Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
David van Weel
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Procesmatig: ik heb een korte inleidende tekst over dit onderwerp, aangezien het het eerste debat is met uw Kamer in deze kabinetsperiode over deze belangrijke onderwerpen. Daarna ga ik in op de brede basis van de ondermijningsaanpak, omdat daar veel vragen over werden gesteld. Dan ga ik in op een integere en veilige economie, en ten slotte op andere belangrijke onderwerpen die vandaag aan de orde zijn gekomen. Laat ik ermee beginnen dat ik het een eer vind om dit onderwerp weer ter hand te mogen nemen. Dat zeg ik niet omdat dit onderwerp in een rustig vaarwater is beland. Ik zou zeggen: integendeel, we hebben een enorm probleem met ondermijnende criminaliteit. Dat probleem hebben we in deze globaliserende wereld, waarin de werelden van drugshandel, communicatie, corruptie et cetera meer en meer met elkaar verweven zijn. Dat probleem hebben we in Europa, en we hebben dat ook in Nederland. De zege dat ons land logistiek en financieel fantastisch gepositioneerd is, heeft als keerzijde dat diezelfde logistieke en financiële wegen bewandeld worden door diegenen die er misbruik van willen maken. Dat geldt voor de mensen aan de top van de keten — we weten allemaal wie dat zijn — die we natuurlijk moeten aanpakken. Maar dat geldt ook voor de bodem van die keten. Ook daar zijn veel vragen over gesteld, namelijk hoe we voorkomen dat onze jeugd afglijdt en langzaam in het criminele circuit terechtkomt. Dat vraagt om een aanpak die op al die verschillende thema's ingaat. Het gaat van preventie — voorkómen, in de woorden van de heer Sneller — tot een aanpak voor het beschermen van onze economie en de integriteit van onze instituties, tot en met het doorbreken van deze criminele modellen. Een hoop van mijn werkbezoeken in de eerste weken legde ik ook af in dat kader. Zo ben ik in Breda met de politie en een medewerker van Preventie met Gezag naar de wijk Hoge Vucht geweest. Dat was voor mij een enorme eyeopener. Deze wijk is enorm opgeknapt maar staat bekend om zijn criminaliteit. Het is de kraamkamer van Bolle Jos. Als je door die wijk rijdt met de politie, dan vallen een aantal dingen op. Eén. De wijkagent en de Preventie met Gezag-medewerker hebben goed contact met de jeugd die daar rondhangt. Zij weten wat daar speelt en kunnen ook contact maken met die jongeren. Twee. Dat voorkomt niet dat een heleboel van die jongeren het model van een leven in de criminaliteit verkiezen boven een alternatief. Ik ben thuis geweest bij een jongen van 13 met een enkelband, die al een paar jaar niet meer naar school gaat omdat dat niet te doen is. Hij heeft meerdere roofovervallen en mishandelingen op zijn naam staan, 13 jaar oud. Daaruit komen, zorgen voor perspectief en voorkomen dat zo iemand met die loopbaan doorgaat, vraagt enorm veel effort. De politie kan dat niet alleen. We kunnen dat niet alleen met wijkagenten, hoewel die wel die verbinding hebben en het fijn is dat die verbinding er is. Ik zou overigens willen bestrijden dat we absolute no-goareas hebben. Ik ben ook in Overvecht geweest en heb daar over straat gelopen. En ik ben er nog. No-goareas zijn het dus niet. We hebben nog politiemensen die in verbinding staan, maar kunnen die de problemen oplossen die daar heersen? Kunnen zij voorkomen dat deze jeugd verder afglijdt? Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat daarom zo'n programma als Preventie met Gezag — daar kom ik zo op terug — zo belangrijk is, waarin je die verschillende disciplines bij elkaar houdt. Maar dat vraagt dus enorm veel effort. Ik kom ook nog terug op mevrouw Coenradies vraag over of je daar heropvoedingskampen voor zou moeten inzetten. Het is een kwestie van aan de ene kant alternatieven bieden en aan de andere kant ook repressief optreden wanneer die grenzen worden overschreden, want die twee gaan absoluut hand in hand. Ik denk dat er de afgelopen jaren een stevige basis is neergezet voor die brede aanpak van voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Er is ook fors geïnvesteerd in deze aanpak, met heel veel steun vanuit uw Kamer. Dat is ook nodig. Zo zijn er verschillende maatregelen genomen om onze havens onaantrekkelijker te maken voor de internationaal gewortelde drugsmokkel. Mevrouw Martens wees al op de mainportaanpak. Ik kom zo meteen nog terug op hoe we die doorontwikkelen. We moeten ook voorkomen dat jongeren worden geronseld om het vuile werk uit te voeren en in een kwetsbare positie terechtkomen. Zoals ik dinsdag in het vragenuurtje al heb gezegd, hebben we ook afgelopen weekend bij de aanslag op een synagoge in Rotterdam gezien dat daar naar alle waarschijnlijkheid sprake was van het ronselen van jongeren die zonder dat zij zelf een binding hadden met het doel waarvoor ze gingen, louter voor geld bereid waren om een explosief aan een deur te hangen en de facto een terroristische aanslag uit te voeren. Georganiseerde criminaliteit staat niet los van de maatschappij. Het is daarom heel belangrijk om te voorkomen dat criminelen zich nestelen in de zwakke plekken in onze samenleving — u noemde er net al een — en om tegelijkertijd ook de weerbaarheid van de burger en onze bedrijven te vergroten. De hulp van de samenleving is daarbij echt nodig. Daarom is de campagne Houd misdaad uit je buurt die we onlangs hebben herstart en die in de eerste oplage heeft gezorgd voor 30% meer meldingen bij Meld Misdaad Anoniem zo belangrijk. Uiteindelijk weten mensen namelijk heel vaak wel waar er drugs verhandeld worden, waar dat drugslab zit of wie er bezig is met niet-koosjere zaken. We hebben die ogen en die meldingsbereidheid nodig om daar verder op in te gaan. Ik zeg hier meteen bij dat we onderzoek moeten doen naar de reden dat de aangiftebereidheid in sommige gevallen zo laag is en hoe we die omhoog krijgen. Een aangifteplicht vind ik echter te ver gaan. Zo'n plicht zou namelijk betekenen dat je mensen ook straft voor het feit dat zij een aangifte niet doen. Ik denk dat dat niet de manier is waarop we dit moeten doen. Heel vaak doen mensen uit angst geen aangifte. Ik noem het geval van die 13-jarige jongen nog maar even. Wij gingen daar langs om hem mede te delen dat het OM overging tot vervolging voor de mishandeling waarvan het slachtoffer zelf geen aangifte wilde doen uit angst voor deze 13-jarige jongen. Als je dan dat slachtoffer verplicht om aangifte te doen, zadel je hem op met een enorme angst voor repercussies, terwijl er in dit geval ook een alternatief is, namelijk een OM dat zegt: nou, het zal wel dat u geen aangifte wil doen, maar wij vinden het dusdanig belangrijk dat wij die zaak wél gaan oppakken voor u. Meld Misdaad Anoniem vind ik ook een alternatief voor aangifte. Dan zijn mensen bereid om criminaliteit wel te melden, zonder dat ze daarbij, in veel gevallen, hun buurman publiekelijk bij de politie moeten aanmelden. Mensen vinden dat namelijk om allerlei redenen heel moeilijk en lastig, zeker daar waar het criminelen aangaat.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het antwoord daarop is "ja".
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Nee, absoluut, het is een recht om aangifte te mogen doen. Als een burger aangifte wil doen, zal die aangifte worden opgenomen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Uiteraard. Dat is ook een dialoog, vanuit de expertise en de inhoud, tussen de politie en een melder. Die is heel belangrijk. Soms is het strafrecht inderdaad helemaal niet de aangewezen weg. Maar als puntje bij paaltje komt, is aangifte doen een recht van elke burger. Vandaar dat ik de vraag kortheidshalve zo beantwoordde. Voorzitter. Er gaat ook een hoop goed. In dat kader wil ik even memoreren dat ik vorige week de haven van Vlissingen heb bezocht. We zien de afgelopen jaren het aantal vangsten in de haven van Rotterdam afnemen. Dat heeft naar alle waarschijnlijkheid ook te maken met de effectieve aanpak die wij daar hebben; daar zijn wij van overtuigd. Maar we hebben meer havens. De haven van Vlissingen is zo'n haven waarbij je ziet dat het veiligheidsbewustzijn enorm is toegenomen, of het nu gaat om de bananenhandel en alle andere manieren waarop er drugs gesmokkeld werden of om de loopholes, de kwetsbaarheden die er zaten in systemen en de manier waarop bedrijven, de overheid, de politie, de FIOD en alle diensten samenwerken om elk gat dat wordt gevonden, zo snel mogelijk te dichten. Tot twee jaar geleden, vertelde een van de kade-eigenaren, kwamen er bijvoorbeeld regelmatig mensen vragen of ze naar een schip toe mochten, omdat ze vrienden waren van de kapitein. Gelet op het voorkomen, de leeftijd en anderszins werd er zwaar getwijfeld aan de waarheid daarvan. Dat gebeurt nu niet meer. Maar het is wel een kat-en-muisspel, want even later zie je weer dat er pakketten voor de kust worden gedropt of dat kleinere havens, zoals die van Scheveningen, worden gebruikt. Dat is meteen mijn antwoord op de vraag van mevrouw Martens. We zijn nu bezig om te kijken welke aanpak nodig is bij de kleinere zeehavens. We kijken welke rol de kustwacht kan spelen, welke rol preventie daarbij kan spelen en of er barricades moeten worden opgeworpen om te voorkomen dat de makkelijke routes gebruikt worden. In die zin blijft het het continu dichten van gaten die zullen blijven ontstaan zolang men de mogelijkheid ziet om drugs naar ons te krijgen. Een voorbeeld daarvan — ik noemde dat ook in het debat over drugsbeleid vorige week — is de toename van cannabisvangsten in de Rotterdamse haven. Die komen vanuit Noord-Amerika, omdat de markt daar verzadigd is maar de prijzen hier nog hoger zijn. We hebben dus te maken met handel die vanzelf zijn weg vindt naar een nieuwe markt. Die markteconomie kunnen we niet tegenhouden. Dat vind ik als liberaal in algemene zin ook niet erg, maar ik zie het wel echt als een opgave om illegale handelsstromen tegen te gaan door al die kwetsbaarheden aan te pakken. Dat vraagt om een internationale aanpak. In die zin hebben we bijvoorbeeld ook verschuivingen gezien van rechtstreekse import vanuit Zuid-Amerika naar de Rotterdamse haven naar een situatie waarin het bijvoorbeeld eerst wordt overgebracht naar havens in West-Afrika, waarna het overgeladen wordt op kleinere schepen of via de traditionele smokkelroutes door de Sahel naar het noorden wordt gebracht en via Spanje en Portugal binnenkomt. Dat vereist dan weer een nieuwe aanpak in die landen. Corruptie en criminele inmenging zijn eigenlijk zaken die je daarbij overal tegenkomt. Ik kom zo op de specifieke vraag, maar in algemene zin zie je dat de georganiseerde misdaad gewoon niet zou kunnen functioneren als ze geen corrupte contacten hadden. Dat geldt zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven. Er wordt continu gezocht naar mensen die onder druk kunnen worden gezet, omgekocht kunnen worden of verleid kunnen worden. Daarom hebben we in de vorige periode ook al ingezet op intensivering van de aanpak van corruptie en criminele inmenging en is er 4 miljoen extra geïnvesteerd om de strafrechtelijke aanpak daarvan mogelijk te kunnen maken. Dat doe ik overigens samen met de collega van BZK. Daar gaan we ook mee door. Een deel van wat we daar proberen te bereiken, is het wegnemen van de schaamte rondom corruptie. Ik denk dat hoe wij omgaan met cyberaanvallen en hacks daarvoor een goed model is. Tien jaar geleden vertelden bedrijven het niet als ze gehackt waren. Die betaalden gewoon en hielden het stil, omdat ze zich schaamden of geen klanten kwijt wilden raken. Inmiddels weten we dat iedereen gehackt kan worden en dat de beste oplossing daartegen is om dat meteen bekend te maken, dat te melden bij de autoriteiten en te zorgen dat je je systeem weer herstelt. Wat betreft corruptie geldt hetzelfde. Als bedrijf of overheidsorganisatie kun je nooit honderd procent voorkomen dat corruptie ook binnen jouw organisatie voorkomt. De beste methode om dit gezamenlijk aan te pakken, is door je dat te realiseren, ervaringen te delen op het moment dat je ertegen aanloopt en zo ook anderen te helpen om die lessen te leren. Wat mij betreft halen we de schaamtesluier dus weg en zetten we daar vol op in. Op Europees niveau is er begin van de maand door de Commissie een nieuwe havenstrategie uitgevaren. Als die u bekend voorkwam, dan kan ik inderdaad bevestigen dat veel van onze maatregelen uiteindelijk in de Europese havenstrategie zijn beland. Dat helpt ook ons. Als wij namelijk onze havens dicht hebben, maar onze buurlanden en de interne markt niet, dan hebben we nog steeds een probleem. Dan kom ik nu bij het eerste blokje, over de brede basis van de ondermijningsaanpak. De heer Sneller vroeg welke plek preventie nu heeft in de opdrachtomschrijving van de taskforce ondermijning, of dat aansluit bij de bestaande aanpak van het programma Preventie met Gezag en het NPLV, en hoe we de effectiviteit daarvan meten. Ja, preventie is onderdeel van die aanpak. Ja, we zetten de bestaande programma's voort; dat staat ook in het coalitieakkoord. Dat geldt voor zowel het NPLV als het programma Preventie met Gezag. Ik ben dan ook blij dat er een brede doorsnede van het kabinet zit, omdat ik preventie vanuit Justitie en Veiligheid nooit alleen kan oppakken. Dit is te breed. Ik had het al over die 13-jarige jongen. Waar gaat die dan heen? De wijkagent kan een middag met hem komen gamen, maar dat verandert het leven van die jongen niet. Je zult toch echt iets anders moeten doen. De effectiviteit van de maatregelen meten we ook. We geven een jaarlijkse voortgangsrapportage uit, we zetten de onderzoeksprogrammering uit en we hebben de Strategische Evaluatie Agenda. We hebben het nu over al het slechte nieuws, maar met de meeste jongeren in Nederland gaat het wel goed. De jeugdcriminaliteit is de afgelopen twintig jaar stevig gedaald. Daarom is het zo belangrijk dat we in die "zwakke wijken", om het zo maar even te noemen, waar we het nu over hebben … Ik heb er de afgelopen twee weken drie bezocht. Ik was deze week nog in Overvecht, vanwege hetgeen agenten daar een week geleden hebben meegemaakt. We hebben in die wijken echt ontzettend veel te doen. Je moet daar een combinatie hebben van outreach, repressie en het bieden van een alternatief. Anders gaan we deze strijd echt verliezen. Neem een wijk als Hoge Vucht. De politie wijst een huis aan en zegt: "Zie je die sociale huurwoning met die palmbomen in de voortuin en die camera's aan de muur? Daar woont dus een man die in de drugshandel zit." Iedereen in die buurt weet dat. Zijn kinderen spelen ook al een rol in het afpersen van andere kinderen en maken daar de dienst uit. Als je dat niet doorbreekt en aanpakt, dan gaat dat uiteindelijk voor alle kinderen in die wijk als rolmodel gelden. Als dit in stand blijft, gaat helemaal niemand bij de Jumbo vakkenvullen voor €2 per uur. Die repressieve aanpak hoort daar dus bij. Daar zul je de rechercheaanpak op moeten inzetten, niet op elke uithaal of op elke tussenpersoon; dat hoor ik ook van agenten. Zorg dat je dit uit zo'n wijk weghaalt. Tegelijkertijd zul je er, voor al die 13-jarige jongens die nu thuis op de bank zitten, heel veel effort in moeten stoppen om te zorgen dat er een alternatief komt. Mevrouw Coenradie refereerde aan een soort heropvoedingsprogramma. In Nederland hadden we de Glen Mills School. Het WODC heeft uiteindelijk een evaluatie daarvan verricht. Daaruit bleek dat recidive onder de deelnemers van de Glen Mills School juist 78% hoger was dan in andere, minder dwingende programma's. We hebben dus een negatieve ervaring en een negatieve onderzoeksuitkomst gehad met deze verplichte programmering. Dat zorgt voor terughoudendheid onder deskundigen om eraan te beginnen. Het gaat hier echt om maatwerk, waarbij je een-op-een, kind voor kind, een aanpak zult hebben. Dat is soms ook frustrerend, want het kost enorm veel effort. Als je aan medewerkers die daarmee bezig zijn, vraagt hoe vaak het effectief is, zeggen ze: nog niet in de helft van de gevallen; was het maar effectief in de helft van de gevallen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Iedereen die hiermee bezig is, leert van het verleden. De lessen uit Glen Mills en de zaken die daar wel werkten, worden meegenomen in PmG. Ik zou dolgraag willen dat er iets was waarmee je collectief, in grotere aantallen, kan komen tot positieve resultaten. Ik zie ook de uitdaging van de getallen hierin, zeker als je naar zo'n wijk kijkt waar er potentieel voor iedere jongere een risico is. Daarom geloof ik dat je beter nog eerder kan zijn. Ik ben in de vorige kabinetsperiode ook bij het programma "Alleen jij bepaalt wie je bent" geweest, waarbij jongetjes en meisjes van 6, 7, 8 jaar in een voetbalteam worden gezet. Waar de ouders dat normaal niet zouden opbrengen, niet kunnen betalen of niet willen aanbieden, wordt dat nu gedaan in een verlengde van school. Kinderen leren bijvoorbeeld dat je je kleren gewassen moet hebben als je bij de volgende wedstrijd komt, dat je überhaupt al je voetbalkleren bij je moet hebben, omdat je anders niet kan voetballen, en dat je niet kan voetballen als je in je eentje bent, omdat je daar je teamgenoten voor nodig hebt. Ze leren over de basics van omgang en discipline, maar ook over de lol die je daarvan vervolgens in zo'n team kan hebben met elkaar. Ik geloof dat je daarmee op die leeftijd een basis legt die je later, ook als het afglijdt, weer kunt aanspreken en waarmee je weer terug kunt. De 13-jarige jongen over wie ik het had, heeft die basis nooit meegemaakt. Het is ontzettend moeilijk om al op je 13de met al een crimineel strafblad weer terug te moeten naar de basis van hoe je als mens met je medemens en met jezelf omgaat. Daarom komt daarbij dat een-op-eenmaatwerk kijken, omdat je dat groepsgedrag waarin deze mensen elkaar herkennen, heel moeilijk kunt doorbreken. Nogmaals, ik wil alles proberen wat kan, zeker in deze nieuwe periode. Ook in de taskforce is wat mij betreft geen avenue onbespreekbaar, maar ik wil wel een voorbehoud zetten bij heropvoedingskampen à la Glen Mills. Mevrouw Straatman zei dat we nu ook de instroom van jongeren zonder strafblad zien in de zwaardere criminaliteit. Dat klopt. Preventie met Gezag is gericht op dit soort first offenders. Zij hopen die weer snel naar buiten te krijgen. Het oude groeimodel, waarin het begint met winkeldiefstal, is niet per se meer van toepassing. Je ziet nu echt dat er door deze bendes — zo noem ik ze maar even — ook hele jonge kinderen meteen voor de eerste keer al worden ingezet voor zwaardere klussen. Dat vereist naast het straffen dus ook hulpverlening en re-integratiehulp. Dat doet Preventie met Gezag in dit soort gevallen. Er werd nog even gevraagd naar de vergelijking met Denemarken. De facto is het Deense model wat wij doen met Preventie met Gezag, wat de Zorg- en Veiligheidshuizen doen waar geen Preventie met Gezag is en wat Preventie met Gezag doet in wijken als Hoge Vucht of Overvecht. Daarbij zitten al die disciplines rond de tafel, beoordelen ze case by case deze mensen die in aanraking zijn gekomen met justitie en zeggen ze: wat kunnen we hier nu doen vanuit de jeugdzorg, de reclassering of anderszins? Heel intensief, nogmaals, en ook niet altijd effectief. Het voorkomt niet altijd het terugglijden, maar het is the best we have. Ik denk dat dat heel erg overeenkomt met de Deense aanpak.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het gaat in Denemarken ook om rechters, de politie, et cetera. Dat betekent dat iemand al in het strafrechtelijke traject zit. Dan zou er ook geen belemmering meer moeten zijn in het kader van privacy om die gegevens te delen met bijvoorbeeld de reclassering, jeugdzorg of anderen. Ik ben gaarne bereid om dat na te gaan en in een volgende rapportage mee te nemen of we daar belemmeringen zien. De aanpak als zodanig kennen we dus en zou ook, zeker voor degenen die al in het strafrechtelijke traject zitten, geen belemmeringen wat betreft privacy moeten opleveren. Mevrouw Faber vroeg nog naar de procesafspraken met betrekking tot drugskoeriers. Ja, het klopt dat de rechterlijke macht heeft geconstateerd dat er uiteindelijk op het smokkelen van drugs vaak hogere straffen stonden dan op bijvoorbeeld het vervaardigen of het grootschalig dealen van drugs. Daarom ligt er een wetsvoorstel in uw Kamer. Ik hoop daar medio april de behandeling van te kunnen doen, om nou juist die straffen te verhogen om die meer in lijn te brengen met die in de landen om ons heen. Dat lost hopelijk ook dit probleem op, waarbij de rechters dus niet meer die discrepantie zien en daarbij terug kunnen gaan naar het oorspronkelijke recht en de straffen die erop staan, ook voor koeriers.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Wat mij betreft gaan we wel straffen in de toekomst. Dat is echt onderdeel van dit palet. Het nieuwe wetsvoorstel gaat hopelijk wat doen met de strafvorderingsrichtlijnen en de richtlijnen die rechters hanteren, want die kwamen voort uit de disbalans die werd geconstateerd. Het opheffen van die disbalans, door de straffen op het vervaardigen, handelen, et cetera, te verhogen, zou ook effect moeten krijgen op die strafvorderingsrichtlijnen. Wat het niet oplost, is de mogelijkheid van het maken van procesafspraken. Daar komen we ook nog met uw Kamer over te spreken in het kader van de aanvullingswetten bij het Wetboek van Strafvordering. Ik weet dat er zeer uiteenlopende meningen zijn in uw Kamer over procesafspraken en of die onderdeel uit zouden moeten maken van ons recht. In de feitelijke wereld zorgen die natuurlijk wel voor een stuk ontlasting van de strafrechtketen, die natuurlijk overvol zit van de politie tot en met uiteindelijk de reclassering. Dat is het doel van procesafspraken, om te zorgen dat vrij eenvoudige zaken verdwijnen uit die keten en je niet ook nog een keer een zaak in hoger beroep hebt. In ruil daarvoor krijg je inderdaad een lagere straf. Nogmaals, dat voert tot buiten de orde van dit specifieke debat, maar dat komt in het kader van de aanvullingswet zeker nog aan de orde.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik weet dat mevrouw Faber voorstander is van zelf beleid maken …
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Sorry, de minister moest wel. Natuurlijk heeft ook het OM te maken met een overhead. Er moet een bedrijf van duizenden mensen aan de praat worden gehouden. Ik ken dat percentage van 30 niet, maar laten we eerlijk zijn: de focus van het OM moet continu zijn om het primaire proces zo veel mogelijk voortgang te laten vinden. Laat ik in reactie op uw voorstel zeggen dat al deze criminaliteitszaken natuurlijk bestraft moeten worden. Het doel van procesafspraken is ook niet om niet te straffen, maar om in een zaak die vrij klip-en-klaar is te voorkomen dat je nog allerlei onnodige stappen moet nemen, bijvoorbeeld in een hoger beroep en verder, terwijl je daar weinig wijzer van wordt. We weten namelijk al wat de uitkomst is. Daar staat dan inderdaad een strafvermindering tegenover. Daar kunt u wel of niet wat van vinden. Ik hoor dat het wetsvoorstel volgende week uw kant op komt. Daar komen we te zijner tijd in algemene zin over te spreken. Dat brengt mij bij een integere en veilige economie, en alle vragen die in dat kader zijn gesteld. Mevrouw Zalinyan vroeg wat de stand van zaken is van het FEC-onderzoek naar hypotheekfraude. Dat is nu in de afrondende fase en wordt door de FEC-raad op 15 april vastgesteld. Daarna zullen we op basis van de uitkomsten de koers rond hypotheekfraude voor de toekomst gaan vaststellen. De heer Sneller zei: "Uit het National Risk Assessment Corruptie volgt een corruptiedreiging voor volksvertegenwoordigers en politieke bestuurders door statelijke actoren, criminele organisaties en private partijen." Ik deel de zorgen over de constateringen van het WODC. De corruptieaanpak heb ik al in mijn vorige incarnatie op 20 juni 2025 in gang gezet samen met de minister van BZK. Het risk assessment is op 12 maart jongstleden gepubliceerd. Dat gaan we natuurlijk gebruiken om de aanpak die we hadden, verder toe te spitsen en waar nodig te versterken. Daarover informeren we u medio dit jaar. De lidstaatopties worden daarin meegenomen. Die vraag heb ik hiermee ook meteen beantwoord. Mevrouw Zalinyan vroeg naar de stand van zaken rond het centraal aandeelhoudersregister. Daarover heb ik gesproken met de collega's van Financiën en Economische Zaken, en met de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. De Kamer van Koophandel heeft de relevante Europese ontwikkelingen toegelicht, bijvoorbeeld rondom het UBO-register. In het licht van die Europese ontwikkelingen acht ik het op dit moment niet opportuun om vanuit het kabinet aanvullende nationale regels te gaan opstellen, want een centraal aandeelhoudersregister betekent weer een belasting en nieuwe regels. Dat verhoudt zich moeilijk tot het coalitieakkoord, waarin we ruimte proberen te scheppen voor ondernemers. Wanneer uw Kamer de behandeling van de initiatiefwet over een centraal aandeelhoudersregister hervat, zullen we, zoals gebruikelijk, een appreciatie geven. Dat is aan de orde in het wetgevingstraject. Dan een vraag van mevrouw Zalinyan over het ARK-rapport over witwassen. We hebben dat natuurlijk uitgebreid gelezen. Ik herken ook een hoop van de in dat rapport gesignaleerde punten. We waren de Rekenkamer in dit geval ook al voor, met de brief die de voormalige minister van Financiën, tevens de huidige, en de voormalige minister van Justitie, tevens de huidige, medio 2025 aan de Kamer hebben gestuurd. De hele aanpak van witwassen was al gericht op het zo min mogelijk uitgooien van sleepnetten, omdat dat allerlei nadelen heeft, inclusief discriminerende effecten et cetera et cetera, en zo veel mogelijk pinpointen waar nu écht het probleem ligt; daar moeten we meer op focussen. Daar zijn we volop mee bezig. In januari is er gereageerd op het Rekenkamerrapport. Daarin hebben we gezegd dat we dit in deze aanpak meenemen. In de tweede helft van dit jaar komen wij gezamenlijk met een update over de voortgang, omdat we ook de banken uitgebreid nodig zullen hebben als we dit op een andere manier willen vormgeven. Mevrouw Zalinyan vroeg het volgende: "Er is weinig zicht op ondergronds bankieren en de manier waarop dat geld via de bovenwereld wordt witgewassen. Hoe kunnen we die stagnatie doorbreken?" Ondergronds bankieren is enorm complex. Dat laat het WODC-rapport van september vorig jaar ook zien. We doen al ontzettend veel. Dit is ook echt een van mijn prioriteiten. Als we dat verdienmodel niet breken, of als we crimineel geld te veel laten doordringen in onze bovenwereldse economie, zijn we veel verder van huis. Mijn prioriteiten liggen de komende periode bij trade-based money laundering, het Cash Compensatie Model en — het werd al genoemd — het crimineel gebruik van cryptovaluta binnen deze wereld. Daar zitten ook de grootste zorgen van onze partners. We zullen proberen om daar handelingsperspectieven op te ontwikkelen. Dan de Europese Confiscatierichtlijn. Mevrouw Straatman vroeg hoe het gaat met de implementatie daarvan. Goed. Die gaat zeer aanstonds naar de Raad van State voor advies en hopelijk komt deze daarna ook snel naar u toe. Ik kijk daar zeer naar uit. Ik denk dat dit een van de zaken is die men in het publieke domein ook zal waarderen: dat mensen niet meer kunnen rondrijden in auto's van vier ton terwijl ze tegelijkertijd een uitkering ontvangen. Dan zal de bewijslast ook meer komen te liggen bij de persoon. Die moet dan uitleggen waarom iets wel op een legale manier is verkregen, waardoor je uiteindelijk niet eerst door een heel strafproces moet voordat je pas tot het afpakken van zaken kan overgaan. Ik kijk daarnaar uit. Dat sluit aan bij de andere vraag van mevrouw Straatman: "Wat doen we nou met de afgepakte goederen? Kunnen we meer 'Schiedams' creëren? Hoe staat het daarmee?" Ik wil ook in dit kabinet nog steeds aan maatschappelijk herbestemmen werken. Er lopen op dit moment verschillende initiatieven, waaronder een digitaal platform waarmee je afgepakte goederen kunt schenken aan maatschappelijke organisaties. Er zijn ook landelijke projecten met auto's, fatbikes et cetera. Dat digitale platform zit nu in de pilotfase en wordt later dit jaar uitgerold. Ik noem een voorbeeld: er is in december 2024 een patserbak geschonken aan een school; daar wordt nu vrolijk aan gesleuteld. De resultaten van de pilot in Schiedam worden op dit moment geëvalueerd. De aanknopingspunten die we daaruit kunnen halen, zullen we meenemen. Het aantal jongeren dat uiteindelijk in die pilot is begeleid naar werk, is wel klein. We moeten dus ook bekijken wat hier niet goed ging en wat er niet succesvol was.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat laatste weet ik niet. Wat betreft het eerste punt: een structureel karakter verhoudt zich wat moeilijk tot pilots. Het idee van een pilot is dat je bekijkt wat er werkt en wat er niet werkt. Ik ben er wel voor dat we die dan evalueren na afloop. Als je tijdens een pilot al ziet dat die succesvol is — ik noem maar wat: de inzet van boa's als het gaat om seksuele intimidatie en de opsporing daarvan — dan moet je 'm niet stopzetten. Dan moet je daar zeker mee doorgaan totdat je de definitieve invulling hebt. In dit geval zaten er ook wel wat haken en ogen aan het pilotproject in Schiedam. Ik noemde al het lage aantal jongeren, maar ook de les dat je eigenlijk veel beter zo'n pand kunt verkopen en de opbrengst dan weer kunt investeren in de wijk dan dat je een specifiek pand aanhoudt en het daar ontwikkelt. Dat soort lessen is, denk ik, nuttig om nu te leren voordat we nieuwe pilots of een structurele aanpak van start laten gaan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Het staat gemeenten überhaupt vrij om dit soort projecten op te starten, dus dat mogen zij ook. Ik zal het vooral bij hen onder de aandacht brengen. Hoe meer we leren van individuele projecten, hoe beter. Het verschil met Schiedam is dat wij die pilot gefinancierd hebben. Daarom willen we die eerst even evalueren voordat we zelf weer nieuwe projecten gaan financieren. Maar er is geen verbod op maatschappelijk herbestemmen. Integendeel, zou ik zeggen. Mevrouw Martens vroeg nog naar de uitvoering van de motie van het lid Michon-Derkzen rondom de gegevensdeling tussen de politie en woningbouwcorporaties. Die motie is door het ministerie van BZK afgedaan in de voorbereiding van het wetsvoorstel over gegevensverwerking door woningcorporaties, maar aanvullend wordt momenteel onderzocht of het Besluit politiegegevens gewijzigd dient te worden om de verstrekking van politiegegevens aan woningcorporaties mogelijk te maken in de aanpak van woonoverlast en de voortzetting bij crimineel gebruik. Soms is er inderdaad een beperking in wet- en regelgeving, maar bij andere vraagstukken is er eerder sprake geweest van handelingsverlegenheid. Dat is altijd een beetje de vraag bij gegevensdeling. In ongeveer de helft van de gevallen is er eigenlijk geen wettelijke belemmering, maar is het meer dat mensen niet weten of het wel mag en het dan uit voorzorg niet doen. In andere gevallen is er wel een wettelijke belemmering en dan moeten we de wet aanpassen. In december hoort u via het halfjaarbericht politie hoe het daar specifiek mee staat.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja, dat zeg ik toe. Dan een vraag van mevrouw Straatman over de tipfunctie, naar aanleiding van de Wet Bibob. Die is nog relatief nieuw en daarom zit die in het evaluatieonderzoek van de Wet Bibob. Op dit moment kijken we naar de aanbevelingen en conclusies van de onderzoekers. Met een paar weken kom ik met een reactie op dat onderzoek, waarin ik ook op de andere knelpunten en aanbevelingen van de onderzoekers in zal gaan. De heer Sneller vroeg nog naar de capaciteit met het oog op de Wet Bibob. Ik weet dat er bij de Belastingdienst in ieder geval zwaar is geïnvesteerd in extra capaciteit. Ik weet dat de VNG veel doet aan voorlichting aan gemeenten over een betere toepassing van de Wet Bibob. Ik zal er in diezelfde reactie nog verder aandacht aan besteden en er meer in detail op ingaan. Mevrouw Schilder vroeg of er meer criminaliteit is in gebieden met opvang van niet-westerse burgers en hoe we dat gaan aanpakken met uitzetting. Ik wil dit niet flauw doorverwijzen naar de minister van Asiel en Migratie, omdat ik daar zelf ook wel iets van afweet. Ja, maar ik denk dat het probleem is dat overlast voornamelijk komt door asielzoekers die weinig perspectief hebben op een uiteindelijke verblijfsvergunning. Dat is een probleem dat eerder onderkend is, ook in onderzoeken. Mensen die hier komen die daadwerkelijk op de vlucht zijn en weten dat ze een goede kans maken om hun asiel gehonoreerd te krijgen, zijn in de regel niet de mensen die overlast veroorzaken. Dat zijn mensen die gewoon zo snel mogelijk dat proces willen doorlopen. Het zijn de mensen die zes, zeven, acht herhaalde verzoeken indienen en die dat al in vier, vijf, zes, zeven EU-landen hebben gedaan onder valse namen, die bij elke aanvraag weer met nieuwe feiten komen, die op de vliegtuigtrap nog een nieuwe aanvraag indienen of in één keer een andere geaardheid zeggen te hebben of een andere religie aanhangen. Ik denk dat dat de groep is die uiteindelijk naar de aard veel overlast veroorzaakt. En ja, daar moeten we scherp op zijn. Ik weet dat de minister van Asiel en Migratie dat ook is. Er zijn ook mogelijkheden om bij crimineel gedrag en strafrechtelijke vervolging over te gaan tot het intrekken van verblijfsvergunningen. Ook dat gebeurt al. In Europees verband wordt er gekeken naar de interpretatie van het EVRM, naar wanneer je dat nou mag doen en bij welke zwaarte van crimineel gedrag. Voor de rest moet ik 'm wel echt doorverwijzen naar de minister van Asiel en Migratie. Ik kom op de structurele ME-ondersteuning voor Utrecht en of ik die had moeten toezeggen. Ik heb de burgemeester aangehoord. De verdeling van politiecapaciteit en de inrichting daarvan geschiedt door mij in overleg met de korpsleiding en het LOVP, het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie. Daarin zijn de verdeelsleutels voor de regio's — dat zeg ik ook tegen mevrouw Straatman — vastgelegd. We hebben recent die verdeelsleutel herijkt met z'n allen, dus voor nieuwe capaciteit die erbij komt — die gaat er waarschijnlijk bij komen met de intensivering van dit kabinet — is ook afgesproken hoe die verdeeld gaat worden. Daarbinnen is het dan aan de regioburgemeesters en het lokaal gezag om te bepalen hoe ze die willen inzetten. Inderdaad, ik heb ook gelezen dat de politieformatie in Heerlen, de stad die genoemd werd in de criminaliteitsmonitor van RTL, met 30 fte is gedaald. Dat is uiteindelijk een keuze geweest in de regio. Ik heb beloofd om binnenkort naar Heerlen toe te gaan en dat aan te horen, maar uiteindelijk ben ik niet degene die gaat over het verdelen van agenten tussen verschillende regio's. Het ME-vraagstuk zal ik neerleggen bij de korpsleiding, zodat die kan bekijken hoe dit verder opgepakt moet worden. Mevrouw Faber vroeg of de geregistreerde criminaliteit overeenkomt met de werkelijke criminaliteit. Nee, daar zit altijd licht tussen. Dat zullen we nooit helemaal kunnen voorkomen. Daarom ben ik wel blij met een instrument als de Veiligheidsmonitor, want die kijkt niet naar geregistreerde criminaliteit, maar vraagt mensen of zij het slachtoffer zijn geworden van criminaliteit. Dat geeft natuurlijk toch altijd een iets realistischer beeld dan alleen maar kijken naar wat naar boven is gekomen in de aangiftes. Daar blijkt inderdaad uit dat de traditionele criminaliteit in 2025 gelijk is gebleven ten opzichte van 2023, maar wel weer hoger is dan in 2021. De vraag over de €1.000 voor omwonenden van een azc moet ik echt doorverwijzen naar de minister van Asiel en Migratie. Dan was er nog de vraag van mevrouw Schilder of het verdwijnen van politiebureaus voor een hogere drempel zorgt voor het doen van aangifte. In algemene zin zien we dat het aantal spontane aangiften op bureaus afneemt. Het grootste politiebureau wat dat betreft is het online politiebureau: politie.nl. We zien dat een steeds groter deel van de aangiftes daar plaatsvindt en dat de mogelijkheden daarvan steeds verder worden uitgebreid. Nog steeds kan er wel ter plekke aangifte worden gedaan. Dat kan ook bij agenten, omdat agenten steeds meer de mogelijkheid hebben om dat mobiel te doen. Verder zou ik heel graag willen doorverwijzen naar het debat van volgende week over de politieorganisatie in bredere zin, want daarin komen de politiebureaus, de zichtbaarheid van de politie en de dienstverlening uitgebreider ter sprake. De heer Sneller vraagt hoe we omgaan met het CCV. In de aanloop naar 2027 hebben we nog tijd om daarover te spreken met de partners en te zien hoe we daarmee omgaan. Ja, de taakstelling komt voort uit de generieke taakstelling op subsidies die is ingevoerd. Die is dus niet opgeheven, maar we zijn wel in overleg met het centrum om te kijken welke activiteiten en diensten de focus zouden moeten hebben. Nogmaals, we hebben nog even de tijd tot 2027, maar het gesprek loopt al.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: In principe is dat bij de begroting. Ja, laat ik het daarbij laten. Laat ik dan beginnen met de aanslagen die we dit weekend hebben gezien, en met de vraag of er iets bekend is over de motieven van de daders. Ik heb tijdens het vragenuurtje op dinsdag ook gezegd dat het er alle schijn van heeft dat deze daders in Rotterdam geronseld zijn. Over hun motief zegt dat in ieder geval dat ze het uit financieel gewin hebben gedaan. Of ze daar nog andere motieven voor hebben, vertelt het verhaal op dit moment nog niet. Ik heb ook gezegd dat het mogelijk is dat Iran daar als statelijke actor achter zat. Die twee appreciaties zijn nog niet veranderd op dit moment. Verder is het aan het OM om daar nader over naar buiten te komen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dat zijn onderzoeken die door het lokaal gezag worden uitgevoerd. De driehoek reageert daarop. De lokale politie en het OM zijn hier in charge. Bij de synagoge en de school liep dit anders, juist vanwege het terroristische karakter van de daad. Dan wordt er al snel landelijk gekeken wat de implicaties voor andere instellingen zijn. Daarom weet ik daar iets meer over dan over die lokale onderzoeken. Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Schilder over de hackbevoegdheid. Hier zien we de eeuwige worsteling tussen privacy en briefgeheim, en de wens om versleutelde berichten te kunnen inzien. Aan de ene kant ben ik, en met mij een groot deel van de Kamer, altijd erg blij dat er geen verregaande bevoegdheden zijn om ons briefgeheim te schenden. We zijn blij met de end-to-end-encryption en willen die niet schenden. Aan de andere kant zien we dat criminelen, verspreiders van kinderporno en noem het maar op, gebruikmaken van elk veilig communicatiemiddel dat er nog is en waar we niet bij kunnen komen. Ik denk dus dat we continu moeten blijven kijken hoe we de balans tussen die twee belangen kunnen vinden. Daarbij mogen we de criminelen geen vrij spel geven. In dat kader ben ik ook heel blij met en trots op de recente zaken die Europol gecoördineerd heeft weten aan te pakken. Daarbij merk je dat als je uiteindelijk zo'n encryptie weet te doorbreken, je ook wel een schat aan informatie kunt blootleggen en netwerken kunt oppakken en oprollen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ja. Geef me nog een heel klein beetje ruimte, want deze discussie speelt niet alleen maar in het kader van criminaliteit, maar ook in bredere zin. Ook in de commissie Digitale Zaken wordt deze uitgebreid besproken. Ik zou voor nu even willen doorverwijzen naar het debat over de Cyberbeveiligingswet van maandag. Ik zal ervoor zorgen dat ik dan gewapend ben om op deze vraag in te gaan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Daar ga ik in een voortgangsbrief op terugkomen. Dat is een hele goede vraag, maar het antwoord daarop is niet heel eenvoudig.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Ik ga dat voor de zomer meenemen in een stand-van-zakenbrief.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Dank voor uw positieve appreciatie, want zo was 'ie in ieder geval wel bedoeld. Ik houd het heel kort. Ik ga binnenkort op bezoek in Heerlen. Ik hoop dan ook te horen hoe het er daar voor staat en wat de overwegingen daarachter zijn geweest. Ik zal dat dus zeker als gespreksonderwerp oppakken. Dan over het oppakken met de eigen middelen. Ik zie ze bij deze beeldspraak al opgevouwen achterin een Lamborghini zitten. Ik ga even kijken. We gaan er sowieso, ook in de komende periode, nog meer werk van maken om te kijken of we meer uniformiteit in die herbestemming kunnen brengen. Mevrouw Faber had het over de kerken. Ik zal in ieder geval navragen of er, naar aanleiding van de incidenten die er zijn geweest, volgens de politie of het OM sprake is van een patroon. Dat wil ik wel doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Weel: Op de woningbouwcorporaties kom ik terug in de voortgangsbrief. Wat betreft de kerken wil ik dat eigenlijk alleen doen als daar een patroon uit naar voren komt. Anders kan ik namelijk bij elk onderzoek de politie gaan raadplegen. Dat is niet mijn taak en ook niet die van u. Het lijkt mij pas relevant als daar een patroon in zit.
Bron, video en gesprek →