KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn. Ik kijk naar de klok. Ik heb vier pagina's introductie, maar die kan ik ook samenvatten.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De samenvatting van mijn introductie is dat demonstreren een groot goed is, dat demonstreren moet mogen en dat wij als bestuur in Nederland, lokaal of hier in Den Haag, alles zullen doen om vreedzame demonstraties te faciliteren. Maar niet-vreedzame demonstraties worden niet getolereerd en alles wat strafbaar is conform ons Wetboek van Strafrecht is dit ook tijdens een demonstratie. Dat kan dus bestraft worden. Ik denk dat dit de korte samenvatting is. Dit is de strekking van een aantal normen die wij willen herintroduceren in relatie tot uitwassen van demonstraties zoals we die hebben gezien, bijvoorbeeld rondom snelwegen en het spoor. Dat kan op verschillende manieren. Dat kan door het aanpassen van de wet en daarvan zijn twee voorbeelden door de minister van Binnenlandse Zaken genoemd. Daar komt er nog eentje bij: het aanpassen van de strafbepaling in de WOM. We doen dit omdat we zien dat er zowel bij het OM als bij de rechterlijke macht terughoudendheid is geweest bij het vervolgen voor strafbare feiten, omdat ze plaatsvonden tijdens een demonstratie. Het WODC concludeert dat die terughoudendheid niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. Die kan niet worden opgehangen aan eerdere jurisprudentie of aan uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Er zouden wel degelijk meer straffen geëist en opgelegd kunnen worden op basis van de wet- en regelgeving zoals die er is. Dat is relevant, omdat dit ook voor de toekomst richting kan geven aan de rechtspraktijk zoals we die in Nederland kennen. Deels gebeurt dit al. Het zal u niet zijn ontgaan dat deze week een aantal blokkeerders van de snelweg rondom Utrecht taakstraffen hebben gekregen voor het blokkeren van de snelweg. Er zijn ook mensen veroordeeld voor het bekladden van de tunnelbak van de A12 hier in Den Haag. Een groot deel van deze demonstranten wordt niet door het OM vervolgd, maar degenen die aan de basis stonden van het blokkeren van de snelweg, verwacht ik wel degelijk voor het hekje terug te zien. Het gesprek dat we naar aanleiding van het WODC-advies met zowel het OM als de rechterlijke macht hebben gehad, is ook gereflecteerd in het statement zoals we dat met het LOVP hebben gemaakt. Het is niet alleen voor demonstranten maar ook voor bestuurders moeilijk om bij dezelfde fenomenen binnen elke gemeentegrens op een andere manier op te treden. Je moet daar duidelijk in zijn als overheid en dan moet je daar ook naar handelen. Ik denk dat dit de basis was voor het overleg dat we hebben gehad op verzoek van burgemeester Bruls om hier één lijn in te trekken. Is dit een wet van Meden en Perzen? Nee, dat is het niet, want uiteindelijk heeft elke instantie een eigen bevoegdheid. De bevoegdheid tot ingrijpen is aan het lokale gezag. Maar we verwachten wel degelijk dat het richtinggevend gaat zijn voor hoe het OM, ook binnen die lokale omstandigheden, om zal gaan met overtredingen die worden geconstateerd. Ik denk dat we ook daarvan de eerste signalen hebben gezien. We hebben ook over uitzonderingen gesproken. U kunt denken aan een demonstratie bij het Provinciehuis in Haarlem waaraan boeren zouden willen deelnemen die ten noorden van het Noordzeekanaal wonen. Dan kun je daar op een paar manieren komen: met de veerpont over het IJ en dan door de Amsterdamse binnenstad, of over de snelweg onder het Noordzeekanaal door. In zo'n geval kun je je voorstellen dat je op een veilige manier kunt faciliteren dat met trekkers wel over een snelweg naar een demonstratie kan worden gegaan. Dat is waarom die uitzonderingsgrond er is. Die ruimte moeten lokale bestuurders ook hebben. In algemene zin verwacht ik dat we meer uitwassen gaan zien zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien. Ik denk dat mevrouw Bikker er gelijk in heeft dat die verwachting er is en dat we die ook moeten gaan waarmaken. Dan kijk ik nog even naar de specifieke vragen over handhaving. Daarna heb ik een blokje politie en een blokje overig. De Kamer heeft gevraagd om een aparte strafbaarstelling voor het blokkeren van de vitale infrastructuur. Ik geloof dat mevrouw Van der Plas en de heer Van den Brink daarnaar vroegen. We hebben gesteld dat we daarvoor een nieuwe strafbaarstelling niet noodzakelijk achten, omdat in principe het al strafbaar is om vitale infrastructuur te blokkeren dan wel te vernielen. Het Wetboek van Strafrecht voorziet daarin. We hebben alleen gezien — dat hangt samen met wat ik net zei — dat in het verleden te veel de verzachtende omstandigheid van een demonstratie werd weggestreept tegen het plegen van een strafbaar feit. Dat is precies wat we nu willen voorkomen. Als je daar weer terug bent, kun je vervolgen, ook voor het blokkeren van de vitale infrastructuur. Het moet niet uitmaken of je dat in demonstratieverband doet of niet. We zullen daar wel — u noemde de 53 personen, meneer Bosma — onze weg in moeten zoeken. We creëren een nieuwe rechtspraktijk en dat betekent dat het OM begint met vervolgingen van mensen die de zwaarste feiten hebben begaan. Ik denk daarbij aan het veroorzaken van een blokkade en aan het hoofd daarvan staan. We willen zien dat rechters mensen voor dat feit veroordelen. Dat is deze week gebeurd met de vijf blokkeerders van de snelweg rondom Utrecht. We willen ook dat dit bestendigt, voordat we verder kunnen gaan. Uiteindelijk verwacht ik dat hier een normerende werking van uitgaat. De normerende werking moet zijn dat de normaliteit van dit soort demonstraties verdwijnt. Ik denk dat dit voor een deel al het geval is. De massaliteit die we twee jaar geleden nog zagen, toen er hele festivals werden georganiseerd in de tunnelbak, is nu niet meer aan de orde. Het is een kleinere groep, maar wel een meer vastberaden groep. Die groep willen we ook hiermee afschrikken en bestraffen op het moment dat ze in overtreding zijn.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Mevrouw Van der Plas vroeg hoeveel demonstranten er het afgelopen jaar zijn aangehouden, vervolgd en bestraft. Dit wordt niet apart geregistreerd binnen de politie- en OM-systemen. Er wordt op delicten geregistreerd, niet op of iets tijdens een demonstratie heeft plaatsgevonden. Zo willen we precies ook de vervolging zien. Het delict dat is gepleegd telt, niet of dit al of niet tijdens een demonstratie is gedaan. Ik kan wel enkele recente voorbeelden geven. Deels heb ik dat al gedaan. Bij de recente blokkade van 29 augustus zijn 53 aanhoudingen verricht. De vervolging is aan het OM en daar is een selectie gemaakt. Zes personen zijn door de rechtbank veroordeeld tot taakstraffen van 120 uur en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf voor het blokkeren van de ring bij Utrecht. Ik noemde die al. Voor strafbare feiten gepleegd tijdens twaalf blokkades tussen 2023 en 2025 zijn in mei van dit jaar vijf Extinction Rebelliondemonstranten veroordeeld tot taakstraffen. Voor hun betrokkenheid bij de Malieveldrellen in september 2025 zijn eind augustus 2026 opnieuw twee personen veroordeeld, waarmee daarmee het totaal op 47 is uitgekomen. Ten slotte zijn dit voorjaar bij de azc-rellen op verschillende plaatsen in het land meer dan 80 personen aangehouden. Bij de meest actuele stand van zaken die ik heb, zijn tot op heden vijftien personen gedagvaard en hebben tien personen een strafbeschikking gekregen. Deze aantallen zullen oplopen en het feit dat rechters meer uitspraken doen, geeft meer richting, houvast en duidelijkheid voor de toekomst.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dit biedt in ieder geval de gelegenheid om een slokje water te nemen. Mevrouw Martens-America vroeg of we bekladding apart strafbaar moeten stellen en hoe dat kan worden voorkomen. Ik herken niet het beeld dat mensen straffeloos wegkomen met bekladding, omdat rechters dat zien als normaal onderdeel van het demonstratierecht. Er staan twee artikelen in het Wetboek van Strafrecht en die zijn helemaal van toepassing in dit soort gevallen: artikel 350 over vernieling en artikel 352 over vernieling van een gebouw. Deze artikelen zijn gewoon van toepassing, ook tijdens een demonstratie. De maximumstraffen hiervoor zijn respectievelijk twee en vier jaar. Nou zullen we die niet heel snel opgelegd zien krijgen, maar het zijn wel serieuze overtredingen. Ook afgelopen mei zijn door de rechtbank Den Haag vijf personen veroordeeld — ik noemde dat al eerder — tot werkstraffen wegens het bekladden van de tunnelwand bij de A12 hier in Den Haag. Overigens, ze zijn ook veroordeeld tot het vergoeden van de schade, want de gemeente heeft zich in die procedure gevoegd. De heer Van Baarle — hij is er niet, maar zal het ongetwijfeld met interesse terugkijken — vroeg of ik leuzen ga verbieden. Zo werkt ons strafrecht niet. Wij stellen niet individuele leuzen strafbaar. Wij kijken altijd naar de context om te zien of daar strafbare feiten bij komen kijken. Dat kan opruiing zijn, groepsbelediging, aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. Als daarvan sprake is, dan is een leus strafbaar, hoe die ook luidt. Als we een wetboek van strafrecht met verboden leuzen zouden hebben, zouden we hier veel vaker bij elkaar moeten zitten om updates te bespreken. Hiermee kunnen in ieder geval de strafbare feiten eruit worden gehaald. De heer Van Baarle noemde ook de IHRA-definitie. Wij vinden die behulpzaam om alert te zijn op feiten en omstandigheden die een indicatie kunnen vormen voor discriminerende uitingen of delicten, maar we gaan die niet wettelijk opnemen omdat wij in de huidige strafrechtelijke kaders al voldoende ruimte zien voor de aanpak van antisemitisme. Zoals u weet, heeft dit mijn volle aandacht. Hij vroeg ook of we het verbranden van de Koran en andere heilige boeken strafbaar zouden moeten stellen. Daar zijn wij niet voor. Onder omstandigheden kan het verbranden van een koran, wat we overigens wel verwerpelijk vinden, al vallen onder groepsbelediging, artikel 137c, of onder het aanzetten tot haat en discriminatie, artikel 137d. Dat hangt dan van de omstandigheden van het geval af. Het is aan het OM en uiteindelijk de rechter om te bepalen of daarvoor ook vervolgd zal worden. Wij vinden dat die juridische kaders voldoende zijn. Dat is wel het einde van het blokje.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik heb verteld dat we proberen om een nieuwe norm te stellen. Dat betekent dat je proefzaken moet hebben en dat je moet kijken of ze standhouden bij de rechter en of de rechter ook meegaat in de beweging die wij en het OM proberen te maken. Ik kan u vertellen dat een tot twee jaar geleden de frustratie bij het OM hoog was, omdat er veel zaken werden aangedragen, maar uiteindelijk niemand door een rechter werd veroordeeld. Dan ben je heel veel tijd in individuele zaken aan het stoppen zonder dat je daar iemand voor veroordeeld krijgt. Ik snap die aanpak om het selectief te doen, zeker in het begin. Nogmaals, het gaat hier om het stellen van een norm. Daar draagt deze rechtspraktijk aan bij. Bij de veroordeling van deze mensen heeft u ook gezien dat dit geen mensen zijn die zich eenvoudig neerleggen bij een uitspraak van een rechter. Ik heb interviews gezien dat mensen zeggen: dat kan die rechter wel vinden, maar ik ben het daar niet mee eens. Dat geeft geen goede voorspelling of deze mensen niet in hoger beroep zullen gaan. Dat gaan ze waarschijnlijk wel doen. We moeten ook denken aan de belasting van ons rechtssysteem. Ik ben hier om een norm neer te zetten en te zorgen dat deze praktijk beëindigd wordt, maar ik wil dit niet doen op een manier die ertoe leidt dat we niet meer aan zedenzaken toekomen omdat we alleen maar demonstranten van snelwegen aan het plukken zijn. We gaan daar komen — daar ben ik van overtuigd — maar we gaan dat wel op een verstandige manier doen.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Vrouwe Justitia draagt een blinddoek. Ik denk dat dat ook blijkt uit het rijtje dat ik net heb genoemd. Het vervolgen heeft alleen maar te maken met het plegen van strafbare feiten en niet met verdere overtuigingen of andere kenmerken. Dit is de enige lens waardoor wij kijken als het gaat om de vervolging van strafbare feiten, ook als die tijdens een demonstratie worden gepleegd.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Laat ik beginnen met het beantwoorden van de vraag van mevrouw Abdi, aangezien die niet in mijn pakketje zit en ik die anders zou kunnen vergeten. De politie heeft in de consultatie formeel niks gezegd over de capaciteit die het zou vereisen om te handhaven op een verbod op gezichtsbedekking. Het is wel een taak die de politie erbij krijgt, in het kader van het handhaven van de openbare orde, om bij een demonstratie ook op te treden tegen mensen die met gezichtsbedekking rondlopen. Ik vind dat an sich geen argument om dat al dan niet te doen. Je zou dat ook kunnen doen in relatie tot een vuurwerkverbod. In het begin moet je dan heel veel handhaven, maar wat je wil, is de norm veranderen. Als de norm is veranderd, zul je zien dat je minder hoeft op te treden omdat mensen dan snappen dat het verboden is en het geen zin heeft om het te proberen. Dat perspectief wilde ik meegeven. Het is voor mij niet doorslaggevend, maar ik kan me die opmerkingen van politieagenten wel voorstellen. Als je op een demonstratie afgaat en je meteen moet beginnen met handhaven, vereist dat capaciteit en het bevordert misschien niet de gezelligheid. We komen daar nog op terug in de verdere uitwerking. Excuus, mevrouw Keijzer. Gaat extra geld voor de politie ook naar deze capaciteit? Van de 462 miljoen die naar de politie gaat, gaat 348 miljoen naar het voorgoed oplossen van de basisbegroting van de politie. Ik heb die in mijn vorige termijn met een groot gat moeten achterlaten. De politie heeft veel gedaan aan ombuigingen en efficiëntieverbetering, maar het gat van 348 miljoen dat overbleef, kunnen we nu dichten. Ik gun de politie een toekomstbestendige begroting. Uit het coalitieakkoord blijft 114 miljoen over. Ik ga daar nu niet al te veel over zeggen. Bij Prinsjesdag gaat u zien hoe wij daar invulling aan geven. Ik heb wel eerder een aantal zaken benoemd die te maken hebben met de openbare orde. De heer Van den Brink vroeg al naar de smurfenverf. In dat kader hebben we het eerder gehad over de grote bussen pepperspray. Daarmee zijn de eerste proeven succesvol verlopen. Ze stellen agenten in staat om verder weg te blijven van een rellende of gewelddadige menigte. U kunt zich voorstellen dat dit rondom oud en nieuw zeer prettig kan zijn. We hebben natuurlijk al de waterwerpers. Die kunnen inmiddels ook met tranenwekkende vloeistof worden uitgerust. Ook daarop zullen we binnenkort voortgang melden. Er wordt nu bekeken wat de toegevoegde waarde van smurfenverf voor het OM kan zijn bij het opsporen van die mensen. Het lijkt evident, maar de vraag is of dit meer oplevert dan wat nu met reguliere opsporingsmethoden kan worden gedaan. Tegen het einde van het jaar zou de politie een eerste proef daarmee kunnen doen in een gecontroleerde omgeving. Zo kijken we ten slotte ook — dit wil ik niet in het kader van demonstraties plaatsen, want dat geeft een verkeerde indruk — naar minder letale of niet-letale wapens in het geval van gewelddadige rellen en anderszins. Ik wil niet de kop "minister kijkt naar niet-letale munitie voor demonstraties" zien. Ik noem het alleen, omdat die in het rijtje hoort. Mevrouw Abdi vroeg naar de vredeseenheden. We noemen ze "handhavende netwerken". Dat zijn mensen die meelopen met demonstraties, benaderbaar zijn, maar ook kunnen signaleren op het moment dat de sfeer minder wordt. Dat is onderdeel van het de-escalerend optreden van de politie. Ik denk dat het in veel gevallen voorkomt dat ergens wel de vlam in de pan slaat. Er is onderzoek gedaan naar het versterken daarvan en de politie is in het kader van het Programma Politie en Openbare Ordemanagement een nadere professionaliseringsslag van dit concept aan het invoeren. De heer Van den Brink vroeg of we gebruikmaken van mobiele camera's met gezichtsherkenning om notoire relschoppers bij demonstraties in beeld te brengen. Nee, want dat mag niet op basis van de Europese AI-verordening. Je kunt wel achteraf camerabeelden die je hebt, door een database halen, met gebruikmaking van gezichtsherkenning. Dat gebeurt dus wel en dat vergemakkelijkt de opsporing in heel veel gevallen. Je mag niet naar Chinees voorbeeld een realtime beeld hebben waardoor mensen geïdentificeerd worden, waarna je ze live kunt volgen. Dat is niet de maatschappij waarvoor we in Europees verband gekozen hebben. In het verlengde daarvan vroeg de heer Flach of ik het voor de hand vind liggen dat handhavers kennisnemen van beschikbare camerabeelden om meldingen te controleren. Dat kan en het is aan de politieambtenaar of de officier van justitie om bij de melding die wordt gedaan te beoordelen of er al voldoende aanknopingspunten zijn om iemand op te pakken of dat nog nader onderzoek moet worden gedaan. Daar kunnen dan ook camerabeelden bij worden betrokken. Als het een heterdaadje is, hoeft dat niet en zal vaak meteen opgetreden worden door de agent. Als je er achteraf achter komt dat er camerabeelden zijn, kan de situatie zich voordoen zoals de heer Flach die noemde. Dat was het blokje politie.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Laat ik met dat laatste beginnen. Dat is echt een afweging van het lokaal gezag. Het gezag zal een inschatting maken van de demonstratie en van wat die verder kan oproepen. Je bent er als politie niet alleen om de orde van de demonstratie te bewaken, maar ook om de demonstranten te beschermen tijdens de demonstratie. De afweging om geen politie in te zetten kan gemaakt geworden, maar is echt aan het lokaal gezag. Door de handhavende netwerken te professionaliseren en ze onderdeel te maken van het concept, zul je zien dat veel meer regio's die gaan toepassen, zeker bij demonstraties waarbij dit relevant is. Niet bij de kleine zoals u net noemde, maar wel bij grotere demonstraties die verschillende groepen, groeperingen en schakeringen aantrekken.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De minister kent deze specifieke casus onvoldoende om hier expliciet op in te gaan. Als de heer Flach hier vragen over stelt, zullen we die met alle zorg beantwoorden.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik zal met gezwinde spoed proberen het blokje overig door te werken. De heer Van der Plas vroeg in hoeveel gevallen daadwerkelijk schade op de veroorzakers wordt verhaald. We kennen allemaal een aantal voorbeelden waarbij dat helaas niet is gebeurd, zoals rondom de universiteitsrellen.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Excuus. De heer Van den Brink vroeg om de civielrechtelijke afhandeling en ik haalde de twee even door elkaar. Mevrouw Van der Plas vroeg in hoeveel gevallen er schade is verhaald. Daar is geen landelijk register van, omdat het niet aan demonstraties wordt gekoppeld. Ik kan wel een paar voorbeelden noemen. De vijf demonstranten van Extinction Rebellion die de tunnelwanden hadden beklad — ik heb ze net al genoemd — zijn ook veroordeeld tot het vergoeden van de schade aan de gemeente Den Haag. In veel zaken tegen de verdachten van de Malieveldrellen heeft de rechter verdachten veroordeeld tot het vergoeden van veroorzaakte schade. Op 31 augustus van dit jaar is bijvoorbeeld een verdachte veroordeeld tot het vergoeden van de door hem toegebrachte schade aan een politieauto. Er zijn wel degelijk praktijkvoorbeelden dat dit ook gebeurt. De heer Van den Brink vroeg hoe het komt dat er weinig gebruikgemaakt wordt van de groepsaansprakelijkheid via de civielrechtelijke afhandeling. Het civielrecht kent een groepsaansprakelijkheid en die maakt het mogelijk om schade te verhalen zonder dat je aantoont welk groepslid wat precies heeft gedaan. Dit werkt alleen voor groepsleden aan wie de gedragingen in groepsverband kunnen worden toegerekend. Daarvoor moet je dan ook weer de identiteit kennen. Rondom de universiteitsrellen was dit een uitdaging. De politie en het OM zetten zich wel altijd in om de identiteit waar mogelijk te achterhalen en gebruiken daar ook camerabeelden voor. Ik weet niet waarom hier in de praktijk weinig gebruik van wordt gemaakt. Ik neem die vraag mee in de gesprekken die we verder nog gaan hebben. Op een later moment, maar voor het einde van het jaar, kom ik daar in briefvorm bij u op terug. Dan vroeg mevrouw Abdi ten slotte nog hoe het staat met de uitvoering van de motie Klaver-Bontenbal en wat burgemeesters daar inmiddels van kunnen merken. Wij zitten regelmatig aan tafel met burgemeesters in verschillende formats om over het demonstratierecht te spreken. We hebben vandaag een aantal toezeggingen gedaan waarbij we dat op onderwerpen weer gaan doen. We nemen in die gesprekken ook de manier mee waarop we de burgemeester bij lokale acties met risico's kunnen ondersteunen. Overigens doen niet alleen wij dat: ook de VNG kijkt waar kleinere gemeenten met complexe demonstraties kunnen worden ondersteund, bijvoorbeeld bij de azc-rellen zoals we die eerder dit jaar hebben gezien. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord.

Bron, video en gesprek →
10 sep 2026 · Interruptie

Minister Van Weel: De brief zal gaan over het verhalen van civielrechtelijk schade. Laten we hem zo noemen.

Bron, video en gesprek →