KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
5 okt 2026 · Kamerstuk

Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (36662)

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat durf ik nu niet meer! Allereerst dank namens het hele kabinet aan de initiatiefnemers die hier zitten, maar ook hun voorgangers, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij het opstellen van deze nota. Het agenderen van het onderwerp en het onderwerp zelf is ontzettend belangrijk. Het gaat hier om PTSS, een ernstige aandoening, bij mensen die voor ons de kastanjes uit het vuur halen; laat ik het zo maar zeggen. Dat zijn de mensen in een geüniformeerd beroep. Bij de voorbereiding van de behandeling moest ik meteen terugdenken aan mijn eigen tijd als beleidsmedewerker bij Defensie, waar ik zo'n twintig jaar geleden onder andere betrokken was bij het personeelsbeleid. Natuurlijk speelde PTSS toen een grote rol. Als ik kijk naar wat er in die jaren bij Defensie is opgezet aan zorg, erkenning, systemen en backoffice, in de woorden van de heer Struijs, dan is er ontzettend veel gebeurd. Tegelijkertijd zie je dat dat elke keer weer opnieuw moet gebeuren bij nieuwe organisaties. Bij de politie zijn een aantal jaar geleden een aantal grote stappen genomen. Er is in eerste instantie inderdaad aangesloten bij het Veteraneninstituut, maar in de volwassenwording van het PTSS-beleid bij de politie werd toch besloten dat dat niet de goede plek was. Inmiddels durf ik te zeggen dat de regeling bij de politie in ieder geval voor de nieuwe instroom haar vruchten begint af te werpen en dus meer en adequate zorg levert. De politie heeft immers een 24/7-loket et cetera, et cetera. Dus ook daar zie je een stuk van de volwassenwording in het PTSS-beleid. Dan komen we bij de brandweer. Ik denk dat daar beleidsmatig, op papier, een belangrijke stap is gezet. We hebben nu een landelijke regeling. Nu is de vraag hoe we ervoor zorgen dat die niet bij papier blijft, maar dat die regeling ook in de praktijk wordt nageleefd en er daarbij geen verschillen zijn tussen regio's. Daarvoor doen we de evaluatie. Natuurlijk luisteren we daarbij ook naar de betrokken zelf, hoe die dat ervaren. Ik zou er ook mijn hand niet voor in het vuur willen steken dat er niet sprake zal zijn van problemen bij de implementatie, nu er wordt teruggegaan van 25 systemen naar 1 systeem. Daar moeten we open voor zijn en daar moeten we scherp op zijn. We moeten zorgen dat we ook bij de brandweer toewerken naar een volwassen PTSS-organisatie. Daarmee zijn we er natuurlijk niet, want dit overleg gaat breder. Je kunt het eigenlijk zo breed trekken als je wilt. De zorg werd erbij gehaald in zijn volledigheid. Ik heb ook de reddingsbrigade, de Kustwacht, de Douane, de DJI gehoord. Dat is allemaal waar. Tegelijkertijd is het in de manier waarop we het nu wettelijk hebben belegd zo dat uiteindelijk tussen werkgevers en werknemers, in overleg met de vakbonden, moet worden gekomen tot een antwoord op de vraag hoe dat wordt ingebed. Daarom worstel ik een beetje met de rol vanuit het kabinet. Ik vind het vrij makkelijk vanuit de politie bezien, want ik ben gewoon de werkgever van de politie en heb daar zelf een verantwoordelijkheid in. Ik vind het nog redelijk makkelijk als het gaat om de brandweer, want dat is een organisatie waarvoor ik mij in ieder geval politiek verantwoordelijk voel, en waar ik een nauw gestructureerd overleg heb met de werkgevers, waar ik dit in kan brengen. Ik moet voor de ambulancedienst, waar ik zeker een warm hart voor heb, wel kijken naar mijn collega van VWS, die overigens heeft toegezegd om hieraan aandacht te willen besteden, juist vanwege de versnippering die je ook daar tussen de 25 werkgevers ziet. Ik voel een morele plicht waar het de boa's aangaat, omdat ik nu al zie dat het met de honderden werkgevers die er in het boa-landschap zijn, moeilijk zal zijn voor elk van die werkgevers om dit op een adequate manier in te regelen. Ik ga daar dus wat mee doen, zeg ik u. Dat doe ik met de psychosocialeondersteuningrichtlijn in de hand. Die helpt en geeft in ieder geval aanknopingspunten voor de werkgevers voor hoe hiermee omgegaan zou moeten worden. Maar ik wil dat ook doen — dat werd eerder al genoemd in een van uw inbrengen — door te starten met een campagne die zich richt op al deze beroepen en die wijst op de effecten die PTSS of het zware beroep kunnen hebben op deze mensen. Daarbij vragen we actief aandacht voor ten eerste de melders, om naar voren te komen met de klachten die zij hebben, maar ten tweede de werkgevers, om richtlijnen te geven in de campagne en om daar beleid op in te richten. Ik zou vinden dat dit geen gevecht zou moeten zijn tussen werknemers en werkgevers. We hebben inmiddels zo veel ervaring met PTSS dat we dat ook over moeten kunnen brengen en op een goede manier moeten kunnen regelen zonder dat daar druk aan te pas komt. Ook maak ik er, zeg ik bij dezen, een half miljoen voor vrij om zo'n campagne in te gaan richten. Dat brengt mij bij het landelijk steunpunt. Wellicht was de kabinetsreactie destijds wat hoekig. Ik ben niet a priori tegen een steunpunt, maar ik zou wel willen weten wat we er precies mee gaan doen, om te voorkomen dat we verkeerde verwachtingen wekken. Daarbij echo ik wat de heer Struijs al zei. Is het een intakepoint? Is het een onafhankelijk steunpunt waar je informatie krijgt die je in de goede richting wijst? Moet het ook al verder ingaan op de zorgvragen die er leven? Daar wil ik graag een slag naar maken. Ik denk dat dit ook voor elke organisatie wellicht anders kan liggen. Ik denk dat volwassen organisaties zoals Defensie en politie wellicht minder behoefte hebben aan een dergelijk loket, omdat er gedurende de afgelopen periode geleerd is wat deze bijzondere medewerkers eigenlijk nodig hebben aan laagdrempeligheid om steun te kunnen vragen. Maar ik noemde net al de boa's. Wat hen betreft kan ik me ontzettend goed voorstellen dat dit echt een toegevoegde waarde kan hebben om te zorgen dat je landelijk in ieder geval met je initiële vragen terechtkunt en in de goede richting wordt gewezen. Dus met die slag, namelijk dat ik dat onderzoek zou willen doen, steek ik meer de hand uit in de richting van het initiatief zoals genoemd in de inbreng. Voorzitter. Ik zal met gezwinde spoed proberen door de vragen heen te gaan, want het waren er best veel, hoewel er ook al ontzettend veel is beantwoord door de initiatiefnemers. Ik heb een mapje algemeen, een mapje politie, een mapje boa, een mapje brandweer en een mapje ambulance. Dat geeft al wel aan hoe er toch ook verschillen zitten tussen de verschillende beroepsgroepen, terwijl PTSS zich natuurlijk overal kan voordoen. Enkele vragen heb ik al in mijn inleiding gehad. Dan de volgende vraag: vind ik het wenselijk dat er grote verschillen zijn tussen beroepsgroepen? Dat sluit eigenlijk aan bij mijn inleiding. De heer Van Lanschot vroeg ernaar, maar het ligt in het verlengde van wat mevrouw Tseggai zei, namelijk: is er deskundigheid en maatwerk per doelgroep? Ja, je zult daar een balans in moeten vinden. Ik vind aanjagen wel degelijk een rol voor het kabinet, om er zo voor te zorgen dat het voor alle beroepsgroepen geregeld wordt, in algemene zin. Waar dat nog niet zo is, denk ik dat je heel erg kunt meeliften op bestaande initiatieven. Je kunt het Veteraneninstituut inschakelen of anderszins, maar uiteindelijk denk ik dat elke beroepsgroep ook weer dusdanig eigen kenmerken heeft dat je de kennis- en expertise in je eigen organisatie op de een of andere manier wil borgen, om ervoor te zorgen dat daar aandacht voor is. Dat sluit weer aan bij het verhaal van het Veteraneninstituut en de politie. Ja, in eerste aanleg denk ik dat het goed was, maar uiteindelijk ligt er nu een structuur die meer toegespitst is op het specifieke werk van de politie dan wat het Veteraneninstituut vanuit de Defensie-expertise kon bieden. Nou, die volwassenwording zie ik eigenlijk door alle doelgroepen heen gaan. Zoals gezegd, zal ik me voor de boa's als eerste bijzonder inspannen. Dat zeg ik namens de collega ook toe voor de ambulances. Bij wie kun je op dit moment terecht als je klachten krijgt? Dat hoeft dus niet alleen maar op je werk te zijn. Bij een volwassen organisatie — denk aan Defensie of aan de politie — zijn er gewoon professionele routes om jezelf laagdrempelig te kunnen melden, maar ook de huisarts is natuurlijk een eerste instappunt voor klachten in het verlengde van PTSS. Uiteindelijk moet de werkgever natuurlijk wel een rol gaan spelen in de zorgvraag. Dat werd ook door de initiatiefnemers benoemd. Daar zal, zeker voor beroepsgroepen met geweldsmonopolie, een afweging moeten worden gemaakt van de impact voor de burgers, de collega's en de persoon zelf, bijvoorbeeld waar het gaat om het behoud van een vuurwapen. Het is overigens zeker geen automatisme dat dit afgenomen wordt, maar dat is natuurlijk wel een vraag die de werkgever uiteindelijk als enige kan beantwoorden. Als een medewerker geen gehoor vindt of het niet durft, dan hebben we ook de ombudsfunctionaris bij de politie, die daarin kan bemiddelen, die kan doorverwijzen of die zelf onderzoek kan gaan doen naar aanleiding van een of meerdere meldingen. Dat geldt dus ook voor medewerkers die in de knel komen. Hoe werkt het nu in de praktijk voor medewerkers die bij meerdere werkgevers hebben gewerkt? In principe is de huidige werkgever als eerste aan zet. Op het moment dat blijkt dat klachten ook te relateren zijn aan eerdere beroepen, is het in eerste instantie aan de werkgevers om met elkaar in overleg te gaan om te bekijken hoe de afwikkeling moet verlopen tussen de werkgevers om de juiste zorg te kunnen bieden. De vraag over het loket heb ik beantwoord. Dan de vraag over een landelijk PTSS-instituut. Je zou zeggen: dat is eigenlijk het backoffice, dus een stap groter dan het meldpunt. Ik denk dat je daarmee de verschillen tussen de verschillende beroepsgroepen tekort zou doen. Ik heb het dus het liefste gewoon geregeld per beroepsgroep, met het landelijk steunpunt als kenniscentrum dat mensen in de goeie richting kan wijzen of een rol richting de werkgevers kan hebben. De campagne gaan we doen; dat heb ik zojuist verteld. De MDMA-ondersteunde therapie. Recent heeft mijn collega-minister van VWS Kamervragen van D66 daarover beantwoord. Het betreft echt haar beleidsterrein, dus ik zou u ook naar haar willen verwijzen. Volgens haar gaat het nog niet om een bewezen effectieve en veilige behandeling, maar om een geneesmiddelenonderzoek. Recentelijk heeft ze wel geld vrijgemaakt voor onderzoek daarnaar via ZonMw, zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Sneller. Moeten werkgevers een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek aanbieden aan alle werknemers? Dat was een vraag van de heer Sneller. Ja, dat moet inderdaad conform de Arbowet. Werkgevers moeten daarbij ook aandacht hebben voor de preventie van psychische problemen. Dat staat onder andere beschreven in de Richtlijn Psychosociale ondersteuning hoog-risico beroepen, waar we het eerder over hadden. Overigens valt de DJI ook al onder die richtlijn, zeg ik daarbij. Daar wordt er dus ook al mee gewerkt.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat laatste ben ik zeker met u eens. Ik zal ervoor zorgen dat er een update komt bij een volgend moment.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank. We kunnen leren van elkaar; daar ben ik het absoluut mee eens. Zoals ik net zei, zijn er verschillende stadia van volwassenheid. De politie heeft zeer veel geleerd van Defensie bij de eerste opzet van het PTSS-stelsel. Nu de politie het nieuwe stelsel implementeert, wordt Defensie daarin meegenomen voor eventuele lessen die zij hieruit kan trekken. De veiligheidsregio's hebben voor de regeling voor de brandweer de ervaringen van de politie meegenomen. Gelukkig wordt er bij het ontwikkelen van beleid dus wat gedaan met de opgedane kennis. Ik zou ook het liefst zien dat alle werkgevers het morgen allemaal hetzelfde hebben geregeld, maar, zoals gezegd, vanwege het feit dat dit tussen werkgevers en werknemers is belegd in Nederland, zullen we in ieder geval van elkaar moeten kunnen leren. Mevrouw Martens-America vroeg of leidinggevenden hier wel het goede gereedschap voor hebben. Ook hierbij is de richtlijn eigenlijk het middel dat werkgevers op alle niveaus de aanknopingspunten moet geven om hier aandacht voor te hebben. Natuurlijk hangt het ook af van de individuele leidinggevende of daar gehoor aan wordt gegeven en of er ontvankelijkheid voor is. De ombudsfunctionaris wil ik dan toch onder de aandacht brengen als de functionaris die, indien dat niet het geval is, zou moeten kunnen helpen bij de bemiddeling of een onderzoek. Mevrouw Martens-America vroeg ook of we rolmodellen kunnen inzetten. Ja, absoluut. Ik heb diep respect voor mensen die als rolmodel willen vertellen over hun ervaringen rondom PTSS. Dat is niet makkelijk; dat is een uitdaging op zichzelf. Het geeft organisaties ontzettend veel inzicht en het helpt om dit een bespreekbaar onderwerp te maken. Ik heb het bij Defensie zien gebeuren en ik weet dat dit bij de politie ook gebeurt. Ik weet dat er binnen mijn ministerie ook bijeenkomsten zijn georganiseerd. Dat maakt het onderwerp levend en indrukwekkend, omdat je ziet wat er op het spel staat. Voorzitter, dan kom ik bij het kopje politie. Mevrouw Coenradie vroeg naar de stand van zaken van de uitvoering van de motie over betere mentale ondersteuning, vroegsignalering en nazorg bij de politie. De invoering per 1 april 2025 van het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten bij de politie is daarin de eerste stap. De implementatie van de tweede fase van dat stelsel wordt als een volgende verbeterstap gezien op deze onderwerpen. Deze fase is specifiek gericht op een goede opvolging en afhandeling van meldingen. Ik neem de stand van zaken daarvan overigens mee in het tweede halfjaarbericht politie 2026. Mevrouw Coenradie vroeg ook hoeveel politiemedewerkers met psychische klachten of PTSS inmiddels gebruik hebben gemaakt van het nieuwe stelsel. "1% beroepsgerelateerd" werd al genoemd als de nieuwe standaard. Er is dus geen medische diagnose meer noodzakelijk om die zorg te bieden. In 2025 zijn er 1804 meldingen geregistreerd die vallen onder het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten bij de politie. Mevrouw Van der Plas vroeg wie contact houdt met de politiemedewerker en diens gezin. Uiteraard heeft het een enorme impact op het gezin en de omgeving als iemand uitvalt met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. De leidinggevende is in beginsel altijd het eerste aanspreekpunt. Als een politiemedewerker langer dan zes maanden is uitgevallen, dan loopt het contact via een casemanager van het Team Beroepsrisico. Maar politiemedewerkers en hun gezin kunnen zich ook melden bij het Sociaal Loket als ze niet weten wat ze moeten doen met een hulpvraag die ze hebben. Mevrouw Coenradie vroeg wat ik doe met signalen over inkomstenderving en restschade bij politiemedewerkers bij PTSS. Ik heb geen signalen kunnen ophalen, maar dat zegt natuurlijk nog niet alles. Ook daar zal ik verder in duiken. Ik kom daar dan in een halfjaarbericht op terug. Maar in principe zijn inkomstenderving en restschade onderdeel van het nieuwe stelsel en zouden ze dus moeten worden ondervangen. Worden de termijnen gehaald? Dat vroeg mevrouw Van der Plas. Politiemedewerkers kunnen direct aanspraak maken op alle voorzieningen die in het stelsel zitten. Een politiemedewerker die zich meldt met gezondheidsklachten die voor meer dan 1% beroepsgerelateerd zijn, krijgt direct de benodigde begeleidende zorg en vergoedingen. De uiteindelijke doorlooptijd hangt verder wel af van de casus. Zorg en ondersteuning van politiemedewerkers staat daarbij voorop. Mevrouw Van der Plas vroeg ook of er wordt bezuinigd op het aantal bedrijfsartsen. Nee, er wordt niet bezuinigd op het aantal bedrijfsartsen bij de politie. Zij zijn een belangrijk aanspreekpunt voor politiemedewerkers voor alles wat met werk en gezondheid te maken heeft. Zij kunnen ook het beste beroepsgerelateerde klachten herkennen en de politiemedewerker helpen om de juiste zorg en ondersteuning te krijgen. Dat was het blokje politie. Ik kom bij de boa's. We zijn op dit moment bezig met …

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Laat ik toezeggen dat ik in het volgende halfjaarbericht de bedrijfsgezondheidszorg meeneem als een stand, inclusief wat daar de voornemens zijn al dan niet te gaan bezuinigen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik ga even kijken of dat mij lukt voor in ieder geval de instanties die onder mijn verantwoordelijkheid vallen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik heb in de tweede termijn nog niet alle aantallen, maar als u mij vraagt of ik een inspanning ga doen om u die voor de begrotingsbehandeling te doen toekomen, dan is dat bij dezen mijn toezegging.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dan de boa's. We zijn bezig met de herziening van het boa-bestel. De grove contouren daarvan hebben we eerder geschetst en besproken met de Kamer. Wat mij betreft — dit is mijn inspanningsverplichting — maakt het inrichten van PTSS-zorg onderdeel uit van de gesprekken die gevoerd worden met de werkgevers en werknemers in de aanloop naar het nieuwe boa-bestel. Dat moet in 2028 gereed en geïmplementeerd zijn. Ik neem daarbij niet de verantwoordelijkheid van werkgevers, vakbonden of werknemers over, maar ik wil echt mijn uiterste best doen om te zorgen dat er uniformiteit komt in het traject dat we nu aan het doorlopen zijn. Zo voorkomen we wat we bij de brandweer helaas zo lang zagen voordat er een landelijke regeling kwam. Ik kom nu bij de brandweer. Het is het een-na-laatste blokje en ook nog een heel kort blokje. Waarom zit er in de landelijke PTSS-regeling geen vergoeding voor immateriële schade, terwijl die er bij de politie wel in zit? Vind ik het een uitlegbaar verschil? Het is het resultaat van de onderhandelingen van de overlegpartners. Zij zijn hierop uitgekomen, waardoor de immateriële schade dus niet in de landelijke brandweerregeling zit, maar wel in de politieregeling. Daar kan ik niet in interveniëren. Dat zou niet passen bij mijn rol. De veiligheidsregio's geven aan dat de regeling is opgezet als een werkgeversvoorziening, vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap en niet als aansprakelijkheids- of schadevergoedingsregeling. Als er sprake is van schade, al dan niet immaterieel, dan is compensatie wel mogelijk via een aansprakelijkheidsprocedure. Die kan parallel lopen aan de vergoeding conform de PTSS-regeling. Er is dus wel een route, maar het is inderdaad anders geregeld dan bij de politie. Dan de ambulances. Daarover heb ik u al verteld dat ik een inspanningsverplichting heb. De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport gaat dit meenemen in haar overleggen met de werkgevers, om te kijken of we hier de aanjaagfunctie gestalte kunnen geven. Dat waren de aan mij gestelde vragen, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. En dat is niet omdat ik nog een wetgevingsoverleg heb vanmiddag.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Opnieuw dank aan de initiatiefnemers voor het agenderen hiervan. Dank aan de leden voor hun inbreng, ook in de tweede termijn. Ik ga meteen over naar de moties. De motie-Van der Plas/Tseggai op stuk nr. 6. We gaan dit gewoon heel goed uitzoeken. Ik neem uw signalen serieus. We komen daar schriftelijk op terug. Vandaar oordeel Kamer op deze motie. De motie op stuk nr. 7, over erkenning van PTSS als beroepsziekte in de zorg. Ik apprecieer deze namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Die motie moet ik in deze vorm ontraden, omdat ze te veel treedt in de werkgeversverantwoordelijkheid, die de minister van VWS niet heeft ten opzichte van de werkgevers.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dan zou die in het verlengde moeten zijn van de toezegging die ik namens mijn collega-minister heb gedaan waar het gaat om ambulancepersoneel. Ik denk dat het er daarbij om gaat dat hier specifiek aandacht voor wordt gevraagd bij de werkgevers. Ik denk dat de motie zo wel zou kunnen. Eventueel kunnen we ook nog assisteren met het ombouwen daarvan.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 8: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 9 van de heer Van Lanschot geef ik oordeel Kamer, met de interpretatie zoals ik die net genoemd heb, namelijk dat we wel die slag gaan doen met de werkgevers en de vakbonden om te kijken wat dat PTSS-loket zou doen, welke beroepsgroepen de behoefte hebben om zich daarbij aan te sluiten en voor welke daar misschien minder aan gelegen is omdat ze al hun eigen instrumenten hebben. Die tussenstap gaan we dus zetten, maar als gezegd ben ik welwillend ten opzichte van het steunpunt. De motie op stuk nr. 10 moet ik ontraden, namens mijn collega van VWS, met verwijzing naar het antwoord dat eerder is gestuurd en zoals ik het heb gegeven in het debat. De motie op stuk nr. 11, over de Duitse aanpak, gaan we meenemen. Ik ga ARQ vragen om een voorbeeld te nemen aan de Duitse aanpak en om dat mee te nemen in de herziening van hun richtlijn.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: We nemen deze update mee in het tweede halfjaarbericht over de politie.

Bron, video en gesprek →