KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn. Dit is een belangrijk debat met twee onderwerpen die weliswaar raakvlakken hebben — afhankelijk van uw politieke partij zelfs heel veel raakvlakken — maar die ik toch apart zal behandelen in mijn beantwoording in eerste termijn. Ik begin daarbij met het sekswerkbeleid. Daarna zal ik het onderwerp mensenhandel doen. Binnen het sekswerkbeleid heb ik ook een aantal blokjes, die ik u even zal meegeven. Het eerste blokje is de regels voor een veilige sekswerkbranche, het tweede is de ondersteuning van de gemeente, toezicht en handhaving, en het derde is het versterken van de positie van en het bieden van perspectief voor sekswerkers. Dat is 'm. De blokjes binnen mensenhandel zal ik noemen op het moment dat ik daar ben aanbeland. Allereerst een korte inleiding. Sekswerk is in Nederland legaal, maar we weten ook dat het vatbaar is voor criminaliteit en mensenhandel. Het kabinet wil dan ook de kwetsbaren in deze sector beschermen en misstanden tegengaan. Ik noem in dat kader twee specifieke onderwerpen. Allereerst kiezen jeugdige sekswerkers mogelijk niet geheel bewust en vrijwillig voor dit beroep en zijn ze kwetsbaar voor geweld. Bij een niet-vrijwillige keuze voor het beroep wordt direct het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van de betrokkene geraakt. Dat is onze motivatie om de minimumleeftijd voor sekswerk wettelijk te verhogen naar 21 jaar. Ik kom later terug op de wijze waarop we dat gaan doen. Daarnaast bekijken we de mogelijkheden om malafide faciliteerders in de illegale sekswerkbranche strafrechtelijk te vervolgen. Ik ga in gesprek met onder meer het OM, gemeenten en sekswerkers om een passende juridische vormgeving te vinden voor het zogeheten pooierverbod. De uitkomsten van de verkenning verwacht ik eind dit jaar. Dan over het wetsvoorstel Regulering sekswerk, de Wrs, dat eerder bij uw Kamer aanhangig is gemaakt. Daar werd al aan gerefereerd door enkelen van u. Ondanks dat de Wrs diverse onderdelen bevat die op zichzelf effectief zouden kunnen zijn om misstanden tegen te gaan, hebben verschillende instanties en betrokkenen zeer kritische adviezen uitgebracht over de Wrs, waaronder de sekswerkbranche, zorgprofessionals, de AP, de Raad van State en ook mensenrechtenorganisaties. Gelet op onze prioriteiten als kabinet en indachtig de uitgebrachte reacties op het wetsvoorstel, wordt de Wrs niet verder doorgezet. Wij kiezen ervoor om ons te richten op maatregelen die gericht en effectief een verschil kunnen maken. Daaronder scharen wij de minimumleeftijd en het pooierverbod. Ook het wetsvoorstel Gemeentelijk toezicht seksbedrijven, de Wgts, is daarin een belangrijke stap. Gemeenten hebben immers een belangrijke rol bij het toezicht op de sekswerkbranche en het tegengaan van misstanden. De Wgts regelt onder meer dat gemeenten gegevens van sekswerkers kunnen verwerken en zo hun toezicht en handhaving op de sector beter kunnen uitvoeren. Het wetsvoorstel heeft alle stappen tot en met de Raad van State al doorlopen en kan dus zeer binnenkort aan uw Kamer worden gestuurd voor verdere behandeling. Daarnaast blijf ik mij samen met de minister van SZW inzetten voor de preventie van misstanden en daarmee voor de versterking van de sociale en juridische positie van sekswerkers. Ten slotte blijft het bieden van ondersteuning en perspectief aan sekswerkers die willen stoppen met het werk een prioriteit van dit kabinet. De middelen voor de DUUP, de Decentralisatie-uitkering uitstapprogramma's prostituees, zijn dan ook voor dit jaar verhoogd naar 6,5 miljoen euro. Ik denk dat we met dit pakket aan maatregelen concreet toewerken naar een veiligere en gezondere sekswerkbranche. Uiteraard zal ik uw Kamer ook buiten dit debat op de hoogte houden van de voortgang op de verschillende onderwerpen. Dan ben ik nu bij het eerste blokje: de regels voor een veilige sekswerkbranche. Ik begin natuurlijk met de verhoging van de leeftijd naar 21. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. Ik snap dat u die wetgeving het liefst gisteren had gezien, dan wel vandaag dan wel morgen. Edoch, we zullen dit wel in een wetsvoorstel moeten uitwerken. Daar gaat enige tijd in zitten, maar ik verwacht wel u dat nog dit jaar te kunnen toezenden. Ik ben overigens voornemens om dat te doen via het bestuursrecht en niet via het strafrecht. De redenen daarvoor zijn dat ik te allen tijde wil voorkomen dat de sekswerkers zelf in aanraking komen met het strafrecht en daardoor een strafblad zouden kunnen krijgen. Dat is echt buiten de bedoeling van deze wet. Die is juist ter bescherming van kwetsbaren en niet voor het vervolgen daarvan. Een afgeleide vraag van de heer Boomsma was hoe het zit met de leeftijd van klanten. Wij komen uit op 16 jaar, omdat dat de wettelijke leeftijd is voor seksuele volwassenheid, juridisch gezien. Onder de 16 jaar zou dus strafbaar zijn. Vanaf 16 jaar zou je klant kunnen zijn. Ik wil daar overigens op geen enkele manier hier reclame voor maken, maar u vroeg ernaar en vandaar dat ik hier dat antwoord geef.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Een gratis interruptie. Ik snap uw vraag, maar we moeten er ook voor waken om klanten en sekswerkers gelijk te schakelen. Dat heeft te maken met de kwetsbaarheid die het werk van sekswerkers met zich meebrengt. Dat is toch echt significant anders dan voor mensen die vrijwillig als klant gebruikmaken van de diensten van sekswerkers. Het ophogen van de leeftijd doen wij niet omdat mensen van 18 niet seksueel meerderjarig zouden zijn — dat zijn ze in juridische zin namelijk wel; het is niet strafbaar om daarmee seks te bedrijven, om het zo maar te zeggen — maar dat doen we omdat het werk bepaalde risico's met zich meebrengt. Dat geldt specifiek voor de mensen die er werken en niet zozeer voor de klanten. Daarom verhogen wij de minimumleeftijd. Alhoewel ik begrip heb voor uw vraag, is het wat mij betreft echt een andere discussie dan het ophogen van de leeftijd voor de sekswerkers.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat zijn een heleboel vragen in één. Ik pel 'm even af. Eén. Over de lengte van wetgevingstrajecten kunnen mevrouw Faber en ik een boek schrijven, denk ik. Natuurlijk moeten we alle stappen doorlopen. Dat begint met het opstellen van het wetsvoorstel in concept, dan een consultatie, dan de Raad van State en daarna komen we naar uw Kamer toe. Ik kan hier niet direct toezeggen dat ik al die stappen al heb doorlopen. Ik heb ook niet op al die stappen invloed. Waar ik wel invloed op heb, is dat ik zal zorgen dat het zo snel mogelijk in consultatie kan gaan. Ik geef u direct na de zomer een update van de tijdplanning daarvoor. Maar er zit vaart achter. Dat kan ik u in ieder geval zeggen. Ik heb net toegelicht waarom we hier kiezen voor het bestuursrecht. Dat is ter bescherming van de kwetsbaren, omdat we die niet een strafblad willen bezorgen als zij worden aangetroffen in deze situatie. Dat raakt echter aan wat u zegt, namelijk dat de politie in haar opsporingsbevoegdheid meerdere rollen kan hebben, dus ook ergens als toezichthouder binnen kan komen op bestuursrechtelijke titel, maar dan in aanraking komt met mogelijk strafbare feiten en dan doorstapt naar de strafrechtelijke handhaving. Dat doet overigens niks af aan de bescherming van de slachtoffers, dus die zijn onder beide regimes gelijkelijk beschermd. Het doet wel wat met de manier waarop de politie het onderzoek verder gaat doen. Niets staat echter in de weg om datgene wat bestuursrechtelijk is aangetroffen te betrekken in het strafrechtelijke proces. In die zin gaat er dus niets verloren op het moment dat de politie moet doorstappen naar een strafrechtelijk traject; dat suggereerde uw vraag een beetje.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik spreek hier over sekswerk. Dat is ook wat de sekswerkers in de branche prefereren. Strikt gezien zit het verschil tussen prostitutie en sekswerk erin of je het werk verricht "met iemand" of "met of voor iemand". Bij sekswerk gaat het om het verrichten van het werk "met of voor iemand". Prostitutie, wat "seksuele handelingen met iemand" betekent, is dus een deelverzameling van sekswerk. Maar in dit geval gaat het dus voor beide gelden. Of zeg ik dit nu verkeerd? Dan moet mijn ondersteuning mij corrigeren. Excuus, ik zei het verkeerd. Ik trek het recht. Het geldt dus voor prostitutie, dus het verrichten van seksuele handelingen mét iemand, en niet voor sekswerk, het verrichten van handelingen voor iemand. Denk dan bijvoorbeeld aan de webcam.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De kwetsbaarheid van de mensen vormt niet het verschil. Het verschil zit 'm wel in de aard van het werk. Het heeft een grotere inbreuk op de lichamelijke integriteit. Dat is een van de redenen om te komen met dit verbod om dat werk fysiek, in persoon, te doen, en ook in een omgeving waar je onder veel directere controle kan staan dan het bijvoorbeeld indirect via een webcam zou moeten zijn.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Eén. Daar gaan we natuurlijk nog over komen te spreken, want in de uitwerking van het wetsvoorstel gaan we natuurlijk ook dit verder beargumenteren; dat zal ook in de memorie van toelichting moeten komen. Maar wij zijn ook benieuwd wat er in de consultatiefase terugkomt vanuit het veld en vanuit de instanties aan commentaar op de keuze die we maken. Dit is dus wat mij betreft het startpunt. We gaan zien hoe zich dat verder in de hele discussie, van het opstellen van het wetsvoorstel tot aan de behandeling hier in de Kamer, gaat ontwikkelen. Maar ik hoor uw vragen. Natuurlijk nemen we die ook mee.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik kan niet treden in de manier waarop de Raad van State uiteindelijk op het wetsvoorstel gaat reageren, maar het ligt voor de hand dat zij een aantal van deze opmerkingen ook zullen maken bij het wetsvoorstel dat wij aanhangig zullen maken. Dan zit het 'm erin — het is namelijk helemaal niet gegeven dat de Raad van State hierop uitkomt — wat onze motivatie is, ook in de memorie van toelichting, om te kiezen voor de ophoging van dit leeftijdsverbod. Ik heb net in een aantal zinnen proberen aan te geven waarom wij vinden dat een ophoging naar 21 jaar en dus een afwijking van algehele meerderjarigheid gerechtvaardigd is. Overigens komen we daar bij mensenhandel zo ook op terug, maar in het gemoderniseerde artikel zit nu ook een kwetsbaarheidsclausule voor mensen tot 21 jaar. Het is dus niet voor het eerst dat we dat zouden doen. Ik zal mij dus richten op de motivatie hiervoor. Dan gaan we zien hoe dat terugkomt van de Raad van State, maar daar zijn we nog lang niet. Gaat voor het leeftijdsverbod overgangsrecht gelden? Ik vertelde al: jazeker. Het is zeker niet de bedoeling om mensen die nu legaal werk verrichten te bestraffen of de illegaliteit in te duwen, dus het zal per jaar opschuiven totdat we de 21 hebben bereikt. Daarmee zeg ik ook: hiermee proberen we niet een bepaalde groep in de illegaliteit te duwen; we proberen gewoon de norm voor wanneer je kunt aanvangen met prostitutie te verhogen naar 21 jaar. Dat gaat dit wetsvoorstel doen. We doen dat bij bestuursrecht, zei ik al. Dat geldt wat mij betreft niet voor het zogeheten pooierverbod. Daarvoor kijk ik wel degelijk naar hoe we dat in het strafrecht kunnen borgen. Nogmaals, ook daarvoor geldt dat dat niet eenvoudig is. Hoe baken je nou af wie een malafide faciliteerder is in deze branche? Maar daar gaan we wel ons best voor doen. Ik denk dat we een heleboel jurisprudentie hebben liggen, zowel bij de rechterlijke macht als bij het OM, over wat je nu als onwenselijk en strafbaar zou willen aanmerken. Daar gaan we ons dus op richten in dat onderzoek. Daar komen we later dit jaar ook op terug.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Als u daarmee doelt op het neveneffect dat we daarmee mensen in de illegaliteit duwen, dan denk ik dat niet. Wij hogen namelijk langzaam de norm op van wanneer je hiermee kunt beginnen. Mensen die nu op hun 18de kiezen voor een legale uitoefening van dit beroep, kunnen dat straks dus niet meer doen. Maar doordat dat de nieuwe norm is, is ook de verwachting dat mensen dat dus ook niet meer verwachten te kunnen doen, als u begrijpt wat ik bedoel. Illegale uitwassen zullen we natuurlijk altijd houden. Ook dat hangt samen met deze branche; helaas, zeg ik daarbij. Daar staat de leeftijdsophoging eigenlijk los van. Ik kom daar zo nog op terug, maar daarvoor is het onze algemene taak om die natuurlijk in alle gevallen op te sporen en te doen beëindigen, of dat nu gaat om mensen van 18 of jonger. Dat hebben we natuurlijk ook meegemaakt; Valkenburg werd al genoemd in een van uw inbrengen. Dat houdt dus altijd onze aandacht, maar dat zit dan meer aan de opsporingskant dan aan de preventieve kant en de wetgevingskant.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Het idee van de wetgeving is dat we die invoeren en dan langzaam per jaar de minimumleeftijd ophogen naar 21. Dat betekent dat dus niemand die op dit moment, of op het moment dat de wet in werking treedt, legaal werk doet, hoeft te stoppen met dat werk of de illegaliteit in wordt gedwongen. De leeftijdsophoging beweegt namelijk mee met de mensen die daarin gestapt zijn. Iemand die 18 was op het moment dat de wet in werking trad, kan meegroeien met de wet. Alleen mensen die op dat moment zouden willen instappen, wordt dat onmogelijk gemaakt. Gaat een groep daarvan dan de illegaliteit in? Ik denk dat de mensen die dit legaal willen doen, dat ook om goede redenen legaal willen doen, namelijk omdat ze verwachten dat ze daar als normaal werknemer hun geld mee kunnen verdienen. Ik denk dat de drempel om dat illegaal te gaan doen, met alle risico's van dien, nog steeds hoog is. Daarom verwacht ik niet dat er in die leeftijdscategorie een een-op-een verschuiving zal zijn van legaal naar illegaal. Uiteraard is dit ook iets waar we in consultatie graag de visie van de experts op willen hebben, zodat we daar ons voordeel mee kunnen doen. De heer Van den Brink vroeg naar een Belgisch voorbeeld van platforms met digitale seksadvertenties die een meld- en informatieplicht hebben richting de politie bij signalen van misstanden. Ik vind dat een heel interessant voorbeeld, dus daar ga ik graag naar kijken. Overigens worden misstanden nu al vaak gemeld bij de politie, juist ook door platforms. Ik ben twee weken geleden nog op pad geweest met de politie hier in Den Haag bij een actie waar onder andere op basis van tips over seksadvertenties huisbezoeken werden uitgevoerd. Ik ben ook zelf bij zo'n huisbezoek geweest. We troffen daar inderdaad ook iemand aan in een onderverhuurde sociale huurwoning die daar duidelijk heel tijdelijk zat, met cashgeld, afkomstig uit Latijns-Amerika in dit geval. Alle tekenen van mensenhandel of in ieder geval van een vorm van uitbuiting zijn hier natuurlijk wel zichtbaar. We hebben die branche dus ook nodig om dat te doen. Ik vind het een interessant voorbeeld en ik zal dat meenemen in het plan van aanpak waar ik kort na de zomer mee kom. Dank daarvoor. U zei ook: je mag niet vragen of iemand gedwongen wordt zijn of haar lichaam te verkopen. Dat herkennen wij niet. Voor zover wij kunnen achterhalen, mag je gewoon aan iemand vragen of er sprake is van gedwongen uitbuiting. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je daar altijd een eerlijk antwoord op krijgt. Dan noem ik ook maar meteen het voorbeeld van toen ik twee weken geleden op huisbezoek was met de politie. Om allerlei redenen kunnen of zullen mensen daar geen openheid over verschaffen. Dat is omdat ze afhankelijk zijn van degene door wie ze op dat moment worden uitgebuit of omdat ze daadwerkelijk vinden dat ze dit werk, al dan niet half gedwongen, moeten doen om te zorgen voor familie in het thuisland et cetera, et cetera. Daar kunnen honderden redenen voor zijn. Er zijn natuurlijk ook gewoon mensen die dit gewoon legaal als beroep willen doen. Ook dat kan natuurlijk in dit land. Voortbordurend op de seksadvertenties vroegen mevrouw Schilder, maar ook de heer Van den Brink: gaan we nu de platforms behandelen als onderdeel van het probleem? Ik ben het daar helemaal mee eens, maar we komen die platforms in meerdere instanties tegen. Die kwamen we gisteravond bij een debat over heling even zozeer tegen. De digitale wereld verandert echt wat. Daar moeten we ook wat mee doen. Op dit moment wordt er een onderzoek uitgevoerd door het WODC naar seksadvertentieplatforms. Ik zei net al dat ik na de zomer met een plan van aanpak kom voor die platforms. Daar betrek ik dit dus ook in. De Digital Services Act, de Europese wetgeving, heeft ook echt wel verplichtingen neergelegd bij dit soort platforms, om misstanden tegen te gaan. Die gaan bijvoorbeeld over de omgang met illegale inhoud. Er is een kennisgevings- en actiemechanisme voor meldingen. Er worden ook nadere regels gesteld binnen de Digital Services Act rondom misbruik van diensten door afnemers en reclame op onlineplatforms. Daarbij is wel de uitdaging dat de Digital Services Act maximumharmonisatiewetgeving is. Met andere woorden: we kunnen daar als Nederland niet heel veel zelfstandig bovenop zetten. Maar nogmaals, in dat plan van aanpak kijken we natuurlijk wat er wel kan, ook binnen de kaders van de DSA. Ook in de bredere Veiligheidsagenda werken we aan het versterken van de samenwerking met onlinepartners; ook dat heb ik gisteren in een andere context gezegd. Een heleboel van deze platforms willen natuurlijk ook niet gebruikt worden voor illegale activiteiten. Ook daar moeten we ze op aanspreken en bij helpen.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Een aantal van de grotere van deze platforms vallen daar wel onder. Daarvoor geldt dus de DSA. In de gevallen waarbij dat niet zo is, hebben we wel degelijk invloed en kunnen we daar zelf wetgeving voor maken. Daar kom ik dus in het plan van aanpak na de zomer op terug. Zowel mevrouw Faber als de heer Bikkers vroegen: de vergunning is gekoppeld aan een locatie; is er ook een vergunning per individu nodig? Ik kom zo nog terug op hoe het zit met de bankrekening en de verdere inschrijving. De effectiviteit van een landelijk vergunningsstelsel, waar we ook eerder over hebben gesproken, is erg omstreden. Juist de vergunningsplicht voor sekswerkers zoals die stond in het wetsvoorstel Regulering sekswerk, kent heel veel kritiek van onder meer de sekswerkbranche en de andere die ik heb genoemd, inclusief de Raad van State. Maar het blijft dus wel zo dat gemeenten lokaal zelf sekswerkbeleid kunnen maken en ook lokaal vergunningen kunnen verstrekken. Daarin wordt wel samengewerkt met betrokken gemeenten en andere partijen. De VNG heeft bijvoorbeeld samen met de politie en het Openbaar Ministerie een landelijke leidraad gemaakt waarmee het toezicht op de seksbranche collectief kan worden verbeterd en misstanden beter kunnen worden bestreden. Wij laten die Wrs nu dus los. Met de Wgts stellen we gemeenten wel in staat om in ieder geval de persoonsgegevens van sekswerkers te verwerken, om zodoende op basis van de landelijke leidraad die de VNG heeft opgesteld gemeenten in staat te stellen om zelf hun sekswerkbeleid vorm te geven.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Deze vraag heeft destijds geleid tot het "twintigjarige traject naar de Wrs"; ik geloof dat mevrouw Bikker het zo noemde. In alle eerlijkheid denk ik dat we daarmee zijn vastgelopen in het moeras. Ik zie geen mogelijkheid om de Wrs en daarmee dus het landelijke vergunningsstelsel op een goede manier uit dat moeras te trekken, vandaar dat ik kies voor een andere route. Ik besef dat sommige partijen nog steeds een landelijk vergunningsstelsel dat overal gelijkgetrokken is, zouden verkiezen boven wat we nu doen, namelijk de gemeenten in staat stellen om in ieder geval dat beleid te maken, gegevens te verwerken en de landelijke leidraad te volgen. Maar er kunnen dus verschillen blijven bestaan tussen gemeenten. Overigens moeten we er ook eerlijk over zijn dat de problematiek die wordt ervaren met deze branche natuurlijk ook wel verschilt van gemeente tot gemeente. Er zijn ook gemeenten die juist heel graag dat onderscheid willen behouden, om daar eigen keuzes in te maken.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Wij kiezen dus niet voor het invullen van een landelijk vergunningsstelsel, noch op de persoon, noch op locaties. We laten het echt aan gemeenten om daar individueel invulling aan te geven. Dan kom ik bij het ondersteunen van gemeenten bij toezicht et cetera. Daar zaten we eigenlijk al een klein beetje in, dus dat is een naadloze overgang. Mevrouw Faber vroeg hoe de bestuurlijke controles worden vormgegeven. En is er een gebrek aan bevoegdheden, vroeg zij. Ja, er is een gebrek aan bevoegdheden, want op dit moment kunnen de gegevens van sekswerkers niet worden verwerkt omdat het per definitie bijzondere persoonsgegevens zijn. Dat gaan we dus oplossen met de Wgts, want op dit moment kunnen gemeenten daardoor niet effectief toezien op de naleving van de vergunningsvoorschriften van de exploitanten, waar seksbedrijven zich aan te houden hebben. Daardoor kunnen sommige misverstanden blijven bestaan. Die Wgts, die on hold is gezet in afwachting van de Wrs, wekken we nu dus weer tot leven, om in ieder geval te zorgen dat gemeenten hun eigen toezichthoudende taak kunnen vervullen. Ik denk daarom dat de Wgts bijdraagt aan het tegengaan van misstanden. Is de politie enkel bevoegd om op te treden in de opsporing? Daar heb ik het zonet over gehad, mevrouw Faber. Er is door het OM, de politie en de gemeenten ook een landelijke leidraad gemaakt voor opsporingsambtenaren die hiertegenaan lopen. Hoe gaan ze daarmee om en hoe zorg je dat in ieder geval de belangen van de slachtoffers vooropstaan?

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik stipte zonet al aan dat er op dit moment zonder de Wgts gewoon een lacune is, omdat bepaalde gegevens niet kunnen worden verwerkt. Die gegevens zijn cruciaal voor het kunnen uitvoeren van die toezichtstaak. Een hoop van het toezicht loopt hier dus mis omdat er uiteindelijk geen wettelijke basis is voor datgene wat je wilt controleren of handhaven. De Wgts gaat daar dus in ieder geval verandering in brengen. Ik ga meteen in op de heer Boomsma, geloof ik, die meende dat de VNG een bredere wettelijke basis nodig heeft dan wij met de Wgts beogen. Dat signaal herkennen we niet. We denken dat de Wgts daadwerkelijk dát regelt wat nodig is om die toezichthoudende taak goed te kunnen uitvoeren. Dan was er nog een vraag van de heer Van den Brink over het Haagse voorbeeld van het HEIT. Dat is ook de club waarmee ik op pad was. Dat deden we niet alleen op dit onderwerp, overigens. We hebben ook illegale tabak gevonden en verkeerscontroles gedaan. We hoopten een illegale hennepplantage aan te treffen in een woning, hoewel je daar eigenlijk natuurlijk nooit op hoopt. Die hebben we niet gevonden, maar dit geeft aan hoe dat interdisciplinaire team van al die diensten hier in Den Haag wel degelijk impact maakt. Je kunt dan namelijk vanuit alle verschillende invalshoeken naar zo'n probleem kijken, of dat nou vanuit het UWV, de FIOD, de Belastingdienst of de Marechaussee is. We zetten in actielijn 4 van het Actieplan Samen tegen Mensenhandel, waarover we zo nog komen te spreken, ook in op die regionale en die bovenregionale samenwerking. Ik weet dat het HEIT inmiddels alle steden en regio's in Nederland op bezoek heeft gehad, juist om als voorbeeld te kunnen dienen voor dit soort initiatieven daar. Ik denk dat we de rest van de vragen gaande het debat wel hebben behandeld. Ik kom nu op de versterking van de positie en het bieden van perspectief. De vraag van heer Van den Brink heb ik al beantwoord. Wij herkennen niet het signaal dat je iemand niet zou mogen vragen of diegene gedwongen zijn of haar lichaam verkoopt. O, ik hoor dat dat een vraag was van mevrouw Faber. Excuus. Ik kan ook niet zeggen dat ik jullie altijd door elkaar haal! Dan was er een vraag over de bancaire diensten en het wettelijk verankeren daarvan. Wat moeten we daar verder aan doen? Natuurlijk moeten sekswerkers gewoon hun werk kunnen uitvoeren, met alle bijbehorende rechten en plichten die ook gelden voor alle andere beroepsgroepen. Dat geldt wat mij betreft ook voor de financiële dienstverlening. Deze week is de Wet chartaal betalingsverkeer door de Eerste Kamer aangenomen. Die omvat een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten. Banken móéten zakelijke klanten dus wettelijk en verplicht accepteren, tenzij er een individueel, niet-mitigeerbaar witwasrisico is. Sekswerkers die zakelijk actief zijn, met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, kunnen op basis van deze wet dus gewoon afdwingen dat zij een basisbetaalrekening kunnen krijgen. Ik denk dat de wettelijke verankering daarmee is geregeld, maar we houden natuurlijk wel een vinger aan de pols aan de hand van signalen die we krijgen over de toegang tot de financiële dienstverlening en we blijven daarover in gesprek.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De Nederlandse Vereniging van Banken heeft, binnen de aanpak versterking van de sociale en juridische positie van sekswerkers, een sectorstandaard opgesteld, waarvan het doel is om de banken te helpen om het evenwicht te houden tussen hun taak op grond van de Wwft, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en het bieden van toegang aan sekswerkers. Die sectorstandaard zou handvatten moeten bieden voor banken om die afweging te kunnen maken, maar, nogmaals, ik zei dat we de signalen zullen blijven volgen. In algemene zin zijn de minister van Financiën en ik wel bezig om dit soort generieke wetgeving meer tailormade te maken, omdat we het idee hebben dat in bredere zin, met het sleepnet van de goedbedoelde wetten om misstanden tegen te gaan, ook te veel bijvangst wordt opgehaald en dus te veel hinder wordt ondervonden door klanten, waaronder sekswerkers en seksklanten. Nogmaals, als minister van Justitie wil ik natuurlijk alle misstanden aanpakken, maar we moeten dat wel doen op een manier die ook werkbaar blijft voor zowel banken als klanten. Mevrouw Belhirch vroeg of de opting-inregeling wel functioneert en of er wel toezicht op is. Graag een reflectie op het rapport, vroeg ze aan mij. Ik ben inderdaad bekend met het rapport. Ik betreur dat er ondanks de inspanningen die we de afgelopen jaren hebben gepleegd nog steeds knelpunten zijn ten aanzien van de opting-inregeling met een voorwaardenpakket. Het toezicht op de opting-inregeling valt onder de reguliere handhaving en toezicht door de Belastingdienst, maar die kan alleen maar fiscale gevolgen verbinden aan het schenden van de voorwaarden die in dat voorwaardenpakket staan. De Belastingdienst kan niet de naleving van de voorwaarden afdwingen en daar zit natuurlijk de grote pijn. Er zijn ook geen andere toezichthouders die hebben aangegeven dat ze dit als hun taak zien, dus we gaan met de betrokken partijen in overleg om te kijken hoe we hier een vervolg aan kunnen geven. Ik zal daar zeker ook met mijn collega van SZW over in overleg treden om te kijken wat we hier voor oplossing voor kunnen vinden. Dan heb ik volgens mij alles rondom prostitutie en sekswerk behandeld.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dit valt buiten de scope van mijn verantwoordelijkheden, tenminste tegenwoordig. Toen ik nog als opvolger van mevrouw Faber fungeerde, had ik die verantwoordelijkheid wel. De Kamer heeft onlangs aandacht gevraagd voor mensensmokkelnetwerken, ook in relatie tot azc's. Daar houdt dit verband mee. Er is een brief over toegezegd. Ik zal uw specifieke vragen over de vluchten daarom graag doorgeleiden naar de collega, zodat hij die kan meenemen in die brief. Voorzitter. Dan mensenhandel, waar ik ook een korte inleiding over heb, vervolgens een blokje actieplan, governance, waar veel vragen over zijn gesteld, de opsporing en tot slot een kort blokje overig. Ik zal mijn best doen om zo veel mogelijk tijd over te laten voor mijn collega voor de vragen over de opvang. Voorzitter. Mensenhandel is een van de meest schrijnende vormen van criminaliteit. Het doet grove afbreuk aan de waardigheid van de slachtoffers en ondermijnt onze samenleving. Het is daarom van belang om de slachtoffers te beschermen, maar tegelijkertijd de daders hard aan te pakken. We kunnen dat alleen in gezamenlijkheid doen. De afgelopen jaren is er een echt stevige basis gelegd voor deze samenwerking in het programma Samen tegen Mensenhandel. De coalitie heeft ook uitgesproken dat we dit programma de komende jaren gaan voortzetten. Het Versterkt Actieplan programma Samen tegen Mensenhandel is in juni 2024 met uw Kamer gedeeld. Daarin zijn zes actielijnen opgenomen die de aanpak de komende jaren moeten verbeteren. Twee keer per jaar informeer ik uw Kamer over de voortgang ervan. De aanpak van mensenhandel moet vooral voor slachtoffers werken. Als mensen slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, hebben zij recht op bescherming, zorg en opvang. Op dit moment ervaren sommige slachtoffers drempels om in gesprek te gaan met de opsporingsdiensten, omdat ze geen vertrouwen hebben in of heel slechte ervaringen hebben met de politie in hun land van oorsprong. In het actieplan wordt bekeken of dit anders kan, of een andere partij het eerste gesprek met het slachtoffers kan voeren en daarbij de geringste aanwijzing, zoals we dat noemen, zou kunnen vaststellen. Dit zou moeten helpen om de slachtoffers beter te beschermen, maar ook om ze eerder in beeld te krijgen. Daarnaast is de uitbreiding van de modernisering van wetsartikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, door een aantal van u al genoemd, een belangrijke stap voorwaarts in de aanpak van mensenhandel. Met deze uitbreiding wordt het artikel toegankelijker en wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid ten aanzien van arbeidsuitbuiting verruimd. Dit is hard nodig, want een heleboel zaken die strafwaardig zijn, kunnen nu nog niet worden aangepakt. Ik hoop dan ook dat ik snel met de Eerste Kamer in debat kan over dat wetsartikel. Voorzitter. Dan kom ik bij het actieplan. Wat kun je bereiken met 2,5 miljoen? Met 2,5 miljoen kun je niet heel veel bereiken. Het is ook niet het doel van die 2,5 miljoen om de totale aanpak van mensenhandel te financieren; die aanpak omvat immers vele tientallen miljoenen, zo niet meer. Het bedrag is echter wel ingebed in de verschillende organisaties die voor die aanpak verantwoordelijk zijn. Zowel politie als OM als de opvang beschikken over inherente financiële middelen om hun taken op het gebied van mensenhandel te kunnen aanpakken. Waar het mijn verantwoordelijkheid betreft, dus OM en politie, kom ik straks nog terug op wat dit specifiek betekent. De 2,5 miljoen is ervoor bedoeld om het overkoepelende deel van het actieplan erbovenop te kunnen zetten. Dat is dus het geld dat nodig is om het actieplan te kunnen laten draaien, om daar coördinatie op te kunnen voeren, et cetera. Ik kom zo meteen terug op die coördinatie. Met het actieplan en die 2,5 miljoen kan er bijvoorbeeld bewustwording worden gecreëerd in al die verschillende organisaties zodat er in de eerste lijn meer herkenning is door de professionals. Dan de heer Van den Brink. Ik noemde net al de geringste aanwijzing. Hij vroeg wat je doet met de aanknopingspunten. Wat doe je als er zachte signalen zijn dat er mogelijk sprake is van mensenhandel of uitbuiting, maar er te weinig aanknopingspunten zijn om daarop verder door te pakken? Bij de geringste aanwijzing kunnen opsporingsinstanties aan slachtoffers een bedenktijd bieden. Het criterium voor "de geringste aanwijzing" is bewust heel laagdrempelig opgesteld, om er zo voor te zorgen dat zelfs bij heel zwakke signalen al meteen dat aanbod kan worden gedaan. Met het aanbieden van de bedenktijd op dat moment bestaat al de toegang tot hulp en opvang voor de slachtoffers. Ook kunnen zij in die bedenktijd nadenken of ze daadwerkelijk aangifte willen doen. Als slachtoffers geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, denk aan de voorbeelden die de heer Van den Brink zelf noemde, zoals mensen uit Latijns-Amerika, hebben zijn een termijn van drie maanden. Voor Dublinclaimanten is dat een termijn van een maand. Ik had het zojuist over een gebrek aan vertrouwen of slechte ervaringen in het land van herkomst, op basis waarvan de drempel richting opsporingsinstanties nu soms te hoog is. We kijken daarom nu of we naast de politie, de KMar en de NLA een vierde partij kunnen aanwijzen in het zorgdomein die ook die geringste aanwijzing zou kunnen vaststellen, om zo hopelijk de drempel voor een slachtoffer om aangifte te doen of het verhaal te doen te verlagen. We kijken daarnaast ook of er andere manieren zijn om buiten het strafrecht om slachtoffers van mensenhandel te identificeren zodat zij opvang en ondersteuning krijgen op het moment dat zij daar recht op hebben voor de langere termijn. In landen die al gebruikmaken van zo'n systeem is te zien of het zicht op slachtoffers wordt vergroot. Ik ga ervan uit dat de collega daar ook nog iets over zal zeggen in het kader van de opvang. De heer Mohandis vroeg of er een nationaal verwijsmechanisme komt voor slachtoffers. Ja, dat hebben we al in Nederland. Op basis daarvan kunnen slachtoffers verwezen worden naar passende zorg en opvang. Hulporganisaties zoals CoMensha en Slachtofferhulp Nederland spelen hier een belangrijke rol in. De herziene EU-Richtlijn mensenhandel stelt wel nadere eisen aan zo'n verwijsmechanisme. Het implementatievoorstel daarvan wordt binnenkort in uw Kamer behandeld. We kunnen er dan nader op ingaan. Mevrouw Faber vroeg hoe het zit met hulpverleners die zich verschuilen achter een geheimhoudingsplicht bij signalen van mensenhandel. In het kader van actielijn 5 van het actieplan wordt er gewerkt aan een handreiking voor gegevensdeling bij vroegsignalering bij alle ketenpartners. Ook hulpverleners vallen hieronder. Deze handreiking moet dit jaar nog gereed zijn, inclusief een beschrijving van de juridische basis om die informatie wél te kunnen delen, zodat professionals ook een bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van mensenhandel. Op basis van de analyse zullen we ook kijken of er nog aanpassingen nodig zijn in wet- en regelgeving om die gegevensdeling nog verder mogelijk te maken. Eind dit jaar wordt dit ook uitgerold richting de professionals. Mevrouw Belhirch vroeg of de huidige aanpak van preventie in bredere zin tekortschiet. Welke maatregelen gaan we nemen om jongeren bijvoorbeeld te beschermen tegen criminele uitbuiting? Met mijn antwoord op deze vragen zou ik een heel debat kunnen vullen, want het is een van mijn grootste zorgen dat wij jongeren zien, soms zelfs maar 10 jaar oud, die worden ingezet door criminele netwerken om van alles te doen: het plegen van aanslagen op bijvoorbeeld joodse instellingen, het uithalen van containers, het plaatsen van cobra's bij willekeurige mensen voor de deur. Dit is een enorm probleem dat vraagt om een heel brede aanpak die je niet alleen maar kunt doen met repressie of met handhaving. We hebben een aantal programma's waarmee we in ieder geval een deur openen naar deze jongeren; Keerpunt en Chat met Fier werden al genoemd door enkelen van u. Dat zijn twee programma's waar we vanuit mijn ministerie aan werken. We willen ook een campagne inzetten voor bewustwording en inzet bij professionals, om te kunnen zien wanneer jongeren mogelijk onder invloed staan. Ik heb zelf de campagne Vreemd of verdacht? gelanceerd, waarin handvatten worden gegeven aan ouders die mogelijk verdacht gedrag zien bij hun kinderen om in een vroegtijdig stadium aan de bel te trekken. Ten slotte Preventie met Gezag, een van de programma's waar soms veel commentaar op komt, maar in dit geval gelukkig niet, vanuit de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Ik heb zelf in heel veel van de 27 gemeenten meegelopen met dit programma, dat een heleboel aspecten heeft, van het inrichten van buurthuizen, het hebben van laagdrempelig contact met de politie, tot het helpen van mensen om hun leven weer op de rit te krijgen, allemaal om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Ik geloof in dat programma, omdat ik denk dat we hier een enorme opgave hebben om het tij te keren. Er was nog een vraag over jongeren in de asielketen. Er worden trainingen gegeven aan professionals in de asielketen zodat ze deze signalen kunnen herkennen. Er is ook een actielijn binnen het actieplan om minderjarige slachtoffers beter te beschermen. Daarmee hopen we ook binnen de keten die vroegsignalering, die zo belangrijk is, te krijgen. Zoals gezegd komt er over de mensensmokkelnetwerken en aangelegen onderwerpen nog een brief van de minister van Asiel en Migratie. Dan kom ik bij de governance. U heeft daar heel veel vragen over gesteld, maar u ziet dat ik daar slechts twee blaadjes antwoord op heb. Dat is omdat we nu een aantal signalen hebben gekregen, waaronder een van de Nationaal Rapporteur over wat er volgens haar moet verbeteren aan de governance en de coördinatie. Sinds april hebben we ook het rapport van het WODC, waarin een aantal aanbevelingen worden gedaan voor een betere coördinatie op dit vlak. Ik pak die handschoen op en ik neem deze signalen serieus. Ik ben ook bezig met mijn reactie op hoe ik die governance in ga vullen, maar die heb ik nog niet gereed. Ik verwacht die wel voor de zomer nog aan uw Kamer te kunnen toezenden. Daarin ga ik dus nader in op de diverse aanbevelingen van het WODC. Ik zie mijzelf als de nationale coördinator in politieke zin. Die handschoen pak ik op en die verantwoordelijkheid zal ik dragen. Maar ik kom bij uw Kamer terug op hoe we dat in de governance verder gaan inrichten.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik snap het ongemak. Het liefst had ik die reactie natuurlijk nu al gehad zodat we die ook in dit debat hadden kunnen betrekken, maar er zat niet veel tijd tussen april en nu. We hebben echt wel even tijd nodig om dat WODC-rapport te verwerken en om in gesprek te gaan met de diverse instanties, waaronder de rapporteur, over hoe wij dat voor ons zien. Dat wil ik doen voordat ik die reactie hier in uw Kamer neerleg. Ik wil daar dus niet op vooruitlopen. Ik wil u zeggen dat ik die coördinerende rol serieus neem. Ik wil u ook zeggen dat we ook voorbeelden hebben — daar zitten we overigens ook samen bij — rondom bijvoorbeeld de aanpak bij verwarde personen. Daarbij heeft de minister van BZK nu de coördinerende rol op zich genomen. Die coördinerende rol nemen we ook heel serieus. We zijn er in dit kabinet dus wel op gericht om elkaar in de kracht te zetten zodat we die coördinerende rol waar kunnen maken. Ons land is in sommige opzichten natuurlijk uniek in de omgang met medeoverheden en decentrale overheden. Daarin zijn wij wellicht soms wat minder directief dan andere landen. Daar zijn ook goede redenen voor; ik denk dat wij hele capabele decentrale medeoverheden hebben, die vaak beter zicht hebben op lokale problematiek. Tegelijkertijd proberen we daar in dit soort gevallen ook weer een nationale leidraad, een kader of richtlijnen overheen te leggen, zodat er wel uniformiteit in zit. Ik geef u een aantal ingrediënten. Als u er nog meer nodig heeft voor een motie, hoor ik dat graag. Maar dit zijn een beetje de elementen waar wij mee spelen.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: U gaat mijn voorstel tegemoet zien. Wat ik zei, is dat ik zelf als minister van JenV die coördinerende rol voel. Hoe we dat praktisch gaan inrichten, zal in het voorstel terugkomen.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat kan op velerlei manieren. Ik heb nog geen deuren dichtgegooid. Dan kom ik op de opsporing. Dat is het laatste blokje voordat ik toekom aan overig. Ik zal er zo snel mogelijk doorheen gaan. De pakkans moet omhoog; zijn er aanvullende stappen nodig? Dat is een vraag van de heer Bikkers. Ja, in de opsporingsonderzoeken naar mensenhandel wordt standaard ook onderzoek gedaan naar de klanten. Als er voldoende aanwijzingen voor zijn, worden zij ook als verdachten gehoord. De aanpak van mensenhandel is ook een prioritair thema binnen de nieuwe veiligheidsagenda, waar de politie aan werkt vanaf 2027. De statistieken zijn belabberd, zei mevrouw Bikker. Er zijn slechts 470 verdachten tegen wie vervolging is ingesteld. Ja, het aantal vervolgingen van verdachten moet echt omhoog. Die mening deel ik, maar daarom moeten we ook de signalen beter opvolgen. Daarbij horen die stappen, dus de eerste lijn, het signaleren, de geringste aanwijzing en de stappen die we daar kunnen zetten om de meldingsbereidheid omhoog te brengen. Bij de politie heeft het thema nu een plaats in de basispolitieopleiding. Er is ingezet op het trainen met eerstelijns politiemedewerkers om de signalen te herkennen. Er is ook een blijvend beschikbare e-learning voor alle agenten over het thema mensenhandel en signalen. Maar ook de Koninklijke Marechaussee speelt natuurlijk een belangrijke rol in het signaleren van mensenhandel. Zo noemde mevrouw Faber al Schiphol. De marechaussee kan mensenhandel zelf onderzoeken op de aangewezen luchtvaartterreinen, maar ze kan dit ook registreren of overdragen aan de politie. In het verlengde daarvan kom ik op het rapport over de aangiftebereidheid, zoals genoemd door de heer Boomsma. Het rapport geeft aanbevelingen en de vragen zijn wat we doen met deze aanbevelingen en hoe we daar verder mee om kunnen gaan. Ik ben blij met dit onderzoek. De in de proeftuin beproefde interventies kunnen worden meegenomen in de vervolgstappen, zoals onder andere bij het formuleren van een volgend actieplan mensenhandel. In algemene zin wordt er binnen het actieplan verkend of er naast de opsporingspartijen nog een vierde partij moet zijn die kan helpen bij het oppikken van die geringste signalen — ik noemde ze net al even — zodat we een betere samenwerking hebben tussen zorg en opsporing. Daarnaast wordt er binnen het programma mensenhandel gewerkt met ervaringsdeskundigen in de vorm van een spiegelgroep, die vier maal per jaar bijeenkomt. Er is inmiddels ook een vergoeding voor deze ervaringsdeskundigen beschikbaar als zij deelnemen aan dit soort spiegelgroepen. Heeft de politie dan voldoende capaciteit? Dat was een vraag van mevrouw Belhirch. Sinds 2020 zijn er 58 extra politiemedewerkers specifiek voor de aanpak van mensenhandel geworven. Daarmee is de politieorganisatie versterkt zodat die meer kan doorpakken in de opsporingsonderzoeken. Daarbij zien wij ook dat steeds meer van de delicten zich afspelen in de onlinewereld. Nu kijken wij in de digitale opsporing — dat is een van de prioriteiten, zoals ook genoemd in het coalitieakkoord — hoe wij daar opvolging aan kunnen geven en hoe de cyberrechercheurs en de capaciteit die zij gaan genereren daarin kunnen worden verdeeld over diverse delicten die daar plaatsvinden, van fraude tot misbruik en mensenhandel. Over de verdeling van de gelden daarvoor kom ik terug bij de begrotingsbehandeling voor komend jaar. Ik heb voor dit jaar in ieder geval geld beschikbaar gesteld voor de politie om de basis op orde te krijgen, maar ik kom in de zomer verder terug op hoe de verdeling zal zijn tussen de verschillende prioriteiten zoals genoemd in het coalitieakkoord, waaronder onlinecriminaliteitsbestrijding. Er waren nog een paar overige vragen, voorzitter. De eerste was van de heer Van den Brink, over het WODC-onderzoek naar de Nederlandse porno-industrie. Dat onderzoek loopt nu. De eerste bijeenkomsten van de begeleidingscommissie hebben plaatsgevonden. In het najaar van 2026 zal dit onderzoek worden afgerond, dus dan kan dat ook naar uw Kamer komen. Ik weet dat daar lang om gevraagd is. De vraag van mevrouw Belhirch betrof onlinenetwerken en de documentaire Streaming Hell. Dat is een hele toepasselijke titel, helaas, moet ik zeggen. Het is een schrijnend geval. Ik ben zelf ook op bezoek geweest bij het team bestrijding kinderpornografie en kindersekstoerisme. Je schrikt je rot als je ziet hoe wijdverspreid het is, op welke schaal dit plaatsvindt en met welk gemak. Dat team heb ik dus ook uitgebreid met 26 fte, juist om die onlinewereld tegen te kunnen gaan. Daar gaan we mee door. Shocking. De heer Mohandis vroeg wat het effect is van de Wet seksuele misdrijven. Die is op 1 juli 2024 in werking getreden. De evaluatie staat op vijf jaar, maar inmiddels is ter voorbereiding daarop wel al een nulmeting uitgevoerd. Binnenkort gaan we ook kijken naar de eerste voorlopige ervaringen met deze wet. Ik weet nog niet of het onderwerp mensenhandel en minderjarigen daar specifiek in naar voren komt, maar dat neem ik mee bij de verdere evaluatie van die eerste voorlopige ervaringen. Voorzitter. Dan denk ik dat ik de meeste vragen heb behandeld, niet zo snel als ik wellicht had gewild, maar het zijn ook twee omvangrijke onderwerpen. Er zijn natuurlijk terecht een heleboel vragen over gesteld.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik zal zeker meelezen met deze brief en daaraan ook mijn bijdrage leveren vanuit de Justitieportefeuille.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Interruptie

Minister Van Weel: Ja, voor nu wel. Ik moet eerlijk zeggen dat de resultaten daarvan wat tegenvallen. In de eerstkomende rapportage wil ik terugkomen op hoe we daarnaar kijken. Ik wil ook evalueren wat het heeft opgebracht en hoe we daarmee verder willen gaan.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Ook in de tweede termijn voornamelijk een hoop aanmoedigingen voor het vervolg. Die neem ik dan ook ter harte. Daar hoef ik verder niet op te reageren. Ik denk dat het alleen maar goed is dat u de urgentie uit over een aantal zaken, of dat nu gaat over de wijze van invulling van de coördinatie of de spoed met betrekking tot nu eindelijk die leeftijdsverhoging doorvoeren. Ik kan u zeggen dat ik dat allemaal aan boord neem en dat ik daarmee verderga. Dat geldt ook voor het wetsvoorstel waar we mee gaan komen voor de verhoging van die leeftijd. Ook daar gaan we nog even goed kijken naar het coalitieakkoord, naar hoe het daarin precies staat verwoord en hoe we dat nu menen te gaan doen. Het wetsvoorstel waarmee ik kom, zal in elk geval uitgebreid onderbouwd zijn in zijn vorm en de keuzes die we daarin maken. Tegen mevrouw Faber zeg ik: ja, een klant mag 16 jaar zijn, maar een sekswerker niet. Dat is het onderscheid hierin. Je bent op je 16de seksueel meerderjarig en mag dus ook vrijwillig seksuele contacten hebben. Daar valt dus het klant zijn van een prostituee onder. Nogmaals, ik leg u de wet uit. Ik heb daar verder helemaal geen oordelen over. Dan waar het gaat om een pooier laten betalen vanuit de winst die hij heeft gehad. Dat kan al. In rechtszaken die worden gevoerd, kan al gekeken worden naar een inschatting van hoeveel klanten er zijn geweest, wat het heeft opgeleverd en wat iemand daarmee verdiend moet hebben. Dat kan dan aan het slachtoffer worden toegewezen als reparatiebetaling door de dader. Dus die mogelijkheid is er voor die slachtoffers. Ik kijk nog even naar HEIT. Ik snap wat u bedoelt. Tegelijkertijd verhoudt dat zich niet tot ons systeem. Ik kan gemeenten dus niet dwingen om een HEIT in te richten om al die instanties bij elkaar te roepen. Datzelfde geldt voor het dwingend maken van een leidraad, zoals even gesuggereerd werd door een van u. Zo werkt ons bestel niet, maar we hebben wel een heel goed werkend bestel. Dat betekent dat daar waar dingen werken en daar waar je dat aanreikt aan gemeenten met het verzoek om daar iets mee te doen, dat eigenlijk altijd wordt opgepakt. Tenzij het helemaal niet van toepassing is.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Eigenlijk is dit standaardpraktijk daar waar het gaat om rechtszaken over seksuele uitbuiting.

Bron, video en gesprek →
20 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Geen toevoeging, maar één opmerking bij het WODC-rapport rondom de porno-industrie. Ja, dat verwacht ik inderdaad dit najaar, maar ik kan het WODC niet dwingen om dat op te leveren. Mijn verwachting is dat het dit najaar aan uw Kamer kan worden gezonden.

Bron, video en gesprek →