KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Het overgrote deel van de vragen was gericht aan de minister van VWS. Wat dat betreft had de heer Sneller in zijn inbreng in eerste termijn gelijk, namelijk dat de minister van VWS hier op de inhoud een zwaardere inbreng heeft. Maar u bent mijn commissie of ik ben uw bewindspersoon, dus vandaar dat u eerst naar mij moet luisteren. Laat ik beginnen met te zeggen: het is goed om hier weer terug te zijn! Dit is weer mijn eerste commissiedebat als minister van Justitie en Veiligheid. Het is goed om de dossiers weer tot me te nemen en te zien wat er gebeurd is in de zes maanden dat ik niet op deze post zat. Hopelijk pak ik de draad weer op met nieuwe moed op basis van een mooi, nieuw coalitieakkoord. Voorzitter. Ik begin met een korte inleiding. Daarna beantwoord ik wat vragen over het wietexperiment. Daarna ga ik in op drugscriminaliteit en vragen daarover. Ten slotte spreek ik over de gevolgen van drugscriminaliteit.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Voorzitter. Drugsgebruik kan grote schade opleveren voor de gezondheid met soms blijvende gevolgen als verslaving of psychische problemen. Daarnaast draagt de vraag naar drugs bij aan georganiseerde criminaliteit, inclusief alle ondermijnende en schadelijke uitwerkingen daarvan, zoals explosies in woonwijken, fraude, corruptie, witwassen, milieuschade en potentiële ontwrichting van onze democratie en de rechtsstaat met nadelige effecten, niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen. De minister van VWS en ik trekken hier dan ook nauw in op. De minister van VWS zal in dit debat specifiek ingaan op onder andere de preventie van drugsgebruik en haar verantwoordelijkheden ten aanzien van het experiment gesloten coffeeshopketen. De minister van VWS zal ook ingaan op de vragen over Funcaps. Ik wil hier uiteraard wel graag mijn medeleven uiten aan de slachteroffers, de familie en andere nabestaanden van de slachtoffers die gelinkt zijn aan deze verschrikkelijke zaak. Allereerst wil ik ingaan op het nieuwe coalitieakkoord. Ik wil benadrukken dat ook dit kabinet de aanpak van ondermijnende drugscriminaliteit als een van de prioriteiten beschouwt en daar ook een taskforce onder leiding van de minister-president op heeft gezet. Bij het denormaliseren van het gebruik van harddrugs pakken we de handel en de verkoop aan. Ik wil oprecht dat mensen doordrongen raken van het feit dat drugsgebruik niet normaal is en bijdraagt aan de instandhouding van een criminele industrie. We zullen dat dit jaar ook uitdragen in een bewustwordingscampagne. Daar zal de minister van VWS zo meer over vertellen. Een effectieve aanpak van ondermijnende drugscriminaliteit is een brede aanpak, die reikt van het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden of daar verder in afglijden tot het bestraffen, waaronder de handhaving van de online verkoop van drugs. Een belangrijke taak voor dit kabinet is het terugdringen van het aanbod van drugs, om zo schade aan maatschappij en gezondheid te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de Wet nieuwe psychoactieve stoffen, die per 1 juli 2025 van kracht is geworden, waarmee we meer aan de voorkant komen in het kat- en muisspel met drugscriminelen, dat al genoemd werd door onder anderen het lid Martens, inclusief de verschillende varianten. Natuurlijk kan Nederland dit niet alleen. Een intensieve samenwerking met andere landen en internationale partners is cruciaal. In dit kader vond vorige week de tiende editie plaats van de Synthetic Drugs and Law Enforcement (Syndec II) conference. Drie dagen lang zijn kennis en best practices met landen zoals Mexico, India en Senegal uitgewisseld om zo gezamenlijk meer en betere handvatten te creëren voor de aanpak van synthetische drugs. Daarmee geven we invulling aan de leidende rol van Nederland op het internationale toneel. Dat geldt ook voor onze aanpak van de internationale drugssmokkel. Voor softdrugs geldt een strak gereguleerd gedoogbeleid. Zoals gememoreerd door u en vermeld in het coalitieakkoord, zetten we het experiment gesloten coffeeshopketen voort om te bezien of de regulering van deze markt zich vertaalt in meer veiligheid en gezondheid. Dat experiment is op 7 april 2025 de experimenteerfase ingegaan. Op 19 januari sprak mijn ambtsvoorganger met de burgemeesters van de deelnemende coffeeshop- en teeltgemeenten. De hoofdlijn tot nu toe is positief. Alle tien de telers produceren inmiddels voor de coffeeshops in de deelnemende gemeenten en het onderzoek naar het experiment loopt. Er zijn op dit moment geen signalen van toenemende overlast als gevolg van eventuele straathandel. De meeste coffeeshophouders zijn positief. De beschikbaarheid is inmiddels verbeterd. Er zijn echter ook hobbels. Ook dat hoort bij een experiment en juist die laten zien wat werkt en wat niet en waar moet worden bijgestuurd. Dat was ook het doel van dit onderzoek; vandaar de looptijd van vier jaar. Gedurende vier jaar kunnen we al die effecten in kaart brengen. Het onafhankelijke onderzoek in de eerste fase van het WODC verwachten wij rond de zomer. Na de zomer komt het kabinet met een eerste appreciatie over het eerste jaar van de experimenteerfase. Verder ga ik in dit eerste blokje graag in op vragen die u had over het wietexperiment.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Mevrouw Faber had een vooruitziende blik, want mijn allereerste antwoord is het antwoord op een vraag van de heer Van den Brink en die hangt samen met de vraag van mevrouw Faber. Waarom onderscheppen wij nu zo veel cannabis vanuit Noord-Amerika, zowel uit de Verenigde Staten als uit Canada? Is dat niet het risico dat we hier ook lopen met de productie tijdens ons eigen experiment? Er zijn grote verschillen tussen die beide. Bij het experiment in Nederland is er echt sprake van een gesloten keten. We weten waar de telers zitten. We doen track and trace via het vervoer, dat is gereguleerd, van de teler naar de afnemers, de coffeeshops van de deelnemende gemeenten. In die keten weten we continu wat er geproduceerd wordt en hoe zich dat verhoudt tot de afname van de coffeeshops. Dat gebeurt in Noord-Amerika niet. Daar is een veel vrijere vergunningsafgifte voor teelt. Dat leidt uiteindelijk tot overproductie, waarvan nu sprake is. Bij overproductie komen de criminele circuits al snel in beeld, want als de prijs in Noord-Amerika naar beneden gaat, dan loont het dus om cannabis illegaal over de oceaan te verschepen. Ik heb daar gisteren in mijn hernieuwde kennismaking met de Amerikaanse ambassadeur aandacht voor gevraagd. Het voelt goed om als Nederland ook een keer Amerika te kunnen aanspreken op de export van dit soort illegale producten naar Nederland in plaats van dat we de boodschap altijd andersom ontvangen. Wij hebben dus aandacht voor dat probleem. We denken niet dat het zich voor gaat doen in ons experiment, juist vanwege de geslotenheid van de keten en het feit dat wij weten wat er geproduceerd wordt. Er kan geen sprake zijn van overproductie die elders, in een nieuwe markt, zijn weg vindt. Hoelang gaat het nog door en hoe staat het met de evaluatie? Dat klinkt bijna als een verzuchting, maar zo was de vraag niet per se bedoeld. Zoals ik zei, zijn we op 7 april 2025 van start gegaan. Het experiment loopt vier jaar in de experimenteerfase. Dat is tot 2029. Zoals gezegd hoeven we niet vier jaar te wachten voordat we weten wat de resultaten zijn. Elk jaar zal er een interim-onderzoek komen van het WODC. Alle vragen die u daarbij had, zoals "dringt het de criminaliteit wat terug?", "leidt het tot een grotere vraag?" en "leidt het tot meer straathandel?", worden in die evaluatie meegenomen en gemeten door het WODC. Dat geeft ons hopelijk een beter beeld en betere antwoorden op de vraag of we hier nou daadwerkelijk criminaliteit mee terugdringen of dat we andere vormen van criminaliteit of verslaving in de hand werken. Het gaat immers niet alleen om de criminele aspecten, maar ook om de effecten op de volksgezondheid. Zoals gezegd, krijgt u na de zomer een appreciatie op dat eerste rapport. Mevrouw Martens vroeg nog welke maatregelen we nemen om de veiligheid bij de teeltlocaties te waarborgen. Moet je stoppen als de veiligheid op een gegeven moment in het geding komt? De teeltlocaties moeten goed beveiligd zijn. Daar zijn enkele incidenten geweest, zeker in de beginfase. Daarom is ook opgenomen dat ze moeten beschikken over een beveiligingsplan. De Inspectie Justitie en Veiligheid ziet hierop toe en bekijkt of de veiligheid ook echt op orde is. De IJV kan ook handhavend optreden op het moment dat telers zich daar niet aan houden. Dat geldt overigens ook voor het transport. Dus ook dat kan alleen maar gebeuren door gecertificeerde beveiligingsbedrijven, die daarvoor onder inspectie staan. Ik denk dat dat de vragen voor mij waren. Zoals gezegd heeft het experiment ook nog een VWS-deel, maar dit waren de vragen in de sfeer van de handhaving en criminaliteit, denk ik.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik zal als rechtgeaarde liberaal niet zeggen dat het me niet een klein beetje goeddoet dat dit kleine experiment van een centrale planeconomie zijn hiccups kent. Wat we hier doen, is natuurlijk het opzetten van een volledig gesloten markt en dat gaat met hiccups. We hebben in het begin problemen gehad met de kwaliteit en de omvang van de productie, met telers die later online kwamen en met oneerlijke of onevenredige distributie over de verschillende gemeenten. Maar naarmate het experiment langer loopt, de telers hun productie op niveau krijgen en de coffeeshops gewend raken aan de producten die er zijn en weten welke ze willen, zien we wel dat een groot aantal van dit soort hobbels langzaam afneemt. Een van de meest hardnekkige was de productie van hasj. Die bleef erg lang achter. De Marokkaanse zon schijnt toch een onmiskenbaar effect op de kwaliteit van hasj te hebben — ik leer ook een heleboel — die hier moeilijk reproduceerbaar is. Dit soort zaken komen allemaal naar boven in de experimenteerfase. Daar is die ook voor. Ik denk dat we het even de tijd moeten geven — dat doen we niet alleen om te bekijken wat ermee gebeurt, maar ook om betrouwbaar te zijn voor al die actoren in die keten —om te bekijken of dit zich uiteindelijk vertaalt in de effecten die bij de opzet hiervan waren beoogd. Ik zeg u oprecht: ik sta daar neutraal in. Ik ben dus oprecht benieuwd naar de resultaten. Ik ben oprecht benieuwd naar of we hiermee de doelstellingen die beoogd waren kunnen bereiken. Wat betreft de zwarte markt ben ik ervan overtuigd dat we met de burgemeesters en de deelnemende coffeeshops nu echt zijn gekomen tot een gesloten keten, waaraan ook die coffeeshops zich houden, maar we hebben natuurlijk nog ontzettend veel andere gemeenten en we hebben in Nederland nog ontzettend veel illegale productie, die ook z'n weg nog vindt. Dit is dus echt een experiment op kleine schaal, waardoor je daar voor Nederland nog weinig over kunt zeggen. Ik ben benieuwd naar de resultaten en ik denk dat we daar meer van gaan zien. Ten slotte de geuroverlast in Voorne aan Zee. Ja, die is hardnekkig. We zijn in overleg met de burgemeester om te bekijken wat er mogelijk is.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Gedane zaken nemen geen keer. Het is nauwkeurig vastgelegd. Die onderzoekers gaan op pad met een hele lijst aan parameters op basis waarvan wij uiteindelijk beoordelen of dit experiment geslaagd is of niet. Dat is niet alleen maar de vraag of we die keten op orde kunnen krijgen, maar ook welk effect het heeft op de criminaliteit en welk effect het uiteindelijk heeft op de volksgezondheid: leidt het nou tot meer of minder gebruik? Al die vragen — dat zijn er veel meer dan ik hier nu kan opnoemen — worden daar absoluut in meegenomen. Het eindoordeel, dat we uiteindelijk gezamenlijk met de Kamer in 2029 gaan vellen, gaat over het volgende: vinden we dat dit nadere opvolging of uitfasering verdient? Dat zijn de twee vragen. Dan een vraag gerelateerd aan drugscriminaliteit. Zoals gezegd, heb ik daarna nog iets over de gevolgen van drugscriminaliteit. Die twee liggen in elkaars verlengde. De heer Van Dijk had een vraag over Europol, dat stelt dat betere inlichtingen en meer toezicht op zee nodig zijn om smokkel te bestrijden. Hebben we daarvoor extra middelen, ook voor de Kustwacht en de veiligheidsdiensten? Ik was begin deze week in Vlissingen. Zoals u weet, hebben we een aantal grote zaken gehad in Vlissingen, onder andere een bulkbedrijf dat van de top naar beneden verdacht wordt van betrokkenheid bij drugssmokkel. Ik hoorde daar van verschillende ondernemers hoe zij voorkomen dat drugs bij hen op het terrein, op de schepen of in de havens een rol spelen. Dat is een continu kat-en-muisspel. Een van de bulkverhandelaars daar zei dat er tot twee jaar geleden regelmatig mensen kwamen die stelden dat ze bevriend waren met de kapitein van het schip en dat ze graag het terrein op wilden. Dat gat hebben ze inmiddels gedicht en dat zien ze dus niet meer gebeuren. Maar we zien nog steeds dat de prijs van cocaïne hier niet heel erg fluctueert, dus dat betekent dat het op een andere manier binnenkomt. Het gebeurt bijvoorbeeld via de bananenhandel, waar deze week weer 400 kilo cocaïne is gevonden. Ook daar wordt gekeken welk lek ze moeten dichten en hoe ze daar beter mee om kunnen gaan. De screening van medewerkers wordt naar een steeds hoger niveau gebracht. Ik was in Vlissingen omdat we in Rotterdam zien dat het aantal gepakte kilo's juist afneemt. Dat lijkt te wijzen op een succes van de gecombineerde aanpak van alle diensten in de haven van Rotterdam. Dat moeten we dus breder uitrollen, ook naar secundaire havens. Daar zijn we in dit stadium ook mee bezig. We moeten het daarnaast uitrollen naar alle sectoren die mogelijk een rol kunnen spelen in de logistieke keten. Maar ook dan ben ik ervan overtuigd dat er weer nieuwe inventieve methodes worden gevonden. Een daarvan is het overboord gooien van drugspakketten vanaf schepen voor de kust, waarna ze met snelle bootjes vanaf de kust worden opgepikt. Dat is een risicovolle procedure, ook voor drugshandelaars. Dat geldt zeker voor het snelstromende water voor de Zeeuwse kust. We zien dat weer ietsje afnemen. Waarschijnlijk omdat het minder aantrekkelijk is. Maar vervolgens moet je weer gaan denken aan kabels die aan schepen worden gehangen. De mogelijkheden zijn eindeloos. Wat we hier nog niet zien, maar wel in Zuid-Europa, is de inzet van onderzeeërs. Die hebben we voor onze kust nog niet gezien, maar ook dat geeft geen garantie. Als er een nieuwe trend is, dan vind je op een gegeven moment toch wat. Het korte antwoord is dus: ja, we monitoren continu hoe de smokkelaars hun modus operandi veranderen en wat dat voor ons betekent, inclusief voor de Kustwacht en voor onze inlichtingendiensten.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Met dat laatste ben ik het van harte eens. Ik heb een wetsvoorstel in de Eerste Kamer liggen dat ik op korte termijn zal behandelen. Dat gaat over het verhogen van de straffen ... O, ik hoor dat het nog in de Tweede Kamer ligt. Ik had gehoopt dat we al verder waren, maar dat is niet het geval. In uw Kamer ga ik dat met verve verdedigen, want ik sta erachter. Het is juist bedoeld om de straffen in lijn te brengen met de landen om ons heen. Ik maak me geen illusies dat onze delta waarmee we gezegend zijn en onze enorme logistieke positie in Europa, die ontzettend veel doet voor onze economie in positieve zin, ook altijd aantrekkelijk zullen blijven voor criminelen om in negatieve zin te gebruiken. Wij hebben alleen al door onze ligging en onze infrastructuur inherent een groter risico dan landen met een slechtere connectiviteit. Er zijn daarmee immers meer mogelijkheden. Dat betekent dat wij harder ons best moeten doen, want ik wil als het gaat om drugshandel zo'n positie niet hebben. Ik ben voorzichtig optimistisch dat we in staat zijn geweest om in de haven van Rotterdam een aantal kwetsbare punten goed dicht te zetten. Dat betekent niet dat het daarmee eindigt. We werken nu ook samen met Antwerpen, waar de problematiek ongeveer gelijk is. De volgende stap zijn de secundaire havens, zoals Vlissingen. Recent hoor je ook steeds vaker over Le Havre, waar nu ook vangsten worden gedaan omdat het daar eenvoudiger zou zijn. We hebben een verschuiving gezien van rechtstreeks naar Rotterdam naar aanlanding in West-Afrika, waarna de traditionele smokkelroutes door de Sahel worden gebruikt richting het Iberisch Schiereiland. Ik denk dat we inherent een heel aantrekkelijk land zijn, gewoon vanwege de enorme doorvoer die we hebben. Dat geldt voor import én export, triest genoeg. We zijn immers ook exporteur van drugs, niet alleen maar importeur of doorvoerder. Ik geloof ook niet dat er niks aan te doen is. We moeten er volop op inzetten om die positie niet te hebben.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik ben enorm voorstander van het internationaliseren van dit probleem. In mijn vorige periode heb ik dat al gedaan als minister van Justitie en Veiligheid en daar ga ik ook mee door. In juni, geloof ik, is er een volgende bijeenkomst van de kopgroep van EU-landen tegen georganiseerde criminaliteit. Dat was een Nederlands initiatief. De volgende meeting zal in Frankrijk zijn. In die kopgroep bespreken we juist dit soort zaken: wat moet je nou in EU-verband aanpakken? Deze kopgroep bestaat uit zeven landen — Zweden, Nederland, België, Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland — die allemaal een probleem hebben vanwege de ligging aan de buitengrenzen. Wij zijn erbij gebaat om bij de oplossingen zo veel mogelijk andere landen te betrekken die uiteindelijk ook de afzetmarkt zijn voor deze middelen. Dat vertaalt zich in voorstellen van ons aan de Commissie, waarna ze uiteindelijk landen in Europees drugsbeleid. Het kan daarbij ook gaan om middelen. Dan merkte de heer Van Dijk op dat we een verschuiving zien van de productie van synthetische drugs van het zuiden van het land naar het noorden. Hij vroeg of we regionaal gebruikmaken van elkaars kennis. Ja, de politie heeft verschillende gremia waarin landelijk expertise, kennis en best practices worden uitgewisseld. Er is ook een concrete proeftuin: Syndru. Dat staat natuurlijk voor "synthetische drugs". Die wordt op dit moment opgetuigd. Daarin wordt een methode gebruikt waarbij de politie elk drugslab op dezelfde forensische wijze onderzoekt, waar dan ook in Nederland. Uiteindelijk komt dat de strafrechtelijke aanpak weer ten goede, omdat je daar dan meer eenheid in hebt. De Eenheid Noord is een van de eenheden waar de uitrol als eerste start. De Politieacademie heeft ook een verdiepende module voor synthetische drugs. Politieagenten uit alle eenheden kunnen die module ook volgen. Het korte antwoord is dus: ja, dat nemen wij mee. Mevrouw Mutluer vroeg: hoe kunnen we nou de criminele verdienmodellen aanpakken? Daarover zouden we een apart commissiedebat kunnen voeren. Dat gaan we ook zeker doen, denk ik. We hebben over een aantal weken ook nog een debat over ondermijning en daarin zou ik iets dieper willen ingaan op de verdienmodellen, die ook continu veranderen. Ook daar is sprake van een kat-en-muisspel. Op het moment dat je het ene lek hebt gevonden, zal ongetwijfeld het volgende zich aandienen. Een andere vraag, waar ik wel iets meer over wil zeggen, is: hoe voorkomen we nou die drugslabs in de buurt? Ik wil wijzen op de campagne die nu loopt, Houd misdaad uit je buurt; u heeft 'm ongetwijfeld gezien. Als er iets vreemds of verdachts is, meld dit dan bij Meld Misdaad Anoniem, is de boodschap. De eerste keer dat we die campagne draaiden, een jaar geleden, heeft dat geleid tot een toename in het aantal meldingen bij Meld Misdaad Anoniem van 32%. De reden dat ik dit als een belangrijke factor noem, is omdat mensen in de buurt vaak eigenlijk wel weten wat er speelt. Dat is mij ook opgevallen in de Tarwewijk na de explosie. In het buurtcentrum zeiden mensen: "Maar je zag daar altijd al 's nachts mensen naar binnen gaan. Er sliepen ook mensen in de kelder." Daar zitten de ogen. Die mensen wonen er namelijk naast en zien altijd meer dan de politie kan zien. Dat mobiliseren, mensen het idee geven, het perspectief bieden dat ze daarmee levensgevaarlijke misdaad hun buurt uit kunnen helpen, vind ik een van de belangrijkste zaken die wij doen. Maar het is natuurlijk niet ter vervanging van de taak die de politie heeft om deze criminaliteit op te sporen. Dan designerdrugs en de snelheid waarmee die op de markt komen; mevrouw Martens noemde het al. Ik denk dat we met de introductie van lijst IA echt een belangrijke stap hebben gezet. Met het stofgroepenverbod dat we nu hebben, kunnen we ook veel sneller reageren op doorontwikkeling door criminelen. Bijvoorbeeld van 2-MMC naar 3-MMC gaan kan dus niet meer onder deze nieuwe wetgeving. Maar er komen natuurlijk elke keer nieuwe stofgroepen op de markt en daarom zijn we nu ook bezig met een AMvB voor nitazenen, een van de nieuwere drugs, waar we heel veel overlast van zien, ook hier in Nederland. Van fentanyl zien we dat nog niet zozeer, maar wel van nitazenen in bredere zin. Hopelijk kan die AMvB rond de zomer van kracht worden. Zo proberen we in ieder geval zo snel mogelijk te reageren op nieuwe ontwikkelingen. Mevrouw Mutluer vroeg naar een nieuwe vorm van cokesmokkel: het chemisch camoufleren van coke. We hebben inderdaad aanwijzingen dat het op die manier Europa en dus ook Nederland binnenkomt. Daarom heb ik geld beschikbaar gesteld voor een onderzoek hiernaar, dat Chemtec Coca heet. Dat gebeurt in samenwerking met verschillende partijen, waaronder de politie en het NFI. Deze partijen doen onderzoek naar de manieren waarop je chemisch gecamoufleerde drugs alsnog kunt detecteren en vervolgens uit het materieel kunt extraheren. Bijvoorbeeld het inwassen van coke in bijvoorbeeld kleding is nu een van de meest geziene methodes. Dat is natuurlijk veel moeilijker te detecteren dan drugs in pakketjes.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik kom daarop terug in het commissiedebat Georganiseerde criminaliteit. Dan kom ik op de gevolgen van drugscriminaliteit. Ik begin met de vraag van mevrouw Faber of milieuschade niet zou moeten meetellen in het beleid. Het korte antwoord is: absoluut. Dit is een factor die we meenemen, net als schade aan de economie. Wat ik opvallend vond aan de evaluatie van de campagne waar de minister van VWS het zo meteen over gaat hebben, is dat jongeren de confrontatie met de milieuschade als resultaat van het gebruik van drugs eigenlijk nog het meest indringend vonden. Ik heb de campagne gezien. Zelf vond ik andere dingen indringender, maar voor het milieu is het in ieder geval goed nieuws dat bij de nieuwe generatie dat punt in ieder geval hoog op de agenda staat. Inmiddels hebben we, zoals u weet, ook structureel geld beschikbaar gesteld vanuit IenW en vanuit Justitie om de schade die met drugsafval is gemoeid, via de VNG te kunnen verhalen. Dat is een bedrag van 3 miljoen euro per jaar. De heer Van Dijk vroeg nog naar een motie van de SGP en de VVD over het verhalen van de drugsschade op degenen die de schade hebben veroorzaakt. In de motie was sprake van het aannemelijk kunnen maken dat iemand verantwoordelijk is voor de schade. Dat leidt in de strafrechtketen wel tot problemen, omdat aannemelijkheid onvoldoende is voor het kunnen beginnen van een zaak. De motie ondersteun ik volledig op de inhoud, maar in de uitwerking is de groep mensen die je uiteindelijk strafrechtelijk kunt aanspreken kleiner dan de groep die je met aannemelijkheid zou willen aanspreken. We komen in de rapportage nog terug op hoe we helemaal uitvoering geven aan de motie, maar deze winstwaarschuwing wilde ik u alvast geven. Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn deel van de beantwoording.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Er zijn niet heel veel vragen aan mij gesteld, dus ik kan daar snel in zijn. Ik heb er nog eentje openstaan uit de eerste termijn. Die ging over het onderzoek Chemtec Coca. Dat is van het NFI en de politie, maar dat wordt niet gepubliceerd. Dit is nou juist bedoeld om de criminelen niet wijzer te maken, maar ondertussen met experts te kijken naar methodes om hier onderuit te komen. Die heb ik dan bij dezen ingelost. De ogen in de wijk. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Faber. Intimidatie is natuurlijk een onderdeel van waarom mensen dingen niet melden. Dat is waarom we de campagne nu ook gericht hebben op Meld Misdaad Anoniem en daar hebben we gedurende de eerste zendtijd een toename gezien van het aantal meldingen met meer dan 30%. Mensen kunnen dus zonder risico melden. Het is natuurlijk wel belangrijk dat we dat opvolgen. We hebben dus gezorgd dat er meer capaciteit is om al die meldingen na te lopen, zodat mensen ook het idee hebben dat ze niet voor niks melden, dat het niet verdwijnt in de leegte, maar dat ze ook iets zien veranderen in hun wijk. Hopelijk stimuleert dat dan steeds meer mensen om dat toch wel te doen. Dan het ingezetenencriterium. Dat bestaat al. Dat is onderdeel van het landelijk gedoogbeleid, maar de handhaving daarvan is dan weer aan lokale burgemeesters. 77% van de gemeenten heeft dit gewoon opgenomen in hun lokale verordeningen en handhaaft daarop, maar de overige 23% niet. Daar kan je landelijk dan weer weinig aan doen, omdat in principe dat criterium gewoon geldt. We gaan dan niet met een ander middel de burgemeesters weer controleren. Het is aan hen om daar dan weer binnen het gedoogbeleid een weg in te vinden. Het zit dus aan het einde van mijn macht daarop. Dan de vraag van de heer Claassen over de criteria en de onderzoeken. De criteria op hoofdlijnen hebben we natuurlijk bij de aankondiging van het experiment neergelegd. We hebben er ook uitgebreid over gedebatteerd met uw Kamer. Waar het WODC zo meteen mee komt, is een vertaling daarvan in een heleboel parameters. Dat is inclusief de verschuivingen die we kunnen gaan meten in criminaliteit, in straathandel en in wat het betekent voor de vraag, of die daardoor toe- of afneemt. We komen na de zomer met een uitgebreide appreciatie daarvan en daar zitten al deze criteria heel meetbaar en smart in.

Bron, video en gesprek →
12 mrt 2026 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: We gaan er zeker over debatteren. U krijgt al die criteria en dan kunnen wij daar een debat over aangaan. Als u het niet eens bent met wat wij daarin concluderen, dan is dat onderdeel van het debat.

Bron, video en gesprek →