Toenemende spanningen in het Caribisch gebied en de gevolgen voor het Koninkrijk (CD d.d. 09/12)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Dank, voorzitter, en dank aan de leden voor hun moties. Ik zal ze zo snel mogelijk appreciëren. De motie op stuk nr. 67, van mevrouw Piri, moet ik ontraden. Ik heb gisteren in het debat aangegeven dat we kennis hebben genomen van de rechtvaardiging die de VN aandragen. Ik heb ook kennisgenomen van de aanzienlijke juridische bedenkingen die er zijn bij deze rechtvaardiging. Tegelijkertijd heb ik gezegd dat ik vind dat nu eerst het democratische bestel in de VS aan zet is, waarbinnen ook gekeken wordt naar de rechtvaardiging en de rechtmatigheid van deze daden, en wij bovendien geen informatie hebben ontvangen waarmee we dit zelf voor honderd procent kunnen vaststellen. Daarom ontraad ik de motie. Nogmaals, ik snap de geste. Wij blijven hier ook achteraan zitten en we verwachten dat het Amerikaanse bestel hierin zijn werk gaat doen. We blijven zelf natuurlijk ook achter informatie aan zitten die ons kan sterken in een oordeel.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 68 van mevrouw Piri krijgt oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan de motie op stuk nr. 69, van de heer Ceder. Ik zou hem willen verzoeken om die motie aan te houden tot het commissiedebat over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dat aanstaande is, omdat deze discussie over hoe om te gaan met geclassificeerde informatie daar dient plaats te vinden. De motie is nu ontijdig.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 70: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 71: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan de motie op stuk nr. 72. Vanwege de breedte van het dictum, dat spreekt over "alle informatie" et cetera, kan ik deze motie niet oordeel Kamer geven. Het is namelijk net te algemeen geformuleerd. Als het echt gaat om specifieke inlichtingen en het dictum daartoe beperkt wordt, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik pak 'm er even bij. "Informatie" is een heel breed begrip; daar gaat het mij om. Stelt u zich voor: wij delen nog steeds informatie over drugsbestrijding in het Caribisch gebied, waarvoor we al tientallen jaren met de Amerikanen in een samenwerkingsverband zitten. Wij willen geen inlichtingen aandragen die bij deze nationale operatie kunnen worden gebruikt. Maar u kunt zich voorstellen dat die informatie ook bijvoorbeeld het weerbericht van de dag rondom Curaçao zou kunnen betreffen, zodat men weet wat voor sea state er is. Als we moeten stoppen met het delen van dat soort brede informatie, dan worden ook de reguliere taken waarbij we samenwerken onmogelijk.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja. Het gaat mij dus om "specifieke inlichtingen" in plaats van het generieke "informatie".
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan de motie op stuk nr. 75: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Voor de motie op stuk nr. 78 geldt een beetje hetzelfde als voor de motie op stuk nr. 67. Op dit moment zitten we wat mij betreft in het traject waarbij we de rechtvaardiging hebben gehoord en waarbij we de juridische kanttekeningen die daarbij worden geplaatst serieus nemen, maar nog niet tot het slotoordeel komen dat hier per definitie sprake is van mensenrechtenschendingen. Zou de heer Bamenga over "deze vermeende mensenrechtenschendingen" spreken, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Anders moet ik 'm ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Yes.
Bron, video en gesprek →