AVVN (CD d.d. 11/09)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Dank, voorzitter, en dank aan de leden voor hun moties en inbreng. Ik zal proberen vluchtig maar zorgvuldig op de moties in te gaan. De motie op stuk nr. 227, van de heer Paternotte over Taiwan: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 228, van de heer Ceder over de Envoy voor FoRB: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 229, over een conferentie organiseren voor modernisering van het VN-Vluchtenverdrag, ga ik ontraden. Eén omdat wij voor een conferentie geen capaciteit hebben en twee, wat een herziening van het VN-Vluchtelingenverdrag betreft zijn we bezig met een reactie op de motie-Van Zanten ... Ik moet het anders zeggen. De minister van AenM is bezig met een reactie op de motie-Van Zanten/Boomsma om te kijken welke verdragen zouden moeten worden herzien. Die komt in september naar uw Kamer toe. Ik ga ervan uit dat het VN-Vluchtelingenverdrag daarin ook zal worden behandeld. Dat zou ik dus willen afwachten en daarom ontraad ik nu de motie. De motie op stuk nr. 230, over Joden altijd welkom in Jeruzalem: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 231, over een betere vertegenwoordiging van het mondiale Zuiden: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 232, van de heer Kahraman, ontraad ik. Ik deel zijn zorgen. We zijn actief en kijken hier serieus naar. We gaan erover met elkaar in debat, er komt op zeer korte termijn een brief aan. In het debat kunnen we het hebben wat daar de beste weg voorwaarts is. We hebben het erover in EU-verband, we hebben het erover in VN-verband, we hebben het erover in NAVO-verband. Nu weer een aparte coalitie opzetten voor Syrië, gaat me op dit moment een brug te ver.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Met de doelen ben ik het helemaal eens. Alleen, het middel van een coalitie zie ik dit moment niet zitten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 233, van mevrouw Hirsch: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 234 van de heer Van Baarle geef ik de appreciatie "overbodig". Dat doe ik omdat de Palestijnse Autoriteit eigenlijk, in tegenstelling tot Taiwan, al heel veel privileges kent in de nodige VN-fora. We werken ook al multilateraal samen met de Palestijnse Autoriteit. De volgende stap — dat wordt eigenlijk al genoemd — is het volledig lidmaatschap. Een hoop landen pleiten daar al voor. Het is voor ons dus moeilijk om dit te gaan bepleiten op het moment dat het overgrote merendeel van de landen zegt: eigenlijk gaat het om lidmaatschap; doe dat dan. Wij zijn dus niet in de beste positie. Ik ga de positie niet nog een keer toelichten, maar die heb ik gisterenavond in het debat en ook zojuist toegelicht. We doen dat op dit moment niet.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat weet ik, maar daar hebben we het debat over gevoerd. Ik ben er dus ook niet tegen. Op het moment dat dit ter sprake komt, zal Nederland dat steunen. Alleen, op het moment dat ik daarvoor actief ga pleiten, krijg ik van een hoop landen terug: erken dan de Palestijnse Staat, dan hoeven we deze stap niet te maken. Ik ben dus niet de meest geloofwaardige messenger, en dat wil ik wel zijn in de internationale arena. Vandaar mijn oordeel. U zult dan wederom zeggen "erken dan" en daarvan heb ik gezegd wat ik eerder heb gezegd. Degenen die het debat niet hebben gevolgd ... Gelukkig kijken er niet heel veel mensen mee thuis, dus die hoeven dit ook niet te volgen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Een miljoenenpubliek. De motie op stuk nr. 235 gaat over het veroordelen van Israëlische oorlogsmisdaden. Die vind ik overbodig. Dat doen we continu. Ik ga dat ook doen tijdens de AVVN. Ik doe dat hier in uw Kamer. Dat heb ik gisteren nog gedaan. Ik heb dat van de week gedaan, daar waar het Qatar aangaat. Ik doe dat bilateraal ook richting mijn collega in Israël. Ik doe dat richting de landen die ik spreek. Ik heb dat gisteren nog gedaan in Berlijn, bij mijn Duitse collega. Dit is dus lopend aan de gang. Wij kunnen niet wegkijken voor de zaken waarvan wij vinden dat ze te ver gaan of tegenstrijdig zijn aan de tweestatenoplossing. Daar spreken we ons altijd over uit.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat is een spreekt-uitmotie.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 237 krijgt oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 238 krijgt oordeel Kamer. Wij vragen hier aandacht voor, zowel in de EU als in VN-verband, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Dat was het einde.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat kan ik niet toezeggen, al was het maar omdat de minister van Asiel en Migratie, die ik overigens zeer goed ken, hoofdaannemer is van deze brief. Die is toegezegd voor het verkiezingsreces. Dat is ook omdat het best wel een omvangrijke exercitie is om al die verdragen langs te lopen. Om dat nu verder naar voren te halen, acht ik niet haalbaar. Dan moet ik 'm dus ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: U krijgt gewoon een verslag van de AVVN. Daar staat alles in wat ik heb gedaan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Als ik hem spreek — dat is helemaal geen gegeven, want zo makkelijk is het op dit moment niet om contacten te krijgen bij de Amerikaanse administratie — is dat de eerste keer dat ik de beste man spreek. Dan hangt het ervan af hoelang ik de tijd krijg, of dat alleen een brush-by is of dat ik echt een bilateraal gesprek heb. Als ik daar drie minuten heb in een brush-by ga ik u niet toezeggen dat ik dit als eerste opbreng. We hebben een oorlog in Oekraïne te beëindigen. We hebben een oorlog in Gaza te beëindigen. We hebben veiligheidsgaranties binnen de NAVO, waar we enorm van afhankelijk zijn. Ik ga dat dus echt bekijken naargelang de gelegenheid zich voordoet. Heb ik überhaupt geen gesprek met hem, dan zijn er andere kanalen waarlangs we dit doorgeven. Dat hebben we ook al gedaan, onder andere via de Amerikaanse vertegenwoordiging bij de VN. De boodschap wordt dus hoe dan ook afgegeven, maar of ik dat nou überhaupt bij mijn collega kan doen en, als ik heel kort de tijd heb, ook zal doen. Ik kan u daar verslag van doen als dat gebeurt. Als dat niet gebeurt, kan ik dat niet. Dan zal ik dat ook laten weten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik vind dit eigenlijk geen onderwerp voor een tweeminutendebat. Ik heb hier gisteravond zes uur lang met de Kamer over gediscussieerd. Daarbij waren de erkenning van de Palestijnse Staat en onze opvatting als regering daarover belangrijke onderwerpen. We hebben het daar net in het debat over gehad. Ik kan dat nu niet in een of twee zinnen hier verder toelichten. Ik heb gezegd dat we er juist geen harde voorwaarden aan verbinden, omdat we dat onzuiver vinden. Ik heb gezegd dat dit voor ons niet het moment is om tot erkenning over te gaan. Daar zult u het mee moeten doen.
Bron, video en gesprek →