Toenemende spanningen in het Caribisch gebied en de gevolgen voor het Koninkrijk
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Ik zal straight to the point zijn, om dat zo maar te zeggen, maar niet voordat ik gezegd heb dat ik het goed vind dat we hier vanavond spreken over een onderwerp dat in ieder geval mij, maar natuurlijk ook de eilanden — Bonaire is hier wel aanwezig vandaag — en de minister van Defensie en ook andere leden van het kabinet de afgelopen weken en periode al bezig heeft gehouden om evidente redenen. Dit is een dossier waarbij geopolitiek, de strijd tegen drugs en het belang van het Koninkrijk allemaal samenkomen. Door de nabijheid van onze eilanden bij Venezuela heeft dat voor ons een bijzondere lading. Daar zijn we nadrukkelijk mee bezig. Allereerst: wat weten wij van wat er nu gaande is en van wat de intenties zijn? Laat ik over dat tweede meteen eerlijk zijn; daar hebben we geen volledige helderheid over. Die intenties worden door de Verenigde Staten niet met ons gedeeld. Wij hebben wel regelmatig contact met de Amerikaanse autoriteiten en vragen ook aandacht voor de precaire situatie met betrekking tot de eilanden, de nabijheid van Venezuela en de zorgen die er leven over de mogelijke implicaties van acties die zouden worden genomen. Daarvoor is volledig begrip. Er is ook toegezegd dat wij informatie zullen ontvangen die relevant is in dat kader, maar verder laten de VS een zekere strategische ambiguïteit bestaan over wat nu hun einddoel is in het gebied. We zien dus die opbouw van de militaire presentie en hebben daar acties gezien tegen drugstransporten. Ik kom daar zo nog even op terug. We hebben de dreigingen van de sluiting van het luchtruim van Venezuela gezien. We hebben halve aankondigingen en niet-ontkenningen gezien van mogelijke aangrijpingen op het land van Venezuela van drugstransporten. We hebben een ultimatum aan Maduro om te vertrekken gezien. Tegelijkertijd, zeg ik er gelijk bij, zijn de kanalen nog open. Er wordt nog diplomatiek gesproken tussen Washington en Caracas. Er gaan nog steeds deportatievluchten door tussen Washington en Caracas en daar is dus ook nog steeds een kanaal waarin gesproken wordt. De hoop op de-escalatie geven wij dus niet op. Daar dringen wij ook internationaal op aan, dus dat we elkaar op dat punt vinden. Tegelijkertijd geeft dat ons geen honderd procent zekerheid, ook omdat we die intenties niet kennen. Daarom zijn we ook nadrukkelijk in overleg met de eilanden, om te kijken wat nu voorstelbare scenario's zijn die wij voor ons kunnen zien en wat we daaraan kunnen doen. Ik zeg daar even bij dat we dat niet doen om paniek te creëren. Wij zien op dit moment — dat hebben we ook aangegeven in de antwoorden op de Kamervragen — geen acute dreiging voor de eilanden als gevolg van de acties die de Verenigde Staten nu nemen. Tegelijkertijd zou het vreemd zijn als we, nu dit speelt en nu deze spanning opbouwt, niet zouden nadenken over mogelijke scenario's. Daar gaat de minister van Defensie nog verder op in. Daar is niet alleen zijn ministerie bij betrokken; daar zijn de eilanden zelf, het ministerie van BZK, het ministerie van JenV en, daar waar het gaat om potentiële vluchtelingenstromen, ook AenM bij betrokken. Wij doen dus ons huiswerk. Wij vragen bij de Verenigde Staten aandacht voor de situatie waar we in zitten. Tegelijkertijd willen wij ook geen onderdeel worden van deze operatie. Dat maken wij ook duidelijk, zowel richting Caracas, via de diplomatieke kanalen die we daar hebben, als ook richting de Verenigde Staten. Wij maken duidelijk dat dit wat ons betreft een puur nationale VS-operatie is waar wij niet aan deelnemen. Dat geldt dus ook voor het gebruik van onze faciliteiten, maar daarover zal de minister van Defensie nog wat meer kunnen vertellen. Wij hebben ook daar heel duidelijk gemaakt waar onze grens ligt en waar niet. Dat brengt mij op de duiding van de VS-inzet. Ik snap dat daar veel vraagtekens bij zijn. Ook ik heb die. Eigenlijk ziet u dat ook in de beantwoording die wij hebben neergezet. Wij hebben op dit moment geen informatie waardoor wij de rechtvaardiging kunnen ondersteunen die de Verenigde Staten geven voor de aanvallen op deze drugstransporten. Dat is meteen ook zo ver als ik op dit moment ben en kan komen. Ik snap dat een uitspraak van mijn Franse collega wordt aangehaald, die hij volgens mij in een interview en marge van de Raad Buitenlandse Zaken heeft gedaan. Ik snap dat de Hoge Commissaris van de VN wordt aangehaald. We hebben het daar ook echt over gehad in EU-verband, maar zoals u ziet, zijn dat op dit moment de enige twee voorbeelden waarbij een stelliger uitspraak is gedaan dan dat er vraagtekens bij worden gezet. Wij sluiten ons wat dat betreft op dit moment aan bij de EU-consensus en de EU-CELAC-consensus. U kunt zich voorstellen dat de CELAC bestaat uit de landen in de regio, het Caribisch gebied en Latijns-Amerika. Daarmee was er een maand geleden een top in Colombia. Wij sluiten ons op dit moment dus aan bij die oproep om op te roepen tot de-escalatie en de oproep om zich te houden aan het internationaal recht. Dan waren er nog een aantal specifieke vragen daaromtrent.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik heb hier aangekondigd dat ik op dit moment niet zo heel veel verder ga dan in consensus. Dat is zoals het is neergeslagen in de beantwoording die ik net heb gegeven.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het recht werkt niet zo dat dingen onrechtvaardig zijn totdat ze aantoonbaar rechtvaardig zijn. Het gaat erom dat een land, in dit geval de Verenigde Staten, zich beroept op het artikel over zelfverdediging. Het land is gehouden daar dan ook een verantwoording bij te geven. De verantwoording die de Verenigde Staten nu geven, is dat de strijd tegen de internationale drugshandel een strijd van nationale veiligheid is. Ze hebben een aantal van die groeperingen aangemerkt als terroristische organisatie. Dat zijn allemaal onderdelen die bijdragen aan een verantwoording, maar het is voor ons nog niet voldoende om te zeggen: ja, dit is een rechtvaardiging die de toets van een rechter kan doorstaan. Die toets van een rechter is nog niet geweest. Daarin moeten we de Verenigde Staten als grote democratie het voordeel van de twijfel geven. Ook daar wordt er natuurlijk flink gediscussieerd, ook in de Amerikaans politiek en richting de Amerikaanse hoven, over hoe dit op dit moment te duiden. Dat proces wil ik heel graag afwachten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Omdat de Nederlandse regering altijd zorgvuldig omgaat met dit soort oordelen, zeker als het gaat om juridische oordelen, en zeker als ik niet alle feiten en informatie heb om uiteindelijk een oordeel te kunnen vellen. Daar staat de Nederlandse regering niet alleen in; dat doen wij met ongeveer alle landen, want er zijn slechts enkele voorbeelden waarbij er in enige vorm sprake is geweest van een harde veroordeling. Dat is voor mij op dit moment aanleiding om daarin voorzichtigheid te betrachten. Ik heb niet gezegd dat we Amerika het voordeel van de twijfel moeten geven in deze gevallen. Ik bedoelde dat we de democratie en het functioneren van de rechtsstaat van de Verenigde Staten hierbij het voordeel van de twijfel moeten geven. Ook deze discussies worden daar natuurlijk volop gevoerd. Ik ga er ook van uit dat er onderzoeken worden uitgevoerd naar alle inzet van geweld door de Verenigde Staten. Maar dat is in eerste instantie toch ook aan het land zelf, totdat we zien dat daar onvoldoende mogelijkheden toe zijn. Daar ben ik bij de Amerikanen niet van overtuigd.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik denk dat dat precies is hoe het moet lopen. Dit is in eerste instantie een inzet geweest van de Amerikaanse strijdkrachten. Die vallen onder de democratische controle van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Amerikaanse Senaat, en ze vallen onder de juridische controle van de Amerikaanse staat. Natuurlijk moeten daar incidenten worden onderzocht en moet er worden gekeken of er onhoorbare dingen zijn gebeurd. Bovendien hebben zij alle informatie die nodig is om zo'n oordeel uiteindelijk te kunnen vellen. Ik ga er dus van uit dat die onderzoeken hun weg vervolgen, net zoals wij dat ook doen, dus net zoals wij ook altijd onderzoek doen naar de inzet van onze krijgsmacht. Is het legitiem geweest? We laten het OM daarnaar kijken, en dan komt daar een oordeel uit. Ja, dat is wel het eerste proces dat nu moet worden doorlopen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nee, ik heb dat niet gezegd, "alleen maar na een rechterlijke uitspraak". Ik heb wel gezegd dat het nu in eerste instantie aan de Amerikaanse democratische rechtsstaat is om te kijken wat hier gebeurt. Dat gebeurt op politiek niveau en op juridisch niveau. Daar gaan we ongetwijfeld meer van horen, want Amerika is gewoon een democratische rechtsstaat, en dat is Rusland niet. En daarbij is er nu rechtvaardiging aan gegeven door hier wel een juridische grondslag voor te geven. Daar zijn vraagtekens bij. Die vraagtekens heb ik ook, maar dat leidt bij mij nog niet onmiddellijk tot het oordeel dat u nu wel van mij verlangt. Dat ga ik dus nu niet geven. Het evident targeten van burgerdoelen in Kyiv op dagelijkse basis door Rusland is echt een andere vergelijking. We weten dat Rusland daar nimmer en nooit onderzoek naar gaat doen en, sterker nog, daar alleen medailles voor uit zal loven.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik zit ook te denken aan "meer straight to the point", voorzitter, dus ik scan even welke specifieke vragen er nog gesteld zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Er was de vraag: hoe zit het met het luchtruim boven Venezuela en is dat nu gesloten door de VS? Dat kan niet. De Verenigde Staten kunnen niet het luchtruim van Venezuela sluiten; dat kan alleen Venezuela zelf. Maar de Amerikaanse luchtvaartautoriteit heeft wel een waarschuwing afgegeven voor het luchtruim. Wat de Amerikanen op dit moment doen, zie ik als verdere druk zetten. Dat heeft op dit moment geen effect voor het vliegverkeer naar de eilanden. Ook hier geldt wat mij betreft de afspraak die wij met de Verenigde Staten op alle verschillende niveaus hebben gemaakt. Laatstelijk sprak ik nog in Brussel met de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken. Daarbij zei ik dat wij niet wilden worden verrast door zaken die mogelijk effect hebben op onze eilanden. Dus vooralsnog zien we daarbij geen dreiging voor het vliegverkeer. Als het gaat om vissers voor de kust van Venezuela en om Nederlandse staatsburgers die naar Venezuela gaan, wil ik er wel op wijzen dat het reisadvies voor Venezuela, dus ook dat voor de wateren van Venezuela, sinds medio dit jaar op "rood" staat. Dat betekent: ga er niet heen. Het lijkt mij evident waarom we dat reisadvies naar "rood" hebben verhoogd. Nogmaals, dat geldt niet voor de eilanden. Op dit moment zien we geen acute dreiging voor de eilanden zelf. Dit is wat wij doen en wat de minister van Defensie zal toelichten, vooral in het kader van food and planning. Het FOL-verdrag. Is er door de Verenigde Staten al gevraagd om verlenging? Nee, dat is er op dit moment niet, dus er lopen ook nog geen gesprekken over. Maar we weten hoe met name Curaçao hierin staat. Dat zullen we natuurlijk ook meewegen tegen de tijd dat het zover komt. Over het gebruik van de bases kan ik, denk ik, kijken naar de minister van Defensie, ook voor de vraag hoe dat zich verhoudt tot het absoluut niet deelnemen aan deze nationale operatie. De heer Vermeer vroeg hoe wij aankijken tegen de VS-veiligheidsstrategie. Dat is een hele korte vraag waar ik een heel lang antwoord op zou kunnen geven. Dat debat gaan we, denk ik, ook nog voeren, want er staat nogal wat in deze strategie. Het ging u er nu specifiek om hoe de Verenigde Staten aankijken tegen de Western Hemisphere. We zien daar inderdaad een soort terugkeer naar de monroedoctrine, waarbij dit wordt gezien als hun sphere of influence, als hun nabijheid. Daarbij zeggen ze: we tolereren landen als Rusland en Iran daar dus niet. Of er sprake is van grootschalige aanwezigheid van Rusland en Iran, weten we niet, maar we hebben wel gezien dat Rusland in enige vorm steun voor Maduro heeft uitgesproken. We weten ook al langer dat er gesproken wordt over Iraanse aanwezigheid in enige mate in Venezuela. Dit zijn, samen met China, natuurlijk de twee regimes waar Maduro zich aan heeft opgetrokken en waarbij hij zijn steun heeft gezocht. Ongetwijfeld is dat onderdeel van een beweging die de Verenigde Staten zouden willen beëindigen. Ik denk dus dat dit, naast de aanpak van de drugs en de afkeer van de heer Maduro zelf, wel degelijk op de Amerikaanse agenda staat, maar ik vind het moeilijk om te duiden hoe dat zich verhoudt tot de manier waarop de acties gaan lopen. Hoe staan wij daar dan in? Ik denk dat wij wel degelijk een bondgenoot van de Verenigde Staten in het Caribisch gebied zijn, niet in de zin dat ze van ons verwachten dat wij overal bijdragen aan deze beweging, maar wel in de zin dat ze onze aandacht vragen voor invloed die deze landen, met name, willen uitoefenen in het Caribisch gebied. Daar hebben we met uw Kamer in het verleden — dat was niet ik, maar dat waren mijn voorgangers — ook over gesproken. Dat ging ook over zeer grote Chinese consulaten op hele kleine eilanden en over de noodzaak om investeringen in het Caribisch gebied goed te bezien. Zo moet u de samenwerking daar dus zien, denk ik. Die samenwerking is dus intensief maar zeker niet dwingend en gaat ook niet in tegen onze eigen belangen in het Koninkrijk daar. Dat was het blokje intenties Verenigde Staten en internationaal recht, denk ik. Dan gaat mijn volgende blokje over wat wij nu doen met de eilanden en wat onze inzet in het Koninkrijk is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Eigenlijk is dit het laatste grote. Daarna heb ik nog heel kort wat over de relatie met Venezuela. Er werden een aantal vragen gesteld over de vluchtelingenstroom. Daarna komt overig, maar ook dat is een heel dun mapje. Het merendeel van de vragen was wel aan mij gesteld, denk ik, dus als we kijken naar de tijdsindicatie, dan hoop ik dat dat …
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Eigenlijk is het hoofdpunt daarin — daar gaan de meeste fiches over — hoe we communiceren met de eilanden, wat we nu doen aan voorbereidingen en wat we daarmee doen. Dat tweede deel laat ik voor een groot deel bij de minister van Defensie. Voor het eerste deel, de communicatie, heb ik zelf het voortouw genomen om namens het kabinet de lijnen te openen, zowel met de gezaghebbende Rijksvertegenwoordiger op Bonaire alsook met de minister-presidenten van de drie landen en ook de gouverneurs. Inmiddels hebben wij, dan wel wekelijks, dan wel tweewekelijks, dus een korte call, waarin ik vertel wat ik aan informatie heb opgehaald, ook uit diplomatieke kanalen en uit contacten met de Verenigde Staten, waarin vanuit de landen opkomt wat hun is opgevallen, wat daar leeft en wat daar in de media komt, en waarin inmiddels ook wordt gesproken over welke stappen kunnen worden genomen in voorbereidingen; dat wordt dan verder weer opgepakt door de vakdepartementen, waaronder Defensie. We hebben daar dus een systematiek voor, waarmee we er in ieder geval voor kunnen zorgen dat we de boodschappen op elkaar afstemmen. Er werd gevraagd om Sint-Maarten namens alle eilanden hier gesprekken te laten voeren, maar dat gebeurt dus ook telefonisch en op hele regelmatige basis. Ik heb gezegd — nietwaar? — dat ik dag en nacht bereikbaar ben op het moment dat er acute vragen spelen; dat meen ik ook. Ik denk dat op dit moment het belangrijkste is dat wij ons rekenschap geven van de gevoelens die daar leven, dat we waar mogelijk de rust kunnen bewaren door inzicht te geven in wat wij weten over wat de komende ontwikkelingen zijn en dat we tegelijkertijd datgene wat we kunnen doen op de achtergrond opzetten. Is het niet voor nu, dan is het zeker niet verkeerd om in ieder geval de crisisplannen naar een hoger niveau te kunnen tillen, ook op de eilanden. Dat is inmiddels ook onderdeel van onze weerbaarheid. De bijstandsverzoeken en de hulp laat ik verder aan de minister van Defensie. Dat geldt ook voor weerbaarheid in den brede. Wordt de informatie volledig en zonder vertraging gedeeld? Ja, absoluut. Dat is nou juist onderdeel van de structuur die is opgezet om ervoor te zorgen dat iedereen op hetzelfde vlak zit.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nou, dat laatste hoop ik zeker. Ik denk dat we ons goed moeten realiseren dat we hier veraf zitten van het gebied aldaar en dat bijvoorbeeld het varen van twee Amerikaanse schepen, die zichtbaar zijn vanaf de eilanden, natuurlijk indruk maakt op de bevolking daar. Dan kunnen wij vanuit hier zeggen dat wij hierin nog geen indicatoren zien die ons moeten leiden tot paniek, maar dat vereist wel nauwe communicatie. Ik heb, denk ik, de frequentie opgeschroefd om zelf ook dit soort signalen op te kunnen pakken, zodat we daar ook sneller op kunnen reageren. Daarom ben ik ook blij met dit debat, niet alleen om met u in gesprek te kunnen gaan, maar omdat dit debat natuurlijk ook gevolgd zal worden op de eilanden, houvast geeft voor eenduidige communicatie en ook weergeeft dat we hier gezamenlijk in staan en dat het niet de eilanden on their own zijn. Dit is wel degelijk iets wat we als Koninkrijk oppakken, ook in de relatie met landen in het gebied zelf. Ik heb zelf hierover gesproken met mijn Mexicaanse collega, tijdens het staatsbezoek natuurlijk met mijn Surinaamse collega en ook met Ecuador en Brazilië. We zorgen dus dat we goed aangehaakt zijn bij wat de landen in die regio en de wat grotere landen zien gebeuren en wat hun vrees is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, absoluut. Daar zal de minister van Defensie meer over zeggen daar waar het gaat om de samenwerking in het gebied. Ik schuif veel naar u toe, collega! We hebben daar, ook met die landen, natuurlijk een langdurige samenwerking, ook in het kader van de drugsbestrijding. Daar trekken we natuurlijk nauw mee op, want ook die landen zijn niet betrokken bij deze operatie en willen die operatie niet. Dus natuurlijk trekken we daar nauw mee op in hoe we dat doen en hoe we daarin één lijn trekken. Ik heb nauw contact met mijn collega's uit die landen om te kijken of we daar meer informatie kunnen ophalen; ik zie ze wekelijks. Tot nu toe is mijn indruk dat we allemaal op dezelfde informatiepositie zitten. Dat sterkt weer dat gevoel van die strategische ambiguïteit: ofwel het is niet duidelijk waar eventuele plannen eindigen — dat is zeer wel denkbaar — ofwel dat wordt bewust in het midden gelaten. Ik denk dat dit mijn kopje Koninkrijk was, buiten alle praktische voorbereidingen et cetera en de praktische samenwerking met de VS. Die laat ik aan de collega van Defensie. Dan de relatie met Venezuela. Over het reisadvies heb ik het eigenlijk al met u gehad. Dat is op dit moment "rood", overigens niet alleen vanwege deze spanningen, maar natuurlijk ook omdat wij het regime van president Maduro niet erkennen en omdat er risico is op arbitraire detentie voor Nederlandse staatsburgers. Dus ook bij dezen de oproep om daar niet heen te reizen, ook niet als u denkt dat dit noodzakelijk is, want dat kan u grote problemen opleveren. Daarnaast zetten we ons natuurlijk al langjarig in voor de bevolking van Venezuela zelf. Ik heb zelf recent gebeld met de Nobelprijswinnaar, mevrouw Machado, die nu ondergedoken zit in Venezuela. Het is een bijzonder dappere vrouw, met natuurlijk heel veel hoop voor de bevolking, met ontzettend veel potentie en ontzettend veel natuurlijke rijkdommen, die onder een ander regime en een ander bewind echt een hele andere toekomst zou kunnen hebben. Die hoop blijven we allemaal houden. Tegelijkertijd hebben we gezien dat de meeste van de afgelopen vier oppositieleiders, waarvan wij vinden dat zij de verkiezingen hebben gewonnen of zouden hebben moeten winnen, Venezuela uiteindelijk hebben moeten verlaten. Nu is er grote druk op het regime door de Verenigde Staten, nog steeds gecombineerd met een open gesprek. Trump en Maduro hebben met elkaar gesproken. Ik ga ervan uit dat dat wellicht nog een keer gebeurt. Dus ja, wij zullen ons blijven inzetten voor druk op het regime van Maduro zoals wij dat doen, met sanctielijsten et cetera en tegelijkertijd het ondersteunen van de bevolking zelf in haar levensvatbaarheid. Dat is naadloos de overstap naar de vluchtelingenstroom. Ik moet eerlijk zeggen dat als ik spreek met buurlanden van Venezuela of een land zoals Suriname, ik hoor dat de zorgen daar een stuk groter zijn. De capaciteit op de eilanden is immers natuurlijk zeer beperkt. Daar zullen wij als Nederland echt moeten bijspringen als daar significante vluchtelingenstromen naartoe zouden komen. Maar de grootste stromen als het in Venezuela echt mis zou gaan, zullen natuurlijk over land gaan, omdat dat altijd de makkelijkste weg is om het land te verlaten. We hebben dus contact met de landen in de regio en ook met de eilanden. Vanuit het ministerie van Asiel en Migratie is er onlangs een missie geweest met een conferentie op Bonaire om te kijken welke tekorten daar zijn in de keten. Daar kunnen we een heleboel aan doen, maar als dat echt zou gebeuren, hebben we vanuit Nederland gewoon heel veel ondersteuning te bieden. Dan zullen we kijken hoe we dat oppakken. Ik benadruk dat er op dit moment geen indicatie is dat er grote vluchtelingenstromen op komst zijn als gevolg van deze acties. Dan heb ik nog een paar overige punten. Het gaat over de beantwoording van de vragen. De heer Bamenga zei het, maar ik neem aan dat het gaat om de vragen die de heren Ceder en Dijk hebben ingediend. De antwoorden komen er zo spoedig mogelijk aan. Mijn excuses dat het niet is gelukt voor het debat van vandaag.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik ben in beide gevangenissen geweest, dus ik ken de faciliteiten goed. Die zijn beperkt, zeker in het geval van Bonaire. Het is een klein eiland. Als je daar in een keer honderden vluchtelingen binnen zou krijgen in een aantal dagen, dan loopt het daar snel over de schoenen. Er worden noodscenario's uitgewerkt met de IND, met de marechaussee en met het Korps Politie Caribisch Nederland om te kijken: wat doen we dan? En ja, dan kan dat niet alleen op een eiland als Bonaire rusten. Dat gaat de capaciteit ver te boven.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik heb gezegd dat er nauwe banden zijn tussen Maduro, het regime, Iran en Rusland. China noemde ik er ook nog bij in een schil daarna. Ik weet zeker dat dat de VS een doorn in het oog is, niet alleen maar vanwege hun rol in de drugshandel. Laat ik het volgende nog even zeggen. Die strijd tegen de drugs is ze wel menens en daar is ook alle reden toe. Er is een enorme, explosieve toename in de productie van cocaïne en dat gebeurt voor het overgrote deel in Zuid-Amerika. Ja, er zijn criminele netwerken, vermoedelijk gesteund door statelijke actoren, die een rol spelen in de verspreiding daarvan. We zien onder andere in de Verenigde Staten dat dat ook daadwerkelijk leidt tot doden in de straten. Ik zei het al: er zit echt een verwevenheid tussen geopolitiek, drugshandel en de invloedssfeer van de Verenigde Staten zoals zij die in hun doctrine hebben gezet. Directe repercussies voor de eilanden en voor het Koninkrijk als zodanig zie ik daarin niet. Maar ik deel die observatie wel.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik zal kijken of ik die voor de tweede termijn voor u kan vinden. Ik heb goede connecties met Bonaire.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Als het gaat om acute dreiging voor de eilanden, dan zou die niet komen vanuit de Verenigde Staten. Die zijn er niet op gebrand om onze eilanden aan te vallen. De dreiging zou komen vanuit Venezuela. We weten — een aantal van u heeft dat genoemd in uw introducties — dat er van oudsher argwaan is vanuit Venezuela tegen Nederland en tegen de aanwezigheid van het Koninkrijk rondom Venezuela. Op dit moment is onze inschatting dat het regime van Maduro niet gericht is op verdere escalatie. Dat getuigt ook het feit dat deportatievluchten doorgaan vanuit de VS, dat Maduro contact zoekt met de regering-Trump en dat Chevron daar nog gewoon actief is in de olievelden. Al deze bewegingen duiden erop dat wij niet zien dat die acute dreiging bestaat richting onze eilanden. Dat is de achtergrond van de analyse.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat is onderdeel van de scenario's die we verkennen. Dit hangt wel heel nauw samen met uw vorige vraag. Op dit moment zien wij geen acute dreiging tegen de eilanden. Een heel groot deel van de economische activiteit van de eilanden hangt nu samen met toerisme. Dat wij die acute dreiging niet zien, is een duidelijk signaal. Daarom is er wat ons betreft ook geen reden om de economische activiteit, die zo belangrijk is voor de eilanden, te doorkruisen. Dat blijkt op dit moment ook nog niet. Ook Amerikaanse toeristen komen nog in groten getale naar Aruba. Mijn boodschap is dus dat er geen acute dreiging is. We houden dit nauwlettend in de gaten. We hebben nauwe contacten met de Verenigde Staten. De voorbereidingen die wij treffen, zijn echt "what if"-scenario's. We denken namelijk na wat we kunnen doen, mocht zich een noodgeval voordoen. Daar hoort natuurlijk ook het scenario bij dat er logistieke ondersteuning nodig is of dat er een dip in het toerisme is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het volgende is er gebeurd. Er zijn ontzettend veel contacten op dit moment. Je hoeft niet voor alles ter plekke te zijn in het Caribisch gebied. Ikzelf heb een uitstekende vertegenwoordiging vanuit Buitenlandse Zaken, die ook aanwezig is bij alle calls die ik doe met de eilanden en de landen. Die fungeert als een postillon d'amour richting de Nederlandse overheid. Datzelfde geldt natuurlijk voor de minister van Defensie, die daar zijn Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied heeft. Die is ook aanwezig bij deze calls en weet wat er speelt. Dan wordt er — ik noemde al even het migratiebezoek aan Bonaire — op basis van de verzoeken die er liggen en die er komen of de behoeften die er zijn, gekeken welke specialisten nu naar een of alle drie van de eilanden zouden moeten om te komen helpen bij de verdere inventarisatie. Verder laat ik de militaire presentie even aan de minister van Defensie.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Er zijn niet veel vragen gesteld. Ik wil vooral danken voor het debat hier. Wat ik hieruit meeneem, is dat wij eerder proactief hadden kunnen communiceren, ook over dingen die we al deden. Ik merk op dat we weliswaar direct communiceren met de gezaghebber en met de premiers, maar dat dit soort debatten natuurlijk helpen, ook voor de bevolking daar te plekke, om meer te weten te komen over waar we zitten en waar we tegen aankijken. Zij zien dan ook dat het Nederlandse parlement en de Nederlandse regering betrokken zijn bij de situatie daar. Dat neem ik ter harte. We zullen bekijken wanneer en op welke momenten wij daar in de toekomst proactief over kunnen communiceren. Als het gaat over de antwoorden op de vragen over de rechtvaardiging, dan blijf ik toch bij wat ik in eerste termijn heb gezegd. Wat mij betreft is het nu in eerste instantie aan de checks-and-balances van het Amerikaanse democratische rechtsbestel om te kijken naar de rechtmatigheid van deze acties. Daar ligt ook alle informatie. Het Amerikaanse congres heeft ook toegang tot al die informatie, al dan niet in vertrouwelijke setting. Dat geldt ook voor de Amerikaanse overheidsinstanties. Dat proces zullen wij nauw volgen. Dat doen we overigens ook in EU-verband. Ondertussen ontslaat ons dat niet van de oproep tot het vasthouden aan het internationaal recht. Die oproep doen we expliciet. We hebben die oproep ook in EU-verband en EU-CELAC-verband gedaan aan de Amerikaanse regering. Het moge dus al een paal boven water staan dat wij daar belang aan hechten. Dat is wat anders dan dat wij in elk geval eraan gehouden zijn om direct zelf een juridisch oordeel te vellen, ook als we daartoe niet de informatie hebben en de Amerikanen ook niet verplicht kunnen worden om bijvoorbeeld geclassificeerde informatie aan ons te overhandigen in dat kader. Maar wij volgen dit nauw en zullen dat ook doen samen met onze Europese bondgenoten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat vind ik moeilijk, omdat we hier allemaal in de mist lopen. Het kan dus zomaar zijn dat deze situatie nog een maand doorgaat zonder enige verandering. Dan is er weinig aanleiding om te komen met informatie. Het kan echter zomaar zijn dat er in de komende twee weken hele grote veranderingen zijn. Kunt u ons dus enige ruimte laten? Dan zullen de minister van Defensie en ik proactief naar u toe komen op het moment dat wij wijzigingen in het normbeeld zien, net zoals we vandaag met uw Kamer informatie hebben gedeeld en gewisseld.
Bron, video en gesprek →