KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
19 mei 2026 · Kamerstuk

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het verbeteren van de bestrijding van heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten (36036)

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Voorzitter, met alle plezier neem ik u mee in de wijze waarop ik mijn beantwoording heb gestructureerd. Allereerst dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn over een wetsvoorstel dat natuurlijk al even in voorbereiding is en dat wij nu uiteindelijk behandelen. Ik zal daar zo inhoudelijk op ingaan. Ik zal beginnen met een inleiding. Dan heb ik een blokje over de meerwaarde van dit wetsvoorstel. Daar was een aantal vragen over. Dan komt de reikwijdte, daarna de uitvoering en ten slotte de privacy en gegevensverwerking. Daarna zal ik aan het einde van mijn termijn de ingediende amendementen appreciëren. Voorzitter. Mijn inleidende spreektekst. Ik ben blij dat we vandaag dit wetsvoorstel behandelen. Ik ben namelijk echt van mening dat dit wetsvoorstel een belangrijke bijdrage zal leveren aan de bestrijding van heling, witwassen en vermogensdelicten zoals diefstal. Het wetsvoorstel doet dit door landelijke uniformering en digitalisering van in principe al bestaande verplichtingen voor opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen. Deze verbeteringen dragen eraan bij dat de afzetmarkt voor criminelen wordt verkleind en dat opkopers en handelaren die te kwader trouw zijn en malafide aanbieders van gebruikte of ongeregelde goederen sneller tegen de lamp lopen en kunnen worden vervolgd en berecht. Ook voor de aanpak van ondermijning is dat van belang. De hier genomen maatregelen dragen er ook aan bij dat plegers van vermogensdelicten en witwassen beter kunnen worden opgespoord en dat personen van wie goederen zijn gestolen, die goederen ook weer kunnen terugkrijgen. Om hiervan meteen een heel recent voorbeeld te geven: gisteren verscheen het bericht in de media dat de politie iemand heeft aangehouden die voor ongeveer €67.000 aan gouden sieraden bij goudinkopers in Rotterdam verkocht. Van in ieder geval een deel van deze sieraden staat nu al vast dat die zijn gestolen. De vrouw, in dit geval een zorgmedewerker, wordt ervan verdacht deze sieraden te hebben gestolen van cliënten. Ook wordt ze verdacht van het witwassen van deze sieraden. Zij kwam inderdaad in beeld na een controle van het digitale opkopersregister bij een goudinkoper. In Rotterdam wordt namelijk al met het digitale register gewerkt. Natuurlijk moeten we nog afwachten hoe het verdergaat in deze zaak, maar ik denk wel dat het een sprekend voorbeeld is van dat er bij een opkoper die te goeder trouw is waarschijnlijk bij individuele transacties geen alarmbellen afgaan, maar waardoor er door het feit dat er een match ontstaat met stopheling.nl een belangrijke bijdrage geleverd kan worden. Ik kom straks nog terug op de vraag of mensen dat wel of niet invullen. Daaraan wil ik meteen koppelen dat dit is waarom ik meerwaarde zie in het uniformeren en digitaliseren van wat nu al in delen gebeurt. Dit register bestaat al, maar op dit moment staat het gemeenten nog vrij om dat op een andere manier, zelfs op papier, in te vullen. Dit voorbeeld geeft al aan dat als je dit op papier zou moeten matchen, de kans dat iemand op deze manier tegen de lamp loopt een stuk kleiner is. Tegelijkertijd zijn dat ook weer administratieve lasten voor gemeenten, die al die papieren moeten gaan controleren, matchen et cetera, terwijl deze handel zich natuurlijk landelijk afspeelt, zo niet internationaal. Dus het automatisch kunnen matchen van systemen, het hebben van een automatisch register, is eigenlijk voor gemeenten een verlichting. Daarom zie je dat grotere gemeenten die daar al wel de middelen voor hadden, dit wel hebben ingericht. Hiermee ben ik van mening dat we ook kleinere gemeenten een verlichting van administratieve lasten geven. Op het moment dat die opkoper eenmalig geregistreerd staat — daar hebben we ook een centraal register voor, het DOL — houdt voor de gemeente namelijk de administratieve last op, kunnen de opkoper en de handelaar zelf hun informatie invullen en registeren in het onlinesysteem, en vindt daar de automatische toets plaats met Stop Heling, waarbij uiteindelijk notificaties terechtkomen bij de politie. Het is 2026 en velen van u zeiden het al: het is dus eigenlijk een proces dat op papier al bestond op basis van de oude wet nu naar 2026 brengen, waarin we dit gewoon digitaal kunnen doen en hopelijk matches kunnen hebben. Ik ben dan ook van mening dat dit een aantal vormen van verlichting gaat brengen in de administratieve lasten, bijvoorbeeld voor de metaal- en de kunstbranche, de voertuigenbranche en de kringloopwinkels. Waarom is dat? Omdat alleen nog maar de goederen die we bij AMvB aanwijzen als diefstalgevoelige goederen onder de registratieplicht vallen, terwijl nu in principe alles onder die registratieplicht valt. De registratieplicht vervalt dus voor goederen die geen waarde hebben in het economisch verkeer en om niet worden aangeboden om als afval te worden vernietigd of te worden gerecycled. Dat is meteen een antwoord op de vraag van de heer Diederik van Dijk, maar ik kom nog uitvoeriger terug op dat punt. Daarmee wil ik meteen doorstappen naar het wetsvoorstel en de meerwaarde daarvan.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Zo zou je dat kunnen zeggen, maar dat is te kort door de bocht. Dat kan ook zijn omdat die gemeenten er gewoon niet aan toe zijn gekomen om dit op een goede manier te regelen in een lokale verordening of in hun apv. Daarmee laten ze een opkoper of een handelaar "wegkomen" met een papieren registratie van goederen. Als je daar iets uit wil halen, dan zou dat uiteindelijk vereisen … Stel dat ik hier papier heb liggen, met alle goederen die ik heb opgekocht en de kenmerken daarbij, en u komt niet langs om dat te controleren of om dat langs een database te houden. Dat gebeurt natuurlijk niet bij kleine gemeenten, want waarom zou je daar je politiecapaciteit dan wel opsporingscapaciteit of anderszins aan opofferen, maar dan mis je dus ontzettend veel. Mijn mening is dat die gemeenten ons dankbaar gaan zijn dat ze nu gewoon de aansluiting bij het DOR vinden. Dat ontlast hen namelijk. Zij hebben daar geen werk aan. De registraties van de handelaar daarentegen belanden nu in een landelijk systeem. U vroeg zich af of mensen dat wel invullen, en of Stop Heling nou wel wordt gebruikt. In 2025 ging het om 9.500 hits; 9.500 matches van goederen die dus geregistreerd stonden als gestolen en die een hit hebben met registraties in het DOR. Als we die andere helft van de gemeentes ook zover krijgen dat alle handelaren die in die gemeentes zitten dat DOR vullen, dan kunt u zich voorstellen dat die database groter wordt, dat het aantal hits daarmee naar verwachting groter wordt en dat we dus meer zaken en meer criminaliteit kunnen oplossen. Dat allemaal zonder arbeid, want de arbeid komt pas kijken op het moment dat er een notificatie komt, want dan moet de politie natuurlijk langskomen om daadwerkelijk het goed in beslag te gaan nemen en aan verdere strafrechtelijke vervolging te doen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat wordt dus op die manier niet geregistreerd, behalve in één geval: in Amsterdam. Daar hebben we dat gezien. Ik kom er straks uitgebreider op terug, maar uit mijn hoofd zeg ik: 244 van de 273 hits zijn opgevolgd en hebben geleid tot het teruggeven van gestolen goed. Dan is dus rond de 85%.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nou, het wordt niet geregistreerd, maar dat wil niet zeggen dat de politie geen actie onderneemt. De enige stad waar men daadwerkelijk geregistreerd heeft hoeveel hits er in een bepaalde periode zijn afgehandeld en hoeveel er hebben geresulteerd in het teruggeven van een goed — dat is dus een heel hoog percentage — is Amsterdam geweest. Daarmee is niet gezegd dat de politie geen opvolging zou geven aan hits van andere gemeenten. Daar is het gewoon niet op die manier geregistreerd.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ja. Ik kan dat dus nu al zeggen voor Amsterdam. Ten tweede … Daar komt die bewaartermijn … Ja, alles gaat door elkaar heen lopen op een gegeven moment, voorzitter, als je zo'n wetsvoorstel behandelt, maar dat is ook het mooie daarvan, want het hangt ook allemaal samen. Daarvoor heb je die bewaartermijn van vijf dagen nodig, om de politie wel de tijd te geven om ergens in het schema de tijd te vinden om ook daadwerkelijk daarheen te gaan en daar opvolging aan te geven. Dat is ook meteen waarom we menen dat, hoewel we ergens sympathie hebben voor de metaalbranche, we dat uniform moeten gaan maken. Gemeenten vullen dat nu zelf in, en dat loopt uiteen van drie tot veertien dagen. Dat geeft weer een ongelijk speelveld voor handelaren en opkopers. En dat willen we juist graag gelijktrekken.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: We weten allemaal dat we te maken hebben met beperkte opsporingscapaciteit. Tegelijkertijd weten we dat dit soort high-impact crimes veelvuldig voorkomen. Alleen al in mijn eigen straat — ik ga het adres hier niet noemen — zijn het afgelopen kwartaal vier of vijf spiegels van auto's af gehaald om vervolgens verkocht te worden op de markt. Twee auto's zijn helemaal uit de straat verdwenen. Dit is het soort criminaliteit dat impact heeft op het leven van mensen. We willen ook niet dat we daar niets aan doen in onze rechtsstaat. We moeten er dus opvolging aan geven. Stel dat u me dan vraagt op welke manier we er opvolging aan gaan geven. Willen we dat agenten, vingerafdrukken zoekend op de auto's waar de spiegels vanaf zijn gehaald, kijken of daarmee inderdaad opeens iemand gevonden kan worden? Willen we daarvoor een strafrechtelijk onderzoek inzetten, met een opsporingsteam? Nee, zeg ik dan in alle eerlijkheid. Ik denk niet dat dat is hoe we onze schaarse opsporingscapaciteit willen inzetten. Dan ga je dus op zoek. Hoe kun je nou wél voor gerechtigheid zorgen in het geval van heling? Hoe kun je het nou zo moeilijk mogelijk maken voor de mensen die gestolen goederen proberen weg te zetten in de markt? Dat kan door de afzetmarkt zo klein mogelijk te maken. Hoe maak je de afzetmarkt zo klein mogelijk? Door te zorgen dat je checks-and-balances en waarborgen hebt op de portalen waar de goederen mogelijk doorheen gaan. Die portalen zijn primair professionele mensen. Want dat zeg ik al meteen in reactie op wat er gezegd wordt over een kom soep van minderjarigen: het gaat om mensen die het als beroep uitoefenen. Zij dienen zich dus als handelaar te registreren. Het gaat niet om iedereen die op een rommelmarkt staat. Die kanalen probeer je te reguleren. Hoe doe je dat? Door een match te hebben tussen goederen die daardoorheen gaan en goederen waarvan je weet dat ze gestolen zijn. Door dat te doen en door het te koppelen aan een verplichting om de identiteit te noteren bij degene die de goederen aanbiedt, kun je bij opkopers al heel snel malafide aanbieders van gestolen goederen eruit filteren. Dat is nou precies wat er gebeurd is met deze mevrouw. Wat mij betreft hebben we hier dus een arbeidsextensieve manier gevonden om dat belangrijke kanaal van heling op een eenvoudige manier dicht te zetten. Bovendien voegen we door de wetsvoorstellen die we hier doen niets toe aan de plichten die al bestonden. In sommige gevallen werden die heel versnipperd, heel verschillend of op een hele ondoelmatige manier ingevuld. Ik noem bijvoorbeeld de papieren registratie van geregistreerde goederen. Daar kan natuurlijk nooit iemand naar kijken. Als u mij dus vraagt wat het grote nut en de meerwaarde hiervan is, zeg ik het volgende. Ik denk echt dat we die kanalen dicht kunnen zetten op de meest efficiënte manier en met de minst mogelijke opsporingscapaciteit, terwijl we toch voor gerechtigheid zorgen voor de mensen die gewoon hun spullen terug willen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Natuurlijk gaan we de effectiviteit van dit wetsvoorstel meten. Ik denk dat het voorbeeld dat ik net noemde, al een heel sprekend voorbeeld is. Maar ik noem ook de aantallen: 9.500 hits door het DOR. Tja, schaf het maar af. Dan los je dus 9.500 zaken minder op. Van al die zaken doen mensen aangifte, maar de politie kan daar natuurlijk nooit actief iets mee doen. We gaan onze opsporingscapaciteit niet inzetten voor een gestolen ketting. Alleen al daarmee zie ik de meerwaarde van een centraal nationaal register. Nogmaals, die registratieplicht bestaat al. Elke handelaar, elke opkoper, moet nu al registreren wat hij aan goederen inkoopt, gecombineerd met een bewaartermijn die er alleen maar is om te zorgen dat we de politie niet bij nacht en ontij belasten met spoedmeldingen, maar dat zij ook de tijd heeft om dit op te kunnen volgen. Het schrikt ook af. Helers weten dat zij traceerbaar zijn als ze hun identiteit moeten afgeven op het moment dat zij bepaalde goederen verkopen bij een opkoper. Dat is precies wat we willen. De goedwillenden vinden dat niet erg.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Door de lange tijd dat dit wetsvoorstel er heeft gelegen, zijn we eigenlijk in de unieke gelegenheid dat er überhaupt al gegevens bestaan over een verplichting die nog helemaal niet bestaat, namelijk over het DOR en over het DOL. Een aantal grote gemeentes hebben dit wel opgepakt, omdat de problematiek daar groter is en omdat ze meer mankracht hebben gehad om dit daadwerkelijk om te zetten in apv's, lokale verordeningen et cetera. Ik zie het eigenlijk meer als een service, waarbij we dit niet meer bij alle individuele gemeentes leggen, maar waarbij we dat centrale register tot de norm maken. Dat heeft voor kleine gemeentes dus heel weinig impact. Dat gaat eigenlijk om die eenmalige registratie. Het CCV gaat hen ook nog helpen om dit desgewenst te implementeren, waarbij de database, waarvan we nu al kunnen zien dat die effect heeft — ook wat problemen, die we proberen op te lossen — eigenlijk bijna verdubbelt in de statistieken van mevrouw Faber.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De heer Diederik van Dijk suggereert nu dat de wet niet wordt nageleefd — dat weiger ik als minister van Justitie als waarheid te accepteren — en dat het wel naleven van de wet onwenselijk zou zijn omdat dat zou leiden tot een verhoogde registratiedruk. Nogmaals, die registratieplicht bestaat al. Als boa's of politieagenten nu in een willekeurige gemeente bij een opkoper langsgaan, kunnen zij ook vragen om die registratielijst. Het probleem is dat de lijst niet uniform is en dat die inderdaad daadwerkelijk papier kan zijn, maar ze kunnen daadwerkelijk boetes uitschrijven als die registratie niet op orde is. Dat gebeurt ook. Natuurlijk zal de wet niet overal worden nageleefd. Dat wordt makkelijker met de manier waarop we het hier regelen, omdat die meer uniform is, omdat die centraal is en omdat duidelijk opvalt wie dit wel of niet doet. In die zin is het makkelijker voor de wetgever en de handhavingsinstanties om hier toezicht op te houden, maar netto is dit geen verzwaring ten opzichte van de verplichtingen die er waren en die er komen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Eigenlijk perken we het juist in door nu met een AMvB aan te geven welke goederen we er wel onder willen laten vallen. Hoe heette het ook alweer? De neus…

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: O ja, de neustrimmer. Dank; ik was het woord even kwijt. Ik stel me niet voor dat die daarop terechtkomt. Het gaat dus echt om diefstalwaardige goederen. Juist daarmee verkleinen we de bandbreedte van het soort goederen en het aantal goederen dat daadwerkelijk moet worden geregistreerd.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: 9.500 hits. Nogmaals, dat is echt significant. Dat zijn 9.500 goederen die gestolen zijn, waarvan aangifte is gedaan en die weer teruggekomen zijn zonder dat er opsporingswerk aan te pas is gekomen. Dat vind ik echt een significant getal. Als je kijkt naar de gemeenten waar wel onderzocht is hoeveel er is opgevolgd, dan zie je percentages boven de 80% aan daadwerkelijk teruggekomen goederen. Ik vind dat goed. Desondanks moeten we natuurlijk gaan meten wat het netto-effect is van de invoering hiervan. Dat zit 'm in de hits, maar dat zit 'm ook in de opvolging die daaraan gegeven wordt en waarin het uiteindelijk heeft geresulteerd. Hoeveel helers zijn er bijvoorbeeld aangepakt, hoeveel goederen zijn er teruggekomen, hoeveel manuren heeft dat de politie gekost et cetera? Ik kan me zomaar voorstellen dat we dat bij de evaluatie van de wet daadwerkelijk als een meetpunt gaan meenemen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Daar wil ik niet op vooruitlopen, maar ik kan me voorstellen dat wat de gemeente Amsterdam nu heeft gedaan, dus daadwerkelijk kijken naar de hits en naar wat daarmee gedaan is, wel informatie is die we willen hebben, ook graag op landelijk niveau.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nee, het is nu aan de gemeenten gelaten hoe ze die registratie willen laten plaatsvinden. Je ziet gemeenten die een DOR verplicht hebben gesteld per lokale verordening, maar dat is nog niet voorgeschreven. Met dit wetsvoorstel zeggen we tegen gemeenten dat dit de manier is waarop het gaat gebeuren.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De gemeente zou zelf ook een ander systeem kunnen hebben. Het nadeel daarvan is wel dat je dan verschillende databases krijgt. Dat is een voordeel van dit wetsvoorstel, want je wilt uiteindelijk heel graag dat die landelijke Stop Helingdatabase wordt gekoppeld aan een landelijke registratiedatabase, want daar krijg je de automatische hits uit.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik ben in mijn blokje over nut en noodzaak en dat zal ik afmaken. Er waren vragen over kringloopwinkels. Ik kom daar bij de appreciatie van de amendementen ook nog op terug, maar die zorgen bij de kringloop kan ik me voorstellen. Nogmaals, op dit moment vallen zij onder de algehele registratieplicht. De volledige registratieplicht die geldt voor alle opkopers, geldt nu ook voor kringloopwinkels. Die administratieve lasten willen we met dit wetsvoorstel juist verminderen. We vinden het wel van belang om een verschil te maken tussen commerciële en niet-commerciële kringloopwinkels. Als we aan een commerciële kringloopwinkel minder registratieplicht opleggen dan aan een gebruikelijke opkoper, dan weet ik dat het aantal commerciële kringloopwinkels in no-time zal verveelvoudigen. Dan wordt dat natuurlijk een nieuw kanaal voor het witwassen van spullen. Diefstalgevoelige goederen waarvoor betaald wordt, zou ik nog steeds onder de registratieplicht willen laten vallen, maar ik zou zeggen dat dat absoluut niet geldt voor gratis verkregen spullen in deze winkels. Ik zou dat ook willen laten vallen, zeg ik tegen mevrouw Mutluer, voor kringloopbedrijven met een anbistatus of een sbbi-keurmerk. Dan de volgende vraag onder nut en noodzaak: is dit niet een beetje een achterhaalde werkelijkheid nu alles online verloopt? Nee. Overigens stamt artikel 437 al uit 1886, dus in die zin werd het hoog tijd voor iets van modernisering hierin. Maar ook bij de onlinehandel blijft de registratieplicht valide. Dat betekent dat de handelaren en de opkopers die daar actief zijn, nog steeds de registratieplicht met hun cliënten zullen moeten doorlopen. Daarmee kunnen er ook mogelijke hits gevonden worden voor de goederen die daar worden aangeboden. Voor de ondernemers is het juist fijn, zeker als ze online werken, dat we afstappen van verschillende verplichtingen tussen de ene gemeente en de andere, want als een onlineverkoper die in Rotterdam woont op andere voorwaarden zijn spullen moet aanbieden dan een verkoper in Appingedam, creëert dat een ongelijk speelveld. Dat trekken we hiermee recht. Ze hebben dus beiden dezelfde administratieve lasten, die bovendien niet meer op papier hoeven te gebeuren. Dan de vraag of er contact is geweest met het ATR hierover. Waarom is er geen toets toegevoegd, vroeg de heer Sneller. Het is ongebruikelijk dat strafbaarstellingen of de uitwerking daarvan in lagere regelgeving aan het ATR worden voorgelegd. Daarom is dit hier dus ook niet gebeurd. De belangrijkste reden is dat dit wetsvoorstel er alleen maar in voorziet dat opkopers en handelaren de verplichtingen die ze al hebben, nu op dezelfde manier gaan doen. Daar hadden we het net over. In die zin zien we het ook niet als een toename, los van de signalen die de heer Diederik van Dijk noemde, waarbij er op dit moment niet wordt voldaan aan de registratieplicht. In dat geval is de winst van dit wetsvoorstel dat dat nu wel gaat gebeuren, maar dan wel op een uniforme manier, waardoor we hopelijk het aantal helingszaken kunnen terugdraaien. Door digitale loketten te gebruiken, zowel het DOL als het DOR, in plaats van fysiek of met papierwerk aan de gang te gaan, hoeft de regeldruk er uiteindelijk naar mijn mening niet onder te lijden. Mevrouw Straatman vroeg hoe onlineverkopers aan persoonsgegevens kunnen komen. Hoe werkt dat? In het geval van onlinehandel kan de aanbieder van het goed zich identificeren via de KopieID-app, die het ministerie van Binnenlandse Zaken beschikbaar heeft gesteld. Die zorgt voor een veilige kopie van het identiteitsbewijs, waarin alleen de benodigde gegevens staan. Als er via een bank wordt betaald, zit er al een identiteitsverificatie in vanuit de bank. Dan voldoen die gegevens voor de registratie. Dus ook online zou dit niet heel veel extra stappen met zich mee hoeven brengen. Dat brengt mij aan het einde van nut en noodzaak en bij het begin van het blokje reikwijdte. Hoe rechtvaardig is de registratieplicht bij goederen in vuistpand, aangezien het eigendom nog niet formeel is overgegaan? Dat was een van de vragen van mevrouw Straatman. Het feit dat het eigendom nog niet is overgegaan, wil niet zeggen dat de goederen niet gestolen zijn. Je kunt vrij eenvoudig een gestolen Rolex in onderpand geven bij een bedrijf. Op dat moment hebben we natuurlijk toch te maken met een vorm van heling. Nog vaker zien we dat dure goederen juist verpand worden om drugshandel te financieren, waarna de goederen weer uit onderpand worden gehaald als de drugshandel geslaagd is. Hier ligt dus ook daadwerkelijk een link met ondermijnende criminaliteit. Op grond van dit wetsvoorstel moet een opkoper of handelaar de goederen inschrijven die hij heeft verworven of voorhanden heeft. Onder het kopje "voorhanden" valt dus ook het onderpand. Dat geldt ook voor goederen die in consignatie worden verkocht of via een veiling worden aangeboden. Dan geldt de verplichting om deze goederen te registreren. We weten dat vooral bij de veilingcategorie van voertuigen en vaartuigen geprobeerd wordt om de registratie te omzeilen. Dat proberen we dus ook te ondervangen met dit wetsvoorstel. De rommelmarkt noemde ik al even. Ja, dat kan ik bevestigen, zeg ik tegen de heer Van Dijk. De organisatie van een rommelmarkt heeft zelf geen registratieplicht. Zij zijn namelijk geen opkoper of handelaar. Ook een particulier die daar incidenteel wat koopt of verkoopt, minderjarig of meerderjarig, hoeft dat niet te registreren. De soepkom valt er daarmee dus buiten en vereist geen novelle, zeg ik geruststellend tegen de heer Van Dijk. Het gaat dus echt niet om het verkoopkanaal of de -locatie, maar om de aard van degene die het verhandelt of opkoopt. Als het een beroepsmatig karakter heeft, geldt die registratieplicht en begint dit wetsvoorstel te tellen. Iemand die beroepsmatig of gewoontematig in goud en sieraden handelt op een rommelmarkt — ook dat zien we natuurlijk weleens gebeuren — valt formeel gezien wel onder dit wetsvoorstel, maar dat zouden we ook moeten willen, denk ik. Dan de voertuigen. Daar waren een hoop vragen over. Er ligt ook een amendement over, waar ik zo meteen nog uitgebreid op inga. Waarom is er in het wetsvoorstel zoals het er nu ligt een vereiste registratie in het DOR terwijl ze ook via de RDW worden geregistreerd? Wij zien het niet als dubbelop, omdat het DOR een aantal aanknopingspunten en gegevens biedt die het RDW-kentekenregister op dit moment niet biedt. Het RDW-kentekenregister heeft geen persoonsgegevens van de aanbieder, en ook niet de inkoop- en verkoopprijs. Met name de inkoop- en verkoopprijs zijn in het geval van witwassen vaak een indicatie van het goed. De persoonsgegevens van de aanbieder zijn weer belangrijk omdat bij geïmporteerde, omgekatte of gekloonde voertuigen met een Nederlands kenteken het diefstalsignaal niet adequaat is. Ik heb goed gekeken naar de wens achter het amendement. Wij zijn van mening dat er met het gebruik van de webservice geen sprake is van dubbele administratielasten met het RDW-register. Als u mij desondanks vraagt waar binnen het amendement voor ons het zwaartepunt ligt, dan kan ik aangeven wat je zou moeten willen behouden. Dat staat los van de voertuigonderdelen. Ik noemde al even de spiegels die uit mijn straat zijn verdwenen en die uit veel straten verdwijnen. Een aantal onderdelen die we nu classificeren, zou je dus moeten willen behouden. Maar dat is prima. Het andere wat we graag zouden willen behouden, is het importeren van auto's op kenteken, omdat we in Europa steeds vaker zien dat huurauto's en leaseauto's de grens over worden gebracht en worden verkocht. Als de aanbieder of verkoper dan niet wordt geregistreerd, kan iemand die betrapt wordt met een naar zijn mening legitiem gekochte gestolen leaseauto geen verhaal meer halen bij degene die dat uiteindelijk heeft gedaan. Dat laat dus een route over voor internationale criminaliteit binnen Europa die ik wel zou willen dichtzetten. Met die kanttekening kom ik er straks nog op terug met een uitgebreidere appreciatie. Volgens mij heb ik daarnet genoeg gezegd over de kringloopwinkels. Ik kom daar zo op terug bij de appreciatie van het amendement. De heer Sneller vroeg nog wat er overblijft met alle uitzonderingen die nu worden voorgesteld. Grofweg gaat het hierbij om vier categorieën goederen. De eerste categorie is goederen met een stekker. De tweede categorie is goederen voor vervoer, dus fietsen, vaar- en voertuigen. Ik heb net al even gezegd hoe ik erin sta als het gaat om voertuigen. De derde categorie zijn goederen van waarde, zoals kunst, muziek, sieraden en horloges. De vierde categorie betreft goederen met een gevaarzetting. Dat betreft met name de metaalbranche. De uitzonderingen zijn bedoeld om onbedoelde effecten te voorkomen, namelijk wanneer ze niet bijdragen aan de doelen van het wetsvoorstel. In die zin zien we het als een beperking van de lasten en meer toespitsing op waar we daadwerkelijk heling zien plaatsvinden, maar ook waar we er, laten we eerlijk zijn, wat aan kunnen doen. Dan kom ik terug bij het punt van de merkkleding. Op het moment dat jij merkkleding als gestolen opgeeft maar er geen manier is om te zien of die merkkleding daadwerkelijk van jou is als die wordt aangetroffen, wordt het heel moeilijk om er binnen de reikwijdte van dit wetsvoorstel iets sluitends voor te maken. Dat neemt niet weg dat de politie natuurlijk wel acteert als die vermoedens heeft van een misdaad bij het aantreffen van grote hoeveelheden merkkleding of valse merkkleding. Maar dat valt dan buiten het nut van de reikwijdte van dit wetsvoorstel. Mevrouw Faber vroeg of het lokaal bestuur uiteindelijk nog extra beleid kan toevoegen? Ja, die mogelijkheid blijft er. Ik denk wel dat dat langzaam zal verdwijnen. Ik denk dat een heleboel gemeentes nu juist nog niks hebben gedaan, omdat ze worstelen met de lasten die dat met zich meebrengt. Hiermee maken we dat eenvoudiger voor die gemeentes. Daarna is het eigenlijk een fire-and-forget voor veel gemeentes en dus ook een no-regret. Het betekent namelijk dat de spullen die worden verheeld binnen jouw gemeente via dat register nu automatisch leiden tot een notificatie. De gemeente hoeft dan verder niks anders te doen dan binnen die vijf dagen met de politie langsrijden. Dat is dan wel ten gunste van de burger, die daarmee zijn spullen terugkrijgt. Personen onder invloed. De gedachte van de wet was duidelijk, maar die zult u ook niet betwisten. Eigenlijk hadden we hiermee willen voorkomen dat mensen misbruik maken van mensen in een kwetsbare positie door op dat moment transacties te doen. Tegelijkertijd heb ik zeer veel sympathie voor wat mevrouw Straatman zegt over in hoeverre je de belasting bij een koper neer moet leggen, om te beoordelen of iemand daadwerkelijk onder invloed is en niet in staat is om die verkoop te doen. U zult van mij dus een positieve appreciatie van uw amendement terugzien. Nogmaals, de geest snappen we denk ik allemaal. Tegelijkertijd is het zeer complex waar we de bewijslast nu neerleggen. Dat brengt mij bij het kopje uitvoering, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Particulieren die, mogelijk ook nog eens niet onder hun eigen naam, incidenteel een gestolen goed proberen te verkopen, zul je hier niet mee vangen. Die vangen we nu in het echte leven ook niet met deze wet. Die onttrekken zich namelijk gewoon überhaupt aan de plicht. We vinden hen niet in een DOL en zij registreren ook niks in een DOR. Dat doen ze op dit moment ook niet. Je probeert hier de grotere kanalen voor heling dicht te zetten. Een groter kanaal is bijvoorbeeld die goudopkoper in Rotterdam, waardoor dit uiteindelijk via deze registratie aan het licht is gekomen. Die man is een bonafide opkoper, een bonafide handelaar. Hij voldoet dus aan de registratieplicht en draagt daarmee bij aan een schoner economisch milieu. Dat zie ik online hetzelfde voor me, want daar zijn deze mensen ook actief. Ik zou niet weten waarom zij online niet op dezelfde manier aan hun wettelijke plichten zouden voldoen als ze nu offline doen. Dan heb je nog de nuances. De vraag is ook waar de handel dan plaatsvindt. Op het moment dat die opkoper of handelaar online opkoopt, krijgt die dus te maken met wat ik net noemde. Dan zal die een ID-verificatie moeten doen, want dat valt onder de registratieplicht bij het opkopen van goederen. Dan moet die dus ook weten van wie die dat heeft gekocht. Die informatie gaat vervolgens in het DOR. Als dat een hit oplevert, dan heb je dus een daadwerkelijk identificatiebewijs waarmee je een malafide verkoper op een onlinekanaal kunt traceren. Op het moment dat die online verkoopt, moeten we ervan uitgaan dat die alle goederen die hij online aanbiedt, heeft geregistreerd in het DOR, op dezelfde manier als die dat heeft gedaan met de goederen in zijn winkel. Nogmaals, dat zijn vaak dezelfde goederen, want die biedt hij natuurlijk online en ook offline aan.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik probeer het even simpel te maken, ook voor mezelf. We moeten uitgaan van het goede vertrouwen van de meeste opkopers, verkopers en handelaren die we hebben. Dit is een beroep dat mensen uitoefenen. Dat doen ze heel graag hun leven lang. Dat doen ze heel graag in bulk, want ze leven van de marge en de winst die ze maken. Zij weten dus welke wettelijke verplichtingen er voor hen gelden. Ze zitten dus ook niet te wachten op gestolen goederen, maar krijgen die wel in handen. Dat kan online en offline precies hetzelfde zijn. Zij hebben nu dus de registratieplicht. Op het moment dat zij goederen kopen, online van iemand op Marktplaats — het maakt niet uit of dat malafide of bonafide is — of in de winkel, zeggen zij: dank u wel, graag een ID-bewijs, digitaal dan wel hier in mijn winkel; dat registreer ik en ik registreer dat goed. Zowel bij een online aankoop als bij een offline aankoop in de winkel zal de politie uiteindelijk actie ondernemen als er bij die registratie in het DOR een hit is met Stop Heling. Zowel online als offline kun je dan de malafide aanbieder van deze goederen vinden. Malafide groothandels gaan meestal niet zo heel lang mee, omdat daarbij in de echte wereld en in de online wereld vrij snel duidelijk is dat er iets aan de hand is wat niet klopt. Grote hoeveelheden spullen, geen registratie en niet bekend zijn bij gemeentes zijn online en offline de red flags waar de opsporingsinstanties achteraan gaan.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De memorie is onderdeel van de wetsbehandeling, dus in die zin zal datgene wat daar staat, uiteindelijk ook worden meegenomen in de weging van de wet in rechtszaken. Datgene wat in de memorie van toelichting staat, is juist bedoeld om te voorkomen dat redelijk onschuldige zaken … Je brengt je horloge weg voor een reparatie. Daar krijg je geen geld voor. Sterker nog, dat kost je geld op het moment dat je het weer op gaat halen. Dat zijn niet de zaken waarbij heling kan plaatsvinden, terwijl dat bij onderpand nou juist wel het gegeven is. Ik noemde net het voorbeeld van het in onderpand geven van een dure Rolex om daarmee een eerste drugsaankoop te financieren. Dat zien we wel gebeuren, dus vandaar dat onderscheid. Ik zou denken dat de memorie genoeg houvast biedt. Ik ben er ook niet tegen om dat verder te specificeren in een AMvB.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat is omdat het diefstalsignaleringssysteem op een Europees niveau niet altijd werkt en niet altijd snel werkt. Zeker als het gaat om leaseauto's of huurauto's kan het echt wel enige tijd duren voordat het signaal van de diefstal uiteindelijk geregistreerd wordt, terwijl het doel van deze mensen nou juist is om ervoor te zorgen dat voordat dat signaal doorkomt, de auto allang weer weg is, en zij ook. Dat is dus de loophole die ik bedoelde. Dan verplaatsingseffecten. Gaan helers niet massaal naar het buitenland? Ik denk het niet. Stelers en helers willen in de meeste gevallen gewoon heel snel geld verdienen, zo makkelijk mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo laagdrempelig mogelijk. Ik denk dat die 9.500 matches ook wel aangeven dat dat zo is, maar natuurlijk heb je in de grensregio risico's op verplaatsingseffecten. Die zullen we nooit helemaal kunnen uitsluiten. Uiteindelijk zul je een Europees dekkend systeem moeten hebben om dat overal even goed dicht te zetten. Dat is er niet. Er zijn slechts enkele landen die net als wij werken met een DOR-achtig registratiesysteem. Met die landen zullen we de samenwerking zoeken. Bij de rest zullen we het entameren. Het helemaal dichtzetten kunnen we niet. Dat levert overigens niet meer werk op voor grensregio's. Het betekent gewoon dat spullen nou net daar even de grens over gaan en helaas daar worden verhandeld en hopelijk worden gepakt. Voor horloges bestaat er overigens inmiddels wel een internationaal watch register; dat heb ik vandaag geleerd. Daarop zijn we Stop Heling aan het aansluiten, om te zorgen dat we in ieder geval de internationale signalering van horloges daar kunnen vinden. U weet dat die erg populair kunnen zijn. De evaluatie en het opvolgen van de hits. Nogmaals, in Amsterdam gaat het om 90%, maar we gaan bij de evaluatie echt zorgen dat we dat breder meenemen. Wanneer doen we die evaluatie? Ik weet dat bij enkelen van u de wens bestaat om die termijn niet op vijf jaar te zetten, maar op drie jaar. Omdat dit een redelijk eenvoudige implementatie is, omdat hier al op een hoop plekken mee gewerkt wordt en omdat er dus ook al een hoop informatie voorhanden is, denk ik dat drie jaar een termijn is waarmee ik zou kunnen leven.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Hoe staat het met de bekendheid en het gebruik van diefstalchecks en welke stappen ondernemen we? Dat is een vraag van mevrouw Straatman, maar dit geldt natuurlijk ook voor mevrouw Faber. Burgers en bedrijven hebben 19 miljoen diefstalchecks gedaan via stopheling.nl. Dat is echt een aanzienlijk aantal. Tegelijkertijd is er nog ruimte voor verbetering. Uit campagne-effectonderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de ondervraagden weet dat je op basis van een serienummer een diefstalcheck kunt uitvoeren. Waar ze dat precies kunnen doen, is bij een groot aantal dan weer niet bekend. Hier is dus sprake van frappez toujours: we moeten continu aan die bekendheid blijven werken. Twee campagneperiodes liggen nog in het verschiet dit jaar, eentje over de diefstalcheck en een over de registratie van je waardevolle eigendommen. Voorzitter. Is het niet heel veel gedoe om je gestolen eigendommen te registreren, vraagt mevrouw Faber. Als je aangifte doet, dan worden die gegevens automatisch meegenomen op stopheling.nl. Daarnaast kun je het zelf doen. Als je geen aangifte wil doen en je het goed dat je kwijt bent niet wil registreren, dan wil je het blijkbaar ook niet terug. Ik denk dat we die drempel daar wel minimaal kunnen inbouwen. Hoe staat het met de ontwikkeling van beeldherkenning? Tot nu toe kun je daarmee alleen maar goederen met unieke kenmerken zoals serienummers et cetera terugvinden. Er is inmiddels beeldherkenning ontwikkeld waarmee ook een diefstalcheck van niet-unieke goederen zoals sieraden en kunst mogelijk wordt. Die maakt gebruik van dezelfde software als de app ID-Art van Interpol. Een foto van het aangeboden goed wordt geüpload en vergeleken met de foto's van ontvreemde goederen die bij de aangifte zijn aangeleverd. In eerste instantie gaan we dat doen in een pilot met ontvreemde kunstvoorwerpen. Er staan nu al ruim 7.000 afbeeldingen in de database die met de beeldherkenning kan communiceren. We hebben inderdaad ook een pilot gedaan met een uniek kenmerk dat al bij juweliers aan de kopers zou kunnen worden meegegeven. Dat hebben we destijds gedaan bij juweliersketen GASSAN. Technisch gezien bleek het inderdaad mogelijk om een QR-code mee te geven aan de kopers, maar per type kassasysteem moest dat apart worden ingebouwd. Dat werd toch te veel administratieve en technische rompslomp met alle verschillende kassasystemen die we landelijk hebben. Daarom is ervoor gekozen om dat niet op die manier voort te zetten. Het verdienmodel aanpakken. Mevrouw Faber vroeg nog of het een goede stap is om slachtoffers te wijzen op de mogelijkheid van schadevergoedingsclaims en of daar meer gebruik van kan worden gemaakt. Ja, slachtoffers kunnen natuurlijk via het strafproces dan wel langs civiele weg hun schade op de dader verhalen. Daarnaast lijden natuurlijk ook de opkopers, die te goeder trouw een ontvreemd goed hebben opgekocht, onder de schade die zij daarmee derven. Voor hen bestaat de mogelijkheid om centraal via de stichting SODA, Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling, een civiele claim voor de schade te laten indienen tegen de heler of tegen de witwasser. In het geval van heling en witwassing gaat het om een bedrag van €206 aan indirecte schade, boven op de kosten van het gestolen goed. Ik zei het al even: de heer Sneller vroeg naar de vijf dagen voor de metaalrecycling en naar hoe die balans gevonden wordt. De Metaal Recycling Federatie is de enige die in de internetconsultatie heeft gepleit voor een beperking tot drie werkdagen. Omwille van de te korte tijd voor de politie om daar naast hun overige werkzaamheden op te kunnen acteren, hebben we besloten om daar niet op in te gaan en die vijf dagen als redelijk te zien. Zoals het nu werkt, hebben sommige, gezien de apv, een bewaartermijn van wel veertien dagen, omdat ze die nodig denken te hebben voor de registratie. In die zin is het dus een kwestie van: you lose some, you win some. In ieder geval uniformeren we de termijn nu op vijf dagen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik voelde uw goedkeurende blik, voorzitter. Door de goede interventies die we hebben gehad, hebben we al heel veel vragen kunnen beantwoorden. De heer Sneller vroeg naar de administratieve lasten door de webservice. Hij vroeg of die zaken nu wel goed werken. Ja, de webservice reduceert echt de administratieve last, ook als de gegevens al in het eigen kassysteem staan, want dan kun je het automatisch van het kassysteem doorsturen naar de registratie. Op dit moment zijn er al 1.853 handelaren die daar naar tevredenheid gebruik van maken. In die zin helpt die dus juist tegen de regeldruk. Mevrouw Straatman vroeg naar de veiligheidsrisico's. Zij vroeg of handelaren nu meer risico lopen op intimidatie of meer te maken krijgen veiligheidsrisico's. Sinds de uitrol van het DOR hebben we daar geen signalen van gekregen, maar er zijn wel opkopers en handelaren die vertellen dat aanbieders zich uit de voeten maken op het moment dat ze hun persoonsgegevens moeten opgeven. In die zin denk ik dat het een goed teken is dat hoe breder we het DOR uitrollen, hoe minder loketten er zijn voor dit soort malafide aanbieders om afstand te doen van hun spullen. Die informatie gaan we dus ook toevoegen aan het systeem. Dan ben ik al bij het laatste blokje gekomen, voorzitter. Dat is privacy en de dataverwerking.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Om de laatste vraag te beantwoorden: Amsterdam heeft onderzoek gedaan naar hoe ze het doen. Dat is altijd goed. Dat andere gemeentes dat niet hebben gedaan, wil niet zeggen dat ze het niet goed doen. Dat wil dus nog niet zeggen dat ze niet hebben gereageerd op die hits. We willen graag voor al die gemeentes gaan kijken naar de landelijke opvolgingsgraad naar aanleiding van hits in het DOR. Dat heb ik toegezegd wat betreft de evaluatie. Om de eerste vraag te beantwoorden: als je geen serienummer hebt, is het object niet meer traceerbaar zijnde van jou, ook niet als het gevonden wordt. Dat is de uitdaging. Bij dezen is mijn oproep aan iedereen: zorg ervoor dat je de serienummers van je waardevolle goederen noteert, want het serienummer is nou juist het kenmerk waarmee je die goederen ooit weer terug kunt krijgen als je die bent kwijtgeraakt.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat zou best kunnen, maar daar kom ik in de tweede termijn op terug.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ja. Het OM had er kritiek op, maar had uiteindelijk geen kritiek op de opzet van de AMvB. In die zin vonden wij het vanuit wetgevingsoptiek ook geen vreemde constructie om dit te hangen onder artikel 437. Ook de Raad van State heeft daar uiteindelijk geen kritische opmerkingen over gemaakt. Wat ons betreft is het OM nu aan boord met de manier waarop we het doen. Het voordeel is natuurlijk dat we flexibiliteit behouden in bijvoorbeeld het opstellen van de reikwijdte van de diefstal van goederen. De markt verandert, de helingsmarkt verandert, en daar hoeven we dan geen wetswijziging voor te doen, maar slechts een AMvB-wijziging. In algemene zin kan ik u nu al toezeggen dat ik die AMvB in voorhang aan uw Kamer zal aanbieden, juist omdat er natuurlijk ook een uitwerking is, bijvoorbeeld met betrekking tot kringloopwinkels en hoe om te gaan met RDW-registratie, die we voornemens zijn daarin vast te pinnen. Ik vind het niet meer dan correct om dat dan ook met uw Kamer te delen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nogmaals, ik vaar hier op het advies van mijn wetgevingsjuristen. Die zeggen dat dat niet hoeft. Ik kan me zelf praktisch gezien ook nog het volgende voorstellen. We hebben nu het DOR, een softwarematig portaal waarmee we dat doen. Wellicht vinden we daar op enig moment een doorontwikkeling van, of combineren we de twee. Het gaat erom dat je de registratie vastlegt op wettelijk niveau. Dan heb ik het dus over de registratieplicht voor goederen en de registratieplicht voor de opkopers en de handelaren. Dan kun je dit, de manier waarop je dat doet met het DOR en het DOL, zien als uitvoering en dus geschikt voor een AMvB. Zo hebben we dat beschouwd.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Wat we al doen, is tips meegeven op het moment dat een opkoper in de diefstalcheck ziet dat een goed als gestolen geregistreerd staat. Dat is een delicate situatie, op zo'n moment. Dan bestaan er al tips voor hoe je daarmee omgaat, hoe je voorkomt dat je daarmee slachtoffer wordt et cetera. Daar wil ik niet te veel over uitweiden, want dit soort tips geven natuurlijk ook criminelen weer ideeën. We hebben gezien dat er daadwerkelijk, feitelijk, nog geen intimidatie is geweest, dus dat er op het moment dat iemand vraagt of die iets moet registreren, gezegd is: dat doe je maar niet, want anders gebeurt er wat. Dat verhoudt zich toch ook een beetje tot het karakter van heling, namelijk dat je zoekt naar de weg van de minste weerstand. Het opwerpen van een barrière, zoals het moeten afgeven van je ID, schrikt af.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik wil bij de invoering van deze wet best kijken naar een meldpunt voor incidenten. Laat ik het anders zeggen: ik denk dat het een van de dingen is die we mee moeten nemen in de evaluatie, namelijk het vergaren van informatie over incidenten die zich mogelijk hebben voorgedaan.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik kijk even of ik op die mkb-toets een ... Nee. Daar kom ik dus op terug in de tweede termijn. Dan uw eerste vraag. Ik heb gepoogd aan te geven dat we onlinehandel beschouwen als offlinehandel. Daar gelden dus dezelfde verplichtingen. Op de platforms zelf rusten natuurlijk andere verplichtingen om aangifte te doen op het moment dat zij een verdenking hebben van strafbare feiten. Die verplichting rust daar dus wel op, maar zij hebben zelf niet de plicht om de goederen die op hun platform worden verhandeld allemaal te registreren. Dat is echt aan de professionele handelaren die dat op die platformen doen. Dat zou wettelijk ook heel moeilijk anders in te richten en ook heel moeilijk uitvoerbaar zijn voor dit soort platforms.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik denk dat we sowieso in overleg moeten blijven met dit soort platforms, ook om de trends die wij zien en de dingen die de politie op die platforms ziet gebeuren aan hen mee te geven. Nogmaals, die platforms zijn natuurlijk ook van goede wil; die willen ook niet bekendstaan als de witwaswebsite waar gestolen goederen op terechtkomen. Dat gesprek wil ik aangaan, maar die verplichting om te zeggen "u bent verantwoordelijk voor het checken of alles wat er op uw platform wordt verhandeld, legitiem is", lijkt me moeilijk uitvoerbaar. Daarom wil ik ook echt de verplichting laten bij de handelaren en de opkopers die dit professioneel doen. Dat is wat we met deze wet proberen te doen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nee, hij moet het registreren. Ik kom daar ook op in mijn laatste blokje, over de AP. Dat gaat namelijk over het verwerken van persoonsgegevens. Het gaat er juist om dat hij dat registreert, zodat als er een hit verschijnt, de politie ook traceerbare persoonsgegevens heeft om daar dan vervolgens in de opsporing opvolging aan te geven. Het gaat er niet om dat hij het ziet; hij moet daadwerkelijk traceerbare informatie opschrijven, zoals het rijbewijsnummer en het bsn.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Uiteindelijk is het doel van de registratie om bij een geconstateerde hit iemand te kunnen vinden. Het feit dat iemand dan slechts iets heeft ingezien, is dan niet voldoende. Het moet ook daadwerkelijk in de database zitten. Over die database, over het DOR, heeft de AP inderdaad advies uitgebracht. De vraag is: welk regime is hierop van toepassing? Wij zijn van mening dat hierop de AVG van toepassing is. Het DOR en het DOL zijn registers waar deze private partijen zelf via een account informatie invoeren. Ze kunnen ook alleen hun eigen informatie inzien. Pas als er een hit komt en er een notificatie richting de politie gaat dat er sprake is van een hit met stopheling.nl, begint de politie een strafrechtelijk traject. Op dat moment is, wat ons betreft, de Wet politiegegevens van toepassing. Dan moeten gegevens die gebruikt worden om dat strafrechtelijke onderzoek te doen onder Wpg-regime worden behandeld. Met andere woorden: wij zijn van mening dat de AVG hierop van toepassing is, en niet de Wpg. Dat staat ook in de memorie van toelichting. In het DOR en het DOL gaat het namelijk niet om verwerkingen door bevoegde instanties, want dat gebeurt niet bij de informatie die erin wordt gezet. Dat is ook niet het doel van de richtlijn. Dat traject gaat pas spelen als de politie in beeld komt. Dan is er dus al een match geweest. Dan pas gaat er informatie uit die beide registers het strafrechtelijke traject in. Ik merk ook nog even op dat de Afdeling advisering van de Raad van State uiteindelijk geen kritische opmerkingen heeft gemaakt over de wijze waarop we dit in de memorie van toelichting hebben verwerkt. Dat zie ik dus als een dragende motivering. Mevrouw Straatman vraagt: hoe borgen we dat de toegang beperkt blijft? Dat werkt volgens het AVG-regime. Dat betekent dat degenen die voeden — ik heb het dan over de handelaren, over de opkopers — alleen via hun eigen account met multifactorauthenticatie hun eigen gegevens, die ze zelf hebben ingevoerd, kunnen zien. Ze kunnen de gegevens van anderen niet zien. Wat ons betreft voldoet dit aan de eisen die daaraan worden gesteld. Voorzitter. Dat brengt mij bij het einde van de beantwoording van de vragen. Dan rest mij nog de appreciatie van de amendementen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nogmaals, wat ons betreft zijn het DOR en het DOL systemen die niet door handhavingsinstanties worden ingezien. Daar zit een scheiding tussen. Die systemen worden gevuld door de handelaren, door de opkopers. Die kunnen alleen maar bij de gegevens die zij zelf hebben ingevuld. Breder dan dat gaat het niet. Vervolgens vindt er een geautomatiseerde match plaats met stopheling.nl. Pas als daar een hit uit komt — dan hebben we dus al een aanwijzing voor een mogelijk strafbaar feit — wordt de informatie ter beschikking gesteld aan de opsporingsinstanties. Op dat moment treedt wat ons betreft de Wpg in werking en moet de verwerking van persoonsgegevens, conform wat de AP zegt, volgens het Wpg-regime worden behandeld. Voor die tijd is dat niet het geval. Daarom beschouwen wij de systemen in die zin als databases onder het AVG-regime. Nogmaals, daar voelen we ons ook door de Raad van State in gesteund. We zijn het op dat punt dus niet eens met de AP. Ik heb geprobeerd aan te geven waarom wij het niet eens zijn, waarom wij vinden dat deze route niet voldoet aan wat de AP stelt, namelijk dat handhavingsinstanties hier toegang toe zouden hebben en dat er doelbinding zou zijn. Dat is op dat moment niet het geval. De politie gaat niet rondneuzen door het DOL of het DOR.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Wij zijn het daar dus niet mee eens. Dat is allemaal terug te leiden tot fundamentele verschillen van mening over welk regime van toepassing is op het DOL en het DOR. Daarover zijn wij, en met ons een ander gezaghebbend instituut van de overheid, namelijk de Raad van State, het eens. Wij vinden dat die beide onder het AVG-regime vallen. Daarmee zijn ze dus gedekt. De AP vindt van niet.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Het amendement op stuk nr. 11, van de heer Van Nispen. Het is goed om zijn naam weer een keer te kunnen noemen in deze Kamer.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Het amendement op stuk nr. 11, van de heer Van Nispen, geef ik oordeel Kamer. Ik heb het al gezegd: vijf jaar was de insteek, maar met drie jaar kan ik prima uit de voeten. Over het amendement op stuk nr. 13, van de heer Van Nispen, over de voorhangprocedure, heb ik in het debat al gezegd dat ik het oordeel Kamer geef. Dan geef ik het amendement op stuk nr. 19, van de heer Diederik van Dijk, over de uitzondering op de registratieplicht voor niet-commerciële kringloopwinkels, oordeel Kamer, met één kanttekening. Ik begrijp de wens helemaal. Ik heb ook al in het debat gezegd dat ik de gedachte daarvan ondersteun. Ik zou het wel beter vinden om dit nou juist in die AMvB te doen, omdat we daarin die categorieën verder specifiëren. Dat doen we niet op het niveau van de wet, omdat je wellicht in een later stadium ook weer een aanpassing zou willen doen of een uitbreiding van de uitzonderingen. Dan is het wetstechnisch mooier om het in die AMvB te hebben. Die AMvB komt ook ter voorhang hier, heb ik zojuist in antwoord op het amendement op stuk nr. 13 gezegd. Dat geeft u ook de gelegenheid om te controleren of we dat op een juiste manier hebben verwerkt. Dus liever op die manier, maar ik geef het amendement wel oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ja. Het amendement op stuk nr. 17, van mevrouw Straatman, over het vervallen van de strafbaarstelling van een persoon die onder invloed is — ook dat heb ik in het debat genoemd — krijgt oordeel Kamer. Ik ben het ermee eens dat dit moeilijk handhaafbaar is. Dan het amendement op stuk nr. 18, van de heer Diederik van Dijk. Ja, dat krijgt oordeel Kamer. Ik ben het helemaal met hem eens. Ook hierbij heb ik de voorkeur voor het regelen in een AMvB, omdat we daar alle categorieën in zetten, maar ik ga me niet verzetten als u dit als Kamer liever op deze manier doet. Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 20, van mevrouw Martens. Ik wil dat oordeel Kamer geven als ik in ieder geval een uitzondering mag maken voor de voertuigonderdelen en voor de import. Ik denk dat dit de twee belangrijkste categorieën zijn waarbij we de registratieplicht niet zouden willen verliezen. Als-dan, en ook voor het gemak, zou ik daarbij zeggen: laten we dit dan in een AMvB doen, omdat we daar al die categorieën en uitzonderingen in neerleggen. Daar zouden we deze dan in kunnen meenemen. Dat geeft ons ook iets meer tijd om dat ordentelijk te doen. De AMvB komt ook weer hier terug.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Het liefst dus het intrekken van het amendement en het verwerken in een motie, zodat we dat per AMvB gaan doen, waarbij dan die categorieën erbij zitten. Ik zeg dan maar even dat als u persisteert in het amenderen, de terugvaloptie wel een wijziging van het amendement vereist om die categorieën die ik noem dan ook op te nemen.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Het amendement op stuk nr. 21, over de evaluatie, krijgt oordeel Kamer, omdat die vijf jaar natuurlijk oorspronkelijk de insteek was. Maar nogmaals, met de drie jaar zoals genoemd in het amendement op stuk nr. 11 kan ik ook leven.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik heb suggesties meegegeven om een aantal zaken per AMvB te regelen. Daarbij geef ik de indieners mee dat amendement om te zetten in een motie die ons oproept tot hetzelfde en om dat dan vervolgens per AMvB te regelen of niet. En anders vereist alleen het amendement …

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ja, stuk nr. 20. Dat vereist aanpassing als het in de amendementsvorm moet.

Bron, video en gesprek →
19 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Ook dank aan de leden voor hun inbreng in tweede termijn en dank voor het debat van vanavond en de uitgebreide toelichting die we hebben kunnen geven op het wetsvoorstel zoals het voorligt. Ik had nog een aantal vragen openstaan uit de eerste dan wel tweede termijn. Mevrouw Martens-America vroeg of we in het eerstvolgende debat EUCARIS mee willen nemen. Dat zeg ik bij dezen toe. Mevrouw Faber vroeg of je ook preventief je spullen kunt registreren op de app Stop Heling. Dat kan inderdaad. Daarmee staan seriegegevens klaar. Er is geen koppeling totdat er aangifte wordt gedaan. Dan pas worden ze doorgezet. Dank u voor de tip en uw diepgaande kennis van het systeem. Mevrouw Coenradie vroeg waarom er geen mkb-toets is gedaan. Er is wel een uitvoeringstoets gedaan. Daarbij zijn de verschillende sectoren bevraagd op hun input, bijvoorbeeld de metaalbranche die hiermee terugkwam. We hebben dus gekeken naar de administratieve lasten die het met zich meebrengt. Ik hoor dat thema toch terugkomen, dus daarom benadruk ik nogmaals dat het gaat om bestaande verplichtingen. Die harmoniseren en digitaliseren we nu. Nemen we dit wetsvoorstel niet aan, dan blijft de registratieplicht, maar is die minder geharmoniseerd en zorgt dat voor een slechtere vulling van het DOR. Daardoor hebben we een lagere kans op het terugvinden van geheelde spullen. Dat wilde ik toch nog een keer onder de aandacht brengen. Ten slotte vroeg mevrouw Faber nog of het woordje "of" ervoor zorgt dat je "ofwel moet vragen om". Nee, in de wetgevingstechniek wordt het woordje "of" hier net anders gebruikt. Het betekent "zowel, als". Je moet dus én vragen om het ID én je moet het registreren. Dat staat ook heel ondubbelzinnig in de AMvB die hieronder valt. Dan de moties, voorzitter. Daar kan ik kort over zijn. De motie op stuk nr. 22: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 23: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 24: oordeel Kamer. Dank.

Bron, video en gesprek →