Demonstratierecht (CD d.d. 10/09)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Dank aan de leden. Laat ik beginnen met nog even inhaken op wat de heer Van den Brink zei over de smurfenvloeistof. De stappen die genomen moeten worden in de voorbereiding op een pilot, namelijk dat het OM bekijkt of dit toegevoegde waarde heeft in de opsporing en de politie vervolgens kijkt hoe dat ingepast kan worden in het ME-concept en in de eigen opsporing, zijn voor het einde van het jaar afgerond. Dat wil niet zeggen dat de pilot er al voor het einde van het jaar is. Ik wil geen valse verwachtingen creëren, vandaar dat ik het nog even expliciteer. De motie op stuk nr. 43, van mevrouw Van der Plas: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 44, van mevrouw Van der Plas: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 45, van mevrouw Abdi: oordeel Kamer. Een snelle opvolging is al staand beleid via de richtlijnen bij het OM omtrent journalisten. Uiteraard is het in elk individueel geval aan het OM om het opportuniteitsbeginsel toe te passen, maar daarmee: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 48: oordeel Kamer, als ik 'm zo mag uitleggen aan de heer Sneller dat ik in overleg ga met de politie over de vraag hoe we dit op een manier kunnen doen die niet leidt tot onnodige administratieve druk. Maar dat hoorde ik ook in uw eigen inbreng in reactie op de heer Flach. Dat neem ik dus graag mee. De motie op stuk nr. 49 geef ik oordeel Kamer als ik de heer Clemminck mag verzoeken dat we 'm zo mogen lezen dat het uitvoeringsplan uiteindelijk een brief is waarin we de regelingen zoals die er zijn, op een rijtje zetten, zodat iedereen daar gebruik van kan maken om het doel te bereiken dat in het dictum staat gesteld.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Als we 'm dan als een tweetrapsraket mogen zien, dus dat we beginnen ... Er kan namelijk al ontzettend veel. Er wordt al heel veel gedaan. Denk aan de gemeente Eindhoven, die nu nog bezig is met rechtszaken tegen coronademonstranten die schade hebben veroorzaakt. Ik denk dus dat het probleem niet is dat er niet zo veel kan. Ik denk dat het probleem is dat niet iedereen er wat mee doet of niet weet wat er allemaal kan. Daarom wil ik beginnen met het schetsen van de mogelijkheden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 50 geef ik oordeel Kamer, met dezelfde kanttekening als bij de motie van mevrouw Abdi, dus dat uiteindelijk het opportuniteitsbeginsel altijd bij het OM ligt en niet bij mij. De motie op stuk nr. 51, van de heer Clemminck, moet ik ontraden. Een belangrijk uitgangspunt bij de nieuwe bevoegdheid is dat deze gericht is op het herstel van de openbare orde en dus in die zin niet bestraffend bedoeld is. Maar natuurlijk, naast die nieuwe bevoegdheid blijft het wel mogelijk om diegenen die verdacht worden van strafbare feiten, ook daadwerkelijk te vervolgen. Daar doet de bestuurlijke verplaatsing verder niks aan af. Maar het zou oneigenlijk zijn om het heel direct te koppelen aan het middel. Daarom ontraad ik de motie. Ten slotte. De motie op stuk nr. 53, van de heer Van Baarle, ontraad ik. We hebben de vrijheid van meningsuiting. Hoe verwerpelijk ook, het verbranden van de koran an sich is niet strafbaar. Als dat vergezeld gaat van discriminerende of opruiende opmerkingen, kan dat natuurlijk wel het geval zijn.
Bron, video en gesprek →