het bericht dat duizenden ondervoede kinderen dreigen te sterven in een belegerde stad in Sudan
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Voorzitter. Dank voor de inbreng in de eerste termijn over dit zo belangrijke conflict, waarin zo veel leed gaande is. Zojuist is in het Vredespaleis de jaarlijkse Mensenrechtentulp uitgereikt aan het Sudanese mediumhuis Ayin Network. De tulp is een erkenning van de Nederlandse overheid voor mensenrechtenverdedigers en wordt in principe uitgereikt door de minister van Buitenlandse Zaken. Vanwege dit debat kon ik dat helaas niet zelf doen, maar ik heb wel zelf de keuze voor Ayin Network gemaakt. Dat heb ik met overtuiging gedaan, omdat de situatie in Sudan brede aandacht verdient en de organisatie ongelofelijk moedig en relevant werk doet. Het is een van de weinige nieuwsorganisaties die reportages weet te maken in het hart van het oorlogsgebied in Sudan, zoals ook recent over ontvoeringen van burgers door de Rapid Support Forces. In de rapportage is te horen hoe een strijder familieleden telefonisch waarschuwt om snel met losgeld over de brug te komen. "Anders is één kogel genoeg om hem te doden", zei hij. Het is slechts een van de vele verschrikkingen die ook door u zijn aangehaald en die al langer dan twee en een half jaar in Sudan plaatsvinden. De strijdende partijen vallen hulpverleners aan en bezondigen zich aan seksueel geweld, executies en gedwongen rekrutering van jongeren. Als gevolg van de strijd heeft meer dan de helft van de bevolking te maken met acute voedselonzekerheid. Ruim 14 miljoen Sudanezen zijn hun huis ontvlucht, van wie bijna 4,5 miljoen ook nog het land hebben verlaten. Een recente tragedie zoals door veel leden aangehaald, is natuurlijk de val en inname van Al-Fashir, de hoofdstad van de oostelijke Sudanese regio Noord-Darfur, na een belegering van achttien maanden. De stad was in de regio het laatste bastion van de Sudanese Armed Forces, en de inname ging gepaard met grootschalig, vaak etnisch gemotiveerd geweld. Het precieze aantal doden is moeilijk vast te stellen, maar zeker is dat er enorme slachtpartijen hebben plaatsgevonden. De militie zette daarnaast bewust seksueel en gendergerelateerd geweld in, wat helaas een continuüm blijkt te zijn in deze strijd. Op dit moment zijn er zorgen over gewelddadig optreden van de RSF in de oostelijk van Darfur gelegen provincies Noord-, West- en Zuid-Kordofan. De RSF rukt daar op. Deze week wist de militie het olieveld Heglig in West-Kordofan te veroveren. Daarmee heeft de RSF de hele provincie in handen. Ook houden we de situatie rondom Tawila, op zo'n 60 kilometer ten westen van Al-Fashir, in de gaten. Daar bevinden zich naar schatting zo ongeveer 650.000 burgers, onder wie velen die eerder Al-Fashir zijn ontvlucht. In reactie op dit geweld zet Nederland zich stevig in voor het bieden van humanitaire hulp. Daarover zal mijn collega-bewindspersoon zo meer zeggen. We maken ons ook hard voor pogingen om het conflict te beëindigen. Dat doen we zo veel mogelijk in EU-verband, vanuit de overtuiging dat we zo effectiever invloed kunnen uitoefenen op de strijdende partijen en hun partners. Op ons initiatief is bijvoorbeeld een EU care groep voor Sudan opgericht. Ook behoren we tot de sterke pleitbezorgers voor aanvullende sancties, waaronder de recent aangekondigde EU-sancties tegen de plaatsvervangend bevelhebber van de RSF. We blijven onze aanjagende rol vervullen. Nog vorige week organiseerden we op de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel een bijeenkomst met gelijkgezinde landen over onze gezamenlijke inzet rond Sudan. Maar we moeten ook realistisch zijn over onze slagkracht, en dat heb ik ook van een aantal van u gehoord. Het meest kansrijke initiatief op dit moment om het geweld te stoppen, is het samenwerkingsverband de Quad, met de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saudi-Arabië. Al deze landen hebben in enige mate invloed op de strijdende partijen, die ze kunnen aanwenden om een humanitair staakt-het-vuren te bereiken en aan te jagen tot een politiek proces dat uiteindelijk moet leiden naar een transitie naar civiel bestuur. Wij zetten ons ervoor in dat ook de EU nauwer met dit initiatief samenwerkt. Daarbij zou de EU vanuit eigen expertise en kracht zich kunnen richten op ondersteuning van civiele partijen om een aandeel in die politieke transitie te nemen. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat het vredesproces echt een kans krijgt en een grote variatie aan Sudanese stemmen wordt gehoord. Daarnaast zetten we ons in op straffeloosheid. Dat doen we met name door het steunen van organisaties die in Sudan bewijsmateriaal verzamelen ten behoeve van toekomstige zaken in het Strafhof. Een fact-finding mission die door een aantal van u werd genoemd, speelt daarin een cruciale rol. Mede door onze inspanning is het mandaat daarvan recent verlengd. Na de val van Al-Fashir hebben we ook in de Mensenrechtenraad een speciale zitting bepleit om deze missie specifiek onderzoek te laten doen naar het geweld daar, zodat de daders van deze gruwelijke slachtpartijen kunnen worden bestraft. Ook persoonlijk probeer ik me maximaal hard te maken voor verbetering van de situatie in Sudan, of dat nu in de EU is, in de Mensenrechtenraad of in de AVVN, vooral door heel veel diplomatie en heel veel stille diplomatie. In de afgelopen periode, in de afgelopen week nog, heb ik gesproken met collega's van Kenia, Saudi-Arabië, Angola, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten en met meerdere Europese collega's. Steeds benadruk ik daar het belang van humanitaire toegang, een staakt-het-vuren en een inclusief vredesproces en civiel bestuur. Ik zal nu iets meer toelichten, in mijn eerste blokje, hoe de diplomatie daar er naar mijn mening uitziet. Daarna zeg ik wat over de sancties en dan heb ik nog een aantal overige vragen. De Nederlandse inzet op het gebied van diplomatie. Wat we moeten beseffen, is dat het conflict in Sudan enorm complex is en enorm veel verschillende partijen en invalshoeken heeft, niet alleen in Sudan, maar ook door vele belanghebbenden van buiten Sudan die op enigerlei wijze bijdragen aan het in stand houden van deze strijd door een van de beide partijen te steunen, hetzij economisch, hetzij militair. U heeft daar in uw verschillende inbrengen ook in verschillende mate op geduid. Je zult deze partijen uiteindelijk rond de tafel moeten krijgen om hun kracht en hun inzet te richten op het beëindigen van de strijd die daar gaande is. Met niet alle partijen zal dat lukken. Ik noem partijen als Rusland, Iran en China, die ook een rol spelen in dit conflict. Ze zijn niet genoemd vanavond, maar er zit wel degelijk ook een vinger van deze partijen in. Daarvan hoeven we niet te verwachten dat zij een constructieve rol zullen spelen tot beëindiging van het conflict. Dat brengt ons terug bij wat ik eerder zei over de Quad: de Verenigde Staten, Egypte, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Uiteindelijk zijn dit de landen die de nauwste banden hebben met beide strijdende partijen, die de grootste belangen hebben en die, met de VS aan boord, de grootste kracht hebben om hier uiteindelijk een doorbraak te kunnen forceren. Ik zeg met degenen die daarnaar vroegen dat ook ik hoop, en dat ik signalen krijg, dat de Verenigde Staten zeer binnenkort de aandacht weer willen richten op het beëindigen van het conflict in Sudan. Er wordt veel gedaan op het moment in Washington. U ziet dezelfde personen in verschillende conflicttaferelen terugkomen om te proberen daar een rol te spelen. Ik noem maar het conflict in Gaza, de oorlog in Rwanda en natuurlijk de onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland, geleid door weer de Verenigde Staten. Er wordt enorm veel gedaan aan diplomatie. Er wordt enorm veel kracht in gestopt, maar er is ook nadrukkelijk aandacht gevraagd door de andere landen uit de Quad om nu ook een doorbraak te forceren in Sudan. Wat dat betreft heeft, hoe tragisch ook, de slachting in Al-Fashir wel de ogen geopend. Ik heb ook in mijn contacten met mijn collega van de Verenigde Arabische Emiraten een zeer grote wil gevoeld tot het komen tot een staakt-het-vuren, waarbij de druk ook op de RSF is gelegd om tot een staakt-het-vuren over te gaan. Daar zijn we nog niet. Dat vereist uiteindelijk ook van de andere kant een serieuze toenadering en uiteraard heeft de RSF geen goede geschiedenis daar waar het gaat om onderhandelingen of om het nakomen van akkoorden die in het verleden zijn getekend, dus die blijvende aandacht van de Quad zal ook na het staakt-het-vuren nodig zijn om het politieke proces op gang te brengen. Ik zie dat echter wel als de meest kansrijke manier om daar een bijdrage aan te leveren. Wat ik doe door deze contacten te leggen als stakeholder die hier van een afstand vanuit de EU naar kijkt, maar wel goede banden onderhoudt met alle leden van de Quad, is kijken waar ik de overeenkomsten kan vinden: waar komen de belangen overeen, waar liggen de twistpunten en kan ik daar dan een rol in spelen? Ik denk dat dat uiteindelijk de meest constructieve rol is die ik kan spelen namens ons Koninkrijk om hier een bijdrage aan te leveren, om die partijen, die uiteindelijk toch met elkaar om de tafel moeten gaan zitten, zo snel mogelijk naar hetzelfde pad te brengen. Ik maak me geen enkele illusie dat uiteindelijk de enorme kracht van de VS nodig zal zijn om die partijen daadwerkelijk te dwingen om een handtekening te zetten onder een staakt-het-vuren en een politiek proces dat daar moet gaan komen. Ik hoop ook daadwerkelijk dat die zo gewenste aandacht er komt. Ik denk dat we als Europese Unie, maar ook als Nederland, in de fase daarna, als we een transitie naar een civiel bestuur krijgen, een veel grotere rol kunnen spelen. Dan moeten alle Sudanese stemmen een rol zien te krijgen. Natuurlijk moet er ook perspectief gecreëerd worden, zowel humanitair op de hele korte termijn als economisch op de langere termijn, om het land bij elkaar te houden en om te voorkomen dat conflicten opnieuw uitbreiden. Ik denk dat ik dan nu overschakel van de diplomatie naar de sancties, tenzij hierover op dit moment nog vragen zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik rapporteer alleen op hoofdlijnen over deze gesprekken. Het is niet voor niks dat zij buiten de Wet open overheid en de informatieplicht vallen. Dat is omdat diplomatie juist vereist dat je elkaar achter gesloten deuren kunt spreken. Daar kun je elkaar namelijk meer zeggen dan je in het openbaar zou doen. Natuurlijk heb ik daar ook de rol die zij kunnen spelen en de invloed die zij moeten aanwenden om dit conflict tot een einde te brengen, ter sprake gebracht. Tegelijkertijd kan dat niet de enige inhoud van een gesprek zijn, want dan wordt de telefoon de volgende keer niet opgenomen. Soms proef ik in deze Kamer het idee dat zolang wij als Nederland alle landen maar vertellen wat zij moeten doen, dat dan automatisch werkelijkheid wordt. Sorry, maar dan kan ik binnenkort meer tijd met mijn kinderen doorbrengen, want dan wordt de telefoon niet meer opgenomen en speel ik geen enkele rol. Ik speel dat diplomatieke spel. Het is geen spel: ik speel het diplomatieke handwerk. Ik zorg dat ik contact leg met alle partijen en een constructieve rol kan spelen in de richting van een oplossing.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nee!
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, dat is onderdeel van de brede relatie en van dat gesprek.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan worden we juist serieus genomen. Op het moment dat er geen bredere relatie meer is en er geen belang meer is voor de Verenigde Arabische Emiraten om met ons in dialoog te zijn, omdat wij handelsbanden doorknippen of alleen maar inzetten op sancties, dan wordt, zoals ik zei, de telefoon niet meer opgenomen. Dan wordt onze invloed heel snel nul. In diplomatie gaat het niet alleen maar over sancties en over landen aanspreken over wat we niet willen. Het gaat ook om het bouwen van een bredere relatie. Daarin kun je, net als in vriendschappen, van elkaar makkelijker de waarheid hebben. In zo'n relatie beseft de tegenpartij waarmee je onderhandelt dat het ook in zijn belang is om een stap naar voren te doen in de richting van degene die iets vraagt. Wij willen degene zijn die iets vraagt. Dat willen we in het belang van Sudan. Dat betekent dat er aan de andere kant, bij de VAE, ook een belang moet zijn om ons daarin serieus te nemen en om bereid te zijn voor ons een stap te doen. Dat kan juist als we een brede relatie hebben. Mijn antwoord is dus dat het juist in het verlengde van elkaar ligt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dit zijn de muis en de olifant die over de brug lopen, waarbij de muis zegt: wat stampen we lekker, hè? Wij zijn wel Nederland. Natuurlijk zien we niet morgen een effect in een conflict met zo veel belangen en zo veel complexiteit. Natuurlijk zien we niet dat het stopt als ik twee keer met mijn collega bel en zeg dat wij dit onwenselijk vinden. Dat hebben de Verenigde Staten in de Quad ook nog niet voor elkaar gekregen. Maar je moet wel een traject uitwerken met elkaar. Je moet die relatie bouwen — dat doen de VS overigens uiterst behendig met partijen — om te zien waar de belangen liggen en waar partijen elkaar uiteindelijk vinden. Als niet een van de twee partijen dit conflict militair verliest, dan zul je uiteindelijk tot een politiek compromis moeten komen. Daar heb je dus al die partijen voor nodig. Dat mis ik een beetje in dit debat, waarin het er vrij eenzijdig over gaat dat er vrede uitbreekt als de VAE maar stoppen met het steunen van de RSF. Ik kan u garanderen dat dat niet zo is. Er zijn ontzettend veel partijen hierbij betrokken. Er zijn hier ontzettend veel belangen gaande. Je zult die allemaal om een tafel moeten krijgen en allemaal tot overeenstemming moeten krijgen, want anders bereik je niks.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, maar dat is ook niet mijn antwoord. Mijn antwoord is dat je een brede relatie nodig hebt, omdat je anders geen relatie hebt. Je kunt niet een relatie hebben waarin je iemand alleen maar in elkaar slaat en dan verwacht dat die persoon van je houdt en niet wegrent. Zo werkt het niet. Je moet een stevige boodschap kunnen brengen op een fundament van een goede relatie. Anders speel je geen rol. Ik denk dat we dat hier in het oog moeten houden. Dat probeer ik althans. Ik ben zelf niet verantwoordelijk voor die economische relatie — daar hebben we de staatssecretaris voor — maar ik heb wel die brede relatie nodig om mijn werk, dat gericht is op het dichterbij brengen van een einde van dit conflict, met al die landen te kunnen doen. Ik kan al die collega's van de Quad bellen en appen om te kijken of ik daar een rol in kan spelen. Dat doe ik meerdere keren per week. Dat is de rol die ik probeer te spelen. Tegelijkertijd moeten we de strijdende partijen hard aanpakken en moeten we de sancties voor geheel Sudan uitbreiden, maar daar kom ik zo op. Nu "blanket" wapenexportsancties opleggen aan Turkije, aan Egypte, aan de KSA en denken dat daar iets uitkomt en dat we een partij als Egypte of Turkije niet nodig hebben om bijvoorbeeld het vredesplan in Gaza naar een volgende fase te krijgen, is compleet tekortdoen aan de realiteit zoals die is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: We moeten het einddoel niet uit het oog verliezen. Daarin zitten we allemaal op één lijn. Van links tot rechts in de hele Kamer, iedereen wil een einde aan dit conflict. Het enige verschil dat ons kenmerkt, is hoe je daar komt. Welke rol kunnen we daarin spelen? Hoe kunnen wij bijdragen aan een einde van dat conflict? Als ik de Verenigde Staten van Amerika was, zou ik een hele andere rol kunnen spelen dan ik kan als minister van Buitenlandse Zaken van Nederland, omdat ik minder grote carrots en minder grote sticks heb. Uiteindelijk is dat de kern van diplomatie: je probeert met carrots en met sticks partijen bij elkaar te brengen. Maar ik heb er niet nul. We hebben carrots, want we zijn een belangrijke handelspartner voor een heleboel landen die een rol spelen in dit conflict of die daar belangen bij hebben. Die kunnen we dus inzetten. Dat is ons ticket naar binnen om ook lastige gesprekken te voeren en om te zeggen: kan ik twee partijen, twee landen bij elkaar brengen die compleet diametraal tegenover elkaar staan om te kijken of er iets van een gemene deler is? Dát is de rol die ik probeer te spelen. Je kunt dit ook als EU als geheel proberen te doen, maar dat is alweer veel lastiger, omdat er tussen die 27 landen dan ook weer overeenstemming moet zijn over het mandaat. Daarom zitten we in de EU helaas vaak in een situatie waarin we ofwel statements uitbrengen en onze zorgen uitspreken — dat is nodig, maar verandert niet heel veel aan de situatie — ofwel heel snel in de sanctiehoek terechtkomen. Die sanctiehoek is er ook en die moet er ook zijn. Daarom hebben we tijdens de laatste Raad Buitenlandse Zaken de tweede man van de RSF op de lijst gezet en ik heb ervoor gepleit om zowel de top van de SAF als van de RSF verder te sanctioneren. Daar gaan we in de volgende RBZ hopelijk resultaten van zien. Ik heb daar geen weerstand tegen gevonden, maar voor sancties tegen bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten is nu nul draagvlak binnen de EU.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Een drukmiddel kan ook het inzetten van je goede relatie om gesprekken te voeren zijn, dus dat je zegt: "Zorg nou dat je naar die onderhandelingstafel komt. Kunnen we hier niet gaan zitten? Waarom doe je hier geen water bij de wijn? Waarom leg je geen druk op RSF?" Dat zijn ook sticks. Dat soort gesprekken kan ik alleen maar voeren omdat ik er een carrotrelatie tegenover heb staan. Als een collega mij zou bellen en mij alleen maar komt vertellen wat ik verkeerd doe in mijn land, neem ik die niet meer op. Maar als een buurland waarmee ik een grote economische relatie met afhankelijkheden heb dat doet, ga je serieus nadenken, zo van: "hoewel ik geloof in wat wij hier doen …" In al die landen gelooft men nou eenmaal dat men dit moet doen. En dan kun je over je eigen schaduw heen stappen en gaan spreken over hoe je dat nader bij elkaar brengt. Dus sticks is niet alleen maar meteen naar het sanctiemiddel grijpen. Bovendien moet je, als je dat dan doet, ook beseffen dat je daarmee ook een deel van die relatie beschadigt. Dat gaat weer ten koste van de gesprekken die je kunt hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Tuurlijk zijn wij voor het handhaven van wapenembargo's, maar daar zal de staatssecretaris, die daarvoor verantwoordelijk is, ook op terugkomen. Dat is het punt niet. Mijn punt hier is wel dat ik vind dat je dit complexe conflict niet kunt uitkoken tot "we moeten nu de VAE sanctioneren en daarmee brengen we het einde van dit conflict dichterbij". Zo werkt het niet en dat is ook niet de sleutel tot dit conflict. Er zijn ontzettend veel landen die hier aan allerlei touwtjes trekken en die hier belangen hebben bij ofwel de RSF ofwel de SAF. Die belangen kunnen economisch zijn. Die zijn ideologisch, die zijn politiek, die zijn etnisch. Die lopen langs allerlei breuklijnen. Ik vind de simplificering van "laten we de VAE sanctioneren" dus contraproductief en ontijdig. Bovendien is dat een van de partijen die een constructieve rol moet gaan spelen in die Quad.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Die twee dingen bestaan naast elkaar. Overigens heeft uw Kamer er in grote meerderheid mee ingestemd dat deze onderhandelingen moeten gaan plaatsvinden. Ik sluit me aan bij diegenen die zeggen: dan moet je die tafel waaraan je zit, en waaraan voor de VAE een heleboel te halen valt, gaan gebruiken om daar de druk aan te verbinden die je graag wilt inzetten om te komen tot een oplossing. En ík vereng het niet tot dit ene onderwerp, maar ik constateer wel dat een heel groot deel van de interrupties in eerste termijn alleen maar gingen over de VAE en over meer druk op en sancties tegen de VAE. Daar reageer ik dus op.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat probeer ik u uit te leggen. Aan hoe meer tafels ik zit met iemand, hoe meer invloed ik uiteindelijk heb op zijn gedrag. Het is niet omgekeerd. Het is niet zo dat hoe meer deuren ik dichtgooi, hoe meer men gaat denken: goh, misschien moet ik meer naar Nederland luisteren of mijn gedrag aanpassen. Als wij in dezen eenzijdig druk leggen op één partij, zijn er een heleboel andere partijen die stiekem lachen in hun vuistje, en zien we ondertussen aan de andere kant niet de beweging die we nodig hebben. Daarom is die Quad zo belangrijk. Daarin zitten namelijk landen die in de kern wel een constructieve rol plegen te willen spelen in de internationale diplomatie. Dat zijn Egypte, Saudi-Arabië en de VAE. De Verenigde Staten zijn daarin degenen die grote druk kunnen uitoefenen en die uiteindelijk moeten proberen die partijen achter een vredesakkoord te krijgen. Dat is echt de beste hoop die ik heb. Alles wat ik eraan kan doen om dat dichterbij te brengen, zal ik doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat is niet altijd waar omdat conflicten, juist door de dynamiek die ze kenmerkt en juist door de gruwelijkheden die er zijn, uiteindelijk in een andere fase kunnen belanden, waardoor er wél een opening ontstaat om te komen tot diplomatieke onderhandelingen. Ik noem alleen maar Oekraïne en Rusland als voorbeeld. De onderhandelingen die nu plaatsvinden, waren twee jaar geleden ondenkbaar geweest. Er kan dus een drijfveer ontstaan waardoor je denkt: ja, nu is er een kans om met partijen rond de tafel te gaan zitten. Ik zie dit, met alle verschrikkingen die zijn gebeurd in Al-Fashir, als een periode waarin dat kan, omdat de druk op de RSF enorm toeneemt, juist door die verschrikkelijke daden. Ook de VAE beseffen dat hun associatie met de RSF absoluut schade doet aan hun reputatie. Dit is dus het moment waarop ik hoop dat de grote man in Washington tijd vindt in zijn agenda om ook dit conflict tot een einde te brengen door deze partijen aan tafel te dwingen. Ik denk namelijk dat de dynamiek daarvoor nu aanwezig is. Diplomatie is niet alleen maar elke keer andere dingen proberen. Soms is het ook een moment van timing of wachten op een event waardoor je een kans ziet om ervoor te gaan. Ik hoop dat dat in de komende periode het geval is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Natuurlijk doen we alles wat we kunnen. Natuurlijk gebruiken we die relatie ook om druk te zetten op het land. Dat is de dialoog waarin je zit en waarover ik het had. Daarin grijp je de relatie die je hebt aan om druk te zetten. De vraag ging echter over het sanctiemiddel. Vind ik dit het moment om sancties in te stellen? Dan zeg ik: nee, dat is eigenlijk contrair. Als je een window of opening hebt, moet je juist maximaal druk zetten om een partij in een constructieve modus naar die onderhandelingstafel toe te krijgen en druk te laten zetten op de partijen waarop ze invloed heeft. Dat moet je dan ook niet één kant op doen, want als de RSF morgen de wapens neerlegt en de SAF gaat door, dan gaan we dezelfde verschrikkingen zien, maar dan op heel grote schaal aan de andere kant. Dat is het complex waarin we ons bevinden. Daarin moeten we als EU bepalen waar we op het juiste moment de juiste druk kunnen zetten. Daar hebben we het dus over. Het staat op de agenda. Het heeft de afgelopen jaren te weinig op de agenda gestaan. Nu staat het er wel op. Ik ben ook blij met het debat hier, want dat geeft aan dat er nu meer aandacht is voor de noodzaak om dit conflict te stoppen, ook al is die aandacht er helaas om de verkeerde redenen. Ik hoop dat dat in Washington ook zo is. Ik heb mijn Egyptische collega gesproken afgelopen week. Die ziet de noodzaak dat de Quad nu aan het werk moet. Mijn Saudische collega heb ik eergisteren gesproken. Die ziet ook die noodzaak, net als mijn Keniaanse collega. Ik merk dus dat de spelers die invloed hebben nu in een stand staan en het besef hebben dat er nu echt een einde aan moet komen. Als EU moeten wij daaraan onze bijdrage leveren. Dat betekent dat we de strijdende partijen maximaal moeten sanctioneren. Dat is mijn inzet. Dat zijn de partijen die nu direct de sleutel in handen hebben om het geweld daar te stoppen en om een staakt-het-vuren te respecteren. Dat is stap één om uiteindelijk te komen tot een verbetering van de humanitaire situatie en tot een politieke oplossing. Ook hierbij zeg ik: ik ben niet tegen sancties of tegen het instrument, maar je moet ze wel op het goeie moment en tegen de goeie partijen inzetten. Op dit moment zijn dat voor mij de strijdende partijen. We moeten ook inzetten op hoe we die perverse handels- en wapenstromen naar Sudan verder afknijpen, maar daar zal de staatssecretaris het over hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Wat mij betreft zijn we al door het sanctieblokje heen en komen we bij overig.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Sancties niet zijnde wapenexport, want dat ligt bij de staatssecretaris, net als handelssancties.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nogmaals, je moet sancties inzetten op het moment dat je denkt dat dat het middel is dat een verschil gaat maken. Wat dat betreft is het ingrijpen door de internationale gemeenschap ook wel een heel breed containerbegrip. Ik vrees dat we daar morgen niet een VN-vredesmacht gaan hebben van 400.000 man, die daar op de grond gaat voorkomen dat de RSF verdere acties onderneemt. Er zijn gradaties in wat je als internationale gemeenschap aan machtsmiddelen, aan politieke wil en aan financiële macht kunt mobiliseren om invloed uit te oefenen. Op dit moment zie ik de invloed die het verschil daar moet gaan maken bij die Quad: daarin zitten de partijen die uiteindelijk het verschil kunnen maken, zowel richting de RSF als richting de SAF, om ermee te stoppen. Ik zet nu in op druk zetten op die Quad, met tegelijkertijd een uitgestoken hand. Dat geldt ook voor de EU in bredere zin.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nogmaals, dit is complexer. Het komt elke keer weer terug op een enorme wens bij een aantal partijen in de Kamer om de VAE te sanctioneren om verder bloedvergieten te voorkomen. Ik vertel u nu: dat is niet de sleutel tot het einde van dit conflict of tot het voorkomen van verder bloedvergieten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nogmaals: druk op de strijdende partijen. Dat betekent: het sanctioneren van de top van beide partijen. Uiteindelijk zijn deze mensen ook gevoelig voor het opleggen van persoonlijke sancties, want dat betekent gewoon dat ze geraakt worden in hun persoonlijke rijkdom. Het betekent het verder helpen isoleren van Sudan door het uitbreiden van het VN-embargo tot geheel Sudan, en het druk leggen op partijen die een verschil kunnen maken in de bewaken van de grensregio's. Er zijn handelsmaatregelen denkbaar die bijvoorbeeld goudstromen vanuit Sudan kunnen raken. Denk ook aan beter handhaven van het wapenexportverbod naar Sudan. Er zijn dus wel heel veel middelen. Alleen, ik zie de eenzijdige sancties tegen de VAE op dit moment niet als een stap die gaat helpen om het bloedvergieten te verminderen. Maar goed, daar verschillen wij van mening over; dat zal zo blijven, vrees ik.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het COA. Ik ben in het blokje overig. Er was een vraag van de heer Boswijk: herkennen wij signalen over intimidatie door Sudanezen in COA-locaties? Dat herkent het COA niet — we hebben dat nog even nagevraagd — maar we gaan hier wel naar kijken en extra alert op zijn. Het COA heeft wel protocollen voor dit soort situaties. Het komt natuurlijk geregeld voor dat mensen uit een conflictgebied uiteindelijk te maken krijgen met aanhangers van beide partijen die uiteindelijk samen komen te zitten. Ze zijn daar dus altijd alert op. Daar wordt ook zo veel mogelijk in de huisvesting rekening mee gehouden. Het leidt ook soms tot conflicten; dan worden er maatregelen genomen. Maar voor de Sudanese populatie is dit nog niet herkend. Ik moet ook eerlijk zeggen: het overgrote deel van de Sudanese vluchtelingen bevindt zich op dit moment hoofdzakelijk in Griekenland, in het zuiden van Europa, of trekt door naar het VK. Het kan dus ook zijn dat wij hier lagere aantallen Sudanezen krijgen. Maar we zullen er alert op zijn. De heer Van Dijk vroeg wat we kunnen doen met de grensbewaking. Als je kijkt naar de kaart van Sudan — ik word regelmatig kritisch ondervraagd over grenscontroles in Nederland — dan zie je wat een enorme opgave het is om die enorme grenzen, door onherbergzame gebieden en aan hele grote zeegebieden, volledig dicht te zetten. We moeten de partijen die dit voeden dus blijven aanspreken om daarmee te stoppen. Ik ben er dus ook voor, zoals ik net zei, om het VN-wapenembargo uit te breiden naar heel Sudan. Dat embargo geldt op dit moment alleen voor de regio Darfur. Dat is natuurlijk een omissie, want daarmee creëer je een loophole daaromheen. De staatssecretaris zal zo nog wat zeggen over de wapenexport. De heer Van Dijk vroeg ook of ik een pas op de plaats wil maken met betrekking tot de ambassade in Zuid-Sudan. We hebben daar eerder over gesproken, niet alleen over Zuid-Sudan, maar over verschillende posten. Ik heb gezegd dat ik tot de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken geen onomkeerbare stappen neem en dat dat dus de gelegenheid is om in zijn integraliteit te kijken naar de gemaakte keuzes. We kunnen dan ook bekijken wat we ertegenover zetten als we die keuzes in gezamenlijkheid willen veranderen. Door mevrouw Dobbe werd gevraagd naar Radio Dabanga. Ja, die hebben we in 2025 gesteund met €750.000. Dat is niet het enige vrijemediaproject dat we steunen. Er zit een heel scala omheen. Voor 2026 staat Radio Dabanga nog niet op de lijst van de ambassade, maar ik ben wel bereid om naar aanleiding van uw vraag daarnaar te kijken. Ik zal daar dan op terugkomen in, waarschijnlijk, het verslag van de RBZ. Want ook daar zullen we over Sudan praten, om te bekijken of we wat kunnen doen voor het komend jaar. De straffeloosheid in Sudan. Dat is natuurlijk een van de punten die Nederland altijd heel belangrijk vindt. Het Internationaal Strafhof heeft een mandaat om onderzoek te doen naar de situatie in Sudan. We steunen het Internationaal Strafhof in dat onderzoek. De fact-finding mission voor Sudan en het VN-kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten werden ook al genoemd. Wij willen dat deze instituties hun werk kunnen doen. Voor het Internationaal Strafhof hebben we de afgelopen jaren 6 miljoen geleverd voor de versterking van de onderzoekscapaciteit. Een deel daarvan is ook gericht op het conflictgerelateerd seksueel geweld, waar in dit conflict natuurlijk enorm veel sprake van is. De heer Boswijk memoreerde het al: we kunnen niet direct bijdragen aan onafhankelijke onderzoeksmechanismes, zoals de fact-finding mission, maar we steunen wel de accountability branch van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, met 1,5 miljoen euro. Die heeft een coördinerende rol bij die onderzoeksmechanismes. Daardoor kan die dus ook onderzoekers en capaciteit uitlenen voor de fact-finding mission in Sudan. Dat is dus de sluiproute die wij, maar ook andere EU-landen, hebben gevonden om toch te kunnen bijdragen. Voorzitter. Ik denk dat dat de vragen aan mijn adres waren.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, mevrouw Van der Werf heeft helemaal gelijk. Dat is me een doorn in het oog, niet alleen in dit conflict, maar in vele conflicten. Ja, ik zit nog op X. Wat ik daar inmiddels doe, is het volgende. Ik probeer daar mensen te vinden die uitgesproken in het ene dan wel in het andere kamp zitten, en dan te kijken welke accounts zij volgen. Die volg ik dan ook. Dat is ongeveer de enige manier om te zien wat er in dit soort conflicten over en weer aan desinformatie rondgaat. Je ziet dan hoe dat massaal gedeeld wordt, ook door accounts die overduidelijk aangestuurd worden. Daar hoef je geen hogere wiskunde voor te hebben geleerd. Je ziet namelijk dat via honderden accounts tegelijkertijd hetzelfde bericht of hetzelfde AI-filmpje of dezelfde desinformatie wordt verspreid. Die platforms zijn me een doorn in het oog. We hebben in Europa natuurlijk inmiddels de Digital Services Act, waarmee we wel kunnen optreden tegen deze platforms, al wordt ons dat door de eigenaren niet altijd in dank afgenomen. Het probleem is dat voor de verspreiding zoals bijvoorbeeld nu in Darfur of Sudan onze wetgeving niet geldt. Dan is het dus ook moeilijk om daar onze jurisdictie te laten gelden over dit soort platforms. Ik heb dus nog geen silver bullet. Maar in algemene zin vind ik dit echt een heel groot probleem.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Deels doen we dat dus door onafhankelijke betrouwbare media in Sudan te stimuleren, zodat je in ieder geval weet dat je een aantal onafhankelijke kanalen hebt waar mensen wel de goede informatie kunnen krijgen. Maar daarmee heb je mensen nog niet automatisch weggeplukt van de social media waar die informatie rondgaat. Uiteindelijk zou je dit op VN-niveau willen bereiken. Je zou dus eigenlijk integriteitsprincipes willen hebben die universeel erkend worden en waar dus ook al deze platformen aan gehouden zijn. Ik denk dat dat uiteindelijk is wat we allemaal willen. Mijn enige vrees is dat we nog een heleboel nare ervaringen gaan hebben met social media, voordat we uiteindelijk tot het inzicht komen dat dit is wat we nodig hebben. Maar wij pleiten daar al jaren wel voor en dat zullen we blijven doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Wij zullen ons in VN-verband inzetten voor naleving van de VN-Principles on Business and Human Rights. Ook de socialmediabedrijven zullen dat moeten gaan doen, want dat is uiteindelijk de sleutel. Je hebt dan namelijk iets om ze op aan te kunnen spreken en om ze te kunnen sanctioneren. Maar zoals ik al zei, duurt het wel lang voordat je daar binnen de VN draagvlak voor hebt. Maar die inzet is er dus.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, dat heeft u goed begrepen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank u wel. Ik zal de moties op stukken nrs. 241, 244, 245, 247, 248, 249 en 254 appreciëren. De rest zal de staatssecretaris voor haar rekening nemen. De motie op stuk nr. 241 over Radio Dabanga: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 244 gaat over de sanctielijst laten aansluiten bij die van het VK en de VS. Met de interpretatie dat wij als EU altijd nog zelf onze eigen afweging maken omdat wij natuurlijk niet klakkeloos sancties van anderen overnemen: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 245 over de goudsancties: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie van de VVD op stuk nr. 247 over druk opvoeren op alle partijen: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 248 over sancties tegen de RSF uitbreiden: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 249, over bij de VS aansluiten met de sancties rondom de Colombianen. Ook hierbij volg ik dezelfde interpretatie, namelijk dat we als EU wel zelf de weging doen. We zetten ons er echter wel voor in om het zo veel mogelijk te harmoniseren.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 254 over migratiepartnerschappen kan ik oordeel Kamer geven, zeg ik tegen de heer Ceder, met dien verstande dat wij als Nederland niet een monitoringsverplichting krijgen op verdragen die de EU sluit. Die verplichting hebben wij niet. Zo lees ik de motie ook niet, maar ik wil dat bij de interpretatie nog wel even helder hebben gesteld. Dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat waren mijn moties.
Bron, video en gesprek →