KamerkringInloggen
David van Weel

Officieel Kamerprofiel

David van Weel

66debatten
1.816bijdragen
23interrupties
336.704woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. En dank aan de leden voor de inbreng in de eerste termijn. Ik weet wat voor hectische dag u allemaal tegemoet gaat vandaag. Ik mag ook nog een paar keer figureren in uw samenzijn. Ik zal meteen overgaan tot de beantwoording. Dat doe ik in drie blokjes: de Asielnoodmaatregelenwet, internationaal inclusief Uganda en overige belangrijke onderwerpen. Laat ik beginnen met de Asielnoodmaatregelenwet. Eigenlijk waren hierover twee vragen, die ik achterelkaar zal beantwoorden. De eerste ging over wat nu het beoogde tijdstraject is, waar we staan en hoe snel we die novelle in de Tweede Kamer kunnen verwachten. Wat mij betreft is dat zo snel mogelijk. Ik heb gekeken naar alle stappen die we moeten doorlopen — ook bij een novelle gaat het immers gewoon om wetgeving — en hoe ik die maximaal kan inkorten. Inmiddels zijn we zover dat de consultatietermijn is verlopen. Er zijn maar liefst 672 reacties binnengekomen op de novelle. Die zijn we op dit moment aan het verwerken. Daar wil ik recht aan doen, want ze komen ook van instituties als de politie, de marechaussee, de vreemdelingenpolitie, de Raad voor de rechtspraak, het OM et cetera. Daar kijk ik nu serieus naar. Daar heb ik nog enige tijd voor nodig, maar daarna gaat het zo spoedig mogelijk naar de Raad van State. Dat zal in ieder geval nog in de komende week dan wel weken zijn. Ik zal natuurlijk de vicevoorzitter van de Raad van State vragen om dit advies met spoed ter hand te nemen. Ik hoop dat die daarin wil bewilligen. Het is even de vraag of het nog lukt, maar mijn intentie zou zijn om dat nog tijdens het verkiezingsreces in uw Kamer te laten landen. Dat is mijn intentie, maar nogmaals: ik heb het niet honderd procent in eigen hand, en ik wil ook niet spreken voor de vicevoorzitter van de Raad van State.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik wil nu niet de Raad van State voor de bus gooien, want die moet gewoon zijn advies kunnen geven. Ik kan niet voor hen spreken over hoelang ze daarvoor nodig hebben. Ik ga vragen om een spoedadvies en ik hoop dat dat ingewilligd wordt. Theoretisch zou dat allemaal kunnen, maar hoe u dat daarna behandelt in uw Kamer is uiteraard aan u. Dat is niet in mijn handen.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: U ziet hier wel ambtenaren zitten, maar de meesten zijn aan het schrijven aan het verwerken van de consultatie. Als u licht ziet branden in de torens van Justitie, dan is dat op de AenM-verdieping. Ik doe mijn best. Dan was er nog een vraag van de heer Ceder. Hij is er nu niet, maar hij zal het antwoord ongetwijfeld later teruglezen of -horen. Hij vroeg hoe de IND aankijkt tegen de uitvoeringstoetsen van de asielwetten en of de IND eigenlijk niet zegt dat het heel erg moeilijk wordt om die te implementeren. Zij zeggen dat zij het liefst één grote verandering hebben. Die grote verandering is op komst met de implementatie van het Migratiepact, dat per 12 juni komend jaar van kracht zal worden. Het is begrijpelijk dat de IND zijn processen, IT-systemen enzovoort het liefst op één moment inricht. Daarom geeft de IND daar de voorkeur aan, maar dat geldt niet lock, stock and barrel. Er zijn ook onderdelen van de wetten die eigenlijk meteen, zonder heel veel aanpassingen, van start kunnen gaan. Ik zie de heer Diederik Van Dijk en ik moet meteen denken aan dwangsommen. Dat is bijvoorbeeld zo'n onderwerp … Ja, dat kun je ook anders horen.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Hij zal die geuzennaam in dit geval met verve dragen, denk ik. Dat zijn van die onderdelen die je natuurlijk veel sneller kunt implementeren. De IND zal daar ook zo naar kijken. Het is wel van belang voor de IND om zo spoedig mogelijk helderheid te krijgen of deze wetten er gaan komen of niet. Dan kunnen ze namelijk ook de voorbereiding in gang zetten. De tijd tot aan 12 juni tikt. De IND is dus ook gebaat bij spoedig uitsluitsel. Dan het blokje internationaal. Laat ik beginnen met een algemene vraag of het een voordeel is om minister van Buitenlandse Zaken én Asiel en Migratie te zijn. Voor mijn vrouw niet, maar voor mij is dat wel een voordeel. Ik reis op dit moment veel. Dat biedt me natuurlijk ook de gelegenheid om bij al die landen waarmee wij een migratieband hebben, of dat nu herkomstlanden zijn of andere EU-landen, het migratiedossier uitgebreid aan bod te stellen. Ik heb dat afgelopen week ook gedaan in New York. Ik heb daar gesproken met mijn Algerijnse collega en met mijn Marokkaanse collega, om maar twee belangrijke landen in dit debat te noemen. Ik moet overigens zeggen dat die samenwerking nu beter loopt dan dat die in het verleden ooit gelopen heeft. Het kan altijd beter, maar we moeten ook beseffen dat dit onderwerpen zijn die ook voor herkomstlanden soms gevoelig liggen. De diplomatie zal daar zijn werk doen; ik zit daar bovenop.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik dacht dat die vraag zag op Uganda. Ja, ik kom daar nog op, want daar waren meer vragen over. Laat ik beginnen met een vraag van de heer Ceder of wij een conferentie kunnen beleggen om samen met gelijkgestemde landen te kijken naar de modernisering van de verdragen. Wij zijn onderdeel van de EU-kopgroep, die kijkt naar dit strenger Europees asielbeleid en naar de toepassing van de verdragen zoals die nu geldt. We verkennen daarbij alle opties. In dat verband wordt ook de optie van een protocol onderzocht. Zoals aangegeven in het plan van aanpak dat afgelopen maandag met uw Kamer is gedeeld, wordt u over de uitkomst van deze verkenning geïnformeerd in december of bij relevante ontwikkelingen op het EU-spoor via de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad. Ik weet dat er van de kopgroep die hiernaar kijkt nu een aantal hoogambtelijke bijeenkomsten zijn geweest. Ik verwacht daar ook spoedig in verslag terugkoppeling over te kunnen geven; ik denk al bij de volgende JBZ-Raad. Laat ik de vraag van mevrouw Van Vroonhoven ook meteen hier, bij het blokje internationaal, beantwoorden. Mevrouw Van Vroonhoven vroeg hoe het nu gaat met de invulling van een solidariteitsclausule in het Migratiepact. Ik heb daar gisteren een overleg over gehad met Eurocommissaris Brunner van Migratie, met een drietal landen van de noordelijke kant van Europa en met een drietal landen van de zuidelijke kant van Europa. Daarbij hebben we het expliciet gehad over de invoering van het Migratiepact. Ook hebben we het erover gehad dat het nemen van verantwoordelijkheid door de landen die als eerste bestemming worden aangemerkt, hand in hand moet gaan met de solidariteit die landen, zoals Nederland, die in de secundaire lijn zitten, moeten tonen. Beide, alsook de balans daartussen, zijn essentieel voor het welslagen van de invoering van het Migratiepact. Dat is niet eenvoudig. Voor de zuidelijke landen is het niet eenvoudig om een duidelijk pad naar de volledige implementatie van Dublin te schetsen. Zoals u weet, zijn daar nu de nodige problemen mee, met name met Italië en Griekenland, maar met Spanje wat minder. Voor de noordelijke landen is de vraag hoe we die solidariteitsclausule gaan invullen. Dat kan op verschillende manieren. Dat kan door het een-op-een overnemen van vluchtelingen, maar dat kan ook in financiële zin. Dat kan door middel van steun aan grenscontroles of procedures. De komende weken, tot aan het einde van het jaar, werkt de Commissie aan een voorstel. In dat voorstel wordt ook gekeken naar de verschillende categorieën van landen die migratiedruk ervaren. Ook daarbij zijn wij met Duitsland en andere gelijkgezinde landen aan het kijken of ook de specifieke problematiek die wij kennen een plek kan krijgen binnen de hele mechaniek rondom het Migratiepact; bij ons in Nederland zit die problematiek natuurlijk met name in de opvang en de huisvesting. Het loopt dus. Wij zitten in de kerngroep die hierover meepraat. Over die onderhandeling kan ik verder specifiek niet heel veel zeggen, maar we worden gehoord.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik noemde niet voor niks drie noordelijke en drie zuidelijke lidstaten, omdat dat nu net twee groepen van landen zijn die elkaar vinden. Natuurlijk trekken wij met andere noordelijke lidstaten op in de problemen die wij zien rondom migratie. Natuurlijk is de uitvoering van Dublin daarbij een van de belangrijkste onderdelen om het Migratiepact uiteindelijk te laten werken. Voor de zuidelijke landen heeft vooral de solidariteit prioriteit. Dat is ook begrijpelijk vanuit hun optiek, maar gezamenlijk voelde ik gisteren in die zaal wel de wens om hier op een goeie manier uit te komen. Dan Uganda. Er zijn een aantal vragen. Laat ik beginnen met het algemene. Er is een jaar lang gewerkt, na het eerste bezoek van, toen nog, minister Klever aan Uganda, om te komen tot de intentieverklaring die ik afgelopen week in New York heb ondertekend. Die kan ik — dat zeg ik via u, voorzitter, tegen mevrouw Piri — niet delen met uw Kamer. Dat is op verzoek van Uganda. Maar ik kan u wel vertellen wat de bedoeling is van de overeenkomst zoals we die hebben getekend en wat er nu moet gebeuren in de toekomst. Laat ik beginnen om te zeggen dat deze migratiesamenwerking die we nu aangaan met Uganda onderdeel is van de bredere relatie die we hebben met Uganda. Die samenwerking is niet transactioneel. Dus wij betalen niet per afgewezen asielzoeker die we naar Uganda sturen. Dat mechanisme zit er niet in. Er is een hoop aan te merken op Uganda. Er werd al gesproken over mensenrechten, de rechten van de lhbtiq+-gemeenschap en de vrijheid en het democratisch gehalte van verkiezingen. Daar ben ik het allemaal niet mee oneens. Tegelijkertijd zeg ik tegen u dat als we dat als maatstaf zouden nemen voor de relaties die wij hebben met alle landen wereldwijd, dat een flinke besparing op het ambassadenetwerk zou geven, want zo heel veel landen zijn er niet waar het zo goed is geregeld als in Nederland. Dat vind ik ook altijd weer fijn om te constateren op het moment dat ik terugkom in Nederland: we hebben een ontzettend mooi land, met een fantastische rechtsstaat en met een hele goeie mensenrechtenpositie. Zo worden wij ook gezien, ook in New York. Dat wil niet zeggen dat als je een bredere relatie met een land aangaat waarvan je commentaar hebt op de mensenrechten of de rechten van de lhbtiq+-gemeenschap, dat je het daar niet over kunt hebben. Juist het feit dat je een relatie en een wederzijdse afhankelijkheid in je relatie hebt, stelt je ertoe in staat om dit soort dialogen te voeren. Dat doen we dus ook met Uganda. Dat houdt wat mij betreft dus niet tegen dat deze samenwerking op dit specifieke punt ook gewoon in goede samenwerking doorgang kan vinden. Dat geldt overigens niet alleen voor Uganda; dat doen we ook met de IOM en met de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN. Daarmee heb ik ook gesproken in New York. Zijn staan ook positief tegenover het model dat wij hier nu proberen op te zetten. Ze zijn en worden ook betrokken bij de verdere uitwerking daarvan. Op dit moment vangt Uganda 1,9 miljoen vluchtelingen uit de regio op. Met alles wat er aan te merken is op Uganda — daar wil ik best een heel eind in meegaan — moeten we ook wel respect en waardering hebben voor de enorm belangrijke rol die het land vervult in de regio en voor de manier waarop ze dat doen. Dat gebeurt op een menswaardige manier, met oog voor het opbouwen van bestaansrecht en met waardigheid voor de vluchtelingen. Ook dat kunt u in allerlei VN-rapportages teruglezen.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Er zitten een aantal aannames in deze vraag. Die pel ik even een voor een af. Een. Dit is een intentieverklaring. Het feit dat wij dit willen gaan doen, is nog niet gelijk aan de definitieve en juridisch toetsbare afspraken. Die worden uiteindelijk wel openbaar. Dat kan ook niet anders. Anders zou de rechter daar niet aan kunnen toetsen. Dit was slechts een startschot om met de onderhandelingen te kunnen beginnen. Twee. U had het over kwetsbare vluchtelingen. Wij sturen geen vluchtelingen naar Uganda. Het gaat hier om mensen die afgewezen zijn, die geen recht hebben om hier te blijven. Dat zijn dus geen vluchtelingen. Dat zijn afgewezen asielzoekers. Bovendien zijn ze van een categorie die niet wil vertrekken. Dat is denk ik de specifieke afbakening die we meegeven aan deze groep. Drie. Natuurlijk voelen we ons verantwoordelijk. Dat zijn we ook wat betreft het internationaal recht. We moeten daar geen mensen heen sturen die kans zouden lopen op vervolging volgens wetten die niet voldoen aan onze mensenrechtenstandaarden. Nee, iemand die behoort tot bijvoorbeeld tot de lhbtiq+-gemeenschap zullen wij niet via dit traject de transithub in Uganda insturen. Ik noem maar een voorbeeld, want er zijn meer categorieën in Uganda. Er werd door mevrouw Piri gevraagd: wat doe je als iemand niet vertrekt of als landen niet willen meewerken? Natuurlijk wegen we dat mee in de besluiten over de mensen die we daarheen sturen. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat uit alle gesprekken die ik heb gehad met de IND, de Dienst Terugkeer en alle kennis die hier aan tafel zit, blijkt dat de ervaring leert dat het land eigenlijk altijd meewerkt als mensen willen terugkeren. Mensen die hier zitten, proberen hun tijd in Europa zo lang mogelijk te rekken, omdat ze hopen dat er uiteindelijk toch een perspectief ontstaat om permanent te kunnen verblijven. Dat zorgt ervoor dat mensen alles uit de kast halen om niet mee te werken, bijvoorbeeld door niet mee te gaan naar ambassades, door hun identiteit niet prijs te geven, et cetera. Wij verwachten echt dat er een veel groter percentage zal zijn dat uiteindelijk terugkeert naar het land van herkomst op het moment dat mensen in Uganda inzien dat hun route naar Europa beëindigd is. We zullen het bij de onderhandelingen met Uganda nog hebben over de vraag wat we doen met gevallen waarbij dat dan toch niet lukt.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dit klinkt mij een beetje als een horrorscenario in de oren. We hebben hier wel met mensen te maken. We hebben hier menswaardig asielbeleid. We kijken of we kunnen werken aan vrijwillige terugkeer bij mensen die afgewezen zijn. Gelukkig gebeurt dat in een hoop gevallen al. Dan heb je een categorie die niet vrijwillig terugkeert, maar die we wel gedwongen kunnen laten terugkeren. Die zitten dan vaak al in vreemdelingendetentie. Die hebben we hier al in Nederland. Ik nodig u graag uit om een keer op bezoek te gaan. Dat is al geen pretje, kan ik u vertellen. Er is altijd nog een categorie die uiteindelijk niet kan of wil vertrekken. Er komt op een gegeven moment een einde aan vreemdelingendetentie. Dat is precies de categorie waar we het hier over hebben. Daar komt Uganda in beeld, om er dan voor te zorgen dat de afgewezen asielzoeker ook niet meer in Europa zit. Daardoor ziet hij hopelijk, op een menswaardige manier en in een menswaardig opvang, ook in dat terugkeer naar het land van herkomst beter is. Ik vind dat eigenlijk een beter scenario dan het scenario dat u schetst. Maar wij gaan hier geen onmenselijke gevangenissen creëren.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dat is inderdaad iets anders. Dat zit natuurlijk ook in het amendement van mevrouw Vondeling. Dat bestaat uit de strafbaarstelling van illegaliteit, waardoor je mensen in bepaalde gevallen vast kunt zetten. Ik zal in mijn toelichting bij de novelle aangeven hoe die groep wat ons betreft zou moeten worden afgebakend. Dus die mogelijkheid zit daar nog in. Die zit dus nog in de wet en in de novelle; daar gaat u het nog over hebben op het moment dat die naar de Kamer komen. Dus die dien ik in. En natuurlijk steun ik die ook. Voorzitter, dat was het kopje internationaal. Dan kom ik bij de overige onderwerpen. De heer Ceder vroeg of wij gaan ophouden met doorprocederen. Ik zeg tegen de heer Ceder, via u, voorzitter, dat ik het woord "doorprocederen" niet helemaal vind passen. Het gaat hier om het gebruik van rechtsmiddelen binnen onze rechtsstaat die ook de overheid heeft en ook de partij aan de andere kant. Wij maken daar gebruik van. Dat is gewoon de normale wijze van het doorlopen van een procedure. Bij de afweging daarbij hangt het er altijd van of er een zaakoverstijgend belang is, zeker als het tegen een burger is. In een ander gremium denk ik nog te spreken over de Afghaanse bewakers van de ambassade in Kabul. Daarbij vinden wij dat er een zaakoverstijgend belang is. Het gaat de Staat niet per se om de mensen die nu deze zaak aanspannen, maar om het feit dat wij het niet eens zijn over de toezeggingen die worden gepresenteerd in die rechtszaak. Dat is dan een reden om te zeggen: dit kan zulke verstrekkende gevolgen hebben, ook in de toekomst, dat we daar helderheid over willen hebben, en daarom gaan we in beroep. Het antwoord op de vraag van de heer Ceder is dus: nee.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Getallen kan ik u altijd geven. Dat wil ik in een volgende voortgangsrapportage best doen. Maar ik kan daar geen conclusies aan verbinden, omdat het altijd een individuele afweging is. U stelt dat het een automatisme is, maar dat is het niet. Er wordt altijd individueel gekeken of er in beroep wordt gegaan of niet. De aantallen kan ik dus wat dat betreft niet duiden, want dat ligt elke keer aan het individuele geval.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Nee. Ik ga het in mijn eigen woorden zeggen. De Staat procedeert op het moment dat hij denkt dat er een belang is dat de individuele zaak overstijgt, vanwege precedentwerkingen of anderszins. Dan gaat de Staat in beroep. Dat doet hij niet om de procedure te rekken, maar de procedure wordt er natuurlijk wel langer door. Dat is niet "bijdragen aan", nee. Het leidt wel tot een langere procedure. In die cijfers die ik u ga zenden, staat trouwens ook het aantal gevallen waarin de IND in beroep gaat en vervolgens in het gelijk wordt gesteld. Dat geeft, denk ik, aan dat er een gegronde reden was om uiteindelijk dat beroep aan te tekenen. Het is dus altijd een afweging. Niemand wil lange procedures, maar de Staat moet ook gewoon procederen op het moment dat er een zaakoverstijgend belang is.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Dan ga ik even kijken welke vraag van de heer Ceder ik nu ga beantwoorden.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De gewortelde kinderen, laat ik die vraag dan meteen bij de horens vatten. Krijgt het belang van in Nederland gewortelde kinderen voldoende gewicht in asielprocedures? Ja. Het belang van het kind is in asielprocedures, maar ook in reguliere toelatingsprocedures, onderdeel van de belangenafweging. Maar wanneer de asielaanvraag van een gezin is afgewezen, dan is terugkeer aan de orde. Ook een terugkeerbesluit wordt zorgvuldig genomen: ook daar vindt een afweging plaats tussen het belang van het kind en de andere belangen, waarbij dan deugdelijk moet worden gemotiveerd waarom een belang doorslaggevend is. Als er vervolgens beroep wordt ingesteld, toetst de rechter of de IND zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind. Ik denk dat dat voldoende zit ingebakken in de procedures, maar ook in de uiteindelijke toetsing door de rechter.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Laat ik die meteen bij de horens vatten, dan bent u van uw interrupties af. Ik help u. Onlangs is er inderdaad een uitspraak van de Raad van State geweest die zegt dat, hoewel met het besluit bedoeld was om de discretionaire bevoegdheid niet meer bij de minister te leggen, de bovenliggende wet nog steeds geldig is en dat die de bevoegdheid nog steeds geeft. Dat gaan wij rechtzetten met het terugkeerbesluit. We gaan dus doorvoeren wat destijds bij de verandering beoogd was, namelijk het formeel weghalen van de discretionaire bevoegdheid bij de minister, omdat ik vind dat die niet bij de politiek zou moeten liggen. Ik heb daarom besloten, in de geest van hoe dat destijds beoogd was, om mijn bevoegdheid direct weer te delegeren aan de directeur-generaal van de IND. Ik neem dus geen discretionaire besluiten; die bevoegdheid heb ik gedelegeerd aan de dg.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Ik ben het niet helemaal eens met dat de regering de afspraken niet is nagekomen. Er is destijds een afspraak gemaakt. We dachten allemaal dat die afspraak ook verankerd was op een wijze die de toets van de rechter kon doorstaan. Dat bleek door deze uitspraak van de Raad van State dus niet het geval. Er ontstaat daarmee naar mijn mening niet weer een nieuwe situatie. Het betekent gewoon dat we moeten repareren wat destijds niet op een goede manier is belegd. Ik ben ook van mening dat schrijnendheid altijd onderdeel moet zijn van elke asielprocedure, van elke beroepsprocedure en van elke toetsing door de rechter. Ik denk dat de discretionaire bevoegdheid op politiek niveau daar geen positieve bijdrage aan levert. Ik geloof in het proces en in de rechtsstaat. Ik ben dus ook geen voorstander van politieke discretionaire bevoegdheden, of het nou gaat om een individueel kind naar Nederland halen of om het af- of toewijzen van een verblijfsvergunning.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: U leidt van het opdrogen van het aantal toekenningen af dat het ventiel nu niet werkt. Ik zou het omgekeerde ook willen betogen. Het feit dat het op politiek niveau was belegd, waardoor het dus openstond voor druk en beïnvloeding die in het publieke domein vaak voorkwamen, heeft in het verleden geleid tot onnodig gebruik van het ventiel. Ik geloof in onze rechtsstaat, in de procedures die daar gelden en in de onafhankelijke toetsing, ook altijd aan artikel 8 van het EVRM. Ik vind dat dus niet nodig. De heer Van Dijk vroeg wat de IND heeft gedaan in navolging van het fraudeonderzoek dat verricht is. In het najaar van 2024 heeft de IND naar aanleiding van meldingen bij de Interdepartementaal Bijzonder Vertrouwenspersoon van het ministerie van Justitie en Veiligheid besloten om een onafhankelijk onderzoek naar fraude bij de IND uit te laten voeren door Bureau Integriteit van de DJI. Dat onderzoek is afgerond. Uw Kamer is daarover op 11 juli jongstleden geïnformeerd. De conclusie is dat er geen fraude is gepleegd bij de IND, maar het onderzoek toont wel aan dat in sommige zaken onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. De toetsing aan de geldende voorwaarden had in die specifieke zaken beter gemoeten. De IND kijkt in hoeverre dat breder kan worden voorkomen, ook voor de toekomst. Binnen de IND worden de resultaten nu projectmatig breder opgepakt ten behoeve van de verbetering van de beslispraktijk. Dan een vraag van de heer Van Nispen over de bezuinigingen op VluchtelingenWerk Nederland. Hij vroeg of de eerder ingediende motie om tijdig andere partijen te betrekken wel gestand wordt gedaan door deze bezuiniging. Ik heb uw Kamer inderdaad op maandag 29 september geïnformeerd over mijn besluit over de inrichting van de juridische bijstand onder het Migratiepact. Mijn ministerie is over dit besluit met de relevante ketenpartners in gesprek getreden. Het besluit tot aanpassing van vergoedingen rondom asieladvocatuur zal in het kader van de voorhangprocedure nog met uw Kamer en met de Eerste Kamer worden gedeeld. Ik denk dat ik op die manier tegemoetkom aan de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Van Nispen, waarin wordt gevraagd om transparantie rondom dit onderwerp en voorstellen hiertoe tijdig aan de relevante partners voor te leggen. De vraag van mevrouw Podt hangt hiermee samen. Die vraag ging namelijk over de bezuiniging bij de begeleiding op gezinshereniging. Uw Kamer is aan het begin van het jaar middels een brief geïnformeerd over de afbouw van de subsidie aan VluchtelingenWerk Nederland. Ik heb in de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met de betrokken ketenpartners en met VluchtelingenWerk Nederland over een verantwoord afbouwplan. De uitkomst van dit overleg is op dit moment dat VluchtelingenWerk Nederland gaat afbouwen naar een subsidie van circa 13 miljoen. Dat is het bedrag dat daarvoor standaard al meerjaarlijks op de rijksbegroting gereserveerd stond. We hebben in die gesprekken bekeken welke taken door andere organisaties kunnen worden overgenomen en welke activiteiten kunnen worden stopgezet. Daaruit is gekomen dat de IND in dit geval de taken rondom nareis zal overnemen. Daarbij zetten ze inderdaad wel ook in op de zelfredzaamheid van de asielzoeker.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Op 29 september heb ik u geïnformeerd over de vraag hoe we de juridische bijstand in die procedure willen inrichten. Ik ben nog met VluchtelingenWerk in overleg over de vraag welke taken ze op welk moment gaan afstoten en aan wie. Ik noem er hier nu eentje. Dat is de IND, die inderdaad een deeltaak zal overnemen. Ik vind dat ik dat in overleg doe met de ketenpartners. Zoals gezegd is het aanpassen van de vergoedingen rondom asieladvocatuur ook een van de punten. Die inbreng zal in het kader van de voorhangprocedure nog worden gedeeld. Ik heb dus het idee dat ik hier echt overleg met ketenpartners heb. Ik kijk bijvoorbeeld ook naar andere landen. In Duitsland wordt dit al gedaan door de IND. Daar komt al geen onafhankelijke partner meer bij kijken. Maar ik heb ook gekeken naar de enorme stijging van de kosten op de begroting van AenM die VluchtelingenWerk Nederland met zich meebracht. Daar moest ook paal en perk aan worden gesteld. Dus de samenhang van de invoering van het Migratiepact, waardoor een aantal taken sowieso op wettelijke basis al is komen te vervallen, plus de noodzaak van bezuinigingen, leidt tot keuzes.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: De minister vindt van wel. Als hij dat niet verantwoord had gevonden, dan had ik het niet zo gedaan. Ik heb die gesprekken gevoerd met de IND en gevraagd naar de uitvoerbaarheid. Het antwoord daarop was "ja". Ik heb bekeken hoe andere landen dat doen. In Duitsland worden ook gezinnen herenigd. Daar gebeurt dat niet met hulp van VluchtelingenWerk of een soortgelijke organisatie. Mevrouw Van Zanten vroeg …

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Mevrouw Faber was bezig met de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma. Dat doe ik ook. U zult dus inderdaad een hoop continuïteit zien. Ik ben ook bezig met het voortzetten van de Asielnoodmaatregelenwet. Ook de deal met Uganda komt voort uit iets wat is ingezet door een van mijn ambtsvoorgangers. Ik denk dat er een zekere logica in zit dat binnen dit kabinet hetzelfde spoor wordt afgelopen. Daar past dit bij.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Wat dit kabinet onder andere bond, is dat wij gezamenlijk, in tegenstelling tot andere partijen, zien dat er een probleem is met migratie en dat er iets moet veranderen. Daar komt dit hoofdlijnenakkoord uit voort. Het waren niet alleen maar PVV-voorstellen. Die voorstellen werden door vier partijen gedragen. De twee partijen die er nog zitten, gaan er dus gewoon mee door, want er moet iets veranderen. Dat zult u zo ook horen van mijn collega Keijzer, die op dit moment dagelijks kerken probeert te ronselen om mensen op een waardige manier onder te brengen. De terugkeerpercentages zijn om te huilen. Niemand vertrekt hier. De procedures zijn ellenlang. Mensen procederen jarenlang door. Mensen mogen hier illegaal verblijven; we doen daar helemaal niets aan. Dus ja, als u dat PVV-punten vindt … Die zijn dus ook van de VVD, en ik denk ook van de BBB en ze waren ook van NSC. Daar kwam dat hoofdlijnenakkoord vandaan. Mevrouw Van Zanten vroeg wat we doen met de aangenomen motie om in de opleiding van beroepsmilitairen aandacht te besteden aan grensbewaking. Het is primair de verantwoordelijkheid van de minister van Defensie, maar die komt nog voor het einde van het jaar met een rapportage over de manier waarop hij deze motie aan het uitvoeren is. De heer Diederik van Dijk vroeg naar de glijdende schaal. Zijn wij bereid om te kijken of die verder aangescherpt kan worden, mede in het licht van het Migratiepact, was zijn vraag. De glijdende schaal zoals we die nu kennen, is grotendeels een product van jurisprudentie, maar ook van uitspraken van het Europees Hof over de evenredigheid tussen het vergrijp en de maatregel die je daarop zet. Daar komt nu eenmaal uit voort dat naarmate de vreemdeling langer in Nederland verblijft die ook alleen maar kan worden uitgezet als het strafbare dat hij heeft begaan ernstiger is. Dat wil dus niet zeggen dat het niet kan, maar dat is wel een schaal die meeweegt. We zullen onderzoeken of we dit op specifieke punten nog kunnen aanscherpen. Voor het einde van het jaar wordt u daarover bericht. Wanneer komen de implementatiewetten van het pact naar de Kamer, vroeg de heer Ceder. Op 4 juli jongstleden hebben we de implementatiewet aan de Raad van State aangeboden. Ik heb nog geen bericht over wanneer de Raad van State met zijn advies komt. Daarvan is de verdere planning natuurlijk afhankelijk, maar het streven is wel om ze zo spoedig mogelijk en in ieder geval voor het kerstreces bij uw Kamer te hebben liggen, met het oog op de invoering op 12 juni 2026. De heer Van Dijk vroeg of het mogelijk is om een culturele achtergrond of een religieuze achtergrond mee te wegen bij de asielprocedure. Dat kan niet op basis van het geldende EU-recht en het EU-Handvest. Je moet dus altijd de beschermingsbehoefte als uitgangspunt nemen bij een beoordeling. Je kunt daar niet de culturele of religieuze achtergrond bij betrekken. Individuele gevallen van mensen uit Gaza worden niet als bijzonder schrijnend aangemerkt, zei mevrouw Kati Piri. Zij noemde zelf al de rodeknopprocedure. Het is in alle gevallen nog steeds een individuele afweging. Het heeft dus echt te maken met degene die zich meldt en de manier waarop daarmee wordt omgegaan. Maar volgens de informatie die ik heb, wordt in de meeste gevallen van aanvragen die uit Gaza worden gedaan die rodeknopprocedure gehonoreerd. Ik ga daar geen blanket besluit van maken, want het blijft individueel. Dit zijn in ieder geval de data die ik heb gekregen.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: We zijn bezig om met een kopgroep te kijken naar de interpretatie van vandaag. Er loopt een verkenning naar de mogelijke herziening. Ik moet wel zeggen dat het me heel moeilijk lijkt om die op welke wijze dan ook internationaal en juridisch af te dichten als selectiecriteria voor het al dan niet honoreren van een aanvraag voor vluchtelingenstatus. Ik zie 'm niet. Als u de verkenning zou willen afwachten naar wat wij aan mogelijkheden zien voor herziening of herinterpretatie van verdragen, dan kunnen we kijken waar wij wel de ruimte zien.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Spreekbeurt

Minister Van Weel: Die achterliggende gedachte herken ik natuurlijk. Dat is ook waarom een aantal partijen, waaronder die van mijzelf, voor opvang in de regio zijn. Wij denken namelijk dat mensen daar sneller en makkelijker kunnen integreren. Op het moment dat de situatie waardoor ze vluchteling zijn geworden ophoudt te bestaan, kunnen ze bovendien sneller weer terugkeren naar het land van herkomst om daar bij te dragen aan de wederopbouw van dat land. In de geest herken ik 'm, maar naar de letter van het verdrag vind ik 'm moeilijk.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Interruptie

Minister Van Weel: Ja, heel kort. Volgens de Procedurerichtlijn kunnen we een en ander wel versnellen voor groepen, zeker als we denken dat ze kansarm zijn. We kunnen het sneller behandelen, maar op basis van die richtlijn is het niet mogelijk om groepen überhaupt niet in behandeling te nemen.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Interruptie

Minister Van Weel: Ik maak me nog geen zorgen, maar ik ga er wel vol op zitten. Ik spreek de vicevoorzitter van de Raad van State sowieso op heel korte termijn. Ik zal dan ook vragen wat de stand is van het advies over het Migratiepact.

Bron, video en gesprek →
2 okt 2025 · Interruptie

Minister Van Weel: Ja, dan kan ik de heer Ceder meteen bedienen met zijn cijfers, want die heb ik hier. Daaruit komt een beeld naar voren waarmee ik in ieder geval de IND recht kan doen. In 2023 heeft de vreemdeling in 1.280 zaken hoger beroep ingediend. Daarvan is 3% gegrond verklaard door de Raad van State. In 2024 was dat 930 keer, waarvan 8% gegrond is verklaard. Tegenover die getallen staat de IND: 70 keer in hoger beroep in 2023. Daarvan is 55% gegrond verklaard. In 2024 waren het 80 zaken, waarvan 54% gegrond is verklaard. Ik denk dat hieruit blijkt dat de overheid bij lange na niet in zo veel gevallen in hoger beroep gaat als de vreemdeling zelf. Bovendien geeft het percentage van inwilliging door de Raad van State ook aan dat de IND het heel vaak ook terecht doet.

Bron, video en gesprek →