BOA-stelsel
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Zeker heb ik blokjes, voorzitter. Na een korte inleidende tekst heb ik een blokje over de neutrale uitstraling van het uniform. Laten we daarmee beginnen. Dan heb ik een blokje over de informatiepositie en de registers, daarna het ov, dan de geweldsmiddelen en vervolgens de verantwoordelijkheden van werkgevers en het toezicht. Ik eindig met andere belangrijke zaken. Dat zijn de kopjes. Dan begin ik nu, met uw welnemen, met mijn inleidende tekst.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Ik ben blij dat we vandaag met elkaar van gedachten wisselen over de boa. Allereerst zeg ik vriendelijk gedag tegen alle boa's die in het publiek zitten, maar via de camera ook tegen alle boa's die het debat op afstand volgen, en ook tegen degenen die het debat niet volgen. Dat begrijp ik hartstikke goed, want die zijn waarschijnlijk bezig met hun heel belangrijke werk, maar ook hun wens ik het allerbeste. De boa heeft een onmisbare en belangrijke rol in het leefbaar en veilig houden van onze wijken, het openbaar vervoer en onze natuurgebieden. Zij zijn onze oren en ogen bij het handhaven van de kleine norm en specialistische wet- en regelgeving. Het huidige boa-stelsel bestaat nu ongeveer vijftien jaar. In die vijftien jaar is de boa-functie verder geprofessionaliseerd en zijn er steeds meer taken en bevoegdheden bij gekomen. Ook onze samenleving en de vraag naar veiligheid zijn in die vijftien jaar veranderd. Het boa-stelsel was daar tot op heden onvoldoende in meegegroeid. Dat zorgde voor een aantal concrete en principiële knelpunten in het huidige stelsel, waardoor het noodzakelijk was om dat tegen het licht te houden. Over een aantal van deze knelpunten heb ik in een vorige capaciteit vaker met uw Kamer van gedachten gewisseld. Zo zijn de bevoegdheden en taken van de boa al vaker onderwerp van gesprek geweest en hebben we het regelmatig met elkaar gehad over de uitrusting van en de geweldsmiddelen voor boa's, bijvoorbeeld het vuurwapen voor de groene boa. Ook kost het vaststellen van de identiteit van een verdachte op dit moment veel tijd voor zowel de boa als de politie. Daarom werken we aan toegang tot de systemen voor boa's, zodat ze vaker zelfstandig kunnen overgaan tot identificatie als de situatie daarom vraagt. Dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. Ik kom later nog terug op de individuele registers en de vraag wanneer we de toegang daartoe voor elkaar gaan krijgen. Het algemene uitgangspunt bij de boa-beschouwing is geweest dat boa's over een stevig, toekomstbestendig stelsel moeten beschikken. Daarbij is er bewust voor gekozen om het bestel te optimaliseren door te behouden wat nu wel goed werkt en verbeteringen aan te brengen waar dat nodig is. Het afgelopen jaar is samen met belanghebbenden uit het boa-veld een intensief traject doorlopen om te komen tot een ontwikkelrichting voor het nieuwe boa-stelsel. Dat heeft geleid tot de richting en aanpassingen die mijn voorganger in de brief van 2 oktober uiteen heeft gezet. Met de in die brief voorgestelde wijzigingen zetten we een belangrijke stap naar een toekomstbestendig stelsel. We versterken de legitimiteit van boa's, we vergroten hun slagkracht en we dragen bij aan een leefbare en veilige samenleving. Voorzitter. Een nieuw stelsel implementeren kost tijd. Ik vind het belangrijk om dit zorgvuldig en in goede afstemming met alle belanghebbenden te doen. Zoals u weet, hebben we in Nederland meer dan 20.000 boa's, werkzaam voor ongeveer 600 verschillende werkgevers. Ik streef ernaar om het stelsel in 2028 volledig geïmplementeerd te hebben. Waar mogelijk zullen we deelonderwerpen die eerder klaar zijn, ook al eerder in werking laten treden. Zo kan ik zeggen dat de beleidsregels op het gebied van geweldsmiddelen binnenkort als eerste stap worden aangepast. Hierin koppel ik onder meer de noodzaak voor de toekenning van geweldsmiddelen aan de taak van de boa. De bepaling om met situaties en incidenten uit het verleden de noodzaak aan te tonen, de zogenaamde kan-bepaling, waar we het zo vaak over hebben gehad, laat ik daarmee volledig vervallen voor alle boa's. Die beleidsregels zijn vandaag gepubliceerd in de Staatscourant. Ze worden op 1 mei van kracht. Ik denk dat we daarmee een belangrijke stap hebben gezet in het dossier dat hier in uw Kamer al zo lang heeft gezorgd voor irritatie, en niet alleen bij u, maar natuurlijk ook bij de boa's die daar het slachtoffer van waren. Ook zijn we samen met het ministerie van IenW bezig met het openstellen van het rijbewijzenregister voor boa's, zodat ze vaker de identiteit van een verdachte kunnen vaststellen, en gaan we, zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord, werken aan de toegang tot de Basis Voorziening Vreemdelingen en de strafrechtketendatabank; die laatste is wel wat lastiger, maar daar kom ik straks nog op terug. We zijn dus volop aan de slag. Dat moet ook, want er is nog een heleboel te doen. Natuurlijk zullen de diverse partijen en belanghebbenden uit het boa-veld bij het hele vervolgtraject worden betrokken. Ik kijk er ook naar uit om dat gesprek verder aan te gaan met u, bijvoorbeeld over deelonderwerpen als toezicht, opleiding en training, en certificering. Die onderwerpen komen vandaag ook langs. Dit is een traject, een stelsel, in ontwikkeling. Daar kijk ik naar uit. Dit was mijn inleiding, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja. Dat is voor mij een kort blokje, over de neutraliteit van het boa-uniform. U weet dat ik een traject in gang had gezet om dat te regelen per AMvB en niet per wet. Wij vonden namelijk dat dat kon voor deze maatregel, vanwege de snelheid die ermee gemoeid was. De Raad van State heeft daar een negatief advies over gegeven en meent dat dit met een wetswijziging moet worden geregeld, omdat het raakt aan de grondrechten. U heeft ook het coalitieakkoord gelezen. Daarin is niks opgenomen over de neutraliteit van het boa-uniform. Dat betekent dat ik voornamelijk ga kijken naar wat uw Kamer verwacht en hoe uw Kamer daarmee verder wil omgaan. Ik heb al gehoord dat er voornemens bestaan voor een initiatiefwet. Als dat de route is die de Kamer wenst te bewandelen, zullen we daar uiteraard van harte behulpzaam bij zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik heb in een vorige periode deze AMvB naar voren gebracht en in behandeling gebracht omdat ik ervan overtuigd was dat de neutraliteit van het boa-uniform van grote waarde is. Die AMvB-route is doodgelopen, zoals gezegd. In het coalitieakkoord zijn er geen afspraken over gemaakt. Dat betekent dat ik allereerst wil luisteren naar uw Kamer. Ik heb zelf niet de behoefte om nog een keer de ronde langs het veld te maken. We zullen zien. Als er een wetswijziging vanuit de Kamer komt, zal die alle trajecten weer doorlopen, inclusief een consultatie. Dan kan iedereen, waaronder dus mensen uit het veld, burgers en belangenorganisaties, input geven voor het conceptwetsvoorstel dat er dan ligt. Dat is de route die we dan bewandelen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Eén. Die discussie hebben we eerder gevoerd. Het moge duidelijk zijn wat toen mijn afweging is geweest. Daarom heb ik toen dat traject ingezet. Twee. Zoals ik heb gezegd, is het nu aan uw Kamer om dit dossier verder op te pakken. Ik hoef verder geen uitgebreide verhandelingen met u te voeren over wat ik daar al dan niet van vind. In de kern — laat ik het omwille van de discussie kort houden — geldt voor mij dat een uniform een uniform is en daarmee niet van religieuze uitingen zou moeten worden voorzien, dan wel daarmee zou moeten worden aangevuld.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat is omdat het hier gaat om het geweldsmonopolie van de Staat. Het gaat hier om handhaving, om Vrouwe Justitia en om haar uitvoerders. Niet voor niets is Vrouwe Justitia blind. Daarom is neutraliteit, juist in dit soort beroepen, wat mij betreft essentieel. Ik ga echt niet tot een vergelijk met u komen, zeg ik via de voorzitter tegen de heer El Abassi, maar dat hoeft ook niet. De Kamer is nu aan zet en ik zal volgen wat de Kamer voorstelt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat laatste moet ik even ontkrachten. Dit is absoluut geen beroep waar mensen niet voor solliciteren. Ik moet zeggen dat de aantrekkelijkheid van het werk als boa zich op een alltime high bevindt. We moeten echt af van het idee dat dit banen zijn die mensen niet zouden willen. Ik ken inmiddels heel veel voorbeelden van politieagenten die overstappen naar een boa-werkgever of omgekeerd. Dat is nou juist de volwassenwording van het boa-bestel waar we het vandaag over hebben. Dat idee wil ik dus wegnemen. Het gaat helemaal niet verkeerd met de werving van boa's. Verder denk ik dat alles hierover gezegd is en ik daar niets aan hoef toe te voegen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat vind ik een ontzettend belangrijk punt. Ik ben zelf in Utrecht geweest, waar ik heb meegelopen met boa's die mij hun verhaal vertelden: als je iemand een proces-verbaal wilt geven voor door rood fietsen in de spits, op weg naar zijn of haar werk, en diegene geen ID-bewijs bij zich heeft, moet je die persoon vervolgens tot drie kwartier ophouden voordat er uiteindelijk een politieagent komt, die natuurlijk ook niet zit te wachten op dit soort taken, om de identiteit van die persoon vast te kunnen stellen. Ik vind het een wonder dat het dan blijft bij een proces-verbaal voor door rood rijden, want ik kan me voorstellen dat de irritatie enorm oploopt op deze manier. Dat moeten we boa's niet aandoen. Ik ben dus vanaf het begin zeer gemotiveerd geweest om dat voor elkaar te krijgen. De toegang tot het rijbewijzenregister moet uiteindelijk door het ministerie van IenW worden geaccordeerd, maar we liggen echt op koers — dat is het goede nieuws — om dit vanaf april in ieder geval voor de publieke boa's al mogelijk te maken. Hopelijk kan het dan later dit jaar via een AMvB ook mogelijk worden gemaakt voor de private boa's. Ik denk dat daarmee een eerste belangrijke stap wordt gezet. Ja, er is een workaroundpilot in Rotterdam. Dat werd ook genoemd door mevrouw Coenradie. Zoals mijn voorganger, denk ik, ook met uw Kamer heeft gewisseld, zitten daar wel juridische haken en ogen aan. We laten die pilot nu wel doorlopen, maar die heeft onvoldoende juridische basis om hem breder uit te rollen. Daarom willen we er eerst aan werken om wel die juridische basis te creëren, en dan kunnen we dat verder doorzetten. De minister van AenM gaat over de BVV. Die minister kende ik tot voor kort zeer goed. Inmiddels moeten we daar de banden weer wat aanhalen, maar ik weet zeker dat we eruit gaan komen om ook daar zo snel mogelijk een traject op te zetten om dat mogelijk te gaan maken …
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De boa hoef ik niet uit te leggen, hè?
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: We hebben het over registers. Naast het rijbewijsregister is er een Basis Voorziening Vreemdelingen. Dat is een database waarin de identiteit van vreemdelingen is vastgelegd. Die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Asiel en Migratie. We hebben ook een strafrechtketendatabank. Die valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, maar dan wel onder de staatssecretaris. Ze staan niet voor niks genoemd in het coalitieakkoord; dat is juist omdat we het belang erkennen van een deugdelijke toegang daartoe. Ik zal dus ook zo snel mogelijk trajecten opzetten om zowel voor die Basis Voorziening Vreemdelingen als voor de strafrechtketendatabank te kijken hoe we daar de noodzakelijke stappen kunnen zetten. Voor de strafrechtketendatabase zijn we al in de fase van het zogeheten beleidskompas. Daarbij inventariseren we welk probleem we willen oplossen en hoe we dat het beste kunnen doen. Daarmee wil ik dus wel ontkrachten dat de toegang vastloopt omdat er onwil zou bestaan binnen mijn ministerie of elders. Dat voel ik niet. Ik deel wel de frustratie dat het lang heeft geduurd om bij het rijbewijsregister die toegang te krijgen, maar ik zal er zelf bovenop zitten om te zorgen dat dit inderdaad spoedig ter hand wordt genomen voor die zaken waar ik zelf over ga. Er was ook nog een vraag van mevrouw Lammers, namelijk of we niet kunnen werken met één landelijk registratiesysteem voor alle boa's. Zij vroeg of ik ervoor kan zorgen dat dat systeem er komt en ook wordt geïmplementeerd. Ik zou daar zeker schoonheid in zien, maar in de huidige verdeling van verantwoordelijkheden is het aan werkgevers om zelf hun eigen registratiesysteem vast te leggen. Boa's mogen op basis van de Wet politiegegevens wel politiegegevens met elkaar delen. De juridische mogelijkheid om dat te doen, bestaat dus wel. Ik kan me echt voorstellen dat één systeem dat positief zou beïnvloeden, maar dat heeft natuurlijk hele grote financiële consequenties. Bovendien gaat dat dan over die 600 werkgevers heen. Ik zie het dus voor deze doorontwikkeling van het stelsel niet als een hele haalbare kaart om op te nemen. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk wel snap wat de gedachte daarachter is. Wat gaan we dan doen voor de private en de groene boa's als het gaat om informatievoorziening? Dat was een vraag van mevrouw Straatman. Iedere boa moet voor zijn eigen specifieke taak natuurlijk kunnen beschikken over een goede informatiepositie. Daarom is het ook van belang om die informatie die behulpzaam kan zijn om een persoon te identificeren voor iedereen, zowel publiek als privaat als groen als anders, beschikbaar te maken. Er zijn wel wat uitdagingen als het gaat om de groene boa's uit domein 2. De grote versnipperdheid in het werkgeversveld speelt hier parten. Dat maakt de zorgvuldige toegang en het toezicht daarop heel moeilijk, omdat je dus zit met werkgevers met slechts enkele boa's, waarvoor je het toezicht dat noodzakelijk is voor toegang onafhankelijk moet inbrengen. Daarom doen we dit stapsgewijs en noemde ik dat het rijbewijsregister vanaf april in ieder geval toegankelijk is voor de publieke boa's. We werken ernaar dat die tegen het einde van het jaar ook toegankelijk is voor de private boa's, waaronder de groene boa's, zoals is genoemd. Dan een vraag van mevrouw Van der Plas, of het mogelijk is om een pasfoto aan de databank van de GBA toe te voegen. Ik weet niet of u het wel voluit had geschreven, maar de GBA is de Gemeentelijke Basisadministratie. Dat is niet mogelijk. Het implementeren van een centraal register zou in verhouding tot de verbetering van de identiteitsvaststelling niet proportioneel zijn, vanwege potentiële privacyinbreuken en de gevoeligheid van de gegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft destijds, in december 2022, negatief geadviseerd over dit voorstel. Voorzitter. Dat was wat ik had over de informatiepositie.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja. Oftewel: het ov.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik heb het vermoeden dat deze nog een paar keer terugkomt in dit debat, voorzitter. Mevrouw Martens vroeg: verschuiven er op basis van de ontwikkelrichting nu nog meer taken van de politie naar de boa's in het ov; krijgen bedrijven meer taken op dat gebied? Dat is niet wat er in de brief over de ontwikkeling van het stelsel staat. We willen juist duidelijkheid verschaffen over de eigen rol en de taak van de boa binnen de politiefunctie en deze bestendigen. Maar er staat wel een uitgangspunt in: we willen dat de boa zijn eigen werk zelfstandiger kan doen dan nu het geval is. Dat is wat we de komende tijd met al die werkgevers moeten gaan bepalen. Wat betekent dat nou? Wat heeft een boa nodig om minder afhankelijk te zijn van de politie voor de uitvoering van zijn taken? Dat gaat niet over het verschuiven van verantwoordelijkheden, maar meer over het in zijn kracht zetten van de boa, al dan niet met middelen, informatiesystemen, communicatiesystemen en arrangementen tussen politie en boa's en door die op een betere manier te regelen dan nu het geval is. Ik denk dat dat ook een hoop frustratie wegneemt. Natuurlijk gaan we de ov-bedrijven daar ook bij betrekken.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Mevrouw Coenradie vroeg of de samenwerking tussen politie en ov-boa's meer uniform kan worden geregeld. Op dit moment verschilt dat per locatie, soms per werkgever en soms per stad of gemeente. Zoals gezegd zijn ze zo veel mogelijk complementair aan elkaar. In die zin heb je dus vooral afspraken nodig over waar de overdracht van de ene naar de andere functie ligt en over de verdeling die lokaal wordt afgesproken, zodat ze allebei hun eigen taak kunnen doen. Daarbij is er wel noodzaak tot maatwerk. Ik heb dat gezien in verschillende steden. Boa's worden voor verschillende zaken ingezet. Er werd al gesproken over de interventie-boa's. Dat vind ik zelf ook een heel mooi voorbeeld. Dat betreft een prangend probleem waar de politie nu ontzettend veel tijd aan kwijt is. In Utrecht heb ik boa's gezien die zich voornamelijk bezighouden met verslaafden op straat. Dat vereist dus duidelijke afspraken met de politie over wat de boa's doen, wanneer je ze kunt bellen en wanneer iets wordt overgedragen. In sommige gemeentes is ervoor gekozen om samen te gaan zitten in een meldkamer, omdat eenduidige afbakening aan de voorkant moeilijker is en je dus vaker ter plekke per incident moet kunnen bepalen of er een boa-team of de politie op af wordt gestuurd. Dat vereist dan ook weer dat er iemand in de meldkamer zit die anders op straat zou lopen. Zo denk ik dat er ontzettend veel best practices zijn die deels zijn afgeleid van wat er lokaal werkt en deels zijn gericht op maximale efficiëntie. Ik denk niet dat we dat landelijk heel strak moeten gaan vastleggen. In de ontwikkeling van het stelsel wil ik wel kijken of we daar een soort guide van best practices van kunnen maken. Middelgrote gemeentes die op dezelfde manier omgaan met boa's in de handhaving kunnen daarmee dan leren van elkaar. Mevrouw Lammers vroeg naar de pilot met de wapenstok van de NS. Zij vroeg wanneer alle boa's van de NS een wapenstok krijgen. De NS is een pilot gestart waarin 75 boa's zijn uitgerust een wapenstok. Het is nu aan de NS om naar de resultaten van die pilot te kijken en op basis daarvan een besluit te nemen. Als de NS een wapenstok aanvraagt voor al zijn boa's, zullen de politie en het OM daar een advies over geven en zal ik daar een besluit over nemen. Ook daarbij zeg ik: er komen nieuwe beleidsregels, dus we hebben niet meer te maken met de kan-bepaling en incidenten uit het verleden als basis voor de toekomst. Het gaat echt om de taak. Daar geeft de pilot voldoende inzicht in, denk ik. Nog meer pilots, maar dan met bodycams. Er werd gevraagd waarom er zoveel rondes met bodycams zijn. Het is voor boa's nu al mogelijk om bodycams te dragen. Dat hebben wij geregeld met het ministerie van SZW. Daar is geen enkele belemmering voor. Het is nu echt aan de werkgevers van de boa's om te bepalen of ze hun boa's wel of niet met een bodycam willen uitrusten. Van de NS heb ik begrepen dat het hierbij niet gaat om een nieuwe pilot, maar om een gefaseerde uitrol van het gebruik van de bodycams door toezichthouders. Daarbij worden de boa's van de NS toegerust met nieuwere, modernere bodycams. Het is dus geen pilot, maar onderdeel van de invoering daarvan. Ik kom zo nog terug op bodycams in zijn algemeenheid daar waar het gaat om de uitrusting van boa's, want daar zegt het coalitieakkoord ook wat over. Mevrouw Van der Plas vroeg naar het seponeren. Hoe vaak gebeurt dat? Er wordt in de registratie geen onderscheid gemaakt naar specifieke beroepsgroepen, dus we kunnen de boa's niet uit die cijfers lichten. De politie en het OM publiceren jaarlijks in het voorjaar de cijfers over alle delicten tegen alle mensen met een publieke taak. Ze nemen deze natuurlijk zeer ernstig en met voorrang op en bij zo'n 85% van de aangiftes die zijn gedaan, leidt dat daadwerkelijk tot een strafvorderlijke reactie. Ik vind dat eerlijk gezegd hoopvolle cijfers. Politie en OM nemen geweld tegen hulpverleners in ieder geval serieus. Dat brengt mij bij geweldsmiddelen en de rest van de uitrusting.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik begrijp die wens en ik begrijp ook de wens van het ov. Het ov heeft een voor- of een nadeel — het is maar hoe je het noemt — want dat rijdt door het hele land heen en hoewel wij wel een landelijke politie hebben, is dat niet hoe we uiteindelijk de inzet van de politie hebben belegd. Dat maakt het lastig om te bepalen — uiteindelijk opereert de politie immers onder gezag van de burgemeester — hoe een burgemeester de politie moet inzetten op het moment dat een trein met boa's en een arrestant door zijn verantwoordelijkheidsgebied rijdt. Daar kan ik wettelijk niets afdwingen. Wat ik wel kan doen, is ook hier weer — dan kijk ik naar de heer Mathlouti — kijken naar best practices, want er zijn een aantal van dit soort afspraken gemaakt en er zijn natuurlijk trajecten waarvan je weet dat het daarop vaker voorkomt dan op andere. Daar komt de pilot ook vandaan die wel succesvol is geweest. Daarna kan je kijken hoe je dat als een best practice ook door andere gezagen kan laten overnemen. Ik denk dat dat ongeveer is hoever mijn macht daar reikt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Als ik mevrouw Mutluer de moeite kan besparen om een motie in te dienen, dan zal ik dat heel graag doen. Wat ik kan toezeggen, is dat we in ieder geval kijken naar best practices op basis van de afspraken die er al zijn en om die dan vervolgens onder de aandacht te brengen van de gezagen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat zou ik hier wel kunnen zeggen, maar dan heb ik vervolgens 342 burgemeesters aan de lijn, die mij allemaal gaan vertellen dat ik daar niet over ga. Daar hebben ze nog gelijk in ook, want wettelijk gezien hebben zij het gezag over de inzet van de politie en ik niet. Ik ben de beheerder, samen met de korpschef. Vanuit mijn bevoegdheden kan ik dus niet verder gaan dan de toezegging zoals ik die heb gedaan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het oordeel laat zich dan ook raden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Geweldsmiddelen. Ik denk dat er al heel veel aandacht is geweest voor de groene boa's en het makkelijker maken van het verkrijgen van een vuurwapenvergunning. Ik ben oprecht blij dat de beleidsregels nu gepubliceerd zijn, dat de kan-bepaling er nu uit is en dat het enige wat nog telt voor de beoordeling van een vuurwapen, de taakomschrijving van de boa is. Daar waar het gaat om de groene boa's, zeg ik: ja, inderdaad zijn de provincies volgens de Omgevingswet het gezag dat die aanwijzingsbesluiten moet geven over de taken van groene boa's. Een aantal van u heeft dat gememoreerd. We hebben de provincies erop geattendeerd en zullen dat ook blijven doen. Tot nu toe hebben drie provincies dat gedaan. Ik pak mijn aantekeningen er even bij. Dat zijn Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant. Ik moet wel zeggen dat daar ook wel de bulk van de groene boa's zit, omdat daar natuurlijk de meeste natuurgebieden zijn. Stropers kunnen natuurlijk altijd uitwijken naar Noord-Holland, maar daar zullen ze weinig winst behalen. Ik denk dus dat we voor de korte termijn daarmee in ieder geval dat gat hebben gedicht. Die provincies hebben ook daadwerkelijk alle groene boa's de taak gegeven tegen gewapende stroperij. Daarmee worden de aanvraag van een vuurwapen en de toekenning daarvan een stuk eenvoudiger. Ik zeg er wel bij dat het uiteindelijk aan de werkgevers is, en die kunnen we niet dwingen, om uiteindelijk ook de aanvraag te doen namens hun eigen boa's. Maar ten opzichte van waar we stonden, is het een belangrijke stap voorwaarts, denk ik. Dat geldt dus nu ook voor alle andere boa's en andere geweldsmiddelen. Ook daar is de kan-bepaling en het aantal incidenten dat ze hebben meegemaakt in hun taak, niet meer bepalend voor het feit of zij al dan niet de beschikking kunnen krijgen over bijvoorbeeld een wapenstok. Ook dat is geen automatisme. Je kunt je voorstellen dat als het om handhaving in een heel rustige buurt gaat, je veel liever zonder een wapenstok rondloopt om een meer laagdrempelig contact te hebben met de omgeving dan in sommige omgevingen, waarin die dreiging van gevaar, ook voor hun eigen persoon, veel hoger is. We hebben het nu in ieder geval geüniformeerd aan de mogelijkhedenkant. Het is aan de werkgever om het dan verder in te vullen. Ik denk dat dit ook een antwoord is op de vraag van mevrouw Straatman over de uniformering van die uitrusting. Ook in het nieuwe stelsel hebben we dus te maken met een basisuitrusting. Daarbovenop komen die aanvullende geweldsmiddelen. Dat kan een wapenstok zijn of pepperspray. Het is dan aan de werkgevers om dat naar aanleiding van de taken die ze geven aan specifieke boa's aan te vragen en daar toestemming voor te verkrijgen. Uiteindelijk is het dan de Dienst Justis, die namens mij een besluit neemt over die aanvragen. Dat is nu ook al het geval. Het enige wat vervalt in de nieuwe situatie is de toezichtsrol van het OM. Mevrouw Coenradie vroeg nog of ik de toetsing voor geweldsmiddelen van een naar twee jaar wil brengen. Laat ik vooropstellen dat ik de situatie die is ontstaan rond de Politieacademie betreur. Ik snap de Politieacademie. Ook die moet roeien met de riemen die zij heeft, maar dat mag uiteindelijk natuurlijk niet ten koste gaan van de toetsing van boa's voor het gebruik van hun geweldsmiddelen. De inhaalslag die gedaan zou worden, is gedaan, dus alle werkgevers die nog in 2025 hun medewerkers wilden laten toetsen, hebben dat kunnen doen. In die zin was er begin dit jaar geen sprake van een achterstand, maar de Politieacademie heeft wel gezegd dat zij daar in 2026 geen capaciteit voor heeft. Ik ben dus inderdaad met een werkgroep bezig om te bekijken wat de beste manier is om dat te doen. Is dat een boa-academie? Zijn dat private partijen die we in permanente dienst hebben? Is dat toch via een omweg de Politieacademie, maar dan met compensatie? Daar zijn we nog niet uit, maar we gaan zorgen dat we daar in ieder geval in de komende maanden helderheid over krijgen, zodat we niet weer tegen dat probleem aanlopen. Vanwege de impact en de toekenning van geweldsmiddelen en goed werkgeverschap wil ik niet per se die termijn oprekken van een naar twee jaar. Ik wil veel liever regelen dat we één jaar gewoon kunnen halen. Dan houden we wat betreft de groene boa's één vraagstuk over en dat is door een aantal van u genoemd. Wat nou als je in the middle of nowhere bent, je geen taak hebt met betrekking tot gewapende stroperij en je iets tegenkomt waarbij er sprake is van een gevaarzetting? Ik wil toch zeggen dat als het niet behoort tot de taakomschrijving van de boa, het de bedoeling is dat de boa zich terugtrekt uit die situatie en hulp roept. De strafrechtelijke vervolging van hetgeen wordt aangetroffen, heeft dan geen prioriteit. De veiligheid van de boa heeft dan prioriteit. Dat an sich, dus het feit dat je in de natuur kunt aanlopen tegen ondermijnende criminaliteit, is niet automatisch een reden om een vuurwapen toe te kennen. Zoals gezegd, is de gewapende stroperij dat wel, omdat het gewoon behoort tot de taak van de boa om die tegen te gaan. Daar kan dan wel een vuurwapen bij horen. Dat wil ik voor de helderheid wel nog even hebben neergelegd. Voorzitter, ik heb er nog eentje. Nee, nog twee en dan ben ik aan het einde van het blokje. De eerste is de vraag van de heer El Abassi, die vroeg naar de uitbreiding van de bevoegdheden en de extra bewapening: verschuiven we niet het geweldsmonopolie en hoe houden we daar grip en toezicht op? In eerste instantie zorgen de werkgevers ervoor dat de boa's binnen de aan hen gegeven bevoegdheden opereren, maar elke inzet van geweld wordt uiteindelijk beoordeeld door het OM. Dat bekijkt ook in elk individueel geval van geweldsinzet of er noodzaak is tot strafvervolging. De ambtsinstructie is leidend bij de inzet van geweldsmiddelen. Op basis van die ambtsinstructie is de boa verplicht om bij de inzet van die middelen een geweldsmelding te doen bij de hulpofficier van justitie. Voor het nieuwe bestel wordt samen met de werkgevers, de politie en het OM verder uitgewerkt welke aanvullende waarborgen voor geweldsinzetten moeten worden geregeld om dat ook in het nieuwe stelsel gewaarborgd te hebben. Ten slotte kom ik op het aantal groene boa's in de buitengebieden. Daar ga ik niet over, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Dat is aan de boa-werkgevers zelf. Er is op dit moment vanuit mijn ministerie wel een subsidie van 5 miljoen euro per jaar. Verder is de collega van LVVN in the lead om te bekijken wat er vanuit het oogpunt van natuurbescherming en natuurbeheer aanvullend nodig zou zijn aan groene boa's in de buitengebieden. O, ik heb hier ook nog een vraag over de bodycam. Excuses, het waren er toch drie. Het is geen geweldsmiddel, maar hoe zit het met het uitrusten daarmee? In het coalitieakkoord staat beschreven dat boa's en politieagenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak een bodycam krijgen, zodat ze veiliger kunnen werken. In het nieuwe boa-stelsel is de bodycam al standaard onderdeel van de aanvullende uitrusting. Het is uiteindelijk nog wel aan de werkgever om die in overleg met de boa al dan niet toe te kennen. Ik ken ook boa's die absoluut niet zitten te wachten op een bodycam. Het hangt dus maar helemaal af van de setting waarin je opereert of het van toegevoegde waarde is of niet, maar de mogelijkheid is er en die wordt ook onderstreept in het akkoord.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik stel voor om zo veel mogelijk dingen te clusteren. Ik waardeer dit aparte debat over de boa's. Ik stel voor dat we bij het volgende halfjaarbericht politie een apart hoofdstuk over de boa's toevoegen en dat we daarin een aantal van deze zaken benoemen. Dan laten we het samenlopen, maar besteden we er wel expliciet aandacht aan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik denk dat u niet de enige bent die hierover enigszins verbaasd was. Dat waren wij ook. De landsadvocaat heeft ons geadviseerd over hoe wij hiermee moeten omgaan. De Omgevingswet is hier de schuldige. Ik weet niet of men tijdens de behandeling van de Omgevingswet expliciet gekeken heeft naar dit zijeffect, maar daarin is aangewezen dat de handhaving van de gewapende stroperij en het aanwijzen van de boa's die dit als taak hebben, belegd is bij de provincies. Dat is natuurlijk niet het meest praktisch, want dat betekent dat wij de provincies nu moeten opbellen om hen een aanwijzingsbesluit te laten nemen zodat we uiteindelijk die dekking hebben. Dat is hoe de wet nu werkt. Je zou dat vrij eenvoudig kunnen oplossen met een reparatiewet. Daar zullen we naar kijken, samen met de nieuwe minister van VRO, van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. For the time being: zolang de provincies hun aanwijzingsbesluiten nemen — de drie belangrijkste hebben dat gedaan — is het gerepareerd en is het verder niet onhelder. We hebben nu gewoon een heldere juridische basis voor het optreden. Dat is nu het geval voor Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Die reparatie zou eruit bestaan dat de domeinaanwijzing en de taken die daarin genoemd worden, voldoende zijn. Dan kan ik die besluiten weer nemen als minister en dan hoeft er verder ook geen aanwijzing meer te komen vanuit de Provinciale Staten. Maar op dit moment hebben we te maken met de Omgevingswet en is dat wél nodig. Het klopt dat de stroperij niet alleen actief is in die drie belangrijkste provincies. Daarom zitten we de andere provincies ook achter de broek om dat aanwijzingsbesluit zo snel mogelijk te nemen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het is een wetswijziging. Nogmaals, op het moment dat de provincies die aanwijzingsbesluiten hebben genomen, zijn we gedekt. Dan is er geen acute nood. Maar je zult wel een wetswijziging moeten indienen op de Omgevingswet. Ik wil niet zeggen dat u beter weet dan ik hoelang een wetstraject ongeveer in beslag neemt, maar u weet dat wel net zo goed als ik.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik wil niks laten versloffen, maar mijn belangrijkste prioriteit is om er nu voor te zorgen dat het geregeld is voor de boa's die er zijn. De weg om het nu geregeld te krijgen, is via de provincies, omdat zij nu die bevoegdheid hebben. Daar ligt de prioriteit nu. Daarnaast zal ik met de nieuwe minister van VRO in overleg gaan, want die moet uiteindelijk de wetswijziging indienen. Ik zal vragen of zij daartoe bereid is en of dat samenvalt met andere reparaties aan de Omgevingswet die al aanstaande zijn. Dan kan daar een wetstraject omheen worden gezet. Nogmaals, het is niet moeilijk, maar het moet wel door alle stappen heen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank voor de verhelderende vraag. Niemand weigert. Het heeft hier te maken met processen. Dat speelt ook bij die overige provincies.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik durf niet per se te zeggen of er nu gewapende boa's rondlopen buiten de drie provincies die genoemd zijn. Ik kan daar wellicht in de tweede termijn op terugkomen. Ik zal het u dan even laten weten. Nogmaals, de prioriteit is nu gericht op het hebben van die aanwijzingsbesluiten. Dat is niet moeilijk, maar het moet wel even gebeuren.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan begin ik met …
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, maar dat is niet een heel dik blokje. Laat ik daar dus doorheen gaan. Het blokje met de andere belangrijke zaken is ietsje langer. Mevrouw Straatman vroeg naar de verdwijnende rol van het Openbaar Ministerie als het gaat om toezicht. Het klopt dat het OM in het nieuwe stelsel geen toezichthouder meer is. Het heeft dus geen rol meer in de advisering over het toekennen van aanvullende wapenuitrusting, en ook niet in het toezichthouden op de taakuitvoering door de boa. Het OM blijft uiteraard wel het bevoegd gezag voor zover de boa gebruikmaakt van zijn strafrechtelijke bevoegdheid of van de geweldsbevoegdheid die daaraan gekoppeld is. Daarmee behoudt het, zoals ik net al tegen de heer El Abassi zei, ook een rol bij de strafrechtelijke toetsing van incidenten, en uiteraard ook bij de kwaliteit van de opsporing. We zijn nog bezig met de nadere uitwerking van het toezichtstelsel, zeg ik ook tegen anderen. Daarbij zullen we hier ook rekening mee houden. Het is de bedoeling dat in het nieuwe bestel de werkgever een onafhankelijke interne toezichthouder aanstelt. Die houdt dan toezicht op de kwaliteit, integriteit, proportionaliteit en rechtmatigheid van de taakuitvoering. Die onafhankelijke interne toezichthouder wordt wettelijk verplicht, naar het voorbeeld van de functionaris gegevensbescherming, zoals we die kennen binnen organisaties. Daarnaast komt er ook een tweede- en derdelijnstoezicht. We komen later nog terug op hoe we dat precies vorm gaan geven. Dat gaan we samen met het veld verder uitwerken. Mevrouw Straatman vroeg nog wat het betekent voor de kleinere gemeentes en de kleinere werkgevers van boa's. Professioneel werkgeverschap is een van de pijlers die we in het nieuwe bestel naar voren willen laten komen. De verantwoordelijkheden die daarbij horen, moeten voor iedereen gelden. Maar ik besef ook wel dat dat een grote impact kan hebben op kleine werkgevers. We zullen de mogelijkheid voor samenwerking tussen verschillende werkgevers bij het invullen van het toezicht dus behouden. Dan zou je bijvoorbeeld regionaal kunnen kijken of een aantal gemeentes dat gezamenlijk kan doen, om het meer behapbaar te houden en om meer schaalgrootte te creëren. Mevrouw Straatman vroeg ook nog hoe het zit met de nazorg. Dat is een zaak van individuele werkgevers, en zij vroeg of we het niet landelijk kunnen organiseren. Dat kan niet, want die nazorg vloeit voort uit het werkgeverschap zoals dat in de Arbowet is vastgelegd. De Arbowet verplicht werkgevers om een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen om arbeidsrisico’s zoals geweld en agressie in kaart te brengen en maatregelen te nemen om deze te beperken. Uiteindelijk ziet de Arbeidsinspectie dan weer toe op de naleving van de Arbowet. Werkgevers moeten op basis daarvan bij incidenten, zoals geweld op het werk, wat bij een boa ook kan gebeuren, zelf zorgen voor passende opvang en nazorg. In het verlengde daarvan ligt de PTSS-vraag, zoals die is genoemd. Uiteraard is het van groot belang dat er goed wordt zorg gedragen voor boa's, ook daar waar sprake is van PTSS, maar ook hier is het primair op basis van de wet aan de werkgevers om een zorgstelsel in te richten. Dat is ook onderdeel van hun rechtspositie. Daarnaast vindt er — anders kom ik weer bij best practices terecht — al uitwisseling van kennis en ervaringen plaats tussen de werkgevers van verschillende beroepsgroepen over beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, waaronder natuurlijk ook PTSS. Dat was het blokje toezicht en verantwoordelijkheden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik hoorde het woord "motie" niet, maar ik voelde het wel ergens in doorklinken. Wat ik wel wil doen, is in het volgende halfjaarbericht een paragraaf wijden aan PTSS en hoe wij daartegenaan kijken. Dat helpt u dan misschien om te bepalen hoe ver dat afligt van hoe u daartegenaan kijkt en wat dat verder nog vereist. Dan nu de overige belangrijke zaken. Eerst de handelingsbevoegdheid van boa's onder de Wet seksuele misdrijven. Ook daar heb ik in mijn vorige verleden met uw Kamer over van gedachten gewisseld. We hebben toen gesteld dat we de pilot, hoewel die nog loopt, willen openstellen voor meerdere gemeenten, voor zij die dat willen. De eerste resultaten die ik terughoor van deze pilot zijn positief. In die zin verwacht ik dat we met de evaluatie door kunnen stappen naar het creëren van een permanente bevoegdheid. Die evaluatie wacht ik wel af. Die komt dit jaar rond de zomer. Tot die tijd verandert er dus wat mij betreft niets aan de pilots die lopen. Na die tijd zal ik zorgen voor een naadloze overgang van de pilot naar de permanente bevoegdheid. We gaan dus niet ergens mee stoppen om dan vervolgens een bevoegdheid te creëren. Dat zal gewoon naadloos in elkaar overlopen. Al debatterend kom je toch al een heleboel onderwerpen tegen onderweg, blijkt in het debat. De Eenduidige Landelijke Afspraken. Mevrouw Van der Plas had daar nog een vraag over, namelijk hoe het staat met de herziening daarvan. In april vorig jaar is de evaluatie met een beleidsreactie naar uw Kamer toe gegaan. We werken nu aan de herziening van de Eenduidige Landelijke Afspraken en ik verwacht dat die voor het zomerreces naar uw Kamer toe kan komen. Mevrouw Coenradie vroeg hoe je de her- en bijscholing meer kunt toespitsen op specifieke functies, bijvoorbeeld het verschil tussen de groene boa en de ov-boa. Het nieuwe puntensysteem voor permanente her- en bijscholing is erop gericht om ruimte te creëren voor werkgevers om zelf de bijscholing te kiezen die zij nodig achten voor hun specifieke werk, maar er is wel een evenwicht tussen die ruimte en het aantal zaken dat je landelijk wilt voorschrijven. De kwaliteit van de processen-verbaal van boa's moet natuurlijk gewoon een landelijke standaard kennen. Daar zit dus eenduidigheid achter. Dat geldt ook voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de bijscholing die daarvoor nodig is of het de-escalerend bejegenen van bepaalde groepen. Er komt dus een mix van centrale en specifieke her- en bijscholing in dat puntensysteem. Mevrouw Van der Plas vroeg nog naar de motie van BBB en VVD over minimumstraffen bij geweld tegen hulpverleners. Er komt snel een brief aan. Ik hoop nog in april, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Ik denk dat ik daarmee aan het einde van mijn eerste termijn ben.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: In een bijzin had ik ze al geprezen. Het is een van de specifieke boa-taken die mogelijk navolging verdienen. Ik zal dit dus zeker inbrengen vanuit mijn verantwoordelijkheid in het traject over verward gedrag, dat natuurlijk onder de leiding van de minister van BZK plaatsvindt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Op die vraag kan ik een heel kort antwoord geven: we nemen in het halfjaarbericht politie mee hoe we daartegen aankijken. Dat is nog tijdig, want we beginnen nu in april met de publieke zaken en daarna komt de rest. Laat mij ook nog een woord van dank uitspreken aan alle boa's, die inderdaad een cruciale rol voor ons vervullen in de veiligheid in onze omgeving, in onze steden, in onze straten, maar ook in onze natuurgebieden. Ze zijn niet meer weg te denken. Het is ongelofelijk om te zien dat er binnen vijftien jaar — het is echt nog een jonge organisatie — in de diversiteit ontzettend veel kracht in deze organisatie zit. Daar gaan we verder aan bouwen.
Bron, video en gesprek →