling zijn geweest, en niet deze modelmatig gedreven, maar fiscaal onverantwoorde draai aan de knoppen? Enfin, het inlegvelletje bij de Miljoenennota van enkele weken terug heeft het in ieder geval minder erg gemaakt, of positiever gezegd: een beetje beter. Voorzitter. Misschien vraagt u zich af waarom die Grinwis nu alweer over de arbeidskorting begint. Het is niet alleen een enorme deeltijdbonus dan wel voltijdsboete door de inkomensafhankelijke afbouw vanaf bijna modaal. Het is met bijna €6.000 per jaar ook een gigadiscriminerende ongelijkheidsvergroter tussen arbeidsgeschikt en arbeidsongeschikt. Als je namelijk arbeidsongeschikt raakt en modaal verdient, ben je van het ene op het andere jaar deze bijna €6.000 kwijt. Het is ook een discriminerende ongelijkheidsvergroter tussen eenverdieners en tweeverdieners. De traditionele tabellen van de marginale druk maken opnieuw pijnlijk duidelijk hoe groot de verschillen in belastingdruk zijn tussen verschillende individuen en huishoudens met hetzelfde bruto inkomen. Een eenverdiener moet in zijn voltijdswerkweek €111.000 zien te verdienen om evenveel over te houden als tweeverdieners die samen in twee keer drie dagen €80.000 verdienen. Dat valt toch niet uit te leggen? Sommige eenverdieners zien van hun extra verdiende euro maar 5 cent op de rekening. 5 cent! Ten slotte is het ook nog eens een ongelijkheidsvergroter tussen jong en oud, want ouderen krijgen als ze werken een veel lagere arbeidskorting. Oké, die stijgt, maar ze krijgen tegelijk — en dat is erger — te maken met een ouderenkorting die daalt. Dat is geen natuurverschijnsel, ook al wordt deze ideologische verhoging nu gepresenteerd als een technische invulling. Bij de introductie in 2001 was de arbeidskorting namelijk slechts €920, en nu €5.685. Dat is een stijging van 518%! De inflatie was in die tijd opgeteld 80%, dus 518% versus 80%. Volgend jaar gaat daar bijna 39 miljard euro in om. Zet dat eens af tegen het totaal aan opbrengsten van de loon- en inkomstenbelasting van 116 miljard. Met die 39 miljard alleen al kunnen de belastingtarieven in schijf 1 en 2 van de inkomstenbelasting omlaag met acht procentpunt. Al zou je dat maar voor de helft doorvoeren, in combinatie met niet meer inkomensafhankelijk afbouwen, dan kan de algemene heffingskorting — inmiddels ook 27 miljard — tegelijkertijd ook omlaag en weer inkomensonafhankelijk worden. Dan zou het debacle van na de afspraken over een inkomensafhankelijke zorgpremie uit 2012 ook weer worden gerepareerd. Alleen al deze twee ingrepen zouden zonder drastische systeemwijziging de inkomstenbelasting een stuk overzichtelijker maken. Is het niet, staatssecretaris? Enfin, zo'n drastisch amendement zal ik niet indienen. Initieel diende ik samen met collega's Struijs en Stoffer een amendement in om de verhoging van de arbeidskorting terug te draaien, om daarmee de tabelcorrectiefactor volledig toe te passen, in plaats van een nog niet eens halve toepassing ervan door het kabinet in het kader van de zogenaamde vrijheidsbijdrage. Maar na de feitelijke antwoorden op de vragen bij de Miljoenennota en de aanpassingen aan het koopkrachtpakket in het reeds genoemde inlegvelletje, en in lijn met mijn betoog van zojuist over brede grondslagen en lagere tarieven, leek het mij gepast om het amendement aan te passen en dus de verhoging van de arbeidskorting voor een groot deel terug te draaien, en daarmee de tarieven in schijf 1 en 2 van de inkomstenbelasting omlaag te schroeven. De mate van de verlaging zuig ik niet uit mijn duim, maar die hangt weer samen met een verlaging die het kabinet verzuimd heeft door te voeren. Dat zit zo. Het kabinet heeft onder andere onder druk van de ChristenUnie afgezien van de verhoging van het eigen risico met €60. Normaal gesproken had het kabinet dit in het inkomstenkader moeten compenseren met de verlaging van de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf met 0,14 procentpunt, ofwel 716 miljoen euro. Dat heeft het kabinet, misschien wel voor het eerst in de geschiedenis sinds de introductie van het huidige zorgstelsel, verzuimd om te doen. Dat is bizar en slordig, om niet te zeggen fout. Daarom kies ik voor deze uitruil tussen arbeidskorting en lagere belastingtarieven en houden we ons als Kamer wél aan de spelregels. Waarom heeft het kabinet eigenlijk verzuimd zich aan deze spelregels te houden, zo is mijn vraag. En ja, ik weet dat structureel nog niet duidelijk is of de verhoging van het eigen risico niet doorgaat, maar dat had toch niet moeten uitmaken voor 2027? Waarom is de zogenaamde technische invulling zodanig geweest dat enerzijds de arbeidskorting enorm werd opgepompt en anderzijds gezondigd werd tegen een aloude spelregel in het inkomstenkader? Om nog een reden is deze overtreding van de spelregels niet goed te verdedigen. Immers het kabinet is er als de kippen bij om te zeggen: nee, nee, wij verhogen de belasting op arbeid niet met bijna 8 miljard; 5 miljard daarvan komt doordat het vorige kabinet het eigen risico zou halveren, wat niet is gebeurd, maar de daling van de belastingtarieven was al wel ingeboekt. Tja, als je dat als verdediging gebruikt, dan moet je je bij het afzien van de verhoging van het eigen risico ook aan de spelregels houden. Is de staatssecretaris dat eigenlijk niet gewoon met mij eens? Voorzitter. In het amendement op stuk nr. 7 hoop ik dus een en ander te wijzigen en zal ik ook de verlaging van de ouderenkorting terugdraaien. Dit amendement zal belangrijk worden in het kunnen steunen van het Belastingplan. Dank bovendien aan de amendementenservice, die heel hard aan alle amendementen werkt. Afhankelijk van hoe snel we amendementen terug krijgen, zullen we ze ook indienen, maar het lukte niet allemaal voor vandaag. Dat zal dus ook de komende weken gebeuren. Voorzitter. Het niet-doorgaan van de verhoging van het eigen risico met €60 had ook moeten leiden tot compensatie via een verlaging van de arbeidsongeschiktheidspremie voor werkgevers, de zogenaamde Aof-premie, en wel met 196,3 miljoen euro, of wel 0,05 procentpunt. Maar ook deze is niet toegepast. Is de staatssecretaris bereid deze verlaging alsnog door te voeren? Of gelden hier ineens weer andere regels dan bij de capriolen in box 2? Er moet weer allemaal dekking komen, wat ik natuurlijk begrijp, maar toch, dit zou eigenlijk logischerwijs ook moeten gebeuren. In plaats van dat de Aof-premie daalt, stijgt deze in 2027 met 0,4 procentpunt tot wel 7,76% in 2027. Dit heeft weer alles te maken met de invulling van de vrijheidsbijdrage door het kabinet: 1,5 miljard Aof-premie erbij in 2027 en structureel 1,7 miljard. Voorzitter. Een aantal opmerkingen. Hoewel deze vrijheidslasten misschien in relatieve zin volgens het kabinet gelijk zijn aan die voor burgers, deelt het kabinet ook de constatering van het CPB en de Raad van State dat op termijn de Aof-premie uiteindelijk voor driekwart bij werknemers terechtkomt. Uiteindelijk wordt de vrijheidsbijdrage dus voor meer dan 80% door vooral werkenden gedragen en voor nog geen 20% door bedrijven. Vindt het kabinet dit echt een redelijke verhouding? Het gebruik van de Aof-premie is, zoals de Algemene Rekenkamer aankaart, bovendien een middel dat het budgetrecht van het parlement omzeilt. Daarnaast is mijn fractie ontevreden over het misbruik dat hier plaatsvindt van een premie voor een werknemersverzekering, want misbruik is het. Premies voor een werknemersverzekering haal je niet op voor Defensie-uitgaven. Dat is tegen de wet. Enfin, op verzoek van collega Patijn en mij wordt nu een onafhankelijke analyse uitgevoerd en deze komt binnenkort naar de Kamer. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt er wat mij betreft door het kabinet opnieuw te gemakkelijk overheen gestapt. Waarom is er niet gekozen om bedrijven via andere posten, zoals de vpb of een andere belasting, een bijdrage te laten leveren? Of komt er een nieuwe werkgeversbelasting? Aan welke modaliteit denkt het kabinet eigenlijk? Is zoiets op korte termijn door de Belastingdienst te implementeren of is die te druk met box 3? Dat is gelijk een bruggetje naar box 3: het pièce de résistance van de Belastingplanbehandeling dit jaar. Dit is volkomen onnodig. We hebben het hier over nog geen 2% van de inkomsten van het Rijk en dit zet al een heel jaar het politieke debat, en zo meteen ook de Belastingdienst, op zijn kop, en dat alleen vanwege een obsessie van de minister van Financiën met vermogenswinstbelasting. Die kreeg hij overigens te laat kreeg om die netjes te verwerken in de Wet werkelijk rendement, die we uitgebreid in dit huis hebben behandeld. Zoals vaker gezegd vind ik een systeem van werkelijk rendement te bewerkelijk voor de Belastingdienst en de belastingbetaler voor slechts 9 miljard euro per jaar. Dat is nog geen 2% van de overheidsinkomsten. Ik had liever een eenvoudige vermogensbelasting gehad van 1% à 1,5% met een samenloopbepaling, desnoods met een progressie naar tarieven van, zeg, 1% en 2%. De nota naar aanleiding van het verslag suggereert dat bij een dergelijke vermogensbelasting het beroep op de samenloopbepaling zodanig zal zijn dat het in the end net zo bewerkelijk zal zijn als de Wet werkelijk rendement. Dat vind ik echt een totaal ongeloofwaardige stelling die ook niet wordt onderbouwd. Ik daag de staatssecretaris uit dat alsnog te doen. Bij een al dan niet progressief percentage, dat niet te hoog is, is het echt niet geloofwaardig dat belastingplichtigen zich massaal bij de Belastingdienst zullen melden omdat ze in totaal te veel belasting zouden betalen, zeker bij een samenloopbepaling van 68%, zoals we die vroeger hebben gehad. Als je dit soort niet-onderbouwde onzin opschrijft — het spijt me, voorzitter — wil je dan wel echt vereenvoudigen? Onderbouw op z'n minst kwantitatief hoe groot het risico op een beroep op de samenloopbepaling is. Dan pas kunnen we echt een eerlijke beoordeling maken of de vermogensbelasting een fata morgana is of het overwegen waard voor de toekomst. Maar goed, meneer Heinen wil het feestje van de vermogenswinst vieren. Dat ben ik onder voorwaarden bereid met hem mee te vieren. Dat heb ik eerder gezegd, maar dan gaan we niet van de werkenden, noch van de kleinere spaarder en belegger, vragen om met stoelen te sjouwen, taarten te bakken en slingers op te hangen, waarna minister Heinen na afloop ook nog een Tikkie stuurt. De minister is in zijn hyperfocus aan hele grote groepen Nederlanders voorbijgegaan, tot ontevredenheid van de hele Kamer. In die zin verdient dat een compliment, want hij wist als een van de weinigen links en rechts te verenigen en dat is tegenwoordig niet voor velen weggelegd. Voorzitter. We gaan er 9 november over doorspreken. Het zal wat mij betreft dan ook uitgebreid over de uitvoerbaarheid gaan. Ik ga ervan uit dat de moties van de Kamer worden gerespecteerd en collega Van Eijk noemde ze al alle vier bij naam en toenaam. Ik ga er ook van uit dat er een netdekking in het vermogensdomein wordt gevonden. Als je dan de rekenrente op de papieren schenkingen en sowieso de forfaits actualiseert, ben je al halverwege het dekkingsprobleem. Grijp die aangenomen motie nou gewoon met beide handen aan in plaats van moeilijk te gaan zitten doen. Ook mensen die gebruikmaken van dit instrument, keken vreemd op bij de notaris dat een rente van 6% verplicht is, terwijl ze met 3% ook genoegen hadden genomen. Dit als een aanval op de erf- en schenkbelasting zien is echt vet overdreven en ook riskant in deze politieke tijden met een minderheidskabinet. Overigens, ik vind het wel een prima idee om het tarief in de eerste schijf van de erf- en schenkbelasting wat te verhogen — dat geef ik eerlijk toe — en daarmee het belastingtarief in box 3 wat te verlagen, want daar zit een groter probleem dan vermogensaanwas versus vermogenswinst. Een tarief van 36% is gewoon te hoog, zeker in internationaal perspectief. Kortom, ik zal een amendement indienen om dat tarief een paar procent te verlagen. Ook daar wordt aan gewerkt. Voorzitter. Daarnaast vind ik het belangrijk om nog een keer te benoemen dat ik hoop dat gelden die overblijven bij de hersteloperatie van box 3 wel ten goede komen aan de niet-bezwaarmakers uit de periode 2017-2020, nu de hersteloperatie qua financiële omvang zo meevalt. Kan de staatssecretaris dit alstublieft nog eenmaal overwegen, zonder gelijk in het welbekende schuttersputje te gaan zitten en zich te verschuilen achter de uitspraken van de Hoge Raad dat het niet hoeft en zal? Ik wijs ook op de woorden die collega Vermeer hierover heeft gesproken. Voorzitter. Over box 2 heb ik nog een vraag. Dank voor de duidelijke antwoorden in de nota naar aanleiding van het verslag. Daaruit rees wel de vraag op waarom het kabinet überhaupt heeft gekozen voor een tariefverlaging en niet voor een verlenging van de eerste schijf die congruent zou zijn met het inperken van het excessief lenen. Excessief lenen wordt met vier ton ingeperkt. Waarom nou niet in een of een paar jaar in totaal incidenteel met vier ton de eerste schijf verlengen? Daarmee leg je meer relatie met die beperkende maatregel. Dan heb je nog steeds derving, maar het is wel een slimmere maatvoering. Ik ben benieuwd waarom het kabinet daar niet voor gekozen heeft. Voorzitter. Ik kom bij de aftrek van specifieke zorgkosten. Deze aftrek ...
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik zie het ook niet echt als dekking, maar meer als intertemporeel je reeksen bij elkaar brengen. Wil je het rond laten lopen, dan zul je elders in het vermogensdomein meer dekking nodig hebben, of je zult een aantal jaren het box 2-tarief iets moeten verhogen. Uiteindelijk vond ik de plaat die is neergelegd tijdens de Financiële Beschouwingen — hoe zal ik het zeggen? — rammelen. Verder wil ik niet in herhaling vallen. Ik heb collega Stultiens toen ook geantwoord dat ik als het gaat over budgetneutraliteit in algemene zin niet dezelfde lijn volg als collega Vermeer. Bij een grote hervorming kom ik echter wel in zijn buurt, in die zin dat de Raad van State ons iedere keer op het hart heeft gedrukt: bezint eer ge begint. Als je budgetneutraliteit aan de voorkant als eis stelt bij zo'n grote hervorming, dan maak je het jezelf bijna onmogelijk om een fair stelsel te implementeren. Dat herhaal ik toch nog eventjes. Tegelijkertijd zitten we nu bijna tegen de -3% aan en moeten we opletten met onze staatsschuld de komende jaren. Uiteindelijk vind ik dat we overall op een goede dekking mogen rekenen. Dat zijn grofweg de twee denklijnen. Daar zit enige spanning tussen; dat besef ik. Ik wil echter aan beide recht doen.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik begrijp die vraag, maar de hoofdlijn is gewoon dat ik mogelijkheden zie om het netjes structureel helemaal te dekken binnen het vermogensdomein. Voor mij kan het én structureel rond lopen, budgettair, én kun je spelen met box 2. Ik wil nog één ding benadrukken: als je excessief lenen beperkt, heeft dat materieel daadwerkelijk impact. Ik kan me voorstellen dat je in combinatie met de beperking van excessief lenen een aantal jaren een tariefkorting geeft.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Nee, dat was inderdaad mijn boodschap: dat willen we niet.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Drie korte punten. Ten eerste vind ik dat je structurele uitgaven, zoals voor Defensie, structureel netjes moet dekken. Ten tweede vind ik dat we in algemene zin in Nederland, als we al een belastingverlaging willen gunnen, die eerder aan werkend Nederland of in het domein van de inkomstenbelasting moeten gunnen dan in het vermogensdomein. Daarom vind ik: als ik al geld teruggeef, doe ik dat eerder in het inkomstendomein dan in het vermogensdomein. Er zijn namelijk gewoon vermogenselementen die in Nederland niet zwaar worden belast. Ik kijk daarbij dus niet naar box 3, maar wel naar andere belastingen. Ten derde: we leven echt in een tijd van een vergrijzende samenleving, waarbij het moeilijk zal zijn om richting de toekomst de balans tussen gezonde uitgaven en gezonde inkomsten te bewaren. Ik ga nu dus niet gratis bier uitdelen en de boel verjubelen met een beroep op allerlei Europese ruimtes.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Omdat een ander in de sloot springt, hoeven wij het nog niet te doen. Ik neem liever een voorbeeld aan Denemarken dan aan Frankrijk. Dat is één. Twee: als box 3 zomaar een hobbeltje zou zijn van een paar miljard gedurende een paar jaar, dan heb je het over totaal andere proporties dan de miljarden die nu worden ingeschat. Die worden ook nog eens ingeschat op basis van inschattingen dat mensen gemiddeld, geloof ik, eens in de vierenhalf jaar hun aandelenportefeuille verversen. Ik weet niet of ik het helemaal juist heb; anders hoor ik het wel van de staatssecretaris. Dat is een aanname die ik nog maar moet gaan zien bij de vermogenswinstbelasting, omdat het gewoon heel aantrekkelijk wordt om heel lang producten aan te gaan houden. Het risico dat je er jarenlang budgettair bij inschiet, is wel degelijk aanwezig. Of de heer Vermeer dat nou wel of geen argument vindt, we hebben ermee te dealen. Dat is voor mij een reden om deze verandering wel degelijk ook netjes te dekken binnen het vermogensdomein en dan eerder lastenverlichting in het domein van de inkomstenbelasting te gunnen, onder de streep. Ik denk dat we daar in Nederland de boel relatief zwaar belasten, terwijl er in het vermogensdomein vermogenselementen zijn die niet zo zwaar belast worden.
Bron, video en gesprek →De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kom bij de aftrek specifieke zorgkosten. Deze aftrek raakt nauwelijks de bovenmodale belastingbetaler, maar wel mensen die vanwege ziekte of een beperking structureel kosten maken die nergens anders worden vergoed, terwijl hun inkomen vaak niet overhoudt. Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat 83% van de regeling terechtkomt bij de inkomens onder €50.000, dus beneden modaal; 83%. Uit alle stapelingsstudies concludeer ik dat er geen regeling is die beter terechtkomt bij chronisch zieken dan de niet-perfecte — zeker, de niet-perfecte — aftrek specifieke zorgkosten. Daarom heeft collega Bikker bij de Algemene Politieke Beschouwingen een motie ingediend om deze fiscale aftrek zo mogelijk te behouden. Alle fracties op eentje na steunden deze motie. Daarbij moeten we ook het standstillbeginsel van het VN-verdrag Handicap in acht nemen: de inkomenspositie van deze doelgroep mag niet verslechteren. Waarom schreven we deze motie en dienden we deze in? Niet zozeer omdat we hechten aan een fiscale regeling die complex is. Integendeel, als het beter kan voor chronisch zieken en de Belastingdienst, dan ben ik uw bondgenoot. Maar dat is tot op de dag van vandaag compleet onduidelijk. Het kabinet schrapt in dit Belastingplan gewoon de hele regeling, zonder dat er zicht is op een werkbaar alternatief, terwijl er tienduizenden huishoudens zijn, waarschijnlijk met chronisch zieken, die voor duizenden euro's specifiekezorgkostenaftrek per jaar in rekening brengen. Wat is de boodschap van de staatssecretaris aan deze mensen? Dat we de regeling gewoon gaan afschaffen en dat we hopen dat er ergens volgend jaar een alternatief ligt voor 350 miljoen dat chronisch zieken beter dan nu weet te bereiken? Zoals vaker gezegd: ik ben een hoopvol mens, maar hoop is tegelijk een bar slechte strategie. Het kabinet loopt uit de tijd. Als er voor 12 november geen duidelijkheid is, moeten we de afschaffing misschien wel uit het Belastingplan amenderen, of ten minste op een koninklijk besluit zetten. Met klem roep ik het kabinet op om snel met duidelijkheid te komen voor chronisch zieken, dan wel duidelijk te maken hoe de regeling zodanig versoberd kan worden dat chronisch zieken hierdoor niet op achterstand worden gezet. Want hoewel ik onderschrijf dat de regeling doelmatiger moet en dat misbruik niet goed is, kan ik niet leven met het feit dat we het stoppen van misbruik belangrijker vinden dan het steunen van de allerkwetsbaarsten. In het Eindrapport aftrek specifieke zorgkosten worden meerdere opties aangedragen als mogelijke verbetering, zoals dubbeling met de zorgverzekering voorkomen en kosten schrappen die minder gericht zijn op chronisch zieken. In een overzicht dat ik heb ontvangen, zou dat respectievelijk 112 en 147 miljoen moeten opleveren, waarmee het gat naar de beschikbare 350 miljoen euro ruimschoots kan worden ingelopen. Een andere mogelijkheid zou zijn om de drempel te verhogen. Voor alle inkomensgroepen bijvoorbeeld twee keer zo hoog levert 195 miljoen op, en meer gericht op hogere inkomens is dat 78 miljoen. Dat bouwt verder op de drempels die nu al bestaan in deze inderdaad complexe regeling. Wat zijn de consequenties van ingrepen als deze voor chronisch zieken? Welke ingreep prefereert het kabinet, gegeven de budgettaire ruimte? Of is de budgettaire ruimte gewoon te krap om tot een goede regeling voor chronisch zieken te komen? Voorzitter. Dan kom ik bij de woningcorporaties. De ChristenUnie is blij met de nota van wijziging waarmee het kabinet woningcorporaties eindelijk uitzondert van de renteaftrekbeperking. We hebben daar deze zomer bij de gesprekken met Jetten en Heinen expliciet voor gepleit. 14 miljard euro extra investeringsruimte is namelijk geen klein bier. Maar aan deze opsteker heeft het kabinet een adder onder het gras toegevoegd: de inwerkingtreding wordt afhankelijk gemaakt van een nog uit te voeren staatssteunrechtelijke beoordeling. Volgens mij is dat voorbehoud niet nodig. Het herziene DAEB-vrijstellingsbesluit stelt staatssteun voor sociale huisvesting al vrij van voorafgaande aanmelding bij Brussel, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden heeft het kabinet zelf al in de maatregel verwerkt. Klopt het dat hier geen voorafgaande goedkeuring van de Commissie voor nodig is? Zo ja, waarom dan toch dit voorbehoud in plaats van dat het kabinet dit zelf vaststelt? Ik heb zekerheidshalve in ieder geval samen met collega Beckerman een amendement in voorbereiding om de koninklijkbesluitbepaling eraf te halen en gewoon duidelijk in de wet te verankeren dat de maatregel per 1 januari 2028 ingaat. Is de staatssecretaris … Nou ja, dan is deze vraag eigenlijk overbodig. Maar oké, is hij bereid hier positief in mee te denken? Corporaties moeten namelijk voor 15 december hun meerjarenbegroting bij het WSW indienen — voor 15 december al. Zij hebben nu zekerheid nodig. Kan hij toezeggen dat resterende vragen ruim voor 1 januari 2028 zijn opgelost, dat hij hierover afstemming heeft gehad met het WSW en de Autoriteit woningcorporaties, en dat corporaties de financiële effecten nu al verantwoord in hun begroting kunnen verwerken? Mijns inziens kan dat dus het beste door gewoon de datum in de wet te zetten. Verder blijft de afschaffing van ATAD beperkt tot de DAEB-tak van de corporaties, terwijl juist bv's, die veel betaalbare middenhuur realiseren, daarbuiten vallen tot de Woningwet dit per 1 juli 2028 repareert. Het DAEB-vrijstellingsbesluit eist echter gelijke toegang tot steun voor alle aanbieders van betaalbare huisvesting, ongeacht rechtsvorm. Kan deze afbakening dus zelf een nieuw staatsteunprobleem creëren in plaats van op te lossen? De Europese Commissie pleit bovendien voor een brede ATAD-uitzondering voor sociale én betaalbare huisvesting. Is de staatssecretaris bereid te onderzoeken of deze vormgeving de onzekerheid juist vergroot? Graag krijg ik hier helderheid over bij het volgende WGO, zodat we zo nodig kunnen bijsturen. Mocht een aanpassing toch nodig blijken, is hij dan bereid tijdig een juridisch houdbaar alternatief te bieden, zodat de beoogde investeringsruimte overeind blijft? Daarnaast zijn wij blij dat de opgebouwde rente niet komt te vervallen. Echter moet er een berekening worden gemaakt over de voortgewentelde rentesaldi, alsof de nieuwe DAEB-uitzondering niet bestaat. Daardoor dreigt de opgebouwde rentevoorraad van corporaties feitelijk minder waard te worden dan nu wordt voorgespiegeld. Waarom is er niet gekozen voor een integrale systematiek, waarbij deze oude saldi gewoon via het reguliere systeem verrekenbaar blijven? Voorzitter. Ik kan er niet omheen; nog even over de youngtimer- en de greentimerregeling. Dank aan het kabinet voor het geleidelijke transitiepad voor de afbouw van de youngtimerregeling. In plaats van de harde sprong gaat de leeftijdsgrens nu stapsgewijs omhoog: naar 17 jaar per '27 en naar 20 jaar per '28, met overgangsrecht voor auto's die al voor 31 december '25 ter beschikking stonden. Dat is in de geest van de motie van collega Oosterhuis en mij: mensen niet van de ene op de andere dag met een forse bijtellingsklap confronteren. Maar de sprong in één stap van 17 naar 20 jaar blijft een vrij grote en een deel van de ondernemers en particulieren die in '27 of '28 net de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar bereiken, valt alsnog voor een langere tijd buiten de regeling. Het doet denken aan de overgang van de alcoholleeftijd: jongeren mochten toen heel even drinken omdat ze 16 waren geworden, maar vervolgens toch niet meer. In de nota wordt aangegeven dat budgettaire overwegingen hierin leidend zijn. Tegelijk had een opbouw naar 18 jaar in '28 en 19 jaar in '29, om vervolgens in 2030 te belanden bij die 20 jaar, niet extreem veel meer gekost. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar? Dan nog over de pseudo-eindheffing. Ik heb mijn vragen aan de staatssecretaris hierover eigenlijk al gesteld via een interruptie aan collega Van Eijk. Voor de waarde in het economisch verkeer is 25 jaar volgens mij de regel bij de pseudo-eindheffing en zo meteen 20 jaar bij de youngtimerregeling, maar moeten die grenzen niet gelijkgetrokken worden, is mijn vraag. Voorzitter. Dan kom ik nog even bij de agrarische sector, een aangelegen punt. Onder andere ligt er volgens mij een motie-Vermeer, maar in ieder geval ook een motie-Grinwis over fiscale knelpunten bij samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. Dit zou voor de zomer van '26 een voortgangsupdate moeten opleveren over het behoud van de schenk- en erffaciliteit bij tijdelijke gronduitruil. Die zomer is voorbij — deze week toch echt. Ik ben benieuwd naar de stand van zaken. Een boer die wil samenwerken, moet niet verdwalen in de kleine lettertjes van de fiscaliteit. De eind 2025 vernieuwde voorwaarden voor vruchtwisseling binnen de landbouwvrijstelling en de BOR zijn te complex, te gedetailleerd en werken samenwerking in de markt tegen. Kiest de staatssecretaris hierbij voor verduurzaming of vereenvoudiging? Kan de staatssecretaris uitleggen hoe deze zich tot elkaar verhouden in de gestelde eisen? Verder heeft collega Van Dijk dit zeer eloquent verwoord, dus ik sluit mij aan bij haar vragen hierover. Voorzitter. Zo'n beetje mijn laatste onderwerp: de vliegbelasting. Ik kan eigenlijk beter zeggen: de verkeersboetes. Deze wordt namelijk minder verhoogd dan de oorspronkelijke route voor 2027 was omwille van harmonisering met Duitsland. Maar een klein beetje minder harmonisering is wat ons betreft ook te accepteren als we daarmee de verkeersboetes kunnen temperen. Verkeersboetes worden ieder jaar geïndexeerd en zijn recent regelmatig extra, dus bovenop de indexatie, verhoogd. De bedragen lopen inmiddels compleet uit de hand. Begrijp me goed: ik ben opgevoed om een heer in het verkeer te zijn en wil verkeerd gedrag en verkeersovertredingen dus absoluut niet goedpraten, maar het is zo langzamerhand aantrekkelijker om iemand te mishandelen dan door oranjerood te rijden. Deze Kamer heeft het kabinet bovendien al meermaals in meerderheid gevraagd om hier paal en perk aan te stellen, met de motie-Van Nispen bijvoorbeeld van een jaar geleden om boetes niet verder te laten meestijgen met de inflatie. Ik noem ook de motie-El Abassi om boetes weer primair als verkeersveiligheidsinstrument te zien en niet als begrotingspost. Ik noem voorts de recentste motie-El Abassi, van enkele weken terug, die het kabinet opriep om de boetes komend jaar niet met 2,7% te verhogen. Ik dacht: als het kabinet het niet uitvoert, doe ik het. Daarom stel ik met mijn amendement, dat ook de JenV-begroting raakt, voor om de bedragen voor verkeersboetes te bevriezen op het niveau van '26. Daarmee geef ik dus uitvoering aan die moties; iemand moet het doen! Deze kosten van 28 miljoen dek ik dus via een verminderde verlaging van de vliegbelasting op het hoge tarief dan gepland door het kabinet: in plaats van 61 miljoen euro wordt die verlaging 33 miljoen euro. Dat is nog steeds lager dan het voornemen van het vorige kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB. Voorzitter. Wat de branche-eigen producten betreft sluit ik mij aan bij de gestelde vragen. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de staatssecretaris daarop. Voorzitter. Dan mijn laatste zinnen. Stukje bij beetje wil ik bouwen aan een beter belastingstelsel. De staatssecretaris weet van mij dat ik pas zal rusten als we het hele belastingen- en toeslagenstelsel grondig hebben herzien. Daarom wacht ik met smart op de vereenvoudigingswet, op de aangekondigde hervormingsagenda en eveneens op het advies van de SER over de vereenvoudiging. Tot die tijd hoop ik via mijn bijdragen en amendementen het Belastingplan wat rechtvaardiger en uitvoerbaarder te maken. Ik kijk uit naar de reactie van de staatssecretaris hierop, over twee weken. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →