KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng. Ik zal één vraag beantwoorden, van mevrouw Straatman. De staatssecretaris zal een vraag van mevrouw Abdi beantwoorden. Dan zal ik alle moties appreciëren. Dat doe ik overigens voordat de staatssecretaris de vraag van mevrouw Abdi zal beantwoorden, met uw welnemen, voorzitter. Mevrouw Straatman stelde een vraag over rechtsgelijkheid. Ze zei: "Op dit moment kun je bij verschillende rechters op verschillende manieren een uitslag krijgen, daar waar het gaat om de aanvankelijke hoogte van de verkeersboetes." Dat klopt. Dat is hoe ons rechtssysteem werkt. Wat we als overheid doen, is wachten op een uitspraak van een hogere rechter om uiteindelijk uitsluitsel te geven. Dat is best wel een fundamentele vraag, namelijk: mag de regering zelf gaan over de hoogte van boetes of niet? Die vraag zien wij graag beantwoord door een hogere rechtsmacht. Daarom laten we dat op zijn beloop. Dat staat los van het traject van de Hoge Raad, als gaat om een ophoging van de verkeersboetes. Daar komt de staatssecretaris zo op terug.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat ben ik dus niet met u eens. Het gaat om een fundamentele vraag, namelijk: wie bepaalt de hoogte van verkeersboetes? Bovendien is het niet zo dat ons boetesysteem as such niet werkt. De discussie gaat erover of het in balans is. Uiteindelijk zien we dat de autonome verhogingen die op de verkeersboetes zijn toegepast, niet altijd op het OM-boetestelsel zijn toegepast. Daardoor is die scheefgroei ontstaan. Die kan je op verschillende manieren opheffen. Dat kan door de verkeersboetes omlaag te brengen. Dat kost een paar honderd miljoen, en die heb ik niet. Daarom wacht ik af. De motie op stuk nr. 1070 van mevrouw Faber moet ik ontraden. De politie opereert onder het gezag van de burgemeester. Die kan het veiligheidsrisicogebied aanwijzen als hij dat nodig acht.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nou, het is niet nodig, mevrouw Faber, want onder het lokaal gezag kan hiertoe al besloten worden als dat nodig is.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Die motie geef ik oordeel Kamer. Ik kom in de halfjaarbrief over ondermijning terug op wat er mogelijk is, zeg ik tegen de heer Ellian. Over de motie op stuk nr. 1072 ga ik geen korte duiding geven. Dat komt omdat dit onderwerp inmiddels een hele lange baard heeft. De duiding die ik aan de "oordeel Kamer" toevoeg, is wel van belang. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer. Ik begrijp de wens van uw Kamer en voel sterk mee met de intentie van deze motie; dat heb ik ook vaker in de Kamer uitgesproken. Tegelijkertijd gaat het in deze motie om zeer grote hoeveelheden uiteenlopende politiegegevens, veelal van burgers die niet worden verdacht van een strafbaar feit. Het gaat hier niet om gegevens die al in verband zijn gebracht met een coldcaseonderzoek. Die zitten namelijk al in het onderzoeksdossier. Daarvoor geldt een langere bewaartermijn. De persoonlijke levenssfeer van burgers verdient ook bescherming. De politie kan niet onbeperkt enorme hoeveelheden gegevens van niet-verdachte burgers bewaren. Het langer bewaren van die gegevens vraagt om een stevige juridische onderbouwing en moet proportioneel zijn. Dat is een grote uitdaging, want voor alle gegevens moet de relatie met het doel voor de langere bewaring worden aangetoond. Op basis van de aangeleverde politiecijfers heb ik niet kunnen vaststellen in hoeverre oude politiegegevens een cruciale rol spelen bij het oplossen van cold cases. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar echt intensief gezocht naar de juridische mogelijkheden en heb daarover gesproken met onder meer de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. Tot nu toe heb ik geen juridische aanknopingspunten gevonden. Daarom kan ik nu geen wetgevingstraject starten, omdat ik niet zou weten waar ik moet beginnen met iets wat uiteindelijk de toets der kritiek moet kunnen doorstaan. Ik hoor wel de oproep van uw Kamer. Daarom stel ik voor om als volgt opvolging te geven aan uw motie. Ten eerste laat ik in vier omringende EU-lidstaten een vergelijkend onderzoek doen. Ten tweede ga ik opnieuw in gesprek met de nieuwe voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens over dit onderwerp. Ten derde laat ik de politie verder werken aan een gefaseerd sorteringsplan wat betreft de omgang van politiegegevens. Zolang deze acties nog lopen, zal ik de politie vragen om de bedoelde gegevens te bewaren. Ook wil ik de Kamer vragen om zelf met de Raad van State, de Autoriteit Persoonsgegevens en de relevante organisaties in gesprek te gaan om met mij te zoeken naar alternatieve aanknopingspunten. Alleen als deze inspanningen nieuwe juridische aanknopingspunten opleveren, is het daadwerkelijk starten van een wetgevingstraject zinvol. Ik wijs er wel op dat de aanpak die ik nu voorstel, niet overeenkomt met de zienswijze van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is goed mogelijk dat de Autoriteit Persoonsgegevens handhavend zal optreden, waaronder door middel van het verbeuren van dwangsommen. Deze motie, de appreciatie en de verdere zoektocht die ik voorstel, schorten dat niet op. Dat is dus een risico. Dat deel ik met u. Dat nemen we dan ook min of meer in gezamenlijkheid. Met die kanttekeningen geef ik de motie oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 1073: oordeel Kamer. Daar kan ik korter over zijn.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 1074 moet ik ontraden. Daar zit geen dekking bij.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 1075 over de strafrechtketen kan ik oordeel Kamer geven met dien verstande dat het uiteindelijk aan het OM zelf is om tot vervolging over te gaan bij strafbare feiten. Maar ik snap de teneur van de motie.

Bron, video en gesprek →
8 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 1076 moet ik ontraden. Het internationaal recht moet natuurlijk worden nageleefd door eenieder. Straffeloosheid bij internationale misdrijven is onaanvaardbaar. Natuurlijk geldt dat ook voor gevallen waarbij Nederlanders als mogelijke verdachten in beeld komen. Maar als dat zo is, dan is het telkens aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of er sprake is van voldoende bewijs van mogelijke individuele strafbare betrokkenheid bij internationale misdrijven en of opsporing en vervolgens vervolging ook opportuun is.

Bron, video en gesprek →