Mensenrechtenbeleid
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Excuus voor de kleine vertraging in mijn aanwezigheid. Ik heb even een hand gegeven aan de familieleden van de mensen die aan boord zitten van de Flotilla. Ik zal daar later in mijn betoog nog verder op terugkomen. Ik begin met de redeneerlijn. Daarna heb ik algemeen beleid, de evaluatie, het mensenrechtenfonds en bezuinigingen. Dan ga ik in op de diverse landensituaties, daarna op diverse thema's in de mensenrechtenprioriteiten en dan zijn er nog een aantal overige belangrijke zaken. Laat ik beginnen bij het begin. Nederland is gebaat bij een stabiele, veilige en vrije wereld. Dat is een wereld waarin de mensenrechten worden geëerbiedigd, waarin de democratische rechtsstaat functioneert en de internationale rechtsorde wordt hooggehouden. En ja, deze pijlers staan allemaal wereldwijd onder toenemende druk. Wij zien oorlogen en conflicten maar ook andere zorgwekkende trends waardoor deze waarden onder druk staan: meer repressieve wetgeving, het inperken van fundamentele vrijheden en het morrelen aan de multilaterale samenwerking. Met dat alles zou je kunnen betogen: wat maakt het eigenlijk nog uit dat Nederland hieraan bijdraagt of geeft om de mensenrechten? Maar dat doen we wel. Uiteindelijk is een wereld gestoeld op fundamentele en universele mensenrechten een wereld waarin ons multilaterale systeem het beste functioneert, waarin democratieën kunnen bloeien en waarin de multilaterale samenwerking overeind blijft. Als land met heel veel buitenland, wat Nederland toch is, met een grote afhankelijkheid van het buitenland, moeten wij er alles aan doen om die rechtsorde overeind te houden. Dat betekent niet alleen, zeg ik tegen mevrouw Piri via de voorzitter, via harde veiligheid, via onze bijdrage aan de NAVO en via defensie-inspanningen, maar ook door middel van diplomatie en door middel van inzet op thema's als mensenrechten. Daar ziet u mij dus zeker als een advocaat. De recente week die ik heb doorgebracht bij de Algemene Vergadering van de VN in New York geeft inderdaad een gesplitst beeld, een beeld van landen die de wereldorde zoals we die na de Tweede Wereldoorlog hebben ingericht onderuit willen halen of willen vervangen door een ander systeem dat meer gebaseerd is op machtsblokken dan op gelijkheid voor alle landen. Tegelijkertijd zie je ook ontzettend veel landen die juist hechten aan het systeem dat wij hebben opgebouwd. Die landen zijn wij wel wat verplicht als welvarend, westers land en een van de architecten van het mensrechtenbeleid dat we hebben; die landen verdienen onze steun. Ik heb dus ook twee evenementen daar voorgezeten: een over mensenrechten in het algemeen samen met Chili, en het andere ook met Chili, de LGBTI Core Group, waar wij al vele jaren niet alleen initiatiefnemer maar ook voorzitter van zijn. De verhalen die je hoort zijn schrijnend en gaan over achteruitgang in diverse delen van de wereld van vrouwenrechten, van rechten van religieuze minderheden, van rechten van de lhbtiq+-gemeenschap. Maar dat neemt niet weg dat we ons daar wel volop hard voor moeten maken. Dat motiveert mij. Heel veel meer woorden in algemene zin wil ik hier niet aan vuilmaken. Ik kom graag snel tot de inhoud. Het algemene beleid. Laat ik beginnen met de Mensenrechtenraad, met al z'n voor- en nadelen. Ik zeg dat in antwoord op vragen van de heer De Roon. Ja, de Mensenrechtenraad kent soms bijzondere samenstellingen. Ik denk dat dat zowel het voor- als het nadeel is van de manier waarop de Mensenrechtenraad is opgesteld, namelijk op democratische wijze. Het is een verkiezing. Dat kunnen wij dus niet altijd inhoudelijk volgen. Then again: dit is de wereldgemeenschap die kiest. Daarmee zien we dus precies wat we net zeiden, namelijk dat die universaliteit van die mensenrechten wel onder druk staat. Steeds meer landen lijken die repressieve lijn te volgen. Ik vind dat zorgelijk, maar geen reden om ons juist terug te trekken hieruit. Juist als je ziet dat het achteruitholt, denk ik dat dat voor ons een gelegenheid is om in zo'n Mensenrechtenraad wel ons eigen geluid te laten horen. We bereiken daar ook resultaten. Er worden onderzoekscommissies opgesteld voor de mensenrechtensituatie in Sudan, Syrië en Oekraïne. Wij gaan volgend jaar uit de Mensenrechtenraad, want dan zit ons mandaat erop. Maar zeggen dat het geen zin meer heeft vanwege de samenstelling, waarbij ik de bedenkingen bij sommige van de leden absoluut kan volgen, is volgens mij niet de oplossing. De heer Kahraman vroeg welke lessen wij trekken uit de IOB-evaluatie, welke aanbevelingen we duurzaam kunnen realiseren en welke aanbevelingen botsen met de realiteit van vandaag. Ik denk dat de evaluatie heel duidelijk maakt waar wij sterk in zijn, maar ook waar ruimte ligt voor verbeteringen. We hebben echt dingen bereikt; denk aan het tegengaan van de straffeloosheid in Oekraïne en Afghanistan. Die lijn zetten we voort. We zetten ook in op een betere, meer gefocuste besteding van de middelen uit het Mensenrechtenfonds. Met een kleiner aantal landen — ook met beperktere middelen, moet ik er helaas bij zeggen, want de begroting blijft wat die is — blijven we wel impact maken. Ik moet erbij zeggen dat het Mensenrechtenfonds, zowel centraal als decentraal, blijft bestaan. Naast de lijst van landen bestaat er ook voor andere landen en posten de mogelijkheid om voor specifieke projecten een claim te doen op het Mensenrechtenfonds. Daarvoor is een flexibele schil ingericht, waarmee het Mensenrechtenfonds ook kan worden ingezet in landen die niet meer op de corelijst staan. Dan Matra en Shiraka. Ik heb daar een hoop van u eensgezind over gehoord. Ik neem dat serieus. Er is een motie aangekondigd, dus ik wil er niet heel veel op vooruitlopen. Ik snap het belang van deze projecten, zeker ook voor het democratische speelveld in deze landen en het democratisch gehalte van deze landen. Ik wacht de motie af en zal die vervolgens passend appreciëren. Dat was het algemene beleid. Ik kom nu bij de landen. Laat ik beginnen met de Freedom Flotilla. Ik heb net — dat was een van uw verzoeken — even gesproken met familieleden van de betrokkenen. Ik snap hun zorgen. Ook het kabinet is bezorgd over het risico dat deelnemers lopen. Laat ik het heel straight forward zeggen: Gaza is op dit moment een oorlogsgebied. We raden daarom niemand aan om zelfstandig naar een oorlogsgebed te reizen, ongeacht de nobelheid van het doel. Wij delen de zorg dat er te weinig humanitaire hulp in Gaza komt. Wij delen de zorgen over het toelaten van hulp door Israël. Er is ook geen gebrek aan humanitaire hulp; die staat gewoon klaar aan de grenzen van Gaza. Het probleem is de toegang daartoe. Daar moeten we op inzetten; op dat punt moeten we de druk opbouwen. Ik denk dat de aandacht die de Flotilla nu genereert zeker kan helpen bij het opbouwen van die druk. Maar ik mag hopen dat dit uiteindelijk niet leidt tot ongelukken. Wij hebben in ieder geval contact met de Israëlische autoriteiten. We hebben ook onze bezorgdheid aangegeven. We hebben opgeroepen om geen geweld te gebruiken, zeker niet tegen Nederlandse staatsburgers. Als wij consulaire hulpverzoeken ontvangen — die hebben we nog niet gekregen — zullen we daarnaar kijken. Op dit moment varen de Spaanse en Italiaanse marine mee. Dat geeft in ieder geval een vangnet. Als er iets mocht gebeuren, kunnen mensen worden gered en opgevangen. Hoe dit zich in de komende dagen zal ontvouwen, weet ik niet. We zullen daar contact over opnemen met de Spaanse en Italiaanse autoriteiten, ook om te zien wat hun plannen uiteindelijk zijn. Ik kan mij eerlijk gezegd niet voorstellen dat zij tot aan Gaza, tot aan de kust, zullen meevaren, ook vanwege de risico's die daarmee worden afgeroepen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Natuurlijk moeten wij er alles aan doen om te zorgen dat humanitaire hulp de Palestijnen bereikt. Maar dan is even de vraag: wat is alles? We hebben recent met een aantal landen voedseldroppings uitgevoerd, maar dat is een druppel op de gloeiende plaat. Wat de Flotilla met zich meebrengt, is natuurlijk geen leniging van de humanitaire noden. Het is vooral een symbolische doorbreking van een blokkade. Geloof me, ontzettend veel landen zetten nu heel veel druk op Israël. Ik hoop dat we zo meteen in de persconferentie van Trump en Netanyahu wat betekenisvolle stappen gaan zien naar het beëindigen van de oorlog. Wat er echt moet gebeuren, is het toelaten van ongebreidelde humanitaire hulp. Dat is het probleem. In de oplossing daarvoor hebben wij allemaal een rol te spelen, maar ook Israël zal uiteindelijk onder die druk moeten bewegen. Ik zeg het met alle voorzichtigheid, maar ik ben bang dat deze Flotilla dat niet gaat doorbreken. Dat neemt niet weg — dat zei ik net — dat ik het symbool en de inhoud daarvan wel degelijk begrijp, namelijk: er moet meer humanitaire hulp naar Gaza.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nee, dat zijn we niet voornemens. Wij zijn ook geen land rond de Middellandse Zee. U kunt zich voorstellen dat landen als Spanje, Italië en Griekenland enorm veel schepen permanent hebben rondvaren in de Middellandse Zee. Ik snap dat ze die nu tijdelijk laten meevaren. Nogmaals, we weten ook niet wat de intenties zijn. Ik kan me niet voorstellen dat deze schepen daadwerkelijk tot aan Gaza zullen meevaren. Het gevaar is hiermee dus ook niet geweken. Wij spreken Israëlische autoriteiten aan om deze mensen ongedeerd te laten. Tegelijkertijd moet ik ook zeggen dat de risico's echt niet nul zijn. Het is afreizen naar een oorlogsgebied. Dat heeft gewoon inherente risico's. Ik kan die zorgen dus niet wegnemen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Maar dan toch even: dit lijkt alsof we nu worden gevraagd om als Nederlandse krijgsmacht te gaan vechten tegen Israëlische strijdkrachten om daarbij mensen te beschermen die deze blokkade willen doorbreken. Begrijp ik dat verkeerd?
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Jazeker, maar dan kom ik terug op wat ik eerder zei, namelijk de contacten die wij hebben met de Israëlische autoriteiten om te zorgen dat duidelijk is dat wij willen dat onze burgers ongedeerd zullen blijven en goed zullen worden behandeld.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Wij keuren elk geweld tegen geweldloze actievoerders af. Dat maken we ook duidelijk. We hebben ook de berichten gezien over de drone-aanvallen. We hebben daar zelf geen informatie over, maar ook geen reden om te twijfelen aan voorvallen die er zijn geweest. Ik denk dat schepen die al in de buurt lagen, daarom nu ook daar kijken of ze in ieder geval hulp kunnen bieden op het moment dat er iets gebeurt. Wij zullen duidelijk maken dat geweld tegen geweldloze actievoerders voor ons onacceptabel is. Dat blijven we doen, ook in de komende dagen, waarin de Flotilla dichter bij Israël komt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank. Dat brengt mij bij een ander onderwerp, waar we al vaak over gewisseld hebben. Dat zullen we ook blijven doen. Dat gaat over Gaza, de ziekenhuizen, de opvang van kinderen en medische evacuaties. Ik wil dat eigenlijk nu wat procedureel afdoen, niet omdat het een procedurele kwestie is — dat is het bij lange na niet; u weet dat dit ons hoog zit en dat wij alles willen doen om elk kind te helpen — maar wel omdat wij nu volop bezig zijn om de toezegging die wij hebben gedaan, gestand te doen. Dat is de toezegging om nog deze week te komen met een brief waarin staat hoe wij concreet invulling gaan geven aan het initiatief dat we twee weken geleden hebben aangekondigd met de 25 miljoen euro. Ik kan u vertellen dat een groot deel van mijn week in New York in het teken heeft gestaan van dit initiatief en van gesprekken met ongeveer alle landen in de regio, maar ook met andere Europese landen. Ook daarvan zal ik verslag doen in die brief. De heer Van der Burg noemde al even het Deense initiatief. Zo heb ik ook contact gehad met landen die wel evacuaties hebben gedaan, maar die dat nu in de regio willen doen, om daarvan te leren waarom ze het op deze manier doen. Ik kom dus donderdag met die brief. Ik kom daar overigens niet alleen mee, die is ook van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Die is er dan in ieder geval tijdig, in navolging van de heer Van der Burg, voor de discussie die u heeft in de rondetafel en daarna 's avonds in het debat dat wij nog zullen hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik heb echt tot donderdag nodig om dit overzicht te maken. Zoals u weet, is het niet onze insteek om kinderen te evacueren naar Nederland. Onze insteek is om dat te doen in de regio. Ik zal zeker zorgen dat we ook dit geval bij de taskforce onder de aandacht brengen, met diezelfde insteek.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dan nog komt er meer bij kijken dan de heer Paternotte hier nu stelt. Kinderen komen niet alleen naar Nederland. Er zal familie mee moeten komen. Daarvoor moet toestemming komen vanuit Israël. De ervaring met het contact in de regio leert dat Israël op dit moment niemand terug Gaza in laat. Dat betekent dus dat je kinderen en delen van families voor langere tijd ontwortelt. Ik wil nu niet uitputtend zijn, maar het is geen kwestie van "we leveren visa af en dan komt alles goed". Nogmaals, het gaat ons om de beste hulp voor de kinderen, ook om de complexe medische hulp, zeg ik daarbij. Ook dit geval zullen we meenemen in de taskforce. U krijgt daar donderdag een brief over.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat wordt breed gesteund, dus daar ga ik mijn uiterste, uiterste best voor doen. Ik kan mij ook voorstellen wat het nut daarvan is voor uw rondetafel.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het raakt eraan, maar het kwam natuurlijk voort uit de lange discussie die ontstond over de handelsrelaties van Nederland en de EU. Het klopt dat een heel groot deel van de handel wordt gedaan door buitenlandse firma's die in Amsterdam hun hoofdkantoor hebben, waardoor de handelsvolumes uit balans zijn. Ik wil er niet heel veel woorden aan vuil maken, maar wel even rechtzetten dat Nederland de grootste handelspartner is. De EU is wel degelijk de grootste handelspartner. Daarom span ik mij er zo ontzettend voor in om in EU-verband, nu hopelijk echt op korte termijn, stappen te kunnen zetten, ook met betrekking tot het associatieakkoord. Dan beland ik in Oekraïne. Zijn wij bereid om middelen bedoeld voor de wederopbouw in te zetten voor onafhankelijke media in Oekraïne, vroeg de heer Paternotte. Het antwoord is ja. Ik zal hem daarbij ook een nieuwtje verklappen. Binnen het steunpakket voor Oekraïne voor 2026 wordt 3 miljoen beschikbaar gemaakt voor activiteiten voor het bevorderen en versterken van de democratie en de rechtsstaat, waaronder expliciet ook de onafhankelijke media. Ik ben het namelijk geheel eens met zijn argumentatie en pleidooi. Een aantal vragen mevrouw Kati Piri ging over Marokko. Mensenrechten zijn een ontzettend belangrijk onderdeel van de dialoog met Marokko. Dat is niet nieuw. Ik heb dat in het verleden ook zelf meermaals mogen zien. We nemen dat mee in de jaarlijkse politieke consultaties. Ook de mensenrechtenambassadeur van Nederland is medio september, dus heel recent, op bezoek geweest in Marokko om ook de mensenrechtensituatie te bespreken. Dat was voor het eerst sinds jaren. Het Nederland-Marokko-actieplan is ook nog steeds actief. Ook daar vroeg u naar. U vroeg of ik dit in New York ook aan de orde had gesteld bij mijn collega. Dit was mijn eerste ontmoeting met hem. Ik streef ernaar om hem op korte termijn wat langer te zien. Dan zullen mensenrechten daar ook een onderdeel van uitmaken. Ik moet wel opmerken dat hij opmerkte dat ik ongeveer de negende minister van Buitenlandse Zaken was in zijn periode. Maar ook deze minister zal dat aan de orde brengen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, ik ga hier ook niet in op individuele gevallen, maar u kunt ervan uitgaan dat wij sowieso aandacht vragen voor mensenrechten en politieke gevangenen. Daarbij zouden we ook in de beslotenheid — dat werkt met een land als Marokko namelijk vaak beter — individuele gevallen kunnen aankaarten. U vroeg ook naar de douane-unie met Turkije en het voorwaardelijk maken daarvan. Hoe geven we daar navolging aan en hebben we dit standpunt overgebracht aan de Eurocommissaris? Op dit moment lopen er geen onderhandelingen met Turkije over het moderniseren van de douane-unie. Daartoe zou er eerst een onderhandelingsmandaat van de Raad nodig zijn en daar wordt op dit moment niet actief over gesproken, dus dat proces ligt op dit moment stil. Dat brengt ons bij China.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ook voor Turkije geldt, net als voor Marokko, dat mensenrechten wel degelijk steevast onderdeel zijn van de dialoog die we hebben. We kennen de recente situaties. We zijn ook vaak aanwezig bij rechtszaken, zoals bij die van Imamoglu, de burgemeester van Istanbul. Ik denk dat we zeker op lokaal niveau daar heel actief zijn met de ambassade en daar ook aandacht voor vragen. Dat doen we ook op politiek niveau.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: China en Tibet. Ook voor China geldt dat we ons in blijven zetten voor de mensenrechtenverdedigers en dat we bilateraal en multilateraal regelmatig onze zorgen overbrengen over de arbitraire detentie van Chinese mensenrechtenverdedigers en oproepen tot vrijlating. Dat zullen we ook blijven doen. Ik vind het ook ontoelaatbaar dat studenten hier in Nederland worden lastiggevallen dan wel geïntimideerd. Overigens was ook in New York vorige week erg zichtbaar dat bij een tegendemonstratie binnen een halfuur ongeveer twee keer zo veel voordemonstranten aanwezig waren om het geluid te overstemmen. Ik denk dat dat wel weergeeft hoeveel druk er staat op mensen die zich uitspreken. Zeker studenten moeten in vrijheid en in een veilige omgeving hun plaats kunnen vinden. Tegen deze vorm van ongewenste buitenlandse inmenging zullen we ons dus blijven verzetten. Dat geldt ook specifiek voor deze zaak van Zhang Yadi. In algemene zin vroeg de heer Kahraman naar de mensenrechtensituatie in Tibet en hoe we kunnen garanderen dat China zich niet mengt in het aanwijzen van een opvolger van de dalai lama. Wat ik net beschreef over de mensenrechtensituatie in China geldt ook specifiek voor de Tibetanen en de Oeigoeren. Ook zij hebben nadrukkelijk onze aandacht. Wij staan voor de vrijheid van religie en de vrijheid van levensovertuiging, ook van de Tibetaanse gemeenschap als het gaat om het aanwijzen van een opvolger voor de dalai lama. Daarom steunen we ook een verklaring van zeven Europese landen die zeer recent, op 6 juli, deze boodschap hebben afgegeven op de 90ste verjaardag van de dalai lama. We zullen deze situatie uiteraard blijven volgen, mocht hij komen te overlijden. De heer Ceder vroeg aandacht voor de situatie in West-Papua. Laat me allereerst hem en ook anderen ermee complimenteren dat we het hier ook hebben over conflicten waar we niet elke week over spreken maar die natuurlijk wel onze aandacht verdienen. Onze mensenrechtenfocus is immers niet lokaal maar mondiaal. Daar hoort West-Papua natuurlijk ook bij. De vraag was of hierover is gesproken tijdens het recente bezoek van de Indonesische president. Ik kan niet treden in wat het Koninklijk Huis heeft gewisseld met de president. Helaas lukte het logistiek niet om ook de minister-president te laten spreken met de president, maar in algemene zin blijven mensenrechten een belangrijk onderdeel van onze bilaterale relatie. Dat doen we in direct overleg met de Indonesische overheid en in EU-verband, maar ook in multilaterale fora. Ik hoop de Kamervragen die hierover zijn gesteld zo snel mogelijk te kunnen beantwoorden. U vroeg ook of de mensenrechten voldoende zijn geborgd in CEPA. Ja. Ik denk dat dat de kracht is van deze alomvattende handelsakkoorden die we als EU kunnen sluiten, dat die niet alleen maar gaan over de handel, maar dat we daarin ook voorwaarden kunnen stellen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten en klimaat. Dat zijn bindende afspraken die worden vastgelegd in CEPA en die zijn ook handhaafbaar. Daarnaast heeft de EU een separate mensenrechtendialoog met Indonesië waarin mensenrechtenschendingen aan de orde worden gesteld. Uiteraard komen alle stukken met betrekking tot CEPA te zijner tijd naar u toe, na akkoord van de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: In eerste instantie is het aan de Commissie om die onderhandelingen te voeren. Daarvoor hebben zij het mandaat gekregen van de lidstaten. Wij hebben daarbij voorwaarden gesteld over wat er dan in dat verdrag moet komen te staan, ook met betrekking tot mensenrechten en de handhaafbaarheid daarvan. Dat onderhandelingsresultaat heeft de Commissie bereikt op 23 september. De volgende stap is dat het naar de lidstaten toe komt. Dat duurt meestal een paar maanden. Ik denk dat dat het moment is dat wij voor het eerst van gedachten kunnen wisselen over of we vinden dat dat op een adequate manier in dat verdrag is neergezet door de Commissie. U weet dat we al een tijdje bezig met Mercosur en dat we met CETA ook heel lang bezig zijn geweest. Die trajecten om te komen tot die verdragen en dat ratificeren zijn lang.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik bestrijd niet dat we het hierover moeten hebben, ook met uw Kamer. Waar we nu zitten in het traject is dat alleen dat de Commissie aan zet is geweest en dat wij het zo meteen zullen moeten doen met het resultaat wat daaruit komt om daar dan vervolgens onze input weer op te geven. In deze fase van het traject kunnen we dus niet meer de Commissie met iets anders op pad sturen dan waar we ze destijds mee op pad hebben gestuurd. We moeten nu even wachten tot het resultaat hier ligt en dan gaan we dat gesprek met open vizier met elkaar aan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik wil toezeggen dat ik ga kijken of dat mogelijk is, maar onze mensenrechtenambassadeur naar een gebied sturen terwijl de regering die daar de facto zeggenschap over heeft daar niet voor voelt, is meestal niet heel constructief voor de bilaterale relatie, ook niet op het gebied van mensenrechten. Dus u merkt mijn aarzeling daarin een beetje.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De heer Ceder zit op dit moment dieper in het onderwerp dan ik zit, dus ik zal daarop moeten terugkomen. Ik ga kijken of het voor de tweede termijn lukt om hier met een zinvolle reactie op te komen en anders krijgt u die op een andere manier. De heer De Roon vroeg nog naar het religieus milieuactivisme. Er wordt gewerkt met verschillende organisaties en in Indonesië ook met religieuze actoren. Het gaat in dit geval niet zozeer om religie, maar om dat deze religieuze instanties wel een maatschappelijke rol kunnen vervullen in het verder brengen van de dialoog over vergroening, waar wij ook Indonesië hard nodig zullen hebben als enorm land. Dat brengt mij op de thematische mensenrechtenprioriteiten. Die behelzen vrouwenrechten, lhbtiq+, christenvervolging of godsdienstvrijheid in algemene zin, persvrijheid, journalistiek en mensenrechtenactivisme. Ik zal proberen om dat zo adequaat en toch snel mogelijk te doen. Mevrouw Dobbe vroeg naar de bezuinigingen op vrouwenrechten en het feministisch buitenlandbeleid en welke gevolgen die bezuinigingen hebben. De bescherming en bevordering van rechten van vrouwen en meisjes is en blijft een belangrijk onderdeel van het buitenlandbeleid. Het is ook een prioriteit binnen ons mensenrechtenbeleid. We blijven hier ons dus voor inzetten. Ook zonder het etiket van "feministisch buitenlandbeleid" heeft mijn voorganger de Kamers per brief op 8 juli medegedeeld hoe we dat zullen gaan doen in de nieuwe situatie. Internationaal zetten we ons in voor de naleving van de internationale verplichtingen, het behoud van internationale standaarden. Dat doen we samen met gelijkgezinde landen. Ook binnen de BHO-begroting blijft er inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Dat is onderdeel van het Focuskader voor maatschappelijke organisaties en daarbinnen is 200 miljoen gereserveerd voor het tegengaan van geweld tegen vrouwen, voor het ondersteunen van vrouwenrechtenverdedigers, voor het bevorderen van vrouwelijk ondernemerschap en vrouwen en voor vrede en veiligheid. Er is op verzoek van de Kamer jaarlijks 20 miljoen beschikbaar voor artikel 3.2 ten behoeve van vrouwenrechten en gendergelijkheid. Een vraag in het verlengde daarvan van de heer Paternotte was: wat gaat er per 2026 nou veranderen voor vrouwenrechten, aangezien er dan weer een bezuinigingsronde plaatsvindt? Ja, dat betekent inderdaad minder geld voor nieuwe projecten en nieuwe programma's op het gebied van vrouwenrechten. Het vorige kabinet gaf hier gemiddeld 78 miljoen per jaar aan uit. In 2026 en 2027 wordt daar gemiddeld 30 miljoen per jaar op bezuinigd. Nogmaals, dat is niet vanwege het belang dat we daaraan hechten, maar wel vanwege de bezuiniging die helaas ook hier haar weerslag vindt. Daarnaast richt een flink deel van het nieuwe subsidiekader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties zich op vrouwenrechten; ik heb dat net genoemd. Dat is het Focuskader waarmee de staatssecretaris BHO nu aan de slag is. Met een aangenomen amendement van het lid Hirsch tijdens het WGO van 27 juni is het begrotingsartikel Vrouwenrechten en gendergelijkheid in ieder geval in stand gehouden. Op dit moment kijken we hoe deze middelen het meest effectief kunnen worden ingezet. De aandacht voor vrouwenrechten geldt ook voor vrouwenrechten in conflict, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Het is de bedoeling om dat te doen via de agenda Vrouwen, Vrede en Veiligheid bilateraal, multilateraal en via financiële inzet. Het interdepartementale Nationaal Actieplan 1325 is hierbij richtinggevend. Ik noemde net het nieuwe Focuskader al, waarin dit een van de thema's is waaraan aandacht zal worden besteed. Ook in VN- en NAVO-verband blijven we hier aandacht aan besteden. Dat geldt ook voor de lhbtiq+-gemeenschap. Ik vertelde net al dat ik tijdens de AVVN de United Nations LGBTI Core Group heb voorgezeten. Heartwarming om te zien hoe propvol de zaal zat met alle VN-lidstaten. Zorgwekkend als je luistert naar de verhalen die verschillende leden van de gemeenschap vertellen over hun kwaliteit van leven en in sommige gevallen echt de achteruitgang van de rechten zoals we die kennen. Voor ons is gelijke behandeling van individuen ongeacht hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit prioritair in het Nederlandse mensenrechtenbeleid en daar blijven we ons internationaal voor inzetten. Ook binnen het nieuwe Focusbeleidskader voor vrouwen, waar ik net al aan refereerde, zullen deze rechten prominent als prioriteit blijven fungeren. En dan van deze gemeenschap naar de vrijheid van religie.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Wij hebben het hier recent over gehad in een debat waarin het met name ging over het wegvallen van USAID en wat we daartegen kunnen doen. Heel weinig, was helaas de trieste constatering. Ik heb ook in New York heel veel gesprekken gevoerd. De terugtrekkende beweging van de VS slaat diepe gaten die door andere lidstaten nooit gevuld zullen kunnen worden. Dat betekent dat we in die schaarste moeten gaan kijken wat we nou prioritair vinden. Het is primair aan ons om ook binnen onze eigen financiële kaders te kijken wat wij nu het belangrijkst vinden. Daar zijn natuurlijk ook posterioriteiten geweest. Er zijn dingen die we niet meer kunnen doen vanwege die bezuinigingen. Ik geleid uw vraag graag door naar de staatssecretaris — het betreft immers haar budget — om te kijken of zij inzichtelijk kan maken wat de posterioriteiten zijn die met die 30 miljoen die nu komen te vervallen in 2026 niet meer op de kaart staan waar ze dat voorheen wel stonden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik kom zo nog terug op de pleitbezorging, in een separaat antwoord. Volgens mijn beste informatie bent u op 19 september jongstleden door de staatssecretaris geïnformeerd over het effect van de bezuinigingen op deze post. Mocht dat niet zo zijn, dan kom ik daar graag op terug. Dat is echter de informatie die ik doorkreeg. De heer Ceder vroeg hoe we er nou voor kunnen zorgen dat in de landenlijst van het nieuwe Mensenrechtenfonds de vrijheid van religie niet het onderspit delft. Ook dit is en blijft een kernprioriteit van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. In 2024 is er ruim 11,3 miljoen euro besteed aan de inzet op vrijheid van religie en de steun aan religieuze minderheden. Daarnaast is het ook opgenomen in het focusbeleidskader voor de samenwerking met het maatschappelijk middenveld. Ik kan niet voor een volgend kabinet spreken, maar in het hervormde Mensenrechtenfonds is er naar onze verwachting in ieder geval blijvend aandacht voor de vrijheid van religie. De heer Ceder vroeg ook naar het weren van landen uit de VN-Mensenrechtenraad bij het hebben van bepaalde wetten, zoals de doodstraf bij afvalligheid of godslastering. Helaas is dat niet altijd haalbaar. We hebben daar eerder over gewisseld. Het is een democratisch proces wie er in de Mensenrechtenraad komt. Helaas wordt er ook democratisch gekozen voor landen die wel de doodstraf kennen en op een heel andere mensenrechtenplaneet leven dan wij. Ik noemde net al dat dit veel frictie oplevert. Dat komt soms cynisch of ironisch over. Dan nog is het wat ons betreft beter om wel aan die tafel te zitten om daar je geluid te kunnen laten horen dan om het helemaal aan dit soort landen te laten. Het op een andere manier kiezen van landen, volgens andere standaarden, daar zul je de handen niet wereldwijd voor op elkaar krijgen. Ik vrees dat dat juist het idee voedt dat wij proberen om waarden op te leggen, terwijl we proberen uit te dragen dat het hier universele mensenrechten betreft. Als EU dragen we natuurlijk wel gewoon principieel ons antidoodstrafbeleid uit, in bredere zin. Dat doen we ook in de VN-Mensenrechtenraad. We laten ons geluid en ons protest dus wel degelijk horen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dit is eigenlijk een subcategorie van de bredere categorie landen die andere mensenrechtenstandaarden hanteren dan wij. Nogmaals, van mens tot mens en vanuit het Nederlandse kabinet zeg ik tegen u als parlementslid en tegen de hele bevolking: ik ben het met u eens en ik vind het verwerpelijk dat mensen überhaupt vervolgd kunnen worden voor dit soort zaken, laat staan dat ze er de doodstraf voor krijgen. Maar ik vrees dat het niet haalbaar is om er in VN-verband de handen voor op elkaar te krijgen om óf te komen tot een nieuw internationaal verdrag om dit te verbieden, óf om dit soort landen te kunnen weren uit de Mensenrechtenraad. Daarvoor is de groep landen die zich hier actief tegen afzet te klein. Dan kom ik weer terug bij mijn eerdere punt: zoals wij de universele mensenrechten interpreteren, wordt dat niet wereldwijd gedaan. Wat doen we nationaal, maar ook in EU-verband om ervoor te zorgen dat christenen niet van hun geboortegrond worden verdreven? Dat was een vraag van de heer Kahraman en dat is natuurlijk zeer begrijpelijk, gelet op zijn achtergrond. Wij zetten ons daartegen in en vragen in diverse fora speciale aandacht voor de vervolging van minderheden zoals christenen. In EU-verband pleit Nederland ook voor sancties tegen daders van religieus gemotiveerd geweld. Die zorgen bespreken we ook bij de beoordeling van de GSP+-status, dus de handelspreferenties. Dat doen we bijvoorbeeld bij een land als Pakistan. Daarnaast steunen we VN-instellingen die mensenrechtenschendingen onderzoeken en we roepen via de Mensenrechtenraad op tot afschaffing van blasfemiewetgeving. Dat geeft ook een klein beetje antwoord op de vorige vraag. Ook financieren we een vijfjarig programma van 37 miljoen euro gericht op interreligieuze dialoog en het tegengaan van extremisme in verschillende landen. Ik kan u vertellen dat ik ook in de bilaterale gesprekken die ik heb gehad, aandacht heb gevraagd voor dit onderwerp, zo ook in mijn gesprek met de Syrische minister van Buitenlandse Zaken zeer recent in New York. Mevrouw Dobbe vroeg of er een actieplan is om de negatieve trend voor onafhankelijke journalistiek te keren. Ook persvrijheid is een kernprioriteit en ook hiervoor blijft het Mensenrechtenfonds beschikbaar. Het Safety for Voices-programma bijvoorbeeld voorziet in 20 miljoen in vijf jaar voor de bescherming van journalisten en onafhankelijke media. Ook ambassades wereldwijd steunen onafhankelijke journalistiek en journalisten. Andere voorbeelden die we hebben op dit gebied zijn 3 miljoen euro voor Radio Free Europa naar aanleiding van het wegvallen van de Amerikaanse steun. We hebben €500.000 beschikbaar gesteld voor onafhankelijke journalistiek in de Palestijnse gebieden en €500.000 voor journalisten die desinformatie in West-Afrika tegengaan. Dat is ook meteen het antwoord op de vraag van de heer Paternotte hoe wij zijn omgegaan met het voorstel van het versterken van de onafhankelijke media in West-Afrika. Ik deel compleet zijn analyse: als wij het hebben over de informatieoorlog, dan zijn we die daar heel hard aan het verliezen, tot een punt dat we niet eens meer gezien worden als een geloofwaardige boodschapper. Dat is om verschillende redenen zeer, zeer zorgelijk. De heer Van der Burg vroeg nog om extra aandacht voor vervolgde mensenrechtenactivisten die niet de media halen. Het gaat om de individuen. Ik ben het daar helemaal mee eens. We blijven ons inzetten voor de mensenrechtenactivisten op individueel niveau. We halen ook informatie op over individuen die niet in de media komen. Waar passend besteden we aandacht aan die zaken, bijvoorbeeld door rechtszaakmonitoring of door bespreking in EU-verband. U weet dat we via het Shelter City-programma ook jaarlijks 30 mensenrechtenverdedigers een plek geven om in Nederland even op adem te komen voor het belangrijke werk dat zij onder druk uitoefenen. Voorzitter. Dat brengt mij bij het blokje overige belangrijke vragen. Dat is ook het laatste blokje. Mevrouw Dobbe vroeg naar het ICC, het Internationaal Strafhof, en anderen sloten zich daarbij aan. Dat is een zeer zorgelijke situatie. Dat betreft inderdaad niet alleen wat er boven de markt hangt, maar ook de sancties die tot op heden al zijn opgelegd. Ondanks dat we met in totaal 125 verdragspartijen verantwoordelijk zijn voor het Statuut van Rome en voor het Internationaal Strafhof, voelen wij als gastland natuurlijk een bijzondere verantwoordelijkheid. Ik heb vanmorgen nog met de president van het Hof en haar plaatsvervanger gezeten om te spreken over de situatie op dit moment. Ze zijn ons erkentelijk voor de inspanningen die we hebben gepleegd om de impact van de sancties die tot nu toe aan individuen zijn opgelegd, te mitigeren. Volgens de president is er daardoor op dit moment geen sprake van een inbreuk op het functioneren van het Hof. Een van de belangrijke zaken die we daarbij voor elkaar hebben gekregen, is dat in ieder geval de bankrekeningen behouden blijven, die natuurlijk cruciaal zijn voor het kunnen functioneren. Maar natuurlijk denken we evengoed na over wat donkerdere scenario's, waarbij er ook institutionele sancties komen tegen het Hof, los van wat onze reactie op dat moment zou zijn en het feit dat wij bij elk contact met de VS aangeven hoe onwenselijk we dat vinden en dat het Internationaal Strafhof onafhankelijk moet kunnen blijven opereren. We zijn daarover ook met alle andere verdragspartijen in overleg. Uiteindelijk kunnen wij met 125 landen een veel sterker signaal afgeven dan wanneer Nederland dat als gastland in z'n eentje doet. Dat doen we dus. Daarnaast zijn we natuurlijk ook samen met het Hof aan het bedenken hoe we, als die sancties er komen, het Hof alsnog kunnen laten functioneren. Daar is het Hof zelf ook mee bezig, is mij vandaag gebleken. Ook zij zijn opties aan het bekijken, met IT-dienstverleners, met banken en anderszins. Dat gesprek blijven we voeren. Er zijn dus meerdere sporen. Eén: we moeten voorkomen dat het gebeurt. Twee: als het toch gebeurt, moeten we ons ondubbelzinnig daartegen uitspreken met zo veel mogelijk partijen. En drie: we moeten ook nadenken over wat de effecten zijn als het gebeurt, zodat we het Hof dan in ieder geval door kunnen laten functioneren. U vroeg naar Microsoft als specifiek voorbeeld. Dat is een van de onderwerpen waarvoor opties worden bekeken. Men is aan het kijken naar IT-dienstverleners om te bezien hoe het Hof met een hele brede paraplu alsnog het eigen functioneren overeind zou kunnen houden, qua ICT, qua financiën en anderszins, ingeval deze sancties van kracht zouden worden. Het zou niet eenvoudig worden, kan ik u zeggen, want de invloed van extraterritoriale sancties door de VS is groot. Maar wij spannen ons daar wel tot het uiterste voor in. Dan kom ik bij de beleidsbeïnvloeding en het beleidskader Focus. Dat is de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, maar de nadruk ligt daarbij op lokaal eigenaarschap en maatschappelijke organisaties in lage- en middeninkomenslanden. Er is dus ook financiering beschikbaar voor beleidsbeïnvloeding in lage- en middeninkomenslanden, op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Maar lobbyen binnen Nederland is inderdaad niet subsidiabel. We achten het onwenselijk om middelen voor Ontwikkelingshulp aan te wenden voor beleidsbeïnvloeding hier in Nederland. Dat is de tweestap die daarin zit. De heer Paternotte vroeg of ik mij blijf inzetten voor het recht op veilige abortus.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat zegt u goed. Wij gaan niet over de taakuitvoering van de organisaties. We gaan wel over wat er gebeurt met dat deel van het geld dat vanuit de overheid komt. Dat is exact. En volgens mij gebeurt dat ook op diverse momenten. Het recht op veilige abortus; laat ik daar heel kort over zijn tegen de heer Paternotte. We hebben daar uitgebreid overleg over gehad. Ja, ik steun dat. Ik sta welwillend tegenover dit onderwerp. We hebben het erover gehad op 8 september. Daar waar het gaat om het verankeren hiervan in verdragen moeten wel echt de verhoudingen veranderen. Dat was ook mijn grote kanttekening die ik plaatste bij het voorstel dat toen voorlag. Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee aan het einde ben gekomen van de vragen die aan mij zijn gesteld.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Met twee minuten voor de lift erbij red ik dat.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Voorzitter, dank. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Terwijl we hier zaten in de eerste termijn is er ook een persconferentie geweest van president Trump samen met premier Netanyahu met daarin de presentatie van een plan om een einde te maken aan de oorlog in Gaza. Dit komt op hoofdlijnen overeen met de contouren zoals ik die afgelopen week in New York van verschillende landen in de regio heb gehoord. Ik denk dat daar zeker goede elementen in zitten. Het is echter nog te vroeg om te juichen, omdat uiteraard ook Hamas zich een mening zal moeten vormen over dit plan. Linksom of rechtsom, laten we hopen dat dit in ieder geval leidt tot meer druk om het conflict zo snel mogelijk te beëindigen. Voorzitter. Dan kom ik nu bij de beoordeling van de moties.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, ik zal het heel kort houden, voorzitter. U stelt het iets te scherp, meneer Ceder. Ik heb vorige week met een heleboel landen gesproken die een bijdrage hebben geleverd aan elementen van het plan. Of dat plan in ongeschonden staat vandaag is besproken in het Witte Huis, weet ik niet. Daarvoor zit ik nog net niet aan genoeg tafels. Maar met de elementen van het plan die ik vorige week heb gehoord kon men in bredere zin instemmen. We zullen moeten zien wat het uiteindelijke plan is en ook wat Hamas daarmee zal gaan doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik hoop dat we snel meer horen over de concrete invulling van dit plan. Nu doe ik dat op basis van gesprekken die ik heb gevoerd. Ik zat niet bij het gesprek van vandaag. Daar zal de komende 24 uur meer helderheid over komen, denk ik. Ik denk ook dat we meer te horen krijgen over de opstelling van Hamas en de haalbaarheid. Mijn voornemen is om de stand van de wereld met u door te nemen op donderdagavond. Daar staat nu nog een veegdebat, maar dat komt waarschijnlijk te vervallen en dan kunnen we dit op donderdag doen. Dat is dan mogelijk ook de laatste gelegenheid om zo veel mogelijk te vertellen. Ik probeer u dat dan van tevoren te doen toekomen. Ik heb het zelf uitgelokt; excuses, voorzitter, voor deze korte interruptie. Maar het onderwerp is, denk ik, belangrijk genoeg om toch even te noemen. Dan de moties. De motie op stuk nr. 406, van mevrouw Piri, geef ik oordeel Kamer. Strikt genomen hoort de motie bij de begrotingsbehandeling. Ik ga ervan uit dat ze daar ook nog een keer langskomt, maar hiermee heeft u in ieder geval mijn welwillende insteek vernomen. De motie op stuk nr. 407, over de Marokkaanse regering, geef ik oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 408, over de Turkse regering: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 409, over behandeling in Nederlandse ziekenhuizen, moet ik ontraden met verwijzing naar eerdere debatten en de kabinetslijn die is gekozen voor hulp in de regio. De motie op stuk nr. 410, over Afghaanse bewakers, moet ik om twee redenen ontraden. Eén: dit is nog onder de rechter. Wij wachten nog op de uitspraak na de hoorzitting die vandaag in deze zaak is geweest. Twee: we zijn het niet eens met de referentie aan de gedane toezeggingen. We staan daar anders in, maar dat is ook onderdeel van het pleidooi van de regering in deze zaak.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het staat de Kamer vrij om die uitspraak te doen. Maar de regering niet, omdat wij doorgaans geen uitspraken doen over zaken die onder de rechter liggen. Dus vandaar.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 410. Nee, de motie op stuk nr. 411. Excuus. U bent nog scherp op dit uur van de dag. Die moet ik ontraden met verwijzing naar dit debat, maar vooral naar de debatten die u heeft gehad met de staatssecretaris hierover. De motie op stuk nr. 412 van mevrouw Dobbe: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 413 van mevrouw Dobbe over het Internationaal Strafhof wil ik oordeel Kamer geven, maar wel met die verbijzondering dat we dat informeren van uw Kamer op hoofdlijnen zullen doen. Dat zeg ik in het belang van het Internationaal Strafhof. Wij gaan niet in detail plannen op tafel leggen voor hoe wij eventueel Amerikaanse sancties gaan omzeilen, want dat is de facto wat we dan doen. De motie op stuk nr. 414: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 415: oordeel Kamer, met verwijzing naar de aankondiging die ik net in mijn termijn heb gedaan. Dan de motie op stuk nr. 416. Het houdt nu op, denk ik. Het ligt aan uw buurman, zeg ik tegen de heer Ceder. De heer Ceder kan ervan uitgaan dat we dit soort landen zelf nooit in een Mensenrechtenraad zullen verkiezen, maar wat deze motie vraagt is daar een soort campagne tegen te gaan voeren. Ik zie het toch echt niet in het belang van Nederland om als een VN-lidstaat zich kandidaat stelt actief campagne te gaan voeren tegen een dergelijke kandidaat. Het omgekeerde kan ik me wel voorstellen, dat wij ons hard zullen maken voor kandidaten die niet aan dit profiel voldoen. Maar in deze vorm moet ik 'm ontraden, want dat kunnen we niet maken. Wij zouden ook geen campagne tegen ons lidmaatschap waarderen. Dat geldt ook voor deze landen, al zijn het er maar acht. De motie op stuk nr. 417 moet ik ontraden. De mensenrechtensituatie Papoea is zorgelijk. Daarom blijft het bespreken van mensenrechten onderdeel van de brede relatie met Indonesië, maar over de inhoud van het akkoord zullen we, zoals ik heb gezegd, een positie innemen in het debat op het moment dat we alle stukken hebben ontvangen van de Commissie. Daar kunnen we nu geen invloed meer op uitoefenen. We komen elkaar dan te spreken, maar voor nu moet ik deze motie dus ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Waar het 'm in zit, is het woord "mensenrechtenverbeteringen". Het is een behoorlijke stap om als EU in een handelsakkoord met een ander land te eisen: we gaan dit allemaal pas doen, als dit of dat. Ik wil graag kijken naar de waarborging van de mensenrechten zoals die staan in het conceptakkoord. Dan kunnen we alsnog van gedachten wisselen. Als u vindt dat dat onvoldoende is, dan zijn er nog meerdere smaken. Dat is namelijk ons hard maken voor het verharden van die paragraaf dan wel de route aangaan die u hierin schetst, die overigens wel zeer ongebruikelijk is, namelijk dat je eerst een verbetering wilt zien. Op dit moment vind ik het te vroeg om me hieraan te committeren. Dan de motie op stuk nr. 418. Ik heb begrepen dat het rapport wel een officiële reactie heeft gekregen, in 2005 al. Het is dus destijds wel geapprecieerd, maar ik heb ook begrepen dat in het recente debat over het slavernijverleden op 11 juni jongstleden door de ministers van OCW en BZK is toegezegd om alsnog te komen met een nieuwe appreciatie hierop. In dat licht moet ik deze motie ontijdig verklaren, met verwijzing naar die reactie. Dat brengt mij aan het einde, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik miste even ... Ik heb het een "hele harde inspanningsverplichting" genoemd. Ik doe dat mede namens de staatssecretaris. Harder dan dat zou ik het nu niet willen formuleren. Ik ga mijn uiterste best doen.
Bron, video en gesprek →