KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Gelet op de tijd zal ik mijn inleiding overslaan. In het verleden heb ik in deze debatten nog weleens moeten benadrukken dat handhaving slechts het sluitstuk is van de verkeersveiligheid, maar dat dit ertoe leidt dat ik bijna niet meer aan de beurt kom, doet dan ook weer geen recht aan de onmisbare pijler die handhaving wel degelijk is als onderdeel van verkeersveiligheid. Ik heb vier kleine blokjes: fatbikes, rijden onder invloed, boetes en een paar overige vragen. Laat ik beginnen met de fatbikes en de handhaving daarop. Het afgelopen jaar zijn grote stappen gemaakt als we kijken naar de statistieken. Het aantal boetes voor het rijden met een ongekeurd voertuig is gestegen van 643 in 2023 naar 4.694 in 2025. Hoewel daarin geen splitsing is aangebracht naar het soort voertuig, geeft de politie wel aan dat het in het overgrote merendeel van deze geconstateerde tekortkomingen wel degelijk om fatbikes gaat. Ik ben onlangs bij een verkeerskeuring geweest. Daar stond een rollerbank voor fatbikes bij. Het is interessant om te weten dat de agent die de rollerbank bedient, ook weet welke codes en trucs er zijn om de fiets op dat moment niet harder dan 25 te laten rijden. Daarover zijn inmiddels ook rechtszaken geweest. Daarin is bekeken of het bij de rechter standhoudt als een fiets niet daadwerkelijk 25 rijdt, maar dit wel kan. Dat heeft tot nu toe in een aantal gevallen standgehouden bij de rechter. Dit betekent dat breder door de politie kan worden gehandhaafd, ook op het moment dat die optie tijdens de controle is uitgeschakeld. Ik denk dat we daarmee echt een stap voorwaarts hebben gezet. Er wordt ook ruim aandacht aan besteed op social media als deze controles worden uitgevoerd. Dat is belangrijk, want dat heeft een uitstralingseffect naar degenen die menen dat ze hiermee weg kunnen komen. Dat over de fatbikes, natuurlijk in aanvulling op al hetgeen de collega al heeft gezegd. We zijn bezig met het alcoholslot en komen voor de zomer met de uitkomst van onze verkenning en een voorstel voor hoe we dit gaan toepassen. Daarbij wil ik iets van verwachtingsmanagement inbrengen. Een aantal keren hebben we de bestuursrechtelijke optie weer gehoord als een avenue die we zouden moeten bewandelen. Terecht werd daarbij verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad en het risico op dubbele bestraffing. Die staat wat mij betreft onverkort. Desondanks hebben we een onderzoek door Deloitte laten doen over de vraag of deze route alsnog zou kunnen worden bewandeld. Dit hebben we vorig jaar naar uw Kamer gestuurd. Uit dat onderzoek bleek dat de herinvoering nog steeds een significant risico op dubbele bestraffing kent. Dat is dus niet de route die wij op dit moment aan het lopen zijn. Wij verkennen nu de strafrechtelijke route. Binnen die route hebben we ook gekeken of we het alcoholslot als een vervangende straf zouden kunnen gebruiken. Maar dit leidt weer tot nieuwe bezwaren, omdat je dan ook zwaardere overtredingen hebt, die wel via het strafrecht worden afgedaan, versus iemand die alleen een alcoholslot zou krijgen. Ook dat leidt weer tot rechtsongelijkheid. Wij komen voor de zomer naar u met een uitwerking van het alcoholslot binnen het strafrechtelijke spoor, inclusief het in kaart brengen van de consequenties van het invoeren, zowel personeel als financieel. In een volgend debat kunnen we daarbij stilstaan. De heer Prickaertz stelde de vraag of werkgevers hun werknemers mogen laten testen op drugs- en alcoholgebruik. Dat is op dit moment niet mogelijk. Het valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij hebben eerder aangegeven hierin geen wijziging te willen aanbrengen. In commissie deel ik u die boodschap mede. De heer Heutink vroeg of rijders onder invloed, met name de veelplegers, strenger gestraft kunnen worden. Hij noemde een voorbeeld van een bumperklever, die een hogere straf zou kunnen krijgen dan iemand die onder invloed rijdt. Dat is iets te kort door de bocht geredeneerd. Gewoon bumperkleven levert doorgaans een boete op, maar als dit gedrag groot gevaar oplevert, kan het ook worden vervolgd op basis van artikel 5a van de Wegenverkeerswet voor het veroorzaken van gevaar op de weg. Op die overtreding staat een maximumstraf van twee jaar. Dit artikel is in 2020 in de wet gekomen om het strafgat te dichten tussen heel gevaarlijk weggedrag en gevaarlijk weggedrag zonder gevolgen. Rijden onder invloed kan tot maximaal één jaar gevangenisstraf leiden, maar gedragingen die tijdens het rijden onder invloed plaatsvinden — daar is dan ook vaak sprake van — kunnen weer apart worden vervolgd. Iemand die onder invloed is en gevaar veroorzaakt en daarvoor vervolgd wordt, kan op een gecombineerde en dus hogere straf rekenen. De aanscherping van die strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt op dit moment geëvalueerd. De beleidsreactie en de evaluatie krijgt u in het najaar. Dan kom ik bij de boetes. Ik heb inmiddels veel tijd in uw Kamer doorgebracht met betrekking tot dit onderwerp, niet alleen in het kader van de verkeersveiligheid maar ook in het kader van de strafrechtketen en anderszins. Ik heb het vaak al gezegd en zal het hier weer zeggen: ons boetestelsel is niet in balans. De verkeersboetes zijn te hoog, gerelateerd aan andere boetes. In het verleden zijn inderdaad autonoom verhogingen doorgevoerd om budgettaire gaten te dekken. Vanaf mijn aantreden, ook in de vorige termijn, heb ik gezegd dat ik dit niet ga doen. Ik vind niet dat boetes er zijn om budgettaire gaten te dekken. Ze zijn er om de verkeersveiligheid te verhogen. Daarom zal ik niet anders doen dan het indexeren van de boetes. Dit moet ik wel doen, omdat anders de budgettaire gevolgen elders binnen mijn begroting gevonden moeten worden. Als we het hele boetestelsel in balans zouden willen brengen, zoals dat op basis van diverse rapporten is geopperd, loop ik tegen 300 miljoen per jaar aan. Dat is een enorm gat. We zijn nog steeds aan het kijken of we dat ergens op de balans zouden kunnen vinden, bijvoorbeeld door sommige boetes wat omlaag te brengen en andere wat meer omhoog. Ik moet dat wel budgetneutraal doen, want anders gaat het ten koste van enorme capaciteit bij bijvoorbeeld politie, jeugdzorg of van andere belangrijke onderwerpen. Dat is voor nu de stand. Overigens krijgen we ook een evaluatie van de wet-Mulder als geheel eind dit jaar. Daarover zult u voor het einde van het jaar worden geïnformeerd. Dan heb ik nog een aantal overige vragen. De heer Goudzwaard vroeg naar de lange rijontzegging in het kader van de vraag hoe iemand weer aan het stuur kan komen een aantal jaren nadat hij iemand heeft doodgereden. Op dit moment gelden al forse maximumtermijnen, namelijk vijf jaar en in geval van recidive zelfs tien jaar. Daarnaast is er bij misdrijven waarvoor dit soort lange rijontzeggingen wordt opgelegd, vrijwel altijd ook een gevangenisstraf. Dit betekent dat iemand door de rijontzegging, die ingaat na het verlopen van de gevangenisstraf, vaak al op die tien jaar in totaal uitkomt. Dat is best een tijd. In de strafrechtketen bestaat geen wens om dat maximum verder te verhogen. Al zouden we dit als wetgevers gezamenlijk doen, is de kans dat die in die gevallen wordt opgelegd, vrij klein. Het is dan echt meer symbolisch. Met het Wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed, dat nu bij uw Kamer ligt, verzwaren we de impact van de rijontzegging. Dat doen we door de dadelijke uitvoerbaarheid. Je hoeft dus niet meer te wachten op een hoger beroep. Op het moment dat de rijontzegging wordt opgelegd in eerste aanleg, wordt die meteen uitvoerbaar en ziet men dus ook de directe gevolgen. Als men daarbij in overtreding gaat, gaat men in vervangende hechtenis. Daarnaast gaan we bij de evaluatie van de wet die ik net noemde, de vraag meenemen of de praktijk nu wellicht wel behoefte heeft aan een langere maximumduur van de rijontzegging. Ik zei al dat die in het najaar uw kant op komt.

Bron, video en gesprek →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Die hoort u de minister niet noemen omdat de voordelen niet zonder meer opgeld doen in de wereld van strafmaten. Als je een hele hoge strafmaat hebt die een rechter nooit oplegt, is het afschrikwekkende effect daarvan nagenoeg nul. Je moet altijd een balans vinden met wat de keten ervan vindt. Ziet die inderdaad ruimte voor de oplegging van hogere straffen en heeft ze daar behoefte aan? Als het antwoord daarop ondubbelzinnig nee is, moeten we als wetgever wel twee keer nadenken of we die straf wel willen verhogen. Uiteindelijk leidt het anders tot teleurstellingen in de tenuitvoerlegging. Nogmaals, in dit geval gaan we nog een keer aan de keten vragen of er nu wel behoefte bestaat aan een hogere termijn voor de rijontzegging. Ik wil de verwachtingen over de uitkomst wel temperen. We gaan het zien aan het einde van het jaar. Dan vroeg de heer Jumelet wanneer de uitkomsten van de werkgroep Intensivering verkeershandhaving komen. Na het zomerreces wordt u meer uitgebreid geïnformeerd over de stand van zaken. Het is goed op stoom, moet ik zeggen. Het heeft even geduurd, maar op dit moment loopt het zeer goed. Ik wil alvast twee resultaten noemen die in de vorm van pilots op korte termijn starten. De eerste is een pilot waarbij de wegbeheerder meer regie heeft op de plaatsing en roulatie van de flexflitsers. Er staat er regelmatig eentje bij mij in de buurt. Ik moet zeggen dat ik daar erg blij mee ben. Anderen wat minder, denk ik. Daarnaast wordt er ook een pilot voorbereid om een trajectcontrole te gaan doen binnen de bebouwde kom. Dat zijn twee heel concrete resultaten naar aanleiding van verzoeken die er al lang liggen. Ten slotte kom ik bij de boa’s en bij de vraag of we het nut zien van versterking van de boa-inzet. U weet wellicht dat we het hele boa-stelsel zojuist hebben herzien. Bij de verdere uitwerking en implementatie van die herziening wil ik ook kijken of we meer kunnen doen met de boa’s in het kader van de verkeershandhaving. Dat doen we in overleg met de politie en het OM. We moeten ook zorgdragen dat we de gevaarzetting voor boa’s wel in ogenschouw nemen. Daar waar zij niet opgeleid zijn voor taken en wel in een gevaarlijke setting kunnen komen, moeten we ze samen met werkgevers tegen zichzelf beschermen. Nogmaals, daar komen we op terug. Ik denk dat we daarover in het najaar verder kunnen spreken. Dat waren de vragen aan mij, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: We hebben inmiddels een mogelijkheid gecreëerd voor het CJIB om te kijken naar individuele casussen, zowel wat betreft de betaalmogelijkheden van de boete in eerste aanleg als het niet verder doorvoeren van verhogingen. We kunnen ook algemene betaalregelingentreffen. Daar zijn zeer positieve resultaten mee. Er wordt echt gekeken naar draagvlak. Het leidt ertoe dat, ik geloof, 80% van die betaalregelingen uiteindelijk ook wordt nagekomen. Dus met de caveat dat het niet in algemene zin gebeurt maar wel in specifieke casussen, wordt dit meegenomen. Sorry, ik had ook nog de koplamp. Het lijkt me een mooie afsluiter. Ja, daar kan op gehandhaafd worden. Daar wordt ook op gehandhaafd door de politie. Ik was laatst bij een algemene controle in een wijk waar veel overlast is van voertuigen. Daarbij wordt alles meegenomen, inclusief het testen van de koplampen, het controleren of alle gordels werken, of we wellicht andere zaken in auto's vinden en of de belasting is betaald. Terwijl ik daar stond werd er eentje weggesleept omdat er nog een belastingschuld van zo'n €80.000 openstond. Dus ja, we nemen het allemaal mee.

Bron, video en gesprek →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dan van mijn zijde: daar waar het gaat om de boetes bij het niet betalen van de boetes. Laat ik het zo maar even noemen. Het belangrijkste is natuurlijk dat mensen hierdoor niet in de problemen komen. Ik denk dat daar terecht aandacht voor is. Daar is een oplossing voor gevonden. Die route loopt ook naar tevredenheid. Het CJIB is blij dat het maatwerk kan geven aan de mensen die de draagkracht niet hebben om dat te doen. Ze kunnen die verhogingen ook kwijtschelden in dat geval. Ze kunnen tegenwoordig een hele boete kwijtschelden, als die aantoonbaar leidt tot onwenselijke situaties. Dat is volgens mij het allerbelangrijkste dat we daarmee kunnen doen. Verder zal ik uw zorgen doorgeven aan de staatssecretaris, die uiteindelijk weer verantwoordelijk is voor het CJIB. Ik bedoel daarmee de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dan kunnen we dat ook meenemen in een brief strafrechtelijke onderwerpen. De heer Heutink vroeg naar crystal meth en een boete. Dat is hooguit bij een eerste keer en heel veel verschoningsredenen. In de regel kom je daarmee namelijk echt niet weg met een boete. Dat moeten we ook niet willen. Dat ben ik met hem eens. Als gezegd komen we ook nog met de evaluatie van de wet later dit jaar. Dan kunnen we altijd kijken welke verdere aanscherpingen daar nog mogelijk zijn. Wat betreft de bestuursrechtelijke route: je kunt in het bestuursrecht handelen, maar dan gaat de strafrechtroute weer dicht. Dat wil je eigenlijk ook niet, want heel vaak is er bij deze mensen een reden, een strafwaardige reden, waarom je dat alcoholslot wil opleggen. Ze zijn namelijk tegen de lamp gelopen en daar moeten ze ook voor bestraft worden. Dat is uiteindelijk de reden dat we in 2025 na dat onderzoek, dat wij overigens gezamenlijk als ministeries hebben gedaan, de conclusie hebben getrokken dat het geen wenselijke route is. Ik treed graag nog een keer, ook ambtelijk, met u in overleg om te kijken of we elkaar misschien ergens niet helemaal goed begrijpen of dat wij een aantal zaken uit die moties niet hebben meegenomen. Dan kunnen we kijken of we daar zo een oplossing voor kunnen vinden.

Bron, video en gesprek →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Daar vindt de minister een heleboel van, maar daar heeft hij ook net een WODC-onderzoek naar laten doen. Dat onderzoek is de Kamer al toegestuurd. Het WODC zegt nee, met een hoop uitroeptekens daarachter, maar ik moet nog met de beleidsversie komen op dat rapport. Daar zult u dan mijn visie in vinden. Dat gaat overigens over minimumstraffen in den brede en niet alleen maar voor verkeersovertredingen.

Bron, video en gesprek →
21 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik zal schriftelijk moeten terugkomen op wat daar de ontstaansgeschiedenis van is geweest, want die heb ik ook niet paraat. Toen ik ze overigens binnenkreeg, was het wel een goede stok achter de deur om ze meteen te betalen. Ik ben blij dat we nu in ieder geval de mogelijkheid hebben om mensen die de boete niet kunnen betalen dan te ondersteunen en wat coulance te tonen, maar ik kom daar graag in een brief op terug.

Bron, video en gesprek →